Aan het einde van vorig schooljaar kregen de lagere scholen in Vlaanderen een brochure met de vernieuwde ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Deze doelen en eindtermen werden goedgekeurd door het Vlaamse parlement en zijn geschreven door talrijke achtergrondmedewerkers en al dan niet zelfverklaarde onderwijsspecialisten. Zitten er in het parlement of tussen die theoretici mensen met realistische en liefst recente onderwijservaring? Wellicht niet. In dat land der blinden wil zelfs een eenogige onderwijzer geen koning worden. Het resultaat is een surrealistische bundel die aantoont dat de lat van het kwaliteitsniveau of steeds lager gelegd wordt, in een droomwereld schittert of op wereldvreemde veronderstellingen berust.
In het moeras der vaagheid
Voor alle duidelijkheid: “Eindtermen voor het lager onderwijs zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. (…) Het bereiken van de eindtermen zal worden afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie.”
Noodzakelijk en bereikbaar voor het leerlingenpubliek van iedere school afzonderlijk. Benieuwd wat het minimum zoal is en of het een beetje meer mag zijn? Verlaat dan alle zekerheden en alle hoop op duidelijkheid. Of wat dacht u van het volgende?
“De leerlingen voelen zich veilig in het water en kunnen zwemmen.” Als dat geen nobel doel is! Wenst u het iets concreter? De brochure vermeldt als voorbeeld hierbij: “De leerlingen beheersen een zwemslag.” Zo eenvoudig is het leven: een zwemslag. Een persoonlijke variant van de vrije slag? De poedelslag? De kikvorsslag? Of met een Franse slag? Wie lang genoeg bovendrijft - afstanden blijken geen belang te hebben - voldoet aan de normen. Bestudeer je iets nauwkeuriger de Vlaamse wateren dan is dit allerminst een verrassing. Eén derde van de gemeenten heeft geen openbaar zwembad. Scholen die zich naar een buurgemeente - of nog verder - moeten verplaatsen, zien dat andere verschijnsel, de maximumfactuur (die oplegt dat lagere scholen maximum 60 euro schoolkosten per jaar aan de ouders mogen aanrekenen), snel sport- of cultuuractiviteiten schrappen. Een kind hoeft toch niet kennis te maken met een echte schouwburg?
En waarom slechts één jaar zwemmen gesubsidieerd wordt, is duidelijk: meer is te duur wegens een ontbrekende infrastructuur maar rijkelijk voldoende voor de minimumdoelen. Scholen in de nabijheid van de Nederlandse grens die hun toevlucht hebben gezocht in een buitenlands zwembad ontdekken andere normen: drijven, bepaalde afstanden zwemmen in verschillende afgewerkte slagen en kledingzwemmen. Kinderen moeten zich ook veilig kunnen voelen in het water wanneer ze per ongeluk in een vaart zouden belanden. Realistische veiligheid.
Een taalregister kiezen
We bladeren verder in de bundel eindtermen. In de inleiding van het Nederlands vinden we volgende boeiende gedachte: “Al heel vroeg is een kind bekwaam in een bepaalde situatie een taalregister te kiezen.” Dit is absoluut een positieve benadering. De ervaring leert dat wat vandaag mondigheid wordt genoemd, heel vaak eenvoudige ongemanierdheid is. Juist wegens het niet aangepaste taalregister.
Zowel voor Nederlands als voor Frans staat communicatie hoog in het vaandel. Wat ontdekken we dan wanneer het over zelfexpressie gaat? “Bij het uiting geven aan gevoelens, verwachtingen, emoties enz. wordt geen rekening gehouden met een publiek. Zelfexpressie in taal is veeleer een kwestie van attitude dan een kwestie van vaardigheid.”
Daarnaast lezen we evenwel dat elke tekst voor een bepaald publiek bedoeld is. Op het laagste niveau staan de teksten voor de jonge spreker zelf. Daarna volgen bekende en onbekende leeftijdsgenoten, bekende volwassenen en als hoogste een onbekend publiek. Waar het over taalexpressie gaat, is het laagste niveau dus al voldoende. Voor verdere info verwijst de brochure naar de site “De lat hoog voor talen”. Volgt u nog?
Wereldoriëntatie
Een derde voorbeeld van de laag- en vaagheid vindt men zeker binnen “WO domein Tijd”. WO staat voor wereldoriëntatie of werkelijkheidsonderricht. Geschiedenis is in Vlaanderen immers uit het lager onderwijs geschrapt. Wat moeten de leerlingen nog kennen van de historische tijd?
“De leerlingen kennen de grote periodes uit de geschiedenis en ze kunnen duidelijke historische elementen in hun omgeving en belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken, situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdsband.”
Enkele bladzijden vroeger werd gesteld dat de geschiedenisindeling beperkt blijft tot vier periodes: Prehistorie/oudheid, Middeleeuwen, Nieuwe Tijden en Onze Tijd. Deze indeling laat volgens de brochure immers ruimte over voor zowel nadere specificering als voor vergelijking met andere culturen en tijdsrekeningen. Je zou haast spontaan beginnen applaudiseren. Helaas heb je om verschillen te ontdekken een basis aan zelfkennis, kennis van de eigen cultuur en geschiedenis nodig. Als het onderwijs het niet tot haar taak rekent om deze kennis en inzichten mee op te bouwen, waar halen de meeste kinderen dit dan vandaan? Valt dit als het manna uit de hemel?
Geen enkele ernstige burger is verbaasd dat er rondom ons cursussen eigen cultuurgeschiedenis worden georganiseerd. Die noodzakelijke achtergrond om taal, beelden, gebeurtenissen, verhalen minimaal te kunnen kaderen en duiden, worden hier niet tot de basis(school)inhoud gerekend. In die vaagheid is het niet moeilijk om het noorden te verliezen.
Dolend in de mist
Hoe is het onderwijs in zo’n erwtensoepdikke mist beland? Een van de ontegensprekelijke oorzaken van de ondefinieerbare snert is de actuele modieuze koorts van de geïntegreerde levensechte schoolaanpak. Thema’s en onderwerpen mogen dan in een leuke eenheidsverpakking zitten, de inhoud is voor de meeste leerlingen een catastrofe.
Topper van dit gebeuren is het leergebied wereldoriëntatie (WO). Dit bevat zes domeinen - natuur, techniek, mens, maatschappij, tijd en ruimte - die liefst niet beschouwd worden als zes leergebieden. Het magische woord is “multiperspectiviteit”. Bekijk liever alles vanuit verschillende invalshoeken en de leerlingen gaan ontdekken hoe alles in elkaar haakt, elkaar beïnvloedt en hoe daarin brongebruik een essentiële vaardigheid is die weerom op alle domeinen van toepassing is.
Mooi, denk je dan. De sterkere leerlingen zullen zo’n benadering appreciëren. Helaas gaat dit aan 75 % van de kinderen voorbij. Hoe zullen zij ooit wijzer worden in deze chaos? Ze hebben nooit een referentiekader aangeleerd gekregen die als kapstok voor die losse flodders informatie kan dienen. Ondertussen vermeldt de onderwijsbrochure met eindtermen, visie en achtergrond dat binnen WO bronnen beoordelen een logische vaardigheid wordt. Logisch? Zonder fundament dreigen de bronnen voor de meerderheid een martelend doolhof te worden. Kennen, instuderen, geheugentraining: die activiteiten ruiken te sterk naar kindonvriendelijke bezigheden.
Wiskunde
Deze aanpak is geen exclusiviteit voor WO. Ook de wiskunde lijdt daaronder. Betekenisvol en realistisch loopt alles in de soep. In één les krijg je een hap getallenkennis, een brok metend rekenen en een saus bewerkingen. Dit is de regel, geen uitzondering. Opnieuw: wiskundeknobbels verwerken dit. De anderen zwoegen, krijgen terloops extra toelichting en ontberen vooral de tijd om nieuwe technieken en methodes werkelijk in te oefenen tot de kennis of het inzicht zich heeft vastgezet. Dat deze aanpak op zijn minst rampzalig is, ontdek je nu zelfs via de rinkelende kassa van de uitgevers. Als je mag veronderstellen dat een nieuwe methode uitwerken (zelfs als deze gebaseerd is op een bestaande Nederlandse uitgave) toch enkele jaren in beslag neemt, en je merkt dat na amper vijf jaar een uitgever zo’n geïntegreerde methode vernieuwt (lees: herorganiseert), dan ruikt dit potje verdacht. Is het edelmoedig dat de uitgever een eerste proefjaar alle materialen gratis ter beschikking stelt? Schijn bedriegt. Niets gratis. Te betalen met uitstel. Schaamte? Blijkbaar niet. Met een grijnslach naar de kassa om de onderwijswereld die deze stinkende schande slikt.
Iets minder geurend, maar zeker niet helderder, is de taalbeschouwing. Het kan niet de bedoeling zijn om kinderen lastig te vallen met de zinsontleding van de onwaarschijnlijkste, kreupele en dubieuze zinnen. Of dat wil zeggen dat de taalbeschouwelijke begrippen rond een zin moeten beperkt blijven tot de termen zinsdeel, onderwerp, persoonsvorm en woordgroep? Dat lijkt opnieuw een erg zuinig minimumdoel. Toch is dat zo voor het Nederlands.
Hilarisch, of om te huilen, is de situatie wanneer dezelfde bundel vermeldt dat voor het vak Frans de leerlingen bezittelijke voornaamwoorden functioneel kunnen hanteren. Mag men veronderstellen dat zelfs zonder echte grammaticalessen (want zo goed als verboden) enige verklaring over het gebruik van die bezittelijke voornaamwoorden als nuttig en leerrijk zal worden ervaren? Probeer dat eens wanneer het begrip voornaamwoord voor het vak Nederlands geschrapt is.
Leer ons iets!
Een ander onderdeel in dit drijfzand is het verschijnsel “zelfstandig werk, contractwerk, groepswerk” in al haar varianten en benamingen. Ach, zonder discussie is zelfstandig en in groep kunnen werken een noodzakelijke sociale vaardigheid. Bedenkelijker als je ontdekt dat zo’n eerder vermelde wiskunde-aanpak twee derde van de lessen klasseert onder zelfstandig werk. Wat is het rendement van deze allicht goedbedoelde bezigheidstherapie als je het aantal uren in overweging neemt? In de hoogste jaren middelbaar onderwijs weerklinkt de vraag jaar na jaar duidelijker: “Geef ons alstublieft les! Leer ons iets! We hebben een schoolloopbaan en een buik vol van dat groepswerk, van het profitartiaat van de ene en het zweet van andere maar steeds dezelfde plichtsbewuste slachtoffers.” En heel wat begeleidende ouders hebben daarbij voldoende punten verdiend om een eigen rapport te krijgen. Als studie na studie bevestigt dat de slaagkansen in de Vlaamse middelbare scholen zeer sterk afhangen van de opleiding en omkadering van de ouders, dan vraag je je ongerust af wat de zorg voor zwakkere leerlingen voorstelt.
Leer ons iets! Waar is trouwens in dat “zelfstandig werk” alle didactiek gebleven? Is men in dit onderwijs waar alles leuk moet zijn, vol moetjes en magjes, waar het vooral niet te veel moeite mag kosten, niet vaak de kernactiviteit uit het oog verloren? Een basisonderwijs moet een basis leggen, zo stevig dat gebouwd kan worden op de parate kennis, op het geoefende geheugen, op de inzichten en op een gestart referentiekader. Mogen we dat nog van een gewoon basisonderwijs verwachten? Of is het niet meer dan een veronderstelling?
Het veronderstelde onderwijs
In de inleiding van het domein Nederlands lezen we dat kinderen, of ze nu thuis Standaardnederlands, tussentaal, dialect of een andere taal dan Nederlands spreken, met de specifieke schooltaal moeten leren omgaan. Dat is vlugger gesteld dan gerealiseerd. Bij een massa leerlingen, welke variant van het Nederlands ze ook spreken, leeft een gevoel van reeds kennen. “Wat we dag in dag uit spreken, dat kennen we toch?” Nederlands verwordt zo tot een taalkundige valse vriend. Bovendien trappen leerkrachten massaal in dezelfde val. Van instructies in andere vakken tot specifieke leesopdrachten voor het vak Nederlands gaat men er te algemeen van uit dat het meegedeelde begrepen wordt. De resultaten van studies rond leerlingen met het Nederlands als tweede taal tonen helaas dat wantrouwen met betrekking tot het begrip de enige juiste houding is. Hoe vaak begrijpt iemand een mededeling niet omwille van de taal? Welke woorden of formuleringen - zelfs in de lesmethodes - overstijgen het begrip? Wie daarvoor alert is, wordt constant verrast door wat leerlingen vragen. Maar die leerlingen moeten eerst ervaren dat wat ze niet vragen aan hen ter verklaring kan voorgelegd worden. Kinderen moeten attitudes en strategieën ontwikkelen om goede taalgebruikers te worden, stelt dezelfde inleiding. Het zou al een stap in de goede richting zijn als de leerkrachten op die wantrouwende attitude zouden verderbouwen.
Een even vanzelfsprekende fantasie is de verwachting die geschetst wordt rondom het omgaan met schrijven en spelling. Een minimumdoel heet dat de leerlingen in hun geschreven teksten algemene regels als werkwoordvorming toepassen en de bereidheid ontwikkelen om hun werk spontaan na te lezen en bewust te reflecteren op hun taalgebruik. Als dat een minimum is, ben ik een tevreden mens! Ik ben er inderdaad van overtuigd dat de werkwoordvorming niet zo’n lastig punt is in de taal. Een heikel punt omdat het om de houding gaat. Lange tijden waren foute werkwoordvormen onvergeeflijk. Vandaag mag je van geluk spreken als je op hoger onderwijsniveau foutloze lesvoorbereidingen krijgt. Sinds alle studierichtingen steeds luider gelijkwaardig worden genoemd, en men er niet meer bij durft stellen dat wat achtergrond betreft er toch een verschil zou kunnen bestaan, lijkt men niet langer te durven eisen dat studenten die een jaar later zelf die inhoud in de klas moeten onderwijzen, die spellingregels kunnen toepassen. Of daarvoor een veilige attitude aannemen.
Als dat niet kan binnen een moedertaal, hoe hilarisch klinkt het dan dat het Vlaams Ministerie van Onderwijs verwacht dat leerlingen op het einde van hun secundair onderwijs ten minste vlot en vloeiend twee vreemde talen beheersen. Het zal bestaan in deze tijden waarin Franstaligen die Nederlands spreken steeds meer moeite hebben met Vlamingen die het Standaardnederlands hebben ingeruild voor een dialect of streektaal. Of valt het Nederlands reeds onder die twee vreemde talen?
Een basis waarop kan gebouwd worden
Het basisonderwijs veronderstelt een basis te vormen waarop kan worden gebouwd. Zou men dan niet beter ernstig nadenken wat de kernactiviteiten zouden moeten zijn? We lezen dat hoofdrekenen en schatten fundamentele wiskundige basiscompetenties zijn. Onmiddellijk en correct de tafels van vermenigvuldiging en deeltafels tot 10 hanteren. Het is geen grap: wie vandaag een klas aan het einde van een lagere schoolcarrière stil wenst te krijgen, vrage gewoon hoeveel 7 maal 8 is. Automatisering en memoriseren passen niet echt in een onderwijs waarin alles leuk moet zijn. Moeite is een vervelend verschijnsel. Wie heeft er ooit durven veronderstellen dat de verleuking de basiskennis zou ten goede komen? Denk bij die basiskennis niet alleen aan wiskunde maar eenvoudigweg aan alles wat met parate kennis en referentiekader te maken heeft.
Vaardigheden op het vlak van ICT zullen minder moeite kosten om te verwerven en zoals de brochure stelt vaker buiten de school verworven worden. Het onderwijs moet die vaardigheden aanreiken die de lerende in staat stellen om in de toekomst en buiten de school bepaalde taken op een effectieve, vaardige en creatieve manier uit te voeren. Opgemerkt wordt dat niet alle leerlingen in staat zijn dat allemaal buiten de school te verwerven. Zorg past in het onderwijs. Gelukkig. Een absolute basisvaardigheid om vlot en vaardig te kunnen werken, lijkt mij kunnen typen. Geen woord daarover binnen de eindtermen. Of veronderstelt men dat dezelfde kwetsbare groep typlessen op de vrije markt kan volgen? Dàt zal zeer snel boven heel wat gezins-maximum-facturen vallen. Wil of durft men daar geen basispunt van maken?
Geprezen zijn de vliegende inspecteursbrigades die in een doorlichting de scholen op de ware kern van de eindtermen komen onderzoeken. Vaak valt niet te discussiëren over de kernitems waarmee ze op pad gestuurd zijn. Minimumdoelen zijn heilig: minimum is vaak geen argument om te beweren dat een ruimer aanbod voor vele leerlingen uitdagend logisch lijkt.
Het noorden kwijt
Kunnen de geïntegreerde methodes of de WO-potpourri ter discussie gesteld worden? Dat is afhankelijk van de inspecteur in kwestie. Binnen de inspectie overleven hier en daar zelfstandige, kritische geesten. Toegegeven: uiteindelijk probeert de onderwijsoverheid toch één onverbiddelijk rechte lijn te trekken. Wanneer het resultaat van de doorlichting mee bepaald wordt door de samenstelling van de teams, dan is het systeem helaas weer niet meer dan van een veronderstelde objectiviteit.
Hopelijk volgt snel een nieuwe informatiebrochure met ontwikkelingsdoelen en eindtermen die de vaagheid, de mist en de veronderstellingen overstijgen en basiskwaliteit boven chronische modegrillen en trends durft plaatsen. De kwaliteit van het Vlaamse onderwijs: laat ons maar een poosje niet te hoog van de toren blazen. Voor wie het nog niet weet: aan de hand van de zonnestand of een kompas in de werkelijkheid het noorden bepalen is wel degelijk een eindterm. Letterlijk. Voor de leerlingen.
Jef Boden
(Jef Boden is leraar in het lager onderwijs)
@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus - mod






24/08/2010 om 11:54
Proficiat, toch iemand die het hardop durft zeggen. Ter aanvulling, in Nederland bestaat al enige tijd een vereniging van misnoegde (niet om de wedde, maar wèl omwille van de verloedering van het onderwijsstelsel) leraars, die proberen aan de kar te trekken. Zij eisen ondermeer: het herinstellen van vakonderwijs, klassikaal (met stabiele klasgroepen) georganiseerd, het herinvoeren van gedoceerde lessen en het afvoeren van de vele (groeps)werkjes, het verwijderen van managers uit de directies en het verwijderen van marketing denken (de leerling is klant), het durven aanbieden van moeilijke(re) leerpakketten en het durven en mogen eisen van de leerlingen dat zij leerattitudes, zelfdiscipline en kennis verwerven. Deze eisen zijn gebaseerd op studies die aantonen dat “de lat lager leggen” ten nadele is van de leerlingen uit zwakkere sociale groepen, kortom dat dat precies het omgekeerde is van “democratisering van het onderwijs”. Hoog tijd, denk ik op basis van eigen ervaring in het middelbaar onderwijs en aan de universiteit, dat ook in Vlaanderen dergelijke beweging wordt opgestart. Ik doe mee met dergelijk initiatief, als het er mocht komen. Met de meeste hoogachting, A. Vrijdaghs
24/08/2010 om 12:15
Bravo voor Jef Boden. Toen ik drie jaar geleden uit het oderwijs stapte, voelde in het schoolgebeuren aan als ‘fit en fun’. Als het maar leuk was…inhoud kwam niet steeds meer op de eerste plaats. Jef, bravo, je legt de vinger op de wonde…nu nog de brede massa leerkrachten en …begeleiders…inspecteurs…e.a. meekrijgen en we staan weer waar we moeten staan…degelijk, inhoudelijk onderwijs…aanreiken van kapstokken; achtergrond enz…
24/08/2010 om 12:19
Geachte,
Ik heb met genoegen uw opstel gelezen. U slaat spijkers met koppen.
Wellicht zal u niet zoveel antwoorden krijgen op uw bericht. Het vergt enige vorm van inspanning om het te lezen en te begrijpen.
Het onderwerp “bent u voor of tegen ?” is eenvoudiger en ligt meer in de markt.
Of latijnse spreuken.
Met vriendelijke groeten, of iets moderner Mvg
24/08/2010 om 12:24
Dat er allerlei zaken fout lopen in het onderwijs, besef ik maar al te goed. Ik ga echter niet akkoord dat de minimum-eisen verstrengd moeten worden. Wel is er meer nood aan persoonlijke begeleiding van kinderen in wat zij interessant vinden. Waarom zouden we alle leerlingen lastigvallen met duizenden lesuren wiskunde, wanneer uiteindelijk slechts enkele procenten van de bevolking dagelijks met wiskunde in aanraking komt.
Wat mij dus stoort, is niet de lage minimum-eisen, maar eerder het gebrek aan individuele inbreng. Zelfs in methode-scholen zoals Freinet is hier te weinig aandacht voor. Zolang je met groepen van 20 kinderen of meer zit, moet je tot op bepaalde hoogte steeds met het gemiddelde werken (of net daaronder). Geef kinderen de kans hun talenten te ontwikkelen wanneer ze daar klaar voor zijn (wie haalt het in godsnaam in zijn hoofd dat elk kind op dezelfde leeftijd dezelfde vaardigheden en interesses moet hebben ten aanstaan van wiskunde, lezen, schrijven,…).
Wie echt buiten de vastgeroeste hokjes in het onderwijs denkt, komt automatisch terecht bij huisonderwijs, eventueel bij enkele niet-gesubsidieerde scholen (zie bvb de Sudbury scholen in Brussel, Gent en Antwerpen).
24/08/2010 om 12:37
Toch een kortzichtige opinie. Kijk naar het leerplan van 1936, dat veel verder ging in de integratie van leerdomeinen, en het katholieke leerprogramma dat daarop volgde (en waarin de term ‘werkelijkheidsonderricht’ werd geïntroduceerd - het huidige WO is wereldoriëntatie). ‘Vroeger was het beter’ is niet juist, en in deze context zelfs een vreemd argument.
Eindtermen (en leerdoelen) zeggen niet wat er geleerd moet worden, of hoe, wel wat de minimale verwachtingen van de overheid zijn - kledingzwemmen en een ‘canon van historische figuren’ lijken me dan toch echt wel te ver te gaan, laat dat toch over aan de man of vrouw in de klas. Hier vind ik het Nederlandse model niet echt beter. Kwalijker lijkt me dat weel uitgeverijen hun methoden nogal slaafs baseren op de eindtermen.
Bovendien hebben ze een eerder ambigu statuut: ja, ze moeten gehaald worden en zijn een stok achter de deur bij doorlichting, maar tegelijk zijn ze een ideaaltypische voorstelling, zelfs al betreft het ‘maar’ minima, die lang niet overal en altijd gehaald worden.
24/08/2010 om 12:39
+1
Daar kan weinig meer aan toegevoegd worden behalve dat u gelijk hebt.
En ik hoop dat er vlug wat beterschap komt want hoogtechnologische samenlevingen houdt men niet in stand met een horde quasi-ongeletterden.
24/08/2010 om 12:46
Geachte,
Ook ik deel uw mening volkomen en ben ook bezorgt over het leerplan dat mijn 8-jarig zoontje moet (mag?) volgen.
Zelf heb ik als 40-tiger nog genoten van het traditioneel basisonderwijs en een klassieke humaniora-opleiding.
Op geregelde tijdstippen geef ik nog wat beperkt bijles wiskunde aan mijn grotere nichten en neven die zich ergens halfweg hun middelbare opleiding bevinden.
Daarbij moet ik dan ook elke keer vaststellen dat ze om uitleg komen vragen over bepaalde wiskundige oefeningen zonder ook maar enige notie te hebben van de theoretische achtergrond van deze oefeningen.
En elke keer krijg ik hetzelfde antwoord op mijn vraag hoe het met de theorie zit, namelijk dat ze die niet hoeven te kennen op enkele broodnodige formules na. Maar de opbouw van zo’n formule behoort niet meer tot de parate kennis.
Ik vraag mij dan ook telkens weer af wat het nut van dergelijke wiskunde-opleiding dan nog is!
In ‘onze tijd’ had je als vervanger van het klassieke onderwijs het beruchte ‘VSO’ waarin de eerste beginselen van meer ‘vrijheid’ in het leerpakket vervat zaten.
Daarna zijn er nog een aantal varianten gekomen op dit VSO om terug uit het kluwen van opleidingsmogelijkheden en deftige studierichting te filteren.
Maar ik ben ervan overtuigd dat men sinds toen een verkeerde weg is ingeslagen.
Ik hoop dan ook dat uw bericht zijn weg vindt tot bij alle bevoegde instanties en dat er een omgekeerde beweging wordt ingezet ten bate van onze opgroeiende jeugd.
Bedankt daarom voor uw bijdrage.
mvg
Wim
24/08/2010 om 12:53
lees de regels - mod
24/08/2010 om 13:19
lees de regels (bis) - mod
24/08/2010 om 13:38
Geachte,
Ik heb eenzelfde ervaring als ouder van drie kinderen waarvan de oudste net is afgestudeerd (in de lagere school). Het verdwijnen van kwaliteit en kennis wordt bewezen door de brieven die we de voorbije zomer van hun hebben gekregen: een (pijnlijk) gebrek aan inzicht in de Nederlandse taal vertoont zich.
Het voorbeeld dat je geeft om een klas stil te krijgen kent zijn verlengde tijdens de voorbije vakantie in de volgende vraag: je krijgt € 30 mee en het kost € 24,37, hoeveel moet je terug krijgen? Na lang aandringen (en nadenken) komt het antwoord.
Het mag blijkbaar niet meer moeilijk zijn.
Ik deel dan ook de hoop van Wim dat uw bericht zijn weg naar de bevoegde instanties vindt. Misschien moet je hem met al de reacties tegen het einde van de week doorsturen.
Hoogachtend,
Bart
24/08/2010 om 13:56
Beste,
ik erger me nu al regelmatig aan “de jeugd” die niet kan hoofdrekenen of benaderend rekenen, en voor iedere berekening de GSM of het rekenmachientje moet bovenhalen.
Ik stoor me regelmatig aan het schabouwelijk Nederlands dat geschreven en gesproken wordt. In chat en SMS mag het inderdaad wat losser, en mag wat mij betreft fonetisch geschreven worden; daar primeert de snelheid van de communicatie. Maar als je de taalfouten ziet in alle Facebook-groepen en aanverwanten, dan val je wel van je stoel. Om nog maar te zwijgen over de taalfouten in elke andere vorm van communicatie (eindwerken en sollicitatiebrieven op kop).
Ik vind het verschrikkelijk dat een 18-jarige aan het eind van z’n ASO-opleiding niet in staat is de weg te vragen in het Frans. Een 15-jarige zou dit al moeten kunnen.
Is het niet schandalig dat een jongere bijna een minuut nodig heeft om een horloge met wijzerplaat af te lezen, of het soms gewoon niet kan…
Maar als ik dit zo lees, gaat het er niet op beteren, integendeel! Ik kan precies maar beter de zogenaamde “D-cursus” gaan volgen; zodat ik later m’n kinderen zelf kan onderwijzen. Of een privé-school oprichten, waar de lat een pak hoger zal liggen dan deze van de minimumdoelstellingen. Want een kind van 12 dat juist voldoet voor ieder van deze minimumdoelstellingen, daar kan je volgens mij niet veel mee aanvangen…
24/08/2010 om 14:01
WAW! Dit artikel zet aan tot denken!
24/08/2010 om 14:25
Enkele maanden geleden was ik op een congres in Australië dat handelde over onderwijs in verpleegkunde. Daar werd door sprekers van vrijwel alle continenten gesteld dat de rekenvaardigheden (zoals de regel van drie) van studenten verpleegkunde ondermaats zijn. Dat zal dan ook wel gelden voor andere terreinen zoals taal en algemene kennis. Dit wijst op een werldwijde achteruitgang van het onderwijs, vanaf het lager tot het hoger.
Deze gebreken hebben praktische consequenties: wie wil de zorgen van iemand die niet weet hoe hij/zij een dosering moet berekenen van de in te spuiten medicatie??? Dat deze achteruitgang wereld wijd is ontslaat geen enkele overheid / inrichtende macht van de verplichting een behoorlijk onderwijs systeem op te zetten. Ikzelf beschouw me gelukkig omdat ik een brede en “zware” vooropleiding heb gehad zodat ik me in veel wetenschappelijke terreinen vrij kan bewegen, maar ik vrees voor de toekomast van mijn kind dat juist 2 jaar geworden is. Thuishouden maar en zelf scholing geven?
24/08/2010 om 14:32
lees de regels - mod
24/08/2010 om 14:54
Soms is het inderdaad te gek voor woorden wat sommige “onderwijsexperts” poneren, zoals bijvoorbeeld dat men een vreemde taal kan leren net zoals men zijn moedertaal geleerd heeft: gewoon door ernaar te luisteren (via tv, muziek, games, internet…).
Les in die vreemde taal kan zich dan beperken tot het lezen van wat korte (gemiddeld 10 regels) stukjes en het invullen van enkele woorden in een (opgeleukt want appellerend aan de jongerencultuur) werkboek. Mijn haren rezen ervan ten berge, maar mijn gelijk haalde ik niet, integendeel.
Op het overzicht van de examenleerstof (met als rode draad dat men iets over zichzelf moest kunnen vertellen) gaf de leerkracht het volgende voorbeeld: my parents where (sic) teachers. Ga er maar aan staan als ouder!
U heeft mij alleszins een ongelooflijk hart onder de riem gestoken!
24/08/2010 om 15:07
Ik vraag me af wie er eigenlijk het noorden kwijt is: het Vlaamse Onderwijs, dan wel een (helaas groot) aantal leraren, onderwijzers, die in het bos van eindtermen (en inherente onverwijsvernieuwingen) de bomen niet meer zien.
De uiteenzetting van Jef Boden is helaas veel te lang om in detail elk element te bespreken. Maar het loont wel de moeite om op een aantal grote misverstanden in te gaan:
Kunnen omgaan met verschillende taalregisters: de situatie die beschreven wordt is net een voorbeeld van kinderen/jongeren die zich niet bewust zijn van het register waarin zij communiceren en daardoor er niet in slagen hun boodschap te doen overkomen. Het is een complex en langlopend leerproces om via reflectie op het eigen taalgebruik, bewust te worden van die verschillende registers en van het bewust leren hanteren ervan. Het komt natuurlijk ook voor dat leerlingen die zich niet aangesproken weten op school,zeer bewust-bij wijze van stil protest- een taal hanteren die “niet past” in de situatie. Soms moet negatieve energie ook een uitweg krijgen die niet al te veel schade berokkent.
Wereldoriëntatie: kunnen vergelijken van historische en actuele culturele verschillen.
De auteur gaat ervan uit dat de eindtermen WO-Tijd (en c.q. de anderen WO-domeinen) geen belang hechten aan het opbouwen van (kennis-)referentiekaders. Het opbouwen (mentaal, in het eigen denkvermogen) van een tijdslijn, heeft net als bedoeling om een stevige basis te leggen, waarin historische gegevens (feiten, data, …) een kader krijgen waarmee kinderen/jongeren geleidelijk aan leren historische verbanden te leggen. Als je mij vraagt: dit zijn eindtermen die hoog mikken ! Het kunnen vergelijken met andere culturen/historische tijden is uiteindelijk één van de vormen waarin kinderen helemaal op het einde van de basisopleiding de kans krijgen om dat historisch denkvermogen (met bijhorende noodzakelijke kennis) te gebruiken. Het is helemaal geen “lessenreeks” die op zich staat, maar een eindresultaat van een goed begeleid, goed onderbouwd en ondersteund leerproces waar meerdere jaren aan gewerkt is. Een leraar/ onderwijzer is een groep … om Wannes Vandevelde te parafraseren.
Groepswerk: Lees gewoon eens op wikipedia wat er met de term ‘coöperatief leren’ bedoeld wordt. Het gaat om een complexe onderwijsaanpak die ernaar streeft dat ALLE leerlingen, zwakke, sterke en all wie daar tussenin ligt, op een actieve manier participeren én hierbij van alles leren. Actief leren veronderstelt een zeer actieve leraar ! Goed voorbereide taken, zeer goede instructie (in een taal die elke leerling begrijpt!), goede ondersteuning op maat van elke leerling, …. en dat allemaal in een opbouwend proces waarbij leerlingen geleidelijk aan meer zelf sturen, voor zover ze daar al (een beetje) toe in staat zijn.
Trouwens: de ‘magistrale les’ waarbij de leraar zélf alles nog eens goed op een rijtje zet, de verbanden duidelijk maakt, aangeeft wat er essentieel is en wat eerder bijzaak is, etc. maakt integraal deel uit van dergelijke aanpak. Net zoals het (begeleid) leren reflecteren op de manier waarop dergelijke coöperatieve taken zijn aangepakt.
De auteur zegt het nergens expliciet, maar hij geeft me sterk de indruk dat hij maar al te graag zou willen terugkeren naar die goeie oude tijd, toen er gegarandeerd goede basiskennis werd meegegeven. En ja, bij wie werd die goede basis dan wel gelegd? Blijkbaar niet bij die grote massa leerlingen die achteraf in de zwakkere TSO en de verschillende BSO-opleidingen terecht kwamen !
De huidige eindtermen vragen zoveel méér dan die ‘basiskennis te bezitten’. Ze vragen om die kennis te gebruiken (sic! ) in contexten die voor de leerlingen voldoende betekenisvol zijn om te begrijpen wat ze aan het doen zijn. Dus: echt kennen, inzicht hebben om er ook gebruik van te kunnen maken!
De voorbeelden die de schrijver aanbrengt in verband met het onvoldoende beheersen van standaardtaal, door studenten aan hogescholen, toont juist het failliet aan van de traditionele vormen van taalonderwijs.
Ten slotte, in het betoog klinkt het alsof “vernieuwd onderwijs” gelijk staat aan opleuken, gezellig in de klas, etc… Ik wou dat het dikwijls leuk werken was in de klas ! Ik herinner voor mezelf veeleer een pak saaie momenten! Motivatie aanspreken, aanscherpen is zoveel méér dan alleen maar ‘opleuken’, gezellig klas maken. Het mag gerust ook uitdagend zijn, het beste in elke leerling naar boven brengend. Soms een volgehouden inspanning waar je achteraf fier op mag zijn. Dat is pas echt leuk !
Als een pak leraren het noorden kwijt geraakt zijn, dan heeft dat met veel verschillende redenen te maken. Niet in het minst, het feit dat de overheid een ’stille onderwijsvernieuwing’ heeft in gang gezet via de formulering van eindtermen die steeds meer gericht zijn op competent handelen, veeleer dan op wijsneuzerig kunnen debiteren van kennis. Het is aan begeleidingsdiensten om de didactische consequenties ervan binnen het lerarencorps te brengen. Hopelijk zijn die begeleiders zélf wel overtuigd van deze manier van effectief onderwijs maken, en weten ze dat ook binnen de schoolpraktijk tot leven te laten komen. Ook directies dragen hier een enorme verantwoordelijkheid.
Het was een zeer grote fout van de minister om de werking van het Steunpunt GOK lam te leggen(een jaar geleden). Vraag is waar vele (meestal goed menende) begeleiders nu hun mosterd halen.
Dit artikel gaat voorbij aan die honderden leraren op alle niveaus van ons onderwijs die elk jaar opnieuw proberen de lat hoog te leggen voor iedereen, voor taal zowel als voor wiskunde, WO, en allerlei muzische vormingen in het basisonderwijs, die breed vormend bezig zijn binnen verschillende vormen van secundair onderwijs. Zij zijn het die van ons Vlaams Onderwijs in de toekomst niet alleen de kampioen van de top-wiskundigen zullen maken, maar er mee zullen voor instaan dat kinderen uit sociaal zwakkere groepen, een basisopleiding zullen krijgen die hen in staat stelt volwaardig te participeren aan onze steeds ingewikkelder wordende samenleving.
24/08/2010 om 15:12
Zonder te willen veralgemenen -sommige scholen/leerkrachten zullen hun best nog wel doen om meer uit de kinderen te halen dan de minimum eindtermen- ik vind het niveau van het lagere onderwijs van vandaag ook bedroevend. Als leesmama bij een jaarlijkse schrijfwedstrijd in de lagere school van mijn oudste zie ik opstellen van vijfde- en zesde klassers die amper te begrijpen zijn door de ontelbare spellingsfouten. Het lijkt alsof er van uitgegaan wordt dat ze ‘later’ toch allemaal met een spellingcheck op hun laptop zullen werken.
24/08/2010 om 15:20
De verkleutering van het onderwijs is ook al op de ‘pedagogische hogescholen’ aan een niet te stoppen opmars bezig…
24/08/2010 om 15:22
lees de regels - mod
24/08/2010 om 16:44
Ik zal als leerkracht in het Beroepsonderwijs en het Deeltijds Onderwijs in het bijzonder, al heel blij zijn als het merendeel van mijn jongeren deze eindtermen voldoende kunnen beheersen. Dat zou mij al verlichten van een pak extra herhaling en werk om ze toch nog een kwalitatief goede opleiding aan te bieden. Men vergeet vaak dat er grote verschillen bestaan tussen jongeren wat betreft het beheersen van basisvaardigheden en basiskennis. De jongeren die voldoende strategieën hebben geleerd en verworven om nieuwe kennis en vaardigheden eigen te maken, zullen veel minder moeite hebben met het wat hoger leggen van de lat. Maar een lat kan je pas hoger leggen als men de basis al beheerst en rekening houdt met de kwaliteiten of de tekorten van de jongere zelf. Bovendien is het belangrijk progressief de lat hoger te leggen afhankelijk van de reeds verworven competenties en vaardigheden. Ik kan makkelijk, als leerkracht algemene vakken en wetenschappen de huidige leerstof die ik nu geef aan jongeren voor hun beroepsopleiding, aanbieden op een ASO-niveau waar enkel de besten nog kunnen volgen. Daar is helemaal geen kunst aan. Wat een goed leerkracht onderscheidt van een minder goede, is dat hij over de kunst, kennis en vaardigheid beschikt ook zijn zwakste schakels te blijven betrekken in het leerproces. Verstandige jongeren nieuwe ingewikkelde kennis aanleren is niet zo moeilijk. Maar ik ondervind vaak dat die zogenaamde verstandige jongeren het vaak moeilijker hebben om de theorie in de praktijk om te zetten. Uitleggen kunnen ze perfect, maar toepassen is wat anders. Vraag maar aan vele ASO-scholieren eens uit te leggen wat “kracht” is in de fysica, en de meeste raken niet verder dan het klassieke opdreunen van de formule F = m.a en kunnen zelfs geen of weinig voorbeelden geven uit het dagelijkse leven. Nog teveel laatstejaars ASO-ers (wetenschappen en wiskunde), waarvan verwacht wordt al wat te weten over differentialen en integralen, kunnen nauwelijks verantwoord een verband leggen met begrippen en grootheden uit de fysica. En ik ben nog geen enkele ASO jongere tegengekomen die de taaltest die ik elk jaar voorleg aan mijn jongeren, foutloos te maken. 95% is de hoogste score, maar die score hebben ook al 2 jongeren van het Deeltijds Onderwijs eens behaald op op de jaren dat ik die test afneem. Eentje daarvan kwam uit de eerste graad ASO en de andere van de 2de graad BSO. Tja, punten betekenen maar zoveel, als je die kan plaatsen in een ruimere context die verder gaat dan zuiver presteren en puntjes halen. De vraag durven stellen of de jongere met die kennis en kunde effectief wat aanvangt, is minstens zo belangrijk, dan alleen een mooi resultaat op een test kunnen presenteren. Dat is maar een vorm van evalueren van kennis en peilen naar vaardigheden. Zo kunnen ze misschien prachtige cijfers halen op de taaltest, maar nauwelijks in staat zijn, een goed verslag te maken op PC, een CV of een brief.
24/08/2010 om 16:59
Meneer Boden slaat ten gronde de bal mis door de schijn te wekken dat de eindtermen datgene zijn wat rechtstreeks de leidraad moet zijn van de leraren. Scholen moeten leerplannen indienen die aan die minimumnorm voldoen. Die leerplannen mogen gerust concreter en ambitieuzer zijn dan wat de eindtermen voorschrijven.
Ik vind dit in alle eerlijkheid niet meer dan een opinie van een leerkracht die zich een verkeerde voorstelling maakt van wat eindtermen zijn. Bovendien, als hij echt zijn zaak zou kennen, zou hij weten dat de onderwijsvrijheid niet toelaat eindtermen voor te schrijven van overheidswege die verder gaan dan het minimum, en dat in ons bestel dus de notie zit ingebakken dat schoolbesturen zelf op basis van het geheel van eindtermen en eigen doelstellingen komen tot een leerplan.
24/08/2010 om 17:01
Helaas is dit zeker niet enkel het geval in lagere scholen. Het onderwijs in Vlaanderen wordt steeds meer eenheidskoek, ik herken zelfs enkele eindtermen van het lagere onderwijs, die op de universiteit ook terugkomen.
Zoals ook de universiteiten klagen dat de jeugd geen zinnig woord kan schrijven en dus noodgedwongen vakken introduceert zoals “academisch schrijven” om je toch maar een notie te doen krijgen van hoe je nu een goede tekst samenstelt.
Er is echt niets mis met een degelijke basiskennis, integendeel, het komt je uiteindelijk ten goede! Laat de kinderen van tegenwoordig maar eens vloeken op historische feitjes of op de provincies van België, laat hen maar hun hersenen eens pijnigen bij het oplossen van een rekensom. En wat het taalkundige betreft, ik heb -integendeel zelfs- niets tegen het leren van een tweede en een derde taal, maar om die tweede en derde taal goed te kunnen leren heb je eerst wel de taalkundige basis nodig, en die kan je nu eenmaal het gemakkelijkste leren via de eigen taal, leer dus eerst een zin te ontleden in het Nederlands en dan pas in het Frans.
En natuurlijk is het niet zo dat we de kinderen aan hun lot hoeven over te laten, geef diegenen die het nodig hebben de juiste ondersteuning en ze komen er ook wel.
Het laatste dat mij alsook ergert is het gebrek aan respect voor leraars, de eigen mening uitten wordt zo stilaan een vermaning naar de leerkracht, een kind moet ook leren anderen te respecteren en te leren dat ze naar school komen om te leren en niet om te spelen.
dit artikel is een goede aanzet tot debat over het onderwijssysteem, ik zeg niet dat het ronduit slecht is maar sommige dingen kunnen écht wel beter.
24/08/2010 om 17:04
Prima analyse !
24/08/2010 om 17:04
Is dat even schrikken zeg! Gaan we de Amerikaanse toer op of wat? Ongeveer goed is al goed genoeg lijkt het. Ik dacht dat de eindtermen moesten dienen om het onderwijsniveau verder op te krikken. Niet dus.
Ach wat wilt ge met politici die goed bestuur verstaan als goed (en lief) voor iedereen en niet als goed voor het resultaat. Hoog tijd dat ook niet-juristen en niet-pol-en soccers zich voor politiek op niveau beginnen te interesseren.
24/08/2010 om 17:22
Waar geeft de Heer Boden les ?
24/08/2010 om 18:35
Tja, toen ik 50 jaar geleden uit het lager onderwijs (gemeenteschool Mooi-Bos Sint Pieters Woluwe) kwam, kon ik optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, de regel van 3, een -9proef, vierkantswortels,… Ik kon vlot lezen en zonder fouten schrijven, opstellen en voordragen. Ik kon me zowel in het Nederlands als in het Frans uitdrukken, ik kende onze vaderlandse geschiedenis en de geografie van ons land en ik kon zwemmen. … zoals al mijn klasgenootjes.
Wat is dat lang geleden.
24/08/2010 om 18:38
Geachte,
Je klaagt over vaagheid, onduidelijkheid, je waant je in een mist of de eindtermen zijn als erwtensoep. Mag ik dan de mensen prijzen die de eindtermen hebben uitgewerkt. Want wat is er boeiender dan aan de slag te kunnen gaan met wat op het eerste zicht niet zo evident lijkt. Dat wat vraagt om een dubbele lezing opdat je tot inspiratie aangezet wordt. Ik ben van mening: “Zoveel er kinderen zijn zoveel mogelijke invullingen van de eindtermen zullen er zijn. Alle kinderen verdienen een getuigschrift van het lager onderwijs (elk kind heeft recht op een volwaardige toekomst).” Dus als je vraagt om duidelijkheid, helderheid, klare hemel en om jouw logica verder te zetten, een heldere bouillon, komen we dan niet tot vaststaande zaken, normen, een lijstje van dit moet… Ja, we mogen kinderen een houvast bieden maar we moeten ze niet in een keurslijf stoppen. Geef kinderen vooral de nodige aandacht en liefde, zeer basale zaken maar niet zo evident in een maatschappij waar quota’s, regels, kwantificeerbare normen e.d. de bovenhand lijken te halen.
Laat ons, en ik ben ervan overtuigd dat ook u dit doet, het beste van elk kind naar boven halen en dit in een sfeer waarin het kind zich harmonieus kan ontwikkelen.
MD
24/08/2010 om 18:41
Ik persoonlijk heb die problemen niet echt ervaren. Op mijn school (secundair) was er toch een hoog niveau, toch in vgl met andere scholen in de streek. Dit werd pijnlijk bewezen toen een gebuisde klasgenoot het volgende jaar in precies dezelfde richting de eerste van zijn klas was. Ik veronderstel dat de directie die problemen al besefte en voor zichzelf de minimumvoorwaarden aanpaste. als ik met jongeren praat die nu nog secundair onderwijs volgen, schaam ik me soms in hun plaats. Sommigen weten niet hoeveel continenten er zijn, weten niet wat er in 1302 gebeurde of wanneer onze nationale feestdag is.
24/08/2010 om 19:02
Wim b: ” ik ben bezorgt”…. Moet men niet bezorgd met d schrijven????
24/08/2010 om 19:47
Dit artikel zal in onze leraarskamer een grote zucht van herkenning krijgen !!!!!
Basisonderwijs = basisvaardigheden, dus lezen, rekenen en schrijven….
Trouwens als gymleerkracht hanteer ik ook dit principe : geen spectaculaire sporten, geen eindeloze technische oefeningen maar lopen, springen, huppelen, klimmen, klauteren, werpen, vangen, springen, in diverse speelvormen.
Dat ik extra lessen speelplaatswerking inlas om hinkelen, touwtjespringen, elastiekspringen ed. AAN TE LEREN is een teken aan de wand. Niet alleen op cognitief vlak is er dringend een “back to basics” nodig….
24/08/2010 om 20:04
Laten we vooral het belang van onderwijs niet overschatten. Basisvaardigheden zijn belangrijk, zoals lezen, schrijven, taalkennis, rekenen. De rest is eigenlijk gewoon onzin. Wat je niet interesseert vergeet je meteen na het geleerd te hebben.
Hoeveel volwassenen kunnen nog een tweedegraadsvergelijking oplossen of kennen nog de stelling van Archimedes of weten wanneer keizer Karel geboren werd?
Allemaal ooit geleerd op school. Persoonlijke interesse is de belangrijkste basis voor kennis en studie.
Het lager en middelbaar onderwijs dient vooral om kinderen van straat te houden als de ouders werken en om de onderwijsgemeenschap bezig te houden. En soms wordt er iets nuttigs aangeleerd, maar heel vaak ook niet.
24/08/2010 om 20:17
@danielle:
mh, eeen vreemde taal leren op die manier is mogelijk (ik heb op dergelijke manier mijn engels geleerd, en dat is niet zo schabouwelijk als men zou denken) maar u hebt natuurlijk gelijk dat meer diepgaand onderricht in die taal eveneens nodig is. Dit ter verrijking van de woordenschap, het uitdiepen van de grammaticale kennis en verfijnen van de uitspraak. Maar het is en blijft mogelijk om een taal te leren op de manier die u eerst aanhaalde (ik zou zelfs durven stellen dat het veel vaker voorkomt dan men denkt).
Soit, ik vrees -zoals velen- dat een groot deel van de onderrichtende taak aan de ouders zal toekomen, wat dus maar weer het (pervers) effect verstrekt dat kinderen wiens ouders op zijn minst geïnteresseerd zijn (en vaak hoger opgeleid) betere kansen hebben in het onderwijs.
Misschien onze collectieve straf voor het feit dat we jarenlang de opvoeding van onze spruiten doorgeschoven hebben naar de scholen. De balans is er af.
24/08/2010 om 20:36
Een korte bedenking over de kwaliteit van wat in dit forum omschreven wordt als het traditioneel basisonderwijs en de klassieke humaniora-opleiding:
- het traditioneel basisonderwijs of het traditionele basisonderwijs;
- humaniora-opleiding of humanioraopleiding;
- ik ben bezorgt of ik ben bezorgd;
- de brieven van hun of de brieven van hen;
- …
Was het vroeger dan echt zoveel beter?
24/08/2010 om 21:02
Ter bevestiging nog even deze kleine ervaring van gisteren.
Aan een tankstation even de wagen vol getankt en dan nog iets aangekocht in het winkeltje
Bij de kassa bleek er een klein probleem te zijn, het rekenmachientje werkte plots niet meer.
Geen nood, even de twee bedragen optellen. Voor mezelf had ik reeds het sommetje gemaakt en 70 € in de hand want het zou net iets minder zijn.
Na een beetje geduld kwam de vriendelijke juffrouw tot de slotsom, 79,40 €. Ik was een beetje verbaast en dacht toch even dat ik een klein foutje gemaakt en of de bedragen verkeerd begrepen had. Toen ik haar berekenig even mocht controleren was het voor mij heel duidelijk dat ik het goed had ingeschat op 69,40€.
Tot mijn verbijstering moest ik nadien vaststellen dat de juffrouw nog tot 3 maal toe dezelfde optelfout maakte.
Toen we het dan samen optelde werd het voor haar duidelijk waar de fout zat en voelde ze zich zeer ongemakkelijk
Wij blijken ondertussen zo afhankelijk geworden van al die gadgets ,als ze ons in de steek laten zijn we hopeloos verloren. Waar is onze onafhankelijk gebleven?
24/08/2010 om 22:35
Als ( te vroeg gepensioneerd) onderwijzer kan ik vrijwel alles wat Jef Boden stelt, onderschrijven. Ik wil een beetje achtergrond schetsen van al de vernieuwingen in het onderwijs.Er is een grote beweging op gang gekomen die de ervaringswereld van de leerlingen wil vergroten. Deze beweging is al meer dan 20 jaren gaande vanuit een reële en positieve bekommernis; nl. door betrokkenheid in het onderwijsgebeuren te verhogen, zullen kinderen meer gemotiveerd zijn vanuit zichzelf allerlei vaardigheden en kennis te willen verwerven. Daarom groepswerk, zelfgekozen projecten, afwisselende leertaken, zelfstandig taken verwerken en de volgorde zelf kiezen enz. Men wil de zelfstandigheid en interesse van de leerling maximaal ontplooien zodat ‘het welbevinden’ van de leerling door eigen positieve ervaringen hoog wordt en blijft. De school als een leef- en ervaringsavontuur !
Het zijn nobele doelstellingen en ikzelf heb me daar met hart en ziel voor ingezet. Ook omdat ik het mensbeeld erachter steunde.
Het gaat hier om de humanistische filosofie van Carl Rogers, Gordon en Maslow die in de jaren zeventig en tachtig veel opgang maakten.
Gaandeweg heb ik echter vastgesteld dat vooral begaafde leerlingen van dergelijke onderwijsvorm genieten. Zij hebben de intelligentie om zichzelf te organiseren en de nieuwsgierigheid om zelfstandig te leren. Vele basisvaardigheden, structuren en inzichten rijpen bij hen vanzelf. Voor vele andere leerlingen is deze onderwijsvorm erg hoog gegrepen. Zij kunnen niet zelfstandig werken, verliezen hun tijd of interesse of krijgen niet de nodige tijd om basisvaardigheden en kennis te trainen die nodig zijn om moeilijkere zelfstandige taken op te lossen. De leerkracht moet zijn tijd verdelen tussen al de verschillende leergroepjes in de klas die elk op hun niveau aan taken werken. En zo krijgen kinderen die het nodig hebben te weinig aandacht. Klassikale lestijd wordt binnen deze benadering immers beperkt gehouden terwijl het juist deze methode is die het effectiefste is om kennis en vaardigheden door te geven en te trainen aan grote groepen.
Niet alle kinderen worden managers, professoren of minister. Vele jonge mensen zullen later in hun leven lang uitvoerende taken onder supervisie van een ander moeten uitvoeren…. En daarin gelukkig zijn ! Voor vele van die kinderen is het verdwijnen van het klassikale onderwijs en de regelmaat van een lesgebeuren dat basisvaardigheden oefende een ramp. Want er worden van hen dingen verlangd die ze niet kunnen opbrengen en ze krijgen niet de handvaten die nodig zijn om succesvol taken te vervullen. Wat ooit begon als een welgemeende poging om het ‘welbevinden’ (toverwoord binnen deze beweging !) te verhogen dreigt daardoor juist in zijn tegendeel te belanden; Jongeren die ontmoedigd afhaken, een laag zelfbeeld ontwikkelen en uiteindelijk achterstand oplopen die er niet had moeten zijn als ze wat meer gestructureerd onderwijs met de nadruk op basisvaardigheden hadden ontvangen.
Om dat euvel te verhelpen, wordt de lat van de vaardigheden en benodigde kennis steeds lager gelegd. En wat de eindtermen met hun minimumdoelstellingen betreft wordt het dan zo dat dit voor vele scholen uiteindelijk het maximumdoel wordt. Zodus worden spelling, grammatica, hoofdrekenen, schrijven, geschiedenis, natuurkennis en aardrijkskunde steeds minder belangrijk gevonden.
De oproep die in sommige middens sterker wordt: “Back to the basics !” is daarom geen signaal van nostalgie of bekrompenheid maar juist een teken van oprechte bekommernis om het welzijn en de betrokkenheid van alle leerlingen, nu en voor later als ze in de samenleving hun eigen weg moeten uitstippelen.
24/08/2010 om 22:43
Graag sluit ik me aan bij de opmerking van Jeroen. Was het vroeger dan echt zoveel beter?
Jeroen haalde al enkele fouten uit de vorige reacties.
Maar ook Stan. Stan kan misschien erg goed rekenen. Maar spelling lijkt daarentegen niet zo onmiddellijk zijn beste kant.
“Ik was verbaast” …. moet dat niet zijn: Ik was verbaasd?
“haar berekenig” …. moet dat niet zijn: haar berekening?
“Waar is onze onafhankelijk gebleven” …. moet dat niet zijn onafhankelijkheid?
Laat ons misschien allemaal maar beter iets meer bescheidenheid aan de dag leggen. En iets meer vertrouwen hebben in het huidige onderwijs en de diverse opvattingen.
Het was vroeger misschien allemaal wel anders, … maar beter?
Hoofdrekenen en bewerkingen, spelling, vlot lezen, enz… Inderdaad allemaal nog érg belangrijk. Maar ze komen vandaag in het onderwijs heus nog ruim aan bod hoor. Maar tegelijk trachten we de kinderen realistische oefeningen te geven (via een bewerking de prijs van enkele boodschappen te berekenen, een brief schrijven zonder fouten, een enquête invullen, een aangename tekst uit een recent kinderboek lezen, enz…
Wat meer verscheidenheid in ons leeraanbod kan echt geen kwaad. Ik merk dat mijn vier kinderen in hun schoolloopbaan toch heel wat hebben opgestoken en ben hun vele leerkrachten daar erg dankbaar om (al vrees ik dat ze inderdaad misschien de vierkantswortel niet kunnen vinden) ….
(de bescheiden mening van een 53-jarige onderwijzer uit het derde leerjaar)
24/08/2010 om 23:01
lees de regels - mod
25/08/2010 om 04:49
@ Stan : zouden we dezelfde denk- en telfout ook aan het maken zijn ivm de huidige communautaire problemen
(of zoek ik maar verbanden waar er geen zijn) ?
25/08/2010 om 06:59
Het onderwijs maakt de grote fout om het ‘heden’ (een zeer geïntegreerd, dynamisch en projectmatig ‘heden’) als basis te nemen voor educatie. Daarrond formuleert men graag prachtige theorieën en joekels van soms ‘labyrinth-achtig’ opgestelde teksten (zoals OVERAL in de Vlaamse administratie: VEEL en VEEL mooie woorden …)
Men moet de kinderen weer de basis echt AANLEREN (’ex cathedra’), zodat zij ervaren dat het heden uiteindelijk een gevolg is van het verleden. Dan zullen zij veel beter in staat zijn het heden te ‘duiden’ en er hun eigen weg in te vinden.
Wie bvb. zijn geschiedenis niet kent (ook een vorm van ‘basis’) zal in deze snel veranderende wereld snel het noorden kwijtraken, net als de opstellers van de eindtermen-tekst.
25/08/2010 om 08:06
Als leraar in het middelbare onderwijs geef ik het ondergewaardeerde vak aardrijkskunde.
Ik stel vast dat ik na nog maar 15 jaar lesgeven me stilaan eerder een veredelde kinderoppas voel dan een kennisleraar.
Ik moet agenda’s nakijken, boekentassen controleren, letten op bijwerkingen van medicatie en dat doorspelen aan medewerkers allerhande. Ik heb meer werkvormen dan leerstof en als ik me er vragen bij stel, krijg ik vaak te horen dat ik niet geef om de kinderen die me zijn toevertrouwd?
Ik vond het welletjes en noteerde het één en ander in een boek, dat eerdaags op de markt komt. De website met wat voorsmaakjes kan u vinden in bovenstaande link.
MvG
Marc Bellinkx,
een geograaf met een tikkeltje meer..
25/08/2010 om 09:22
lees de regels - mod
25/08/2010 om 09:23
lees de regels - mod
25/08/2010 om 09:35
@bernard
Het is zoals met het grapje dat ik vroeger hoorde maken over het verschil tussen een burgerlijk en een industrieel ingenieur: beiden bouwen een brug, de brug van de industrieel blijft staan maar hij weet niet waarom. De brug van de burgerlijk ingenieur valt in, maar hij weet wel waarom.
25/08/2010 om 09:35
Hoe je het nu draait of keert: alles hangt af van de school waarop je kind zit, de omkadering die deze school biedt en de concerte invulling die aan de doelstellingen wordt gegeven.
Ikzelf heb het geluk mijn kinderen naar een school te kunnen sturen waar extra omkadering is zowel voor de achter- als vooroplopers. Daarnaast wordt een goed evenwicht nagestreefd tussen “klassieke” en “hedendaagse” onderwijsconcepten. Iets van buiten leren, theorie en (formule)deductie zijn er geen taboes, evenmin als geïntegreerde thema’s en groepwerk.
Dus beste ouders: spendeer voldoen aandacht aan je schoolkeuze. Deze is alles bepalend, los van welke plannen en doelstellingen dan ook.
Nog een opmerking in de marge. Ik heb vanuit mijn managentachtergrond altijd ingelepeld gekregen dat goede doelstellingen SMART (Specific, Measurable, Attainable, Realistic, Timely) moeten zijn. Ik vrees dat dit principe bij vele beleidsmakers nog niet is doorgesijpeld.
25/08/2010 om 09:47
Beste Jef,
Jouw artikel stemt inderdaad tot nadenken. Maar na een eerste lezing sluit ik me toch nog het liefst aan bij de reactie van de heer P. Stubbe. Ik vrees dat een aantal dingen door elkaar gehaald worden. Ja we mogen en moeten meer van onze kinderen verwachten. En dat doe jij ongetwijfeld al jaren aan een stuk. Ik zie echter niet waarin deze eindtermen jouw daarin verhinderen. Het is een minimum. Het minste voor iedere leerling. Het spreekt voor zich dat we naar het hoogst haalbare voor elke leerling streven. Wat wij verwachten van leerlingen bepaalt immers grotendeels hoe wij met hen omgaan en voor een deel de effectieve prestaties. Durf veel verwachten, handel ernaar en de leerlingen zullen beter presteren.
Wel jammer dat je rond coöperatief leren zo uithaalt. Zoals je het nu beschrijft hoor ik je de valkuilen van het groepswerk opsommen, terwijl structureel coöperatief leren juist die valkuilen ontwijkt. (a.d.h.v. de G.I.P.S. principes) en een hoger leerrendement voor elke leerling beaamt.
Jef, je was destijds een voortrekker voor het (gezellige) Contactsleutels. Daarin zag je duidelijk wel de link tussen klimaat en leren. Laat deze eindtermen je niet ontmoedigen. Maar blijf zoeken naar een evenwicht tussen wat jij belangrijk vindt en wat op je pad komt aan vernieuwingen. Maar scheid (is dat met T meester?) het kaf van het koren. Warme groeten van een oude kennis.
25/08/2010 om 09:57
Ik vind dat er heel veel mensen op dit forum één voorbeeld uitvergroten tot “iedereen doet dit nu in de maatschappij”. Velen onder ons veralgemenen graag en krijgen zo een foutieve indruk van hoe het eigenlijk wel zit. Zelf stel ik in mijn lessen (ASO) hoge eisen aan mijn leerlingen op een speelse manier. Ik probeer hun te boeien met leuke lessen, maar mét inhoud. Toetsen en examens zijn niet van de poes en ze weten dit ook. Ondanks dat zijn er altijd die de stad Gent ergens in Zweden aanduiden op de kaart. Ik denk niet dat dit mijn fout is, of de fout van de eindtermen. Het zijn dingen die nu gebeuren, maar vroeger ZEKER ook.Vind ik dit erg? Ik lach er eens goed mee en dat is het. Die jongen - die ondertussen van school is - zal in een andere richting wel zijn ding vinden en zal misschien een goede bakker worden. Moeten alle bakkers noodzakelijk weten dat Gent in België ligt? Dit is natuurlijk een extreem geval, maar je kan je afvragen: is dit dan zooooooo erg? Waarom is dit erg? Welk nut heeft die bakker daar aan? Inderdaad niks. Overschat het belang van het onderwijs niet. Voor diegene dat het belang heeft om te weten dat Gent in België ligt, die zal het ook weten. Niet iedereen moet in elk vak een primus zijn.
Het is zoals iemand hier al zei: velen leerden ooit een tweedegraadsvergelijking, maar 0,001% heeft dat onderdeel ook nét nodig in zijn/haar beroep. Daarvoor zijn hogescholen en universiteiten er, om je toe te spitsen op datgene dat jou interesseert. Een ASO school biedt een ruim gamma aan, waarin de leerling kan ontdekken wat juist zijn/haar sterke kanten zijn en daarin kan verder gaan. Als je de keuze nog vroeger legt (zoals iemand suggereerde) dan gaan er nog méér leerlingen fout gaan kiezen.
Leerkrachten mogen vooral niet uit het oog verliezen dat het niet verboden is om verder dan de basisdoelstellingen te gaan. Dat is het probleem. De meesten denken “wat niet moet, doe ik niet”. Gewoon uit gemakzucht. Daar erger ik mij aan. Of zeker sommigen hier die de heer Boden compleet gelijk geven zullen dit doen uit gemakzucht. Omdat ze dan geen actieve werkvormen meer moeten bedenken en hun lessen kunnen geven zoals ze al 20 jaar doen. Gewoon doceren, dat is toch veel gemakkelijker? Dan kunnen ze ’s avonds in hun luie zetel naar tv kijken ipv te zoeken naar actieve en leuke boeiende lessen, let op: mét inhoud. Waarmee ik niet wil beweren dat je sommige dingen niet in vraag kan stellen, er kunnen zeker bepaalde zaken beter. Maar niet in die mate dat de gehele kwaliteit nu zoveel stukken lager is dan vroeger, dat geloof ik niet. Een oplossing zou zijn om de vaste benoeming af te schaffen en het systeem van een bedrijf over te nemen in het onderwijs. Goede leerkrachten kunnen blijven, slechte leerkrachten verdwijnen. En met goed en slecht bedoel ik: actief of LUI. Van dat laatste soort hebben we er al genoeg.
25/08/2010 om 11:09
lees nogmaals de regels - mod
25/08/2010 om 11:18
Zelden onwaarheden met zoveel overtuiging als waar verkocht gezien. Van een leraar die verwacht dat zijn leerlingen feitenkennis opbouwen, zou je zelf ook enige kennis mogen verwachten. Blijkbaar is zijn kennis van ons Vlaamse onderwijssysteem en de historische evolutie die tot dit systeem geleid heeft hem totaal onbekend.
In Vlaanderen kennen we onderwijsvrijheid, die verankerd is in de grondwet. Dit grondrecht dat vooral door het Katholieke net te vuur en te zwaard verdedigd wordt, leidt tot kwalitatief onderwijs (ja onze Vlaamse leerlingen scoren op internationale testen - die meestal voornamelijk op kennis gericht zijn - nog altijd merkelijk beter dan buitenlandse leerlingen) dat echter een ongeziene ongelijkheid genereert. Wie van de overheid duidelijkere eindtermen verwacht, die geen minimumdoelstellingen zijn en voldoende ambitie uitdragen moet in Vlaanderen tegelijk pleiten voor de afschaffing van die onderwijsvrijheid.
Deze leraar slaagt er duidelijk niet in een onderscheid te maken tussen de eindtermen enerzijds en het leerplan anderzijds. De eindtermen worden door de overheid opgesteld en moeten door de school vertaald worden in een leerplan. In de praktijk zijn het echter niet de scholen zelf die deze leerplannen opstellen, maar wel de onderwijskoepels. Op die manier wordt het werk van de scholen en de leerkrachten ontlast en kunnen er handboeken ontwikkeld worden die door het hele net gebruikt kunnen worden. Vele leerkrachten krijgen hierdoor echter nooit de eindtermen te zien en kennen enkel de uitwerking hiervan in het leerplan.
Waar haalt deze leerkracht het vandaan dat de eindtermen groepswerken, zelfstandig werken en tal van andere werkmethodes opleggen? De eindtermen zijn een droge opsomming van kennis, vaardigheden en attitudes die de leerlingen (in dit geval) op het einde van de lagere school moeten bezitten. Hoe die eindtermen bereikt worden, speelt daarbij geen enkele rol. Het interesseert de Vlaamse overheid werkelijk niets of u nu een Steinerpedagogie, een klassieke onderwijspedagogie, de pedagogie van de recent weer in Vlaanderen opgedoken sudburyscholen of de pedagogie van uw overgrootmoeder gebruikt in uw klas, zolang op het einde de eindtermen maar behaald worden. Maar zoals reeds gezegd werkt uw koepel wel netjes een leerplan voor u uit en zij verwachten uiteraard wel dat u hun leerplan volgt. Maar eigenlijk houdt niets u tegen om het leerplan van uw koepel buiten te gooien via de dichtstbijzijnde raam en uw eigen leerplan te schrijven.
Zal ik ter illustratie de vinger leggen op één van de vele onwaarheden in bovenstaand schrijfsel? De geschiedenisindeling moet volgens de man beperkt blijven tot vier perioden, in zijn leerplan zal dat misschien zo staan, maar de eindtermen zeggen enkel het volgende: “5.7 De leerlingen kennen de grote periodes uit de geschiedenis en ze kunnen duidelijke historische elementen in hun omgeving en belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken, situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdband.’
Welke grote periodes? Welke historische elementen. Welke historische figuren en gebeurtenissen? Met dank aan de vrijheid van onderwijs mag u het allemaal zelf kiezen. Neemt u er 2, 5, 10, 100 of 1.000 het is allemaal aan u om in uw leerplan de goede keuzes te maken. En als de Vlaamse overheid één keer zou proberen om de eindtermen ook maar een klein beetje concreter te maken dan staat de Guimardstraat binnen het half uur op het kabinet van Pascal Smet en barst Mieke Vanhecke uit in een Franse Colère waar u liefst niet bij zou zijn.
25/08/2010 om 11:39
Ik sluit mij aan bij wat de auteur schrijft, maar wil wel opmerken dat dezelfde problemen zijn doorgedrongen in het middelbaar en ondertussen ook al zijn impact heeft gekregen op hogescholen en universiteiten.
Ik heb zelf 7 jaar les (wiskunde) gegeven in het hoger onderwijs en was regelmatig geschokt hoe slecht sommige studenten presteerden in zaken die eigenlijk basiskennis zijn:
- rekenen met breuken,
- een gestructureerde redenering neerschrijven (in woorden, ik heb het dan nog niet over formules),
- elementaire rekentechnieken die verwacht wordt van studenten in een wetenschappelijke richting (calculus).
De “realiteitscomponent” die men overal wil inbouwen is op zich leuk als aanvulling, maar dit mag niet ten koste gaan van de basiskennis! Idem dito voor de onderwijsvormen: projectwerk en zelfstandig werk zijn nuttig maar de klassieke manier van kennisoverdracht (het ouderwetse les geven) is en blijft een nuttige lesvorm om kennis over te dragen. Zeker wanneer het om zaken gaat die je niet zo maar zelf ontdekt (of zijn er hier mensen die als 11-jarige zelf de regel van 3 hebben ontdekt?).
Basisprobleem is dat Vlaanderen naar Nederland kijkt om zijn onderwijs te hervormen terwijl Nederland inziet dat hun onderwijs een zwalpend schip is dat volledig uit koers is geslagen.
25/08/2010 om 12:14
Een kind dat het basisonderwijs verlaat, moet nadien niet hoger kunnen scoren op een quiz in de stijl van “de slimste mens”. Zo’n kind moet wel kunnen beschikken over een basiskennis en basisvaardigheden om later in het middelbaar onderwijs een richting te volgen waar het op kan voortbouwen. Voor de meeste ouders betekent dat nog dat alle kinderen van het basisonderwijs in staat moeten zijn een foutloos traject te kunnen volgen in het ASO. Wel ik beklaag deze ouders, want zij stellen hopeloze verwachtingen die zullen leiden tot een watervaltraject in het middelbaar onderwijs met het gevolg dat nog teveel kinderen hun middelbaar onderwijs zullen beëindigen zonder positieve succeservaringen of een getuigschrift. Ik vind het pijnlijk telkens te moeten vaststellen dat teveel jongeren beweren dat ze iets niet kunnen. (Vooral als het om elementaire kennis rekenen of basisvaardigheden schrijftaal gaat). Nochtans stellen ze zelf vast na enig aansporen dat ze meer kunnen dan ze aanvankelijk dachten. Deze jongeren zijn al vaak zo platgeslagen met de ervaring dat ze niets kunnen, dat ze op voorhand opgeven nog enige moeite te doen. Waar kinderen en jongeren nood aan hebben is een goede structuur en een positief leerklimaat, waarbij ze het gevoel hebben dat ze echt iets bijleren en nadien meer kunnen dan tevoren. Ontbreekt dat gevoel, dan haken ze af en gaan ze uiteraard geen moeite meer doen om wat meer te oefenen of nog wat te herhalen. (wat nog altijd broodnodig blijft om hersenen te trainen). De oude opvatting dat veel kennis een vereiste is om te slagen in het leven is maar een halve waarheid. Kennis dient om er wat mee aan te vangen. Als kennis enkel dient om later in een quiz te kunnen etaleren wat je kan, dan klopt er iets niet. Hersenen zijn enkel goed in die dingen waar je regelmatig mee bezig bent en regelmatig inoefent. Om goed te zijn in iets, moet je dus eerst en vooral gemotiveerd blijven om spontaan ook iets te willen inoefenen en beter te kunnen. Die ervaring is veel belangrijker dan zuiver het afmeten van hoeveel je kent. Want wanneer die kennis niet kan vertaald worden in het creatief toepassen ervan, dan kan je beter je brein laten vervangen door een domme PC. Dat ding kan dan misschien wel razendsnel iets berekenen, opzoeken of weergeven, maar ontbreekt elke vorm van creativiteit om er wat meer mee aan te vangen. We hebben in deze kennismaatschappij niet alleen “bollebozen” nodig die dokter worden of advocaat. We hebben wel een diversiteit aan mensen nodig die creatief en met hart en ziel iets doen met wat ze geleerd hebben en zich daar zelfstandig in verder kunnen bekwamen. Uiteraard moet het basisonderwijs en aantal kenniskapstokken basisvaardigheden aanbieden, waar je op kan bouwen. Maar liefste ouder of leerkracht, heb ook eens aandacht voor wat dat kind echt kan en nog beter wil kunnen. Stel a.u.b. reële verwachtingen en droom niet zoals vele kinderen in het basisonderwijs doen: “ik wil dokter worden”, “ik wil ingenieur worden”, “ik wil een beroemde acteur/actrice worden” of “ik wil advocaat worden”. Vele ouders dromen net als kinderen. Zo lang die droom realistisch is en aanwezig blijft, dan is daar niets mis mee. Maar wanneer de verwachtingen zo hoog worden, dat die dromen slechts zeepbellen blijken te zijn die uiteenspatten, dan loopt er wel wat mis. Kijk daarom liever hoe je kind zich ontwikkelt, waar het goed in is en zich goed bij voelt. Spoor het aan, maar blijf realistisch. Laat je kind niet dromen van zeepbellen die uiteenspatten, maar biedt het de kansen zich te ontwikkelen waar het goed in is en zich verder in kan bekwamen. Een kennissamenleving betekent niet dat iedereen een job of een diploma moet hebben met veel status of quizkennis. Een kennissamenleving heeft vooral nood aan een diversiteit van goede opgeleide mensen die effectief wat met hun kennis en kunde iets kunnen aanvangen. Als elke ouder droomt dat zijn/haar kind later een ASO–diploma moet kunnen halen om later universiteit te kunnen volgen en dat de basis hiervan al moet gelegd worden in het basisonderwijs, is niet goed snik.
25/08/2010 om 13:20
@ Stijn Bohez
Aangezien je spreekt van leerplannen versus eindtermen nam ik aan dat je met kennis van zaken sprak.
Je verwijzing naar de geschiedenisindeling was hetzelfde citaat als dat van Mr Boden. Dus ben ik uit nieuwsgierigheid toch eens die brochure gaan zoeken (zie link als je klikt op m’n naam). Jouw citaat van de eindterm komt van p106, dus kijk ik enkele bladzijden eerder -zoals Mr Boden het ook schreef- en wat lees ik daar op p 94-95?
“In het basisonderwijs maken de kinderen kennis met een indeling in vier periodes, die verwijst naar algemeen gangbare indelingen om onze eigen Europese geschiedenis chronologisch te schetsen.
1 Prehistorie/oudheid
2 Middeleeuwen
3 Nieuwe Tijden
4 Onze Tijd ”
Dit is dus exact wat Mr Boden schreef. Ik vind het dan ook redelijk gênant voor jou dat het ene illustratieve voorbeeld dat je geeft, na amper 2 minuten opzoekwerk kan ontkracht worden. Én dat de ontkrachting ervan net bevestigt wat Mr Boden schreef. Waar ik gedurende 4 paragrafen meende een goeie kritische en nuancerende stem te horen, versterk je nu net het idee dat Mr Boden goed weet waarover hij spreekt. Niet dat ik die ganse brochure gelezen heb en dus met kennis van zaken spreek (ik sta niet in het onderwijs); maar als je iemand ervan beticht van onwaarheden te schrijven, zou’k dat toch even verifiëren.
Mvg,
25/08/2010 om 13:46
@Jan
Uiteraard is ‘ik ben bezorgd’ met een
Ben er dan ook diep beschaamd voor dat ik mijn bericht zo gepost heb.
Voor de rest vond u het dan toch een geslaagde reaktie?!
25/08/2010 om 14:39
Bravo voor dit artikel!
Ik geef les in het tweedekansonderwijs en sta dus aan het einde van de lange keten die je het jongerenonderwijs kan noemen. Bij ons proberen jaar na jaar een steeds groeiend aantal jongeren (het overgrote deel tussen 18 en 22 jaar) hun diploma secundair onderwijs alsnog te behalen. De redenen voor hun eerder falen is vaak erg divers, maar het valt me de laatste jaren toch op hoe er geklaagd wordt over het erbarmelijke niveau in sommige lessen en scholen. Vooral PAV (project algemene vorming) dat in het BSO de algemene vakken Nederlands, wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde tot één geheel samenbundelt, is kop van jut. Bezigheidstherapie is nog de mooiste omschrijving die ik hierover heb mogen aanhoren.
Jongeren zijn geen idioten! Ze voelen het perfect aan als ze niet ernstig genomen worden. Het zou me niets verbazen als we hier naar Nederlands voorbeeld nog betogende leerlingen krijgen die smeken om opnieuw kennis te mogen opdoen. En net die kennis is voor de heren en dames van het ministerie taboe.
Enkele jaren geleden ontstond er in de onderwijswereld al eens een storm na een pleidooi voor meer kennis en hogere eisen door een leerkracht informatica. Duizenden leerkrachten herkenden zich hierin. Het haalde zelfs het nationale debat, maar denkt u dat het ministerie hier naar luisterde? Het enige wat zij willen is dat hun visie onverkort wordt uitgevoerd. Hierbij vergeten ze natuurlijk dat zij nog het geluk hebben gehad om in het oude systeem op te groeien. De huidige generaties leerlingen hebben minder geluk…
Ik ben er van overtuigd dat projectwerk, werken vanuit verschillende invalshoeken, enz pas zinvol is na een goede basis van degelijke kennis. Als voor een leerling het Romeinse Rijk ten onder kan zijn gegaan in 1945 omdat hij/zij geen chronologisch referentiekader heeft, dan heeft het geen zin om lessen te geven over de positie van de vrouw door de eeuwen heen.
25/08/2010 om 15:11
Een reactie van de onderwijsdeskundigen en opstellers van zowel leerplannen als eindtermen op de tekst van Mr. Boden zal er allicht niet komen. Hij zal als onderwijsmens immers beschouwd worden een ‘eeuwige zure conservatief’, als iemand die niet in staat is om de vele ‘challenges’ te begrijpen waarmee de wereld vandaag te maken heeft, en waardoor de leerplannen/eindtermen aan een voortdurende ‘change’ onderworpen MOETEN worden. Nochtans heeft Mr. Boden overschot van gelijk. Je zit momenteel met een anti-intellectueel klimaat in de onderwijswereld (en ook daarbuiten), en alleen dàt onderwijs blijkt goed te zijn waar bij de leerling/student zich “goed voelt”. De leraar die steeds minder leraar kan zijn, maar wel steeds meer een gevoels- of gedrags’coach’. Je merkt het ook aan het aanbod van diverse nascholingscentra. De leraar kan er steeds minder vakgerichte nascholingen volgen, ten voordele van therapeutische cursussen in de stijl van “Meervoudige Intelligentie. Bereik betere leerprestaties bij meer leerlingen door na te gaan hoe ze slim zijn”. Maar wàt moet er dan wel beter geleerd worden? Over welke inhoud hebben we het? De selectie die mr. Boden maakte van de ‘leerinhouden’ belooft alvast niet veel goeds. Met Ludo Abicht : wordt het toch geen tijd om de psycho-pedagogie met haar wazige emotionele intelligentie terug te vervangen door een veel meer solide vorm van intelligente emotie? Mijnheer Boden, mensen zoals u houden het (onmisbare) onderwijsdebat levendig. Een debat dat helaas nauwelijks of niet aanbod komt in het tijdschrift Klasse (zowel in de versie voor leraars als voor ouders).
25/08/2010 om 16:59
Historische tijd
De leerlingen
5.5 kunnen belangrijke gebeurtenissen of ervaringen uit eigen leven chronologisch ordenen en indelen in periodes. Ze kunnen daarvoor eigen indelingscriteria vinden.
5.6 kunnen hun afstamming aangeven tot twee generaties terug.
5.7 kennen de grote periodes uit de geschiedenis en ze kunnen duidelijke historische elementen in hun omgeving en belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken, situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdband.
5.8 kunnen aan de hand van een voorbeeld illustreren dat een actuele toestand, die voor kinderen herkenbaar is, en die door de geschiedenis beïnvloed werd, vroeger anders was en in de loop der tijden evolueert.
5.9* tonen belangstelling voor het verleden, heden en de toekomst, hier en elders.
Dit staat er in de eindtermen, niet meer en niet minder
In de uitgangspunten vind je:
In het basisonderwijs maken de kinderen kennis met een indeling in vier periodes, die verwijst naar algemeen gangbare indelingen om onze eigen Europese geschiedenis chronologisch te schetsen.
1 Prehistorie/Oudheid
2 Middeleeuwen
3 Nieuwe Tijden
4 Onze Tijd
Deze indeling in vier grote periodes laat ruimte open voor zowel nadere specificering als voor vergelijking met andere culturen en tijdrekeningen. Dat is bijzonder interessant binnen het perspectief van intercultureel onderwijs. Het draagt namelijk bij tot het besef dat in de loop der tijden andere volkeren en culturen een eigen geschiedenis hebben ontwikkeld en dat die niet noodzakelijk gelijk loopt met de Europese geschiedenis. Wanneer er echter in de eindtermen sprake is van periodes, dan gaat het om de vier hogergenoemde periodes als referentiekader.
(sic)
Me dunkt dat deze formulering genoeg openingen en mogelijkheden biedt aan de leerkracht om zelf creatief zonder eindtermen of leerplan te negeren daar wat mee aan te vangen. Of niet? Of beschikt de leerkracht tegenwoordig niet meer over genoeg kennis en kunde en creativiteit om dat te doen? En wat houdt de leerkracht tegen om in team met directie en collega’s af te spreken hoe je dat concreter kan invullen of aanpakken?
De tijd dat een leerkracht 20 jaar na elkaar dezelfde leerstof op een identieke wijze afdreunde met dezelfde afgezaagde moppen is toch wel hopelijk voorbij. Zo heb ik er gekend en lopen er helaas nog enkele fossielen van rond.
Je kan op de website http://www.ond.vlaanderen.be de volledige eindtermen terugvinden.
25/08/2010 om 22:12
Prima analyse. Ik zou eenzelfde scheldtirade kunnen schrijven over de vage, lage en onbegrijpelijke eindtermen Nederlands in de derde graad ASO-TSO-BSO. Jarenlang werd gehamerd op het feit dat leerlingen vooral moesten overleggen, rapporteren en reflecteren (denk aan - huiver - groepswerken) en zo verloor men gaandeweg uit het oog dat leerlingen geen fluit meer moesten weten om te slagen. En het paradoxale is dat leerlingen zelf smeken om achtergrondkennis, weetjes, la petite histoire en de grote lijnen, het liefst van al nog gewoon verteld door een bevlogen leerkracht. Daar steken ze wat van op; veel meer dan van die utopische coöperatieve sessies die P. Stubbe de hemel inprijst. Newsflash: die bestaan gewoon niet! Coöperatief leren kost enorm veel tijd en moeite voor de leerkracht om nauwelijks resultaat te sorteren voor de leerlingen. Om over de minderwaarde voor de (sociaal) zwakkere leerlingen nog te zwijgen.
Samenwerken is iets om erg voorzichtig te doseren, anders verzandt onderwijs al snel in een langgerekte koffiepauze. Leerlingen daarentegen laten studeren en oefenen, zonder daarbij de factoren ‘leute’ of ‘belevingswereld’ te overwaarderen, levert effectief wat op. Leerlingen begrijpen goed genoeg dat school niet leuk hoeft te zijn, dat het absoluut niet altijd over hun ervaringswereld moet gaan (laat dat voor de privésfeer) en dat je soms gewoon keihard moet werken.
Ik wil terug naar de goeie oude tijd toen de dingen nog juist of fout waren, plezier maken op de scouts gebeurde, leerlingen respect hadden voor de vakkennis van de leerkracht en leerlingen nog met kennis en kritisch vermogen van de schoolbanken kwamen, in plaats van met een diploma tetteren over zichzelf.
Mvg
KVA
PS En breek me de mond niet open over het gruwelijk overgewaardeerde en onbestaande verschil tussen kennis en vaardigheden! Dat onderscheid vormt de dood van elk taalvak! Kennen = kunnen. Punt uit.
PPS Aan T. Stubbe: coöperatief leren is een sprong achteruit voor elk stapje vooruit: waarom zou je een systeem dat prima werkt en waarin je alle leerlingen een brede basis aanbiedt inruilen voor een systeem dat niet alleen oneindig veel meer eist van een leerkracht (zoveel zelfs dat je niet zonder het aankopen van leerboeken van uitgevereijen kan, maar dit terzijde), maar ook veel trager werkt, veel meer risico’s op verstoord leergedrag inhoudt en een vergroot risico op sociale uitsluiting inhoudt?
26/08/2010 om 00:03
@ Stefan Noppen
Ik durf er inderdaad aan twijfelen dat leerkrachten “tegenwoordig over genoeg kennis en kunde en creativiteit” beschikken om “zelf creatief zonder eindtermen of leerplan te negeren” een zinvolle en coherente invulling te geven aan de eindtermen. Het feit dat meer en meer leerkrachten basisonderwijs een BSO of TSO achtergrond hebben, zal daar niet vreemd aan zijn. Want ook in de lerarenopleiding wordt de lat helaas steeds lager gelegd.
26/08/2010 om 09:28
Ik ben 36 jaar, heb een universitair diploma en ben door omstandigheden terug beginnen studeren op 30-jarige leeftijd. Bachelor verpleegkunde, tussen de 18-jarigen in voltijds dagonderwijs. Wat heb ik daar mijn ogen opengetrokken! Het eerste jaar viel nog mee, lessen anatomie waren echte degelijke lessen, moeilijk maar heel boeiend gegeven door een uitstekende en competente huisarts. Maar de volgende jaren waren een staaltje van geklungel. Competenties, attitude en vaardigheden, probleemgestuurd onderwijs werden de nieuwe trends. Groepswerkjes maken tot we er van walgden en die hun doel compleet voorbij gingen. Tot overmaat van ramp werden de groepswerkjes van anderen gebombardeerd tot leerstof voor een examen zonder dat dit door iemand werd nagekeken op fouten. Dat is toch te gek voor woorden…
Studenten schreeuwden voor gewoon onderwijs, gewoon terug les krijgen op een boeiende manier. Waarom is dat zo erg? Velen misten ook een degelijke kennis, regel van drie was een ramp!!!!!! Medicatie juist oplossen was zweten! Microbiologie, biochemie en farmacologie was zelfs niet meer in het basispakket te vinden. En dan maar verwonderd zijn over het erbarmelijke niveau van de verpleegkundigen van tegenwoordig. Ik werk nu 3 jaar op een intensieve zorgen dienst en ik heb al wat nieuwelingen weten beginnen en terug afgedankt worden wegens niet competent. Nieuwelingen die me durven vragen wat een sinusaal hartritme is, mijn hart slaat er spontaan een paar slagen van over. En deze mensen moeten dan zwaar zieke mensen verzorgen? Het is nu zo ver gekomen dat onze hoofdverpleegkundige er zelfs niet meer aan denkt om nieuwelingen aan te nemen… Uiteindelijk wreekt deze vorm van onderwijs zich op de arbeidsmarkt, waar dergelijke mensen genadeloos aan de kant worden gezet.
Een voorbeeld maar om aan te tonen dat de capaciteiten van vele mensen teloor aan het gaan zijn. Het verontrust mij dat dergelijke slecht opgeleide mensen binnenkort en zelfs nu al, onze kinderen/adolescenten moeten opleiden. En het dwingt geen respect af in de klas als de leerkracht de vragen van zijn leerlingen moet schuldig blijven of telkens moet zeggen ‘ik zal het eens opzoeken’ (want ja, daar zijn ze goed in!) of misschien nog erger ‘zoek het zelf eens op’.
En ik ben het er mee eens dat deze vorm van onderwijs uiteindelijk alleen ten goede komt voor de meer intelligente student/leerling met de meer intelligente ouders die het referentiekader mee helpen opbouwen voor hun kinderen. De zwakkere leerling wordt in zijn zwakte onderhouden en krijgt enkel een betuttelende en liefkozende ‘pat on the back’. ‘t Is al goed kind, we weten dat het moeilijk is, als je je maar goed voelt. En vanuit dit milieu rollen ze in de echte wereld waar ze eerder een schop onder hun kont krijgen, liefst in de richting van de deur. Een mens zou er depressief van worden, niet?
26/08/2010 om 11:03
Dank U Jef Boden. Uw analyse is haarscherp, en als vader van drie onderwijs”klanten” kan ik ze volledig bijtreden. Ik heb het zelfs fel zien achteruitgaan tussen de oudste (ze kan nog haar talen) en de jongste (compleet spoorloos in talen) en daar zit maar vijf jaar (maar een nieuwe reeks handboeken voor Frans en Engels) tussen. Mogen we uw pleidooi copieëren en verspreiden ? Mogen we het (samen met de reacties) naar iedereen die ons lief en niet lief is sturen, leerkrachten en politici incluis? Volgens mij is er een markt voor OBO en OSO: Oud (Basis en Secundair) Onderwijs, met handboeken van enkele tientallen jaren terug, met discipline en duidelijke schoolreglementen. Er zijn duidelijk heel wat leerkrachten geïnteresseerd de hedendaagse rommel weg te smijten en hun oude nota’s terug op te halen die aansluiten bij ernstige handboeken waar systematiek het wint van mooie plaatjes om dan met discipline onderwijs te geven. Met maar heel af en toe groepswerk (bij een stadsverkenning, een volleymatch gedurende LO of bij een opdracht plastische opvoeding), met in het OBO regelmatige schrijfopdrachten, zinsontledingen en Franse onregelmatige werkwoorden en reeksen vraagstukken en cijferen als huiswerk. Niet iedereen zal meewillen (spijtig genoeg voor de “klanten” die het zelf niet kunnen beseffen), maar dan kweek je toch minstens terug een groep die kan schrijven, rekenen en dus denken. De meeste ergernis kreeg ik na het lezen van Sven’s reactie: (citaat) “Wel is er meer nood aan persoonlijke begeleiding van kinderen in wat zij interessant vinden. Waarom zouden we alle leerlingen lastigvallen met duizenden lesuren wiskunde, wanneer uiteindelijk slechts enkele procenten van de bevolking dagelijks met wiskunde in aanraking komt.” Tja, met zo iemand krijgen we godsdienstlessen zoals bij mijn jongste zoon waar elke leerling om beurt een youtube muziekclip mag tonen en zeggen wat hem daarin geraakt heeft (wat zij interessant vinden) en kan niemand nog een rekensom schatten zoals lezer Stan aan de kassa van het tankstation heeft ervaren… Voor P. Stubbe heb ik maar 2 vragen: Hebt U het als ouder recent ervaren wat de kinderen nog moeten/mogen/doen ? En pedagogische theorie kan mooi klinken, maar hebt U de vertaling naar de concrete handboekenreeksen al eens bekeken?
26/08/2010 om 13:17
Misschien toch even een kritische noot alvorens men alweer voor de zoveelste keer alle kwaad en zogenaamde achteruitgang van het niveau gaat toeschrijven aan de eindtermen. Ik heb al van in het begin gesteld dat ik al blij zal zijn dat als men in de lagere school al deze eindtermen kan bereiken. Dat zou me al heel wat werk uitsparen en extra remediëren. De klachten die men vandaag aanhaalt over de achteruitgang van kennis, vaardigheden en niveau kan je onmogelijk op de eindtermen steken, want teveel kinderen uit het basisonderwijs behalen die eindtermen nog niet eens!
Ik denk dat vele scholen eens dringend wat meer aan zelfevaluatie moeten doen. Bovendien blijft het aantal jongeren dat een degout heeft van het voltijds onderwijs maar aangroeien, evenals het aantal problematische spijbelaars en ongekwalificeerde jongeren. Dit verschijnsel heeft niets te maken met eindtermen, maar veel eerder met het geïnstitutionaliseerde watervalsysteem in ons onderwijs en de nog steeds aanwezige sociale selectie. Men vindt dat blijkbaar zo normaal in het voltijds onderwijs, dat men er ook niets aan doet. Tegelijk stellen we vast dat het “wegwerpen” van scholieren TIJDENS het schooljaar en liefst na de eerste trimester, vanuit het voltijds onderwijs maar blijft toenemen. Deze feiten kan je onmogelijk toeschrijven aan de zoveelste veranderingen van de eindtermen of leerplannen of wat dan ook! Er wordt blijkbaar ook vergeten dat men al meer dan 20 jaar aan het bezuinigen is in het onderwijs en dat dit wel eens de grootste reden zou zijn. Het onderwijs moet nu op korte termijn renderen met zo weinig mogelijk zittenblijvers. Vroeger mochten kinderen en jongeren die al eens wat bleven haperen in hun ontwikkeling (wat overigens niet abnormaal is) niet onmiddellijk gestuurd naar een andere richting of automatisch uitgesloten of doorverwezen. Er werden meer herkansingen getolereerd. Bovendien blijft het een kwaal dat men nog altijd het ASO beschouwt als de enige vorm van onderwijs met meer status en toekomstmogelijkheden. (Terwijl een ASO- scholier die niet verder studeert, absoluut niets voorstelt op de arbeidsmarkt, zonder verdere bijscholing). Zo lang men niets wezenlijk verandert aan de huidige sociale selectie, het watervalsysteem, onverstandige studiekeuzes en geen rekening west te houden met grote bestaande verschillen in ontwikkeling tussen kinderen en jongeren, zal de groep kinderen en jongeren die geen volledig schooltraject zonder blutsen en builen volgen, blijven toenemen. En zo lang men blijft het onderwijs beschouwen als een melkkoe om te kunnen bezuinigen voor de misplaatste uitgaven elders in Vlaanderen of het land, moet men echt niet gaan verwachten dat meer en meer kinderen geen “normaler” traject zullen volgen. Men verschuift dan gewoon de problemen naar later als ze al adolescent zijn of jong volwassen. Trouwens vindt u het normaal dat meer en meer jongeren Tweedekansonderwijs volgen? U gaat me toch niet wijsmaken dat dit allemaal “domoren” zijn die niet konden volgen in het voltijds onderwijs? Jongeren hebben recht op goed onderwijs en ouders hebben de plicht samen met de samenleving en leerkrachten ervoor te zorgen dat kinderen en jongeren goed onderwijs krijgen. Dat is niet alleen een kwestie van eindtermen. Wie vindt dat de kwaliteit van het onderwijs achteruitgaat door de eindtermen, moet toch maar eens dieper in eigen boezem kijken en nadenken of er niet wat meer aan de hand is.
26/08/2010 om 15:49
Wat doet dit deugd, lezen dat er nog mensen zijn die serieuze vragen stellen bij waar we naartoe gaan in het Vlaamse Onderwijs.
Ik ben enkele jaren geleden afgestudeerd als regent voor de vakken wiskunde-aardrijkskunde-biologie en heb met mijn beperkte ervaringen me toch ook al vaak vele kritische vragen gesteld.
1. Hoe kan iemand die zelf als leerling TSO gevolgd heeft, als afgestudeerd regent de hoogste klassen ASO leiden? Want zo gaat het effectief, meer dan de helft van de regenten in mijn afstudeerjaar zaten in die situatie. Ik doe absoluut geen afbreuk aan de capaciteit van deze mensen en de waarde van hun diploma, en velen slagen waarschijnlijk ook in hun opdracht. Maar ergens lijkt dit mij toch paradoxaal.
2. Hoe zit het met de aansluiting van ons basisonderwijs op het secundair onderwijs? Slecht is het antwoord, leerlingen komen uit leerhoeken, contractwerk enz. terecht in klassen waar je 50 minuten stil moet zitten en waarvan je de helft bovendien moet luisteren! Hebben de mensen die de eindtermen en leerplannen beheren daar al eens bij stil gestaan? Je hebt de volledige eerste trimester nodig om je leerlingen daaraan te doen wennen.
3. “Naar school gaan en les krijgen moet leuk zijn om de motivatie van de leerlingen hoog te houden.” Heb je de ontgoocheling van de jongeren al gezien als ze erachter komen dat de realiteit, het volwassen leven meestal geen pretje is? Moeten werken ook al is dat niet altijd even plezant? Problemen alleen moeten oplossen zonder te kunnen terugvallen op diegene die altijd een antwoord heeft uit de groep (tijdens groepswerk)? Of wat dacht je van de vele universitaire of hogeschool studenten die het ritme te hoog en niet ‘leuk’ vinden: haken af halfweg het jaar of beginnen jaren door elkaar te haspelen in samengestelde trajecten.
4. Een ander onderschat probleem is dat van de excuses: elke leerling heeft wel iets waardoor men iets niet hoeft te kunnen of men een algemene regel niet moet volgen. De excuses gaan van ADHD en ADD tot dyslexie en dyscalculie en zelfs in extreme gevallen tot autisme.
Zoals Marc Bellinkx het zo mooi verwoordt: ‘Ik stel vast dat ik na nog maar 15 jaar lesgeven me stilaan eerder een veredelde kinderoppas voel dan een kennisleraar. Ik moet agenda’s nakijken, boekentassen controleren, letten op bijwerkingen van medicatie en dat doorspelen aan medewerkers allerhande.’
Deze problemen bestaan wel degelijk, daar wil ik niet blind voor zijn maar het kan toch niet dat 15 op de 20 leerlingen (en hun ouders) zo’n dergelijk excuus inroept?
5. Of wat dacht je van directies die de “klant leerling (en ouders)” belangrijker vinden en boven hun leerkrachten en hun vakkennis stellen? De ‘zoon van…’ betrappen op spieken maakt in vele scholen jammerlijk genoeg nog altijd een verschil in aanpak, of nog erger wordt de leerkracht teruggefloten en dus diens gezag ondermijnd. Met als gevolg dat er meer dan 50% van alle gediplomeerde en gemotiveerde onderwijzers, regenten, licenciaten en docenten na enkele jaren een job kiezen met meer voldoening, buiten het onderwijs.
6. Hoe is het mogelijk dat iemand die afgestudeerd is in de richting fiscaliteit niet weet hoe je een een breukvraagstuk moet omkeren zoals in dit voorbeeld: 100 delen door ? levert 5. Ik werkte een tijdje in de privé-sector en had een collega die bij me kwam met dit probleem…? Ergens is bij deze persoon de pure BASIS verloren gegaan! Onbegrijpelijk!
En zo kan ik ongetwijfeld nog een tijdje doorgaan met paradoxen blootleggen in ons Vlaams Onderwijs. Er loopt iets grondig fout, en dit in alle niveau’s! En als ik met mijn beperkte levenservaring dit inzicht heb, dan moeten mensen met veel meer ervaring daar nog veel meer over te vertellen hebben. Waarom luistert er dan niemand en laten we dit gewoon gebeuren? Waar is onze trots, ons streven naar kwaliteit? Het is tijd voor actie!
26/08/2010 om 15:57
Tja, het niveau verlaagt in die zin dat het opschuift: vroeger was een doctoraat iets dat je boven de massa tilde. Vandaag de dag wordt het in het bedrijfsleven normaal bevonden dat je doctoreerde. Twintig jaar geleden kon je met een A2 respectabel aan het werk in de bank op het pleintje, nu kan je er wc’s mee gaan kuisen. En dan in het nieuws zetten dat er steeds meer 30-jarigen nog thuis wonen en er te weinig mensen aan het werk zijn. Hopelijk keert iemand die kar, jongeren nemen steeds vroeger beslissingen en verdienen bij dankzij individuele studieprogramma’s, hebben een relatie, wonen op kot. Laat die opleidingen in basis- en secundair onderwijs sneller gaan in plaats van trager zodat ze sneller kunnen afstuderen en werken. Dan is de kans op drop-outs ook lager denk ik, je zal je maar al die jaren zitten vervelen op die schoolbank.
Zo, en hopelijk zonder schrijffouten
26/08/2010 om 16:33
Prachtig artikel. Stop het luchtfietsen en het getheoretiseer en word realistisch. Er zijn slimme en domme, luie en ijverige mensen, eerlijke en oneerlijke : maar ja, in utopia is iedereen “gelijk”, met dank aan de socialisten.
Breid het aantal lesdagen uit zodat er meer tijd komt om te zwakkere leerlingen te ondersteunen, en om extra voer te voorzien voor de sterkere.
Leg mij eens uit waarom onze kinderen van de 365 kalenderdagen er slechts een dikke 170 op school zitten. Dat is nog minder dan 40 jaar geleden, terwijl de kennis exponentieel groeit. Maar ja, de syndicaten van het onderwijzend personeel denken er niet over om meer te werken.
Herstel verder het gezag en de motivatie van het onderwijzend personeel en directie zodat die niet steeds weer gekneld raken tussen de onderwijsbureaucratie die steeds meer eisen stelt, en pedante ouders die zichzelf uitroepen tot pedagogische experten die geen enkele vorm van sanctie of kritiek tolereren op hun verwende kroost.
En maak nu eens en voor altijd een fundamentele afspraak : opvoeden gebeurt door de ouders, leren wordt georganiseerd door de school. Elk zijn verantwoordelijkheid.
26/08/2010 om 16:35
Zonder mij over de grond van de zaak uit te spreken vind ik het schitterend dat er op dit niveau over onderwijs gediscussieerd wordt, zowel door onderwijsmensen als anderen.
26/08/2010 om 17:30
Ik heb de moeite gedaan, om àlle bijdragen hierboven te lezen en de ene keer heb ik instemmend geknikt, de andere keer me vreselijk geërgerd. Gaat het spellingonderwijs achteruit? Absoluut. Ik lees sms’jes zonder leestekens, hoofdletters en ingekorte versies ( “tog” omdat het korter is dan “toch” ) van woorden. “Je hebt de boodschap toch begrepen?” zegt men dan. So what’s the fuzz? Ben ik aan het muggeziften, als er niet veel mensen zijn, die in het eerste stuk van mijn zin gezien hebben, dat muggenziften met “n” moet zijn? Zou de rij in de supermarkt niet veel langer zijn, als de kassierster alles uit het hoofd zou uitrekenen? Is 1302 niet enkel belangrijk voor de flaminganten onder ons? Begrijp me niet verkeerd, ook ik vind, dat er een basiskennis moet zijn en blijven. Alleen wil ik erop wijzen, dat het niet evident is, om te bepalen wàt basiskennis en -vaardigheden moeten zijn. Misschien komt dààr de keuze voor “eindtermen” vandaan. Met deze minimumdoelen wordt onderwijs voor veel meer kinderen haalbaar. De grootste verdienste van deze vernieuwing is, dat de totàle persoonlijkheid van een kind meer in de focus komt en niet alleen de cognitieve aspecten. Zo diende mijn dochter de namen van enkele Chinese rivieren uit het hoofd te leren, terwijl de leerkracht ze zelf niet kende… “Geheugentraining” was haar excuus. “Absurd” was mijn reactie. Mijn dochter had andere talenten die in het huidige onderwijs kansen gekregen hebben, wat vroeger ondenkbaar was.
Misschien is ons onderwijs inderdaad wat té competentiegericht geworden. Is de atlas correct leren hanteren voldoende of moeten de leerlingen toch nog landen en hoofdsteden zó op kaart kunnen aanduiden? Moet iets enkel aangeleerd worden, indien men er later nog iets kan mee doen? Ik heb nooit nog breuken met elkaar moeten vermenigvuldigen, heb geen kennis meer van Piet Hagoras zijn stelling, heb nooit nog een Duitse zin moeten schrijven en weet niet meer, waarover het boek “Het reservaat” gaat… Nochtans uuuuureeen hieraan gespendeerd ooit, maar zonder motivatie, zonder dat iemand moeite deed, om me hiervoor te boeien. Verplichte, gortdroge kost. En even saaie leerkrachten vaak. Moeten we hiernaar terug? Dit kan óók niet de bedoeling zijn.
Veel hangt dus af van de keuzes, de inzet en het enthousiasme van de individuele leerkracht. Coöperatief groepswerk werkt dan wél, historische verhalen komen dan wél tot leven, differentiatie leidt dan wél tot resultaten, enzovoort.
Er moet dus absoluut terug meer aandacht gegeven worden aan kennis en niet alleen aan vaardigheden, maar laat alstublieft die kennis functioneel en werkelijkheidsnabij zijn. Ik vertoef al meer dan twintig jaar in het basisonderwijs, als leerkracht, directeur en begeleider en ik zie nog élke dag mooie dingen gebeuren door enthousiaste mensen. Dus ja, onderwijs MOET leuk zijn. Door gevarieerde werkvormen en activiteiten kan élke leerinhoud tot leven komen. Dit heeft dus niks met “niveau” te maken, zoals sommigen hier lieten uitschijnen.
Tot slot geef ik nog graag mee, dat ik na een restaurantbezoek tevreden buitenga, indien het eten lekker is, niet omdat de menukaart foutloos is…
26/08/2010 om 19:05
@ Johan De Bleser, als je geheugentraining absurd vindt en enkel nog functionele en werkelijke kennis wilt aanleren dan mag je al direct Latijn-Grieks afschaffen in het secundair onderwijs en dan kunnen we vele zaken gewoon schrappen van elke opleiding. Als je enkel nog kennis wilt aanreiken waar leerlingen en studenten iets mee zijn dan brengt dit automatisch een zekere verarming in die kennis met zich mee. Wie zegt dat een leerling niet geboeid is door wiskunde - de stelling van phytagoras? Het kan leiden tot een leerling die zich enorm in astronomie is beginnen verdiepen, zoals ondergetekende, en er een hele jeugd (en nu nog) door geboeid is geweest. Nochtans is astronomie zéééér ver van mijn bed hoor. En wie zegt dat iemand Duits geen erg mooie taal vindt en uiteindelijk er zijn beroep van maakt?
Gortdroge kost heb je overal meneer De Bleser, zelfs in mijn dagelijks leven wordt ik er nog mee geconfronteerd. Misschien is dit ook een manier om een attitude aan te kweken om dingen te doen en te leren die je helemaal niet leuk of tof vindt? Misschien is dit een onderdeel van ‘karakter kweken’? En wat voor de één droge kost lijkt, is voor de ander heel interessant.
Ik heb altijd heel graag de Latijnse taal geleerd, iets wat voor anderen absoluut niet te begrijpen was, en ik pluk er nu nog de vruchten van, dat weet ik zeker. Taalgevoel, medische termen, zinsontledingen zijn geen struikelblok voor mij.
Ik ben het ten dele moet u eens, we moeten niet meer terug gaan in de tijd, niet alles moet opgedreund worden en activiteiten en sociale vorming moet er zijn. Maar als ik jouw redenering volg dan kunnen we misschien het basisonderwijs afschaffen en vervangen door een sociale vaardigheidstraining en een talentenjacht. Waar is het kind goed in en wat kan hij potentieel worden later? Geen talenknobbel? Vergeet Frans en Duits, basis Engels is meer dan voldoende. Goed geheugen? Misschien een rechtenman/vrouw later. Vergeet abstracte wiskunde.
Hopelijk heeft de kok van uw restaurant een goede boekhouder, want als hij alleen zijn culinaire talenten in zijn leven heeft moeten ontwikkelen zal zijn restaurant toch niet lang blijven draaien, zelfs al is zijn menu verrukkelijk.
26/08/2010 om 19:41
Beste
Vorig jaar kreeg onze school een doorlichting over de vloer. Wat u verklaart over het basisonderwijs wordt kritiekloos doorgetrokken in het secundair: “kennis” is ook in het secundair onderwijs een vies woord. Vooral in het onderricht van moedertaal en vreemde talen is dit een nefaste evolutie. Spelling en grammatica mogen niet meer onderwezen worden en nuances in taalgebruik worden beschouwd als storend voor de communicatie. Stel u voor! Er is wel éé lichtpuntje. Binnen dit en 10 jaar is er geen enkele opgeleide inspecteur nog in staat om een verslag te maken. Waar zou hij dat immers geleerd hebben? Zeker niet op school. Binnen 10 jaar zijn we dan ook van de inspectie verlost. Op welk nivo we dan ondertussen verzijld zn geraakdt, = voor de huidige bewintsvoerders waarscheinlek van geen tel!
zeer frustrerend!
26/08/2010 om 23:28
@ Stijn Bohez.
Je hebt gelijk wat betreft de verhouding tussen eindtermen - onderwijskoepels - scholen; je hebt ook gelijk als je zegt dat de Guimardstraat snel zou protesteren mochten de eindtermen geconcretiseerd. Wat de leraar suggereert is inderdaad misleidend, namelijk dat de eindtermen de basis van alle kwaad zouden zijn in het onderwijs.
Maar dit neemt niet weg dat hij voor de rest overschot van gelijk heeft: de eindtermen zijn misschien vaag, maar ook gewoon laag. De activerende werkvormen waar zo veel heil van wordt verwacht zijn verwarrend en bieden weinig houvast, zeker voor moeilijke lerende kinderen. De concretisering van eindtermen in leerplannen - verantwoordelijkheid van de koepel - wordt te zeer gekoppeld aan didactische hoogstandjes, die een grondige verwerking van leerinhouden voor de voeten loopt. Van onderwijs wordt te veel leute verwacht. Van leerkrachten wordt te veel verwacht: zorgverlener, didact, coach, psycholoog, drilsergeant, Superman, … allemaal maskers.
Tot slot nog twee bedenkingen:
- Primo: Vanwaar komt de toenemende complexiteit van onderwijs? Vanwaar die vernieuwingsdrang? Lopen we blind het buitenland achterna? Of lopen we blind de uitgeverijen achterna, die vaak academische programma’s sponsoren die steeds schijnen te bewijzen dat de methode van hun uitgeverij - hoe complex ook - wereldschokkend vernieuwend blijkt? Waarom is het leerkrachten verboden gewoon les te geven? Levert dit niets op?
- Secundo: Waarom merkt niemand op dat leerlingen hoe langer hoe hulpelozer en afhankelijker worden met alle groeps-, contract-, en hoekenwerken, hoewel deze net de zelfredzaamheid moeten vergroten?
27/08/2010 om 00:47
Beste Jef,
Een vlijmscherpe analyse die de koe bij de horens vat. Als kind van twee leerkrachten en met mijn prille 27 jaar niet eens zó heel oud, heb ik de vooravond van het “degelijk” onderwijs nog beleefd, in mijn eigen bescheiden mening. Schriftjes met een kleur voor elk vak, schoonschrift op vrijdagochtend, leerrijke schoolreizen. Op zeer korte tijd is veel veranderd, waarbij jij de hoofdredenen aanhaalt: alles moet leuk zijn, moeite is een lelijk woord.
Als politieambtenaar kom ik dagelijks met allerhande mensen in aanraking, gaande van magistraten en fabrieksdirecteurs over verkoopsters tot straatarbeiders, met respect voor allen, begrijp me niet mis. Maar mij valt vooral een grote groep op, die wel een “degelijk” onderwijs hebben kunnen genieten, en financiëel niet problematisch zijn, doch die intellectueel afgestompt zijn. Wier kennis van het leven, geschiedenis, maatschappij en -bij uitbreiding- de wereld, gevormd werd door iconen als TMF, Dag Allemaal, zattevrienden.be enzoverder. Is hier iets mis mee? An sich niet, aangezien een gezond wereldbeeld (net zoals een gezonde voeding) bestaat uit àlle facetten. “Ik ben een mens, en niets menselijks is mij vreemd”, remember? Zo is er ook niks mis mee om in sms’jes de zogenaamde turbotaal te hanteren, het scherm is nu eenmaal maar zo groot als het is.
Problematisch echter, wordt het indien iemand (in casu: jongeren) niet meer zien dat de omgeving verder reikt dan enkel de aangehaalde bronnen. Ik ben groot voorstander van exploitatie van media als internet en GSM. In het middelbaar heb ik uren versleten in de duffe plaatselijke bibliotheek met de obligatoire verslenste sanseveria op de balie, terwijl ik info voor mijn dossiers nu in een oogwenk van het internet pluk. Maar zoals met alles moeten kinderen hiermee leren omgaan.
De periode van de leerkracht als dwingeland aan het krijtbord is voorbij. En gelukkig maar. Onderwijs is interactie, en moet mee met haar tijd. In een tijd waarin afvlakking, afstomping en “grijs” sleutelwoorden zijn, zou het onderwijs op de kar van de vooruitgang moeten springen en hier tegen vechten. Maar zoals aangehaald hierboven, we komen stilaan in de fase dat sommige jonge leerkrachten zèlf niet meer foutloos kunnen schrijven. Het Groot Dictee der Nederlandse Taal hoeft heus niet de standaard te worden, maar ik schaam mij (terecht) dood als ik processen-verbaal van collega’s lees waarin kemels van taalfouten staan.
Laat ons ten slotte niet vergeten dat héél veel leerkrachten nog wèl op de baricades staan voor degelijk onderwijs, maar als niet alle roeiers in dezelfde richting roeien, is de boot al half gezonken
27/08/2010 om 09:09
Ik ben blij met de discussie op dit forum en ook blij dat redactie.be dit forum nog wat openhoudt. Bedankt voor de vele reacties. Eens wat anders dan de vele stompzinnige en platvloerse reacties op andere fora.
Als onderwijzer (weliswaar niet meer voor de klas en in het onderwijs) kan ik me vooral vinden in de zeer genuanceerde reactie van T. Cools en anderen.
Daarom deze oproep: ‘Wat nu?’ ‘Hoe kan het goede van de vernieuwing en het goede van vroeger verzoend en versterkt worden?’
Ooit schreef iemand een boek over de verhouding maatschappij/onderwijs (ik meen een Russische denker/filosoof)…daarin stelde hij dat maatschappij en onderwijs communicerende vaten zijn.
Wat heeft de maatschappij over om haar beste krachten in het onderwijs te laten werken? (zie de discussie gisteren in Het Nieuwsblad over o.a. het loon…)…?
En wat hebben de leerkrachten er voor over om goed gevormde jongeren met een brede kijk op het leven af te geven aan de maatschappij?
Deze discussie zou misschien in het kader van VIA kunnen gevoerd worden. Daarbij zouden alle actoren van het veld gaande van de politici, over ouderverenigingen tot onderwiijskoepels en vakbonde en andere moeten bij betrokken worden. Wie trekt hier de kar…
En neen, ik ben niet gefrustreerd uit het onderwijs gestapt, alleen ontgoocheld en soms droevig… Toch ben ik hoopvol omdat velen dezelfde gedachten koesteren van hoe het onderwijs en haar leerkrachten zouden moeten evolueren anno 2010…
In alle daden die men (overheid/individu) stelt, zou ‘kwaliteit’ het doel moeten zijn… Enfin, ik kan zo nog lang doorgaan…maar het boeit me wel…
27/08/2010 om 09:18
Beste meneer Boden,
Ik kan me grotendeels vinden in uw opiniestuk, maar zoals velen terecht opmerken baseert u zich op de eindtermen en niet op de leerplannen van uw onderwijskoepel. Het spreekt voor zich dat het uiteindelijke onderwijsniveau dat u in uw klas moet hanteren, hierdoor sowieso hoger ligt want de overheid schrijft enkel ‘minimale, communale doelstellingen’ voor die onafhankelijk van de onderwijskoepel moeten behaald worden.
Ik ben het met u eens dat het niveau van het Vlaams onderwijs verloedert, en de grote schuldige hiervan zijn volgens mij niet de leerplannen of de “nieuwe” werkvormen, maar de huidige lerarenopleidingen. De instroom in deze opleidingen is ronduit dramatisch: gefaalden in een ‘moeilijkere’ richting vinden massaal hun weg naar de ‘normaalschool’, en in geen velden of wegen is er nog een ASO’er te bespeuren in deze opleidingen. Let op, ik wil absoluut niet gezegd hebben dat TSO’ers, KSO’ers,… niet mogen slagen in een lerarenopleiding, integendeel zelf, maar als zij haast de enige resterende groep zijn die zo’n opleiding uit idealisme nog wil volgen, is er wel een probleem. Om te voldoen aan allerlei quota, zijn de hogescholen quasi verplicht om het zeker niet te moeilijk te maken. De consequenties hiervan hoef ik u niet te vertellen…
Ik pleit voor een grote herwaardering van de lerarenopleiding: waar is de tijd gebleven dat de onderwijzers- of regentaatsopleiding van weleer echt aanzien had? Dat iedereen massaal deze richtingen volgde omdat ze de kans op een boeiende job (ook buiten het onderwijs) aanzienlijk verscherpte?
Van zodra hier geen verandering in komt, vrees ik het ergste,….
27/08/2010 om 09:40
Uit eigen ervaring vond ik het vroegere vso veel te exclusief. Wat niet in het strakke keurslijf paste, viel af. Geen kwestie van intelligentie, btw. Als ik onze juffrouw nu bezig zie met onze dochter van zeven en haar klasgenootjes, maak ik me niet zoveel zorgen. Er zijn grofweg drie niveau’s, er zijn heel verscheiden manieren om basisvaardigheden op te doen, zodat je niet afvalt, louter omdat je uit het hoofd opdreunen niet verdraagt. En zoals altijd hangt er veel af van buitenschoolse begeleiding, maar de juf houdt er terdege rekening mee dat niet iedereen dat krijgt, dat zelfs niet iedere leerling een thuis heeft. Welk leerprogramma de Vlaamsche Overheeden uit hun diepste gewrochten wringen maakt me dan niet zoveel uit. Zolang leraren worden gemotiveerd en gewaardeerd en zolang deze leraren niet de onvergeeflijke zonde begaan om kinderen aan hun lot over te laten. Goede leraars vinden hun weg door eender welk leerprogramma. Ik heb zelf mogen genieten van een laatste jaars wiskundeleraar die zonder meer eerste kan wiskundeprogramma gaf om zijn leerlingen meer kansen te geven. Dat, gecombineerd met zijn inzet om geen leerlingen achter te laten, heeft mij na jaaaaren buizen heel wat bijgebracht.
27/08/2010 om 09:47
Of wat dacht je van een leraar economie die ons de economische principes van derde wereld landen en mechanismen - goed en slecht - van ontwikkelingshulp bijbracht? Of de leraar Duits die ons tegen ieder leerprogramma in toch iedere les een kwartier deed dreunen om de basisvormen binnen te stampen? Goede leraren zijn goud waard, slechte gaan geen betere worst draaien met eender welk programma.
27/08/2010 om 09:53
Ik ben akkoord met het standpunt van Stijn Bohez en wil er nog wat aan toevoegen:
- verschillende bijdragen hebben het over de achteruitgang in de kennis van jongeren (op het vlak van Nederlands, rekenen, wereldoriëntatie, …). Meestal wordt dat vrij anekdotisch beschreven en wordt verwezen naar problemen met bijvoorbeeld spelling. Spelling is belangrijk, maar is maar een facet van taalkennis. Ik ben er helemaal niet zo zeker van dat een doorsnee twaalfjarige 20 jaar geleden taalvaardiger was dan de doorsnee twaalfjarige van vandaag. Wel is het zo dat onder invloed van evoluties die we allemaal kennen (sms-taal, doordringen van Engelse termen in de jongerentaal, …) er een trend is ontstaan naar een lossere omgang met spellingsregels. Meer in het algemeen proef ik in veel reacties een hang naar de samenleving van vroeger, die verkeerdelijk wordt vertaald in een onderwijskundig debat.
- de samenleving is niet meer dezelfde als 25 jaar terug. De aanwezigheid van niet-Nederlandstalige kinderen in onze scholen is niet alleen toegenomen, de diversiteit is ook veel groter geworden in de zin dat het niet langer gaat om kinderen van een beperkt aantal herkomstlanden, maar uit zowat de hele wereld. Het onderwijs heeft de moeilijke maar onontkoombare opdracht die kinderen te integreren. Hetzelfde geldt voor specifieke leernoden.
- eindtermen bestaan nog maar een 20-tal jaar. In het secundair onderwijs werden ze zelfs nog veel recenter ingevoerd, en zeker in de hogere graden en in het TSO en het BSO zijn ze nog niet volledig ingevoerd. En zoals al gezegd zijn ze een minimumnorm én laten ze de school vrij wat betreft methode en werkvormen. De stelling van de heer Boden toepassend op bijvoorbeeld minimumnormen voor huurwoningen zou ik kunnen uitleggen dat een appartement met alleen maar een douche, warm water, verwarming in elke kamer, voldoende verluchting en een wc te schraal is. Want de wetgever legt dat op als minimumnorm.
27/08/2010 om 10:22
Graag wil ik de analyse van dhr. Boden en de commentaren, zowel bevestigend als kritisch, toejuichen. Ik denk dat dit aangeeft dat we bezorgd zijn om ons onderwijs, en we bereid zijn ons te engageren om kwaliteit te bereiken.
Eén van de hoofddoelstellingen van leerplichtonderwijs is voor mij het beste halen uit elke leerling. Wat ik dan rond eindtermen lees, is om pessimistisch van te worden. Ik vraag me af in welke mate de beleidsmakers voldoende rekening houden met het democratisch element van het onderwijs.
Deze eindtermen zijn zoals hierboven aangehaald wel goed voor de begaafde leerlingen die uit eigen wil leervaardigheden en strategieen ontwikkelen. Eventueel ook voor leerlingen wiens ouders zich intensief met de begeleiding van hun kinderen bezighouden. Maar voor de anderen? Wat doen we met leerlingen die niet bij de ongeveer 5% hoogbegaafden horen, of waarvan de ouders, om eendert welke reden, de taak van onderwijs volledig bij de school leggen? Ik vermoed van niet, en in die zin is wat als “traditioneel” onderwijs voorgesteld wordt, misschien wel de grootst gemene deler om zoveel mogelijk uit iedere leerling te halen. Anders dreigen we de ongelijkheid in het onderwijs, en later de maatschappij te versterken. Dan zitten we terug in de situatie waar de kinderen van iemand zonder diploma hoger onderwijs, ook geen diploma hoger onderwijs hebben. Dat is geen schande, maar de mobiliteit en het recht zichzelf te verbeteren moet gewaarborgd worden.
Zelf nog student zijnde, is dit geen sinecure. Het hoger onderwijs vraagt veel van haar studenten in termen van vaardigheden en visie. Een eigen studiekeuze moet reeds gemaakt te worden vanaf het eerste jaar, in domeinen die in het secundair onderwijs niet of nauwelijks aan bod komen. Hier geldt hetzelfde principe: degenen die daar (statistisch) het best mee omkunnen, zijn de studenten van wie de ouders zelf hoger onderwijs hebben gevolgd. Degenen zonder dit voorrecht hebben meer kans een verkeerde keuze te maken, hun capaciteiten verkeerd in te schatten… dat leidt tot demotivering en het opgeven van de studies. Bereid iedereen hier dan goed op voor, als men het kan met competenties geen probleem, maar voor degenen die het niet kunnen, leg het hen uit, leer het hen.
Een laatste element zijn de toenemende uitzonderingen, Tine vermeldt dat er veel excuses gebruikt worden zoals leerstoornissen om een uitzondering te verkrijgen. Mijn vrees is dat dit geen excuses zijn. Het is een logisch gevolg van het recht op gelijke kansen zonder een kader om dat te bieden. Ons onderwijs creëert haar eigen drempels, zelfs met zaken als “groepswerk”, die voor elkeen met ASS zeer problematisch zijn. Zo zijn er nog voorbeelden te noemen. Maar de oplossing is niet maximaal individualisme zoals de eindtermen nu lijken te insinueren. Eerder een zo groot mogelijk kader voor zoveel mogelijk studenten, en we uitzondering aanvullen met bv. GON. Excellentie kan niet zijn enkele uitschieters qua score te hebben, het betreft een zo hoog mogelijke gemiddelde score.
Gelijke kansen moeten we lezen als gelijke ontwikkelingskansen bieden.
27/08/2010 om 11:31
@ wouter
Misschien toch eens de betekenis van het woord ‘voorbeeld’ opzoeken in Van Daele
27/08/2010 om 12:31
Geachte,
Mijn dochter heeft net het lager onderwijs beïndigd, bij de beste 5 van de klas nog wel.
Maar haar gebrek aan basiskennis is ontstellend !!
Zij heeft geen enkele notie van aardrijkskunde (zij weet niet waar landen noch continenten liggen, belgische rivieren of provincies zijn ook onbekend…..) of geschiedenis
Nochtans zijn dit zaken die (naar eigen ervaring) in secundair en hoger onderwijs niet meer zullen gedoceerd worden.
De kwaliteit van het huidige lager onderwijs is slecht en nog steeds in dalende lijn.
Dit kan ook niet anders want de lijn van lage kwaliteitseisen wordt consequent doorgetrokken tot in de lerarenopleiding. Hier is de situatie ronduit dramatisch. Iedere holbewoner kan tegenwoordig leraar worden. Een serieus percentage van de nieuw afgestudeerde leraren kunnen niet foutloos schrijven! En zij moeten de kinderen dan les gaan geven!.
Arm vlaanderen! : nu figuurlijk, binnen 2 decennia letterlijk.
27/08/2010 om 16:23
@ Annemie P.: best mijn bijdrage nog eens herlezen. Ik heb niets tegen geheugentraining, maar het leren van Chinese rivieren met als enig doel “geheugentraining” is en blijft absurd. Ook heb ik niets tegen talen, maar ik stel alleen vast, dat ik drie jaren Duits door mijn strot geduwd heb gekregen en er nog steeds van gruwel… Wat dus voor de ene een meevaller was en bepalend geweest is voor zijn / haar latere leven, is voor de andere een kwelling geweest. Fijn dat Latijn voor u iets betekende en dat dat nog steeds doet, maar mijn dochter voelt er enkel walging voor na al die jaren. Moeten we dan Latijn afschaffen? Of moeten alle wiskundige items behouden blijven omdat er sommigen later misschien door gebeten worden en amateur-astronomen worden? Ik weet het echt niet. En uw bijdrage bevestigt mijn enige stelling, nl. dat het voor beleidsmakers heel moeilijk is om te bepalen wàt er nu juist door leerlingen moet gekend worden en op welke leeftijd ze dit best verwerven…
@ Koen Verhulst: uw reactie is ontzettend kort door de bocht en beledigend voor al die mensen die nog elke dag het beste voorhebben met uw dochter. “Elke holbewoner kan tegenwoordig leraar worden”… Waarop wacht u? Veel vakantie, aardig loon én de kinderen die aan u zullen toevertrouwd worden zullen ongetwijfeld alle landen en hoofdsteden blindelings kunnen aanduiden, zullen foutloos kunnen schrijven, enz…
Even kort door de bocht?
