De politieke analisten en politicologen zijn het erover eens: twee weken voor de verkiezingen mogen de campagnes nu echt wel inhoudelijk sterker gaan worden. Twee hamvragen moeten worden beantwoord: Hoe gaan we besparen? En hoe gaan we de staat hervormen? Vooral in het laatstgenoemde domein blijft het inhoudelijk te stil. Geen enkele partij durft het aan om als eerste een alomvattend en concreet plan naar voor te schuiven met betrekking tot de ongetwijfeld complexe staatshervorming.
Inzake staatshervorming hebben de Franstaligen de afgelopen jaren de nodige expertise opgebouwd om niet aan beleidsformulering te doen. Hun onderhandelaars vertrokken steevast van een wit blad om aan te geven dat niets voor bespreking vatbaar was. Maar nu gaan ook de Vlaamse politici mee in dit verhaal, zij het wel om net de omgekeerde reden en ingegeven vanuit een confederale strategie. Moesten de Vlaamse partijen tot voor kort altijd een lijstje bij de hand hebben om aan te geven waar het anders moest, dan moeten diezelfde partijen alleen nog noteren wat ze voortaan samen willen doen. Zo kan een neutraal wit blad plots twee heel verschillende strategieën vertegenwoordigen.
Compromis
Beide taalgroepen zitten dus straks aan de onderhandelingstafel met hun wit blad papier. Waar eindigt zo’n onderhandeling? In een compromis. Dat compromis zou wel eens kunnen bestaan in de uitwerking van de contouren die men in 2008 al naar voor schoof (voorstel bijzondere wet van 5 maart 2008): een staatshervorming met drie grote pijlers nl. een pijler “homogenere bevoegdheden”, een pijler “efficiëntere federatie” en een pijler “financiering”.
In de eerste pijler zaten onder meer grotere bevoegdheden voor de gewesten inzake arbeidsmarktbeleid, gezondheidsbeleid en gezinsbeleid zonder evenwel aan de interpersoonlijke solidariteit en de sociale zekerheid te raken. Wat de efficiëntere werking van de federatie betreft voorzag men drie grote lijnen: het aanpakken van de wettelijke grondslag voor het overlegcomité en de interministeriële conferenties, de hervorming van het tweekamerstelsel (lees: de Senaat) en ten slotte een verkiezingsluik: de federale kieskring, samenvallende verkiezingen en een onderhandelde oplossing voor BHV. Een derde pijler betreft de financiering waarin werd voorzien in een versterking van de financieringsregeling voor Brussel, de responsabilisering van de regio’s en een uitbreiding van hun fiscale autonomie.
Eerlijk debat
Of men nu vertrekt vanuit een Franstalige federale of een Vlaamse confederale instelling, beide partijen moeten op communautair vlak wel onder elkaar en tussen elkaar in debat gaan en het is maar eerlijk dat dit nog voor de verkiezingen gebeurt. En waarom niet in debat gaan op basis van de drie hierboven opgesomde pijlers? Wat wil men concreet doen met het arbeidsmarktbeleid? Wat wil men concreet doen binnen het gezondheids- en gezinsbeleid? Welke andere beleidsdomeinen wil men nog gaan aanpakken? Wat blijft (con)federaal? Welke middelen vertegenwoordigen die potentiële overhevelingen? Welk stuk federale administratie wordt daarmee geviseerd? Hoe moet die responsabilisering van de regio’s er gaan uitzien? Hoe ver is men bereid te gaan in die fiscale autonomie? Wat moet er gebeuren met de Senaat? En ga zo maar verder.
Het federaal “stand still”-discours van de Franstaligen en het confederaal “omwentelings”discours van de Vlamingen mag geen reden zijn voor het niet inhoudelijk voeren van het communautair debat.
Dieter Vanhee is wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Instituut voor de Overheid, K.U. Leuven. www.instituutvoordeoverheid.be, voert het project “De impact van de staatshervorming op de Vlaamse administratie” uit binnen het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen. www.steunpuntbov.be
@ Allen: uw beschaafde reacties zijn welkom, maar moeten vergezeld gaan van voornaam, naam en een behoorlijk e-mailadres; geeen schuilnamen dus; u kunt aan de moderator vragen om enkel uw initialen of uw voornaam te vermelden. De regels voor onze discussieforums vindt u hier - Mod






31/05/2010 om 20:55
Waarom laten wij de Senaat in zijn hoedanigheid van reflectiekamer geen uitdovingsscenario uitwerken? (*)
Doelstellingen:
1. Het identificeren van alle raak- en verbindingspunten tussen en over de gewesten en alle bevoegdheidsonlogica en -conflicten, die nu hetzij expliciet federaal zijn, hetzij afremmend werken;
2. Het maken van een exhaustieve inventaris van alle activa en passiva van de Belgische overheid en haar bedrijven, met hun geschatte waarde en hun geografische locatie(s);
3. Het uitwerken van een stappenplan waarin enerzijds een argumentatie wordt opgebouwd voor datgene wat Belgisch (zou) moet(en) blijven en anderzijds een gefazeerde transfer van bevoegdheden wordt voorbereid.
Ik kan mij voorstellen, dat dit tegen het voorziene einde van de nieuwe legislatuur kan klaar zijn (i.e. lente 2014), idealiter met een aantal opties. Het kan dan als basis dienen voor de campagne, die als referendum zal fungeren. Eventueel moet dan eenmalig (de laatste keer?) met een federale kieskring gewerkt worden, zodat alle partijen hun plan of hun op- en aanmerkingen aan de hele bevolking kunnen voorleggen…
Dit zou dan tevens de laatste hoera van de Senaat zijn, die na deze verkiezingen niet meer zou bestaan.
(*) Wanneer de Senaat geen refelectiekamer blijkt te zijn, wordt het een spiegelpaleis… Mét witte konijnen, zowaar.
01/06/2010 om 11:43
Waarom, waarom, is er niks mogelijk zonder conscensus? Vraag voor vorige generaties politici die door enorme schulden te maken bijna alles konden “oplossen” met bergen geld uit te delen aan de regio’s. Dat nu terug draaien omdat Vlaanderen dat wil, het klinkt nogal belachelijk. In het leven moet je altijd vooruit gaan, niet achteruit. Als Vlaanderen zegt, wij willen vooruit en jullie dus achteruit, wat klinkt dat komisch. De regio’s kunnen niks veranderen zonder elkaars goedkeuring. Dat is de realiteit. En de leugen is, zoals Leterme het in 2007 misbruikt heeft, dat Vlaanderen op zijn eentje mits 5 minuten politieke moed het zelf allemaal kan. Daarom is het streven van Bart Dewever naar een confederatie wel een goeie klare strategie. In zo’n confederaal model zal geen der regio’s mogen winnen of verliezen. Andeers zitten we terug bij het vorige.
02/06/2010 om 12:35
In het artikel van Dieter Vanhee wordt gewezen op de inhoudelijke focus bij deze verkiezingen op twee hamvragen:
Hoe gaan we besparen? En hoe gaan we de staat hervormen? Kan er geen verband zijn tussen beide?
In de vorige bijdragen worden interessante pistes aangereikt.
De senaat kan m.i. inderdaad als reflexiekamer en overbrugging van de gewesten (gemeenschappen) een voorstel -liefst consensus- uitwerken van wat we op federaal niveau willen houden “omdat alle landsdelen tenminste eenzelfde maatschappelijke aanpak of context hebben” + de rol van het Brussels gewest (europees,federaal, als regio, agglomeratie en lokaal, = is nu één grote overlapping zowel qua politieke vertegenwoordiging als qua administratie).
We moeten inderdaad af van de voorbije onderhandelingsstrategie waarin de regio’s hun (extreme) wensen als opbod gebruiken omdat ze goed weten dat de regio’s kunnen niks veranderen zonder elkaars goedkeuring. Dus blijven onderhandelen op het stramien van de laatste jaren is onproductief (= ook geen besparing!)Amaai als CDH zelfs de discussie over de taalgrens van 1963 wil heropenen.
Is de rol van de senaat dan voorbij? Misschien moeten we alléén de senaat houden op fedraal niveau en het federaal parlement afschaffen (inclusief een aantal ministers op federaal niveau) omdat de regio’s al voldoende volksvertegenwoordigers hebben (indien nodig te versterken mits meer bevoegdheden). Bij het oprichten van de deelregeringen zijn immers een groot aantal ministerposten ontdubbeld! Zou dat geen besparing zijn? Is het probleem BHV dan niet grotendeels verdwenen? De desbetreffende administraties kunnen dan ook gerationaliseerd worden (verder geïntegreerd in de Vlaamse Overheid) en efficiënter gemaakt. Efficiëntie en ‘besparing’ bij ‘de’ administratie is niet zondermeer een kwestie van aantal ambtenaren maar van ook van het gevoerde inhoudelijk beleid in de desbetreffende materie. Bij de overheveling van bevoegdheden (en ambtenaren) naar de Vlaamse Overheid is, zo blijkt uit (mijn) ervaring tov van het federale niveau een verhoogde productiviteit onstaan; zeker ook door samenbrengen van gemeenschap- en gewestbevoegdheden tot één Overheid; doch alles kan beter. Maar uit het voorbeeeld van financiën (federaal) -om maar één te noemen- blijkt overduidelijk dat een middel om geen (duidelijk) beleid te willen voeren een gehandicapte administratie is; enerzijds door het verminderen van het aantal ambtenaren op bepaalde sleuteldiensten, blijvende politisering voor leidende posities (wat men ook moge beweren!) en anderzijds door de veroudering van administratieve middelen.
Het verhaal van de provincies is politiek niet op te lossen op korte termijn. De discussie gaat op en af zoals het weer(bij mijn weten als sinds 1976- sinds de fusies van gemeenten,afschaffing federaties in Brusselse rand en oprichting van agglomeraties) zolang CD&V en SP.a ze als een brug naar en zuil voor hun achterban beschouwen terwijl het Open VLD goed uitkomt ze -althans op papier- af te schaffen. Hier past eenzelfde efficiëntie oefening op Vlaams niveau: welke administratief niveau kan best welke taken in de toekomst verder uitoefenen. Mij lijkt dat de regio’s Vlaanderen en Wallonië (en Brussel -waar het feitelijk reeds anders is) hier een veschilend standpunt zouden kunnen innemen.
Federalisme houdt onderaan niet op bij de regio’s en bovenaan niet bij het Belgisch niveau. Voor mij liefst een volledig plaatje van gemeente tot Europa.