Waarom de overheidsschuld omlaag moet
28 / 01 / 2012Veel van de onvrede met het beleid dat in België en elders in Europa wordt aangestuurd onder druk van de eurocrisis focust op de perverse effecten van besparingen. Tegenstanders wijzen er op dat overheidstekorten deels ontstaan door het compenseren van de crisis door sociale uitgaven en dat saneringsdrift leidt tot een negatieve spiraal van nog minder groei en nog hogere tekorten.
Wij delen de basisbekommernis dat alleen besparen geen definitieve oplossing voor de crisis kan inhouden. Maar we willen tegelijkertijd beklemtonen dat het terugdringen van de overheidsschuld wel degelijk een prioriteit is. Onze hoge overheidsschuld is geen getuigenis van verantwoordelijk gedrag van de overheid. We kunnen ons enkele (maar niet veel!) landen voorstellen waar de overheidsschuld effectief vooral door de financiële crisis is ontstaan. In ons eigen land bedroeg de schuld reeds voor de crisis meer dan 85% van het nationaal inkomen: bijna 90% van onze staatsschuld komt niet door verantwoordelijk crisis-werend beleid.
Bovendien kan men argumenteren dat we talloze problemen de voorbije decennia naar de toekomst hebben verschoven. Hierdoor torsen we een enorme impliciete schuld mee die onder de waterlijn blijft maar daarom niet minder reëel is. Denk maar aan de gebrekkige infrastructuur of aan de pensioenverplichtingen. Deze laatste verplichten toekomstige generaties tot het financieren van uitgaven die vorige generaties hebben beslist. De gok dat die financiering wel zou loslopen door de magie van economische groei, productiviteitsgroei en bevolkingsgroei, is ondertussen uit elkaar gespat. Daar zullen we decennialang letterlijk de rekening voor betalen. Verantwoordelijk beleid lijkt ons iets anders.
Decennialange schuldverslaving
Er is ook ruime evidentie dat het er wel degelijk zoiets bestaat als een kritische drempel van het schuldniveau, waarboven het stimulerend effect van extra uitgaven contraproductief werkt. Wie schuldverslaafd is, besteedt elk jaar een deel van zijn rijkdom aan het herfinancieren van schulden. Dat geld kan maar één keer worden uitgegeven. Het kan niet dienen om belastingen te verlagen: denk maar aan onze torenhoge arbeidslasten die werkgelegenheid en groei afremmen. Het kan evenmin gaan naar infrastructuur, justitie, onderzoek en ontwikkeling, integratie van immigranten, of onderwijs. Check de bedenkelijke staat van al die cruciale hefbomen voor toekomstige welvaart en welzijn, en je ziet per saldo het resultaat van decennialange schuldverslaving.
Dan is er het argument dat schulden geen generatiezaak zijn omdat de volgende generatie zowel de schulden (passiva) als de aanspraken (activa) erft. Vooreerst snijdt dit argument geen hout wanneer schulden door buitenlandse schuldeisers worden gefinancierd, wat in belangrijke mate het geval is. Daarnaast is de erfenis wel erg pijnlijk voor kinderen die niet het geluk hebben obligaties te erven. Dat hiermee de bestaande ongelijkheid in huidige generaties wordt weerspiegeld, is toch wel een cynische vaststelling. Wij menen dat overheidsbeleid – in casu het budgettaire – niet moet dienen om ongelijkheden te bestendigen, maar om nieuwgeborenen maximaal kansen te bieden. Overheidsschuld is een belasting op de toekomst die de ongelijkheid van het verleden projecteert. En als door een te hoge schuld hogere risicopremies ook hogere rentevoeten induceren, is de overgrote meerderheid al helemaal de klos.
Het echte debat
Het is natuurlijk mogelijk dat schulden gigantische productieve investeringen betreffen. Maar dat is duidelijk niet het geval vandaag. We teren eerder op investeringen van het verleden en maken vooral consumptieve uitgaven waarvan onderzoek al decennia aantoont dat ze onproductief zijn. Begrijp ons niet verkeerd: uitgaven kunnen verdedigd worden op basis van sociale rechtvaardigheid, maar dat is een heel ander onderwerp. Het echte debat moet met andere woorden gaan over juiste overheidsuitgaven in plaats van over het volume. In de Verenigde Staten wordt dit debat nog veel scherper gevoerd dan bij ons, en dat is ook logisch. In Europa zijn er belangrijke automatische stabilisatoren die sowieso de scherpe kantjes afvijlen.
We pleiten er voor een debat dat elders in andere omstandigheden terecht gevoerd wordt, niet zomaar in ons land te importeren. Idem ten aanzien van Europa, dat in zijn beleid vooral de grootste probleemlanden viseert en waar de besparingsinspanning onnoemelijk veel zwaarder weegt dan bij ons. Het Belgische begrotingstraject is niet meteen besparingsdrift. Het is de weg van de geleidelijkheid en de Europese Commissie heeft ons er al op moeten wijzigen dat onze structurele inspanningen (dus gezuiverd voor de conjunctuur) ondermaats waren de voorbije jaren.
Budgettaire coördinatie in Europa
Ten gronde zijn we het allen eens dat exclusief-budgettaire fixatie niet de beste remedie is voor ons crisisgewricht. Daarom pleiten we voor aangepaste budgettaire coördinatie in Europa, zodat landen met marge zuurstof kunnen geven voor die landen waar besparen echt wel onvermijdelijk is. België hoort ons inziens niet bij de eerste groep.
Het is daarenboven belangrijk dat we niet alleen voor schuldbeleid gaan als schokdemper bij crisis, maar in de goede tijden ook begrotingsoverschotten realiseren. De economische theorie wil dat, maar de politieke realiteit brengt ons vaak alleen het eerste. In het politieke proces ligt de knoop. Politici moeten verkozen worden. Het is hen daarom natuurlijk schulden te maken wanneer het slecht gaat en tegennatuurlijk te besparen wanneer het goed gaat. Dat is de kern van onze overheidsschuld en die is wel degelijk problematisch. Een grondwettelijke schuldremmer die de politici disciplineert, is daarom een nuttige zaak. Maar dat is een maatregel die pas in de toekomst zal renderen. Jammer genoeg, zullen we eerst in lengte van jaren de schulderfenis van het verleden moeten afbouwen. Hopelijk voor de allerlaatste keer.
Marc De Vos – Ivan Van de Cloot
De auteurs zijn respectievelijk directeur en hoofdeconoom van het Itinera Institute, denktank voor duurzame economische groei en sociale bescherming www.itinerainstitute.org