27/08/2010 om 16:24
Puik artikel.
Als vader van 3 kinderen in het lager onderwijs heb ik mij al ontzettend zitten ergeren aan het totaal gebrek aan structuur in de reken/wiskunde handboeken. Een mash-up van allerlei disciplines voor elkaar. Idd, wiskundeknobbels vinden hun weg wel. En de rest mag aanklampen. En spelling is om bij te huilen. Mijn dochter heeft net het vierde leerjaar afgemaakt, haalt vlot 90%, maar kan niet schrijven. Ook aan de evaluatiesystemen schort er wat. Rapporten dienen enkel om de leerkrachten te evalueren in plaats van andersom.
De gehanteerde leermethodes mogen dan al pedagogisch verantwoord zijn, mij lijken ze vooral bijzonder chaotisch.
Droevig. Heel droevig.
27/08/2010 om 17:31
Wat is kwaliteit? Vaak maakt het niveau niet het verschil maar wel de aanpak en de sfeer of kinderen en jongeren beter presteren en makkelijker meewerken. Het niveau stijgt vanzelf naarmate de sfeer goed is.
- Het huidig schoolsucces van vele kinderen en jongeren hangt niet noodzakelijk samen met intelligentie. Toch maken menig ouder en leerkracht de klassieke denkfout dat schoolsucces nog altijd afhangt van hoe “slim” je bent.
- Creatieve kinderen en jongeren worden in het doorsnee onderwijs meestal als storende leerlingen ervaren. Hoewel menig leerkracht beaamt creativiteit te stimuleren, hebben ze eigenlijk liever geen vervelende zelfstandig denkende leerlingen die regelmatig de gewone gang van zaken verstoren.
- Kinderen die wat trager zijn in hun ontwikkeling of door een leerprobleem niet even snel vooruitgang maken als de gemiddelde leerling van de klas, worden vaak door het Mattheüseffect uitgeselecteerd. Het gevolg is dat deze kinderen en jongeren meer dan nodig is, schoolse achterstand opbouwen en minder worden gestimuleerd of geremedieerd. Later geloven ze echt (na jarenlange waterval en demotivatie) dat ze toch nooit kunnen rekenen of schrijven op een behoorlijk niveau.
- Vele jongeren ervaren een gemis aan structuur en duidelijkheid. Dit kan vele redenen hebben zowel binnen als buiten de school. Deze jongeren haken vaak sneller af in hun schoolloopbaan dan zij die wel de nodige ondersteuning, structuur en duidelijkheid ondervinden thuis, op school, in de vriendenkring, enz.. Sommige scholen en leerkrachten slagen er beter in zulke jongeren op te vangen en opnieuw te motiveren, andere scholen en leerkrachten beschouwen dat niet als behorende tot hun taak of opdracht. Vele leerkrachten en ouders menen nog teveel dat onderwijs volgens de oude stempel en de klassieke tuchtregeling (zoals in de goede oude tijd) hetzelfde is als structuur en duidelijkheid aanbieden. Maar in die tijd werden evenveel jongeren van de schoolbanken gejaagd, maar toen maakte men zich daar minder druk om. Men kon toen als laaggeschoolde of ongeschoolde nog aan werk geraken. Vandaag is dat minder vanzelfsprekend.
- Niet alle kinderen en jongeren zijn even vertrouwd met de “schooltaal”. Voor kinderen uit de lagere milieus, wordt het dan zeer moeilijk om aansluiting te vinden op school. De school hanteert vaak een taalcode die meer op schrijftaal lijkt. Enkel de “harde doorzetters en sterkst gemotiveerde kinderen” slagen er na veel moeite in toch die aansluiting te vinden. De andere jongeren worden langzaam uitgeselecteerd. Zorg voor lagere drempels in het begin zodat ze vertrouwd raken met die schooltaal en nadien beter kunnen volgen.
- De peergroup speelt zowel bij lagere schoolkinderen, als bij pubers en adolscenten een belangrijke rol in het schoolleven. Kinderen en jongeren die weinig of geen aansluiting vinden bij een peergroup of hun draai niet vinden tussen klasgenoten of gepest worden, riskeren sneller schoolse achterstand en andere problemen.
- Leerkrachten die warme, hoge, maar ook realistische verwachtingen stellen zonder onderscheid en zorgen voor een positief leerklimaat, zullen minder in de negatieve val trappen van het Pymalioneffect. Hun leerlingen zullen dan ook meer kans op vooruitgang maken. Meestal kan je aan het soort adjectieven en eigenschappen die worden gekleefd op leerlingen (en die je kan horen in de leraarskamer) snel te weten komen, welke jongeren positiever of negatiever worden beoordeeld, met alle gevolgen “vandien”.
- Te vaak worden schoolprestaties vermengt met gedrag. Wie zich goed gedraagt maakt meer kans op een succesvolle schoolcarrière, dan wie lastiger is. Dat betekent daarom nog niet dat men lastig gedrag moet tolereren en niet mag optreden. De wijze waarop men met lastige kinderen en jongeren omspringt, bepaalt dikwijls of ze niettegenstaande hun vervelende gedrag toch nog betere schoolresultaten blijven behalen of er de brui aan geven.
- Kinderen en jongeren hebben nood aan eerlijke en goede feedback. Dit gaat over meer dan schoolprestaties alleen. Laat ze nadenken en leren uit hun fouten, in plaats van de repeterende frustratie van terugkerende slechte cijfers en opmerkingen. Een lastige kerel die er in slaagt toch een uur langer meer zijn aandacht te houden bij de les, verdient ook eens een complimentje, ook al weet je dat hij nadien kan hervallen. Laat in elk geval bij lastige jongeren de zaak niet escaleren en durf erover te praten met collega’s. Zoek liever naar oplossingen dan een nutteloze machtsstrijd te moeten leveren. (Ik heb het hier duidelijk niet over de zeer ernstige tuchtproblemen of criminele toestanden. Deze vergen een andere aanpak en professionele tussenkomst)
- Sommige leerkrachten geloven nog in een klas waar de hele dag muisstil aandachtig moet blijven geluisterd en opgeschreven worden en hebben schrik om eens andere werkvormen uit te testen. Uiteraard moeten jongeren kunnen zwijgen en luisteren wanneer dat echt belangrijk is, maar daarom hoeven ze niet de hele dag op hun stoel te kleven. Bouw op een verstandige wijze afwisseling in de lessen. Hersenen renderen dan beter. Durf ook gebruik maken van impliciet leren en niet enkel van expliciet leren.
- Durf communiceren met jongeren en praat niet alleen over de les. Durf eens vrolijk zijn. Regelmatig lachende leerkrachten, die meestal goed gezind zijn, worden beter geapprecieerd dan saaie grijze muizen. En als zo’n lachende leerkracht eens dan toch op een zeldzaam moment boos wordt, dan weten de leerlingen meestal dat het menens is en zijn ze sneller geneigd zich te verontschuldigen of hun gedrag aan te passen. De plooien worden dan opnieuw ook sneller gladgestreken. Zulke leerkrachten blijven ook niet lang boos en relativeren sneller de situatie nadien. Kinderen en jongeren vinden leerkrachten die constant klagen of zich ergeren aan hun leerlingen ofwel leuk om te pesten ofwel oervervelend.
- Stel nooit meer eisen aan je jongeren dan die je zelf niet aankan. Als vele leerkrachten al zelf moeite hebben om hun aandacht bij een saaie lange vergadering te houden, beginnen te geeuwen of zelfs tussendoor te kletsen, wees dan maar flink bewust van jezelf dat dit gedrag niet abnormaal is en dus ook zeker voorkomt bij jongeren in de klas. Leerkrachten houden ook van efficiënte en goede vergaderingen waarbij ze zich betrokken voelen en niet enkel passief moeten luisteren en zwijgen. De gulden regel stelt: doe een ander niet aan wat je zelf niet graag hebt. Dus zorg ervoor dat je jongeren regelmatig kan blijven boeien in de les en verschuil je nooit achter het argument: discipline en tucht. Hersenen van leerkrachten werken op vele punten niet zo anders als die van leerlingen!
- Nostalgische leerkrachten die dromen van de “goede oude tijd” ondersteunen en bekrachtigen alleen maar hun eigen gevoel van machteloosheid en hulpeloosheid. Leerlingen hebben geen boodschap aan “zeurpieten” en “klagers”.
27/08/2010 om 18:05
@koen verhulst
Zeggen “infoboek” en “vooraltijdboekje” u iets? Ik heb zo een vaag vermoeden van wel. Dat deze methode WO - die naar verluidt zeer geprezen werd door de inspectie - ondertussen afgevoerd is en vervangen door een andere (kassa, kassa) zegt genoeg.
En inderdaad, er zijn nog scholen met leerkrachten die op hun strepen staan en zeggen: “Neen, meneer de directeur, ik ga niet met de nieuwste flitsende methode mijn kinderen leren lezen, maar ik ga dat blijven doen op dezelfde manier als ik dat al meer dan 10 jaar met succes doe.”
Er is binnen ons onderwijslandschap zo veel vrijheid dat het nefast wordt. Hoe moet je als ouder een juiste keuze maken voor je kind? Je zou er bijna een rechercheur voor moeten zijn, wil je met kennis van zaken kunnen oordelen en alle leerkrachten voorafgaandelijk op de rooster leggen, bijvoorbeeld of zij wel over de nodige kwalificaties beschikken (je zou er nog van versteld staan, eens een pedagogisch diploma op zak - ook de vroegere zogenaamde D-cursus, kan iedereen alles geven).
En wat dan met een leerkracht die bij het begin van het 6de leerjaar onverbloemd verklaart met betrekking tot het vak Frans dat zij opleidt ter voorbereiding van de latijnse?
Leerlingen die geen Latijn gaan volgen en de gevraagde geschreven actieve vertalingen niet volledig correct kunnen maken en dus geen schitterende punten scoren op dat vak, raken zo onterecht gedemotiveerd nog voor ze het middelbaar aanvangen.
Als klap op de vuurpijl halen ze eens in dat middelbaar aangekomen dan astronomisch hoge cijfers omdat daar de leerkracht van de eindtermen lager onderwijs vertrekt die dan weer stellen dat een kind geen letter Frans op papier moet kunnen zetten (maar alleen mondeling zijn plan moet kunnen trekken in eenvoudige situaties) zodat ze na het eerste jaar middelbaar niet veel verder staan dan op het eind van het zesde leerjaar.
En dan nog iets om heimwee te krijgen naar de goede oude tijd: mijn dochter die nu het vijfde leerjaar lagere school gaat aanvangen krijgt van maar liefst 5 verschillende leerkrachten les (en dan nog een geluk dat ze niet bij één of ander GOK-leerkracht langsmoet of het waren er nog meer). Goede voorbereiding op het middelbaar roept men dan in ter vergoelijking.
27/08/2010 om 18:31
Aan dhr. Stubbe (inspecteur???), Wouter Anoniem, Marc Deporter en Stijn Bohez: Laat al uw zgz “wijsheid” eens achterwege en lees het boek van Frank FUREDIi: “WASTED. Why Education isn’t Educating.” Of hoe (wan)toestanden in het Britse onderwijs zo sprekend gelijken op wat er zich al jarenlang aan het voltrekken is in ons Vlaamse onderwijs. Je hoeft dan niet meer op een forum tevergeefs je gelijk te halen… Jef Boden: ik kan je 100% volgen in uw frustraties. De resultaten van volgende PISA-toetsingen zullen je gelijk geven! En by the way: Dringend het Onderwijs voor Lerarenopleiding academisch upgraden, onze jeugd verdient dit! Als “men” zo slim was dit uit te dokteren voor de Studies van Inustrieel Ingenieur waarom dan niet voor de Lerarenopleiding?
27/08/2010 om 19:27
Dit is reactionaire, populistische demagogie bedoeld om de ouders schrik aan te jagen. Zoals het document zegt, het gaat om minimumdoelstellingen. Wat houdt de leerkracht/school tegen om de lat hoger te leggen?
Ik sta zelf in het onderwijs (secundair), en ik lijd NIET aan herinneringsoptimisme. De lessen 25 jaar geleden waren soms oersaai, vaardigheden als luisteren/spreken kwamen nauwelijks aan bod, en vaak beperkte de leerstof zich tot de willekeur van de leerkracht (de ene gaf enkel literatuur, de ander niets dan woordenschat etc). Ook toen waren er goeie en slechte leerkrachten, net zoals nu.
27/08/2010 om 22:27
De bezorgdheid omtrent de niveaudaling en ontscholing van het onderwijs in het standpunt van Jef Boden en in de meeste reacties gaf begin 2007 aanleiding tot de oprichting van de vereniging O-ZON (=Onderwijs Zonder ONtscholing). Sindsdien besteedden O-ZON & Onderwijskrant tientallen bijdragen en een aantal katernen aan deze problematiek. De meeste zijn opgenomen op de websites http://www.onderwijskrant.be en http://www.o-zon.be. en in het boek: Meester ik moet/mag naar school, Academia Press (Gent). Reacties en standpunten omtrent deze thematiek zijn welkom bij raf.feys@telenet.be.
28/08/2010 om 00:30
Jef, ge hebt groot gelijk.
Toen ik nog in uw klas zat ging ge er al volledig voor en ik merk dat dat nog niks is veranderd.
Ik vind ook dat er dringende deftige hervormingen moeten plaatsvinden en dat we eens aan onze medemens moeten denken ipv dat enkel en alleen de zakkenvullers zich overal mee moeien en de wijsheid in pacht hebben. Denk in godsnaam toch eens na ipv met oogkleppen op te lopen. Wij kregen tenminste nog een basis. Zowel ouders als leerkrachten werkten samen om van de kinderen iets te maken. Dezer dag worden ze aan hun lot overgelaten. Ouders gaan allemaal full time werken en het leerprogramma laat ze maar zelfstandig werken. En daar staan ze dan in de maatschappij. CLB zal wel zeggen dat ze een lagere richting moeten kiezen omdat ze een zwaardere niet aan kunnen, en hoe komt dat.
Ge hebt gelijk Jef, gaat ervoor.
28/08/2010 om 08:39
Stof om na te denken….
Ieder gaat natuurlijk zijn standpunten verdedigen, hoewel men toch niet kan ontkennen dat er een algemene verarming van onderwijs bezig is, in alle lagen. En volgens mij, en dan heeft de heer Boden gelijk, komt dit voort uit het niveau van kleuter- en basisonderwijs.
Anderzijds ben ik er ook van overtuigd dat persoonlijke interesse de drijfveer moet kunnen zijn, MAAR in het merendeel van de leerlingen bestaat deze drijfveer niet. Kinderen gaan naar school omdat ze moeten, ze zijn het belang zoek…
Als je met een kind van zes in een ontwikkelingsland spreekt krijg je kippenvel omdat dat kind op die leeftijd vooraleer het reeds onderwijs gevolgd heeft reeds een heel belangrijk einddoel gehaald heeft. Namelijk, het kind legt verbanden naar de toekomst, heeft meer begrepen dan vele kinderen hier die al in het secundair onderwijs zitten.
Ook heb ik zelf twee verschillende onderwijsmethoden ondergaan, het klassieke gedoceerde (diploma behaald, en begeesterd door de profs die niet enkel theorie meegaven maar ook praktische ervaringen) en het moderne groepssysteem waarin ik me verloren voelde lopen in de groep en veel minder de drijfveer voelde omdat bijna alle theorie letterlijk uit veel te moeilijke engelse of franse vakboeken kwam…
Het is natuurlijk maar wat je ligt…
En volgens mij het belangrijkste punt, wat doen de kinderen thuis? Hebben ze begeleiding? Is er omkadering en leerruimte…?
Zelf heb ik drie kleine kinderen en we spreken 4 talen thuis, best ingewikkeld voor kinderen om dit alles te filteren…
En toch heeft meneer boden gelijk, goede bedoelingen heeft waarschijnlijk elke leerkracht, maar de invulling van die competenties ligt bij ieder leerkracht anders omwille van verschillende factoren; creativiteit, doelgroep, …
Volgens mij moeten ouders meer opnemen en bijvoorbeeld geschiedenis kan ook bijgebracht worden door je kinderen op uitstapjes te nemen, iedere avond verhaaltjes te lezen….
D. Vandebosch
30/08/2010 om 10:17
Eindelijk eens een uitgebreide discussie over “onderwijs”. Eindelijk komen de rechtstreeks betrokkenen eens aan het woord ipv de beleidmakers, regelneven en andere administratoren, die ‘(zonder ooit voor de klas te hebben gestaan) uit een ivoren toren allerlei wijsheden verkondigen en (erger nog) de hervormingen sturen en de voortdurend wisselende ministers leiden en beïnvloeden.
Veel te weinig horen of lezen we over belangrijke hervormingen (als die van het secundair onderwijs) die de toekomst van een generatie kunnen aantasten. Als gepensioneerd taalleraar sluit ik me volledig bij de heer Boden aan. Minister Smet, quo vadis, bloklettert Onderwijskrant, het is hoog tijd om dit allemaal eens te lezen !! Surf om te beginnen maar eens naar http://www.onderwijskrant.be !!
02/09/2010 om 01:07
Tja, en dan worden wij, huisonderwijzers, met de vinger gewezen omdat we diezelfde standpunten innemen. Ik wil het graag beter doen, want eindtermen of leerplannen, het maakt allemaal niet uit. Leerkrachten worden teveel geleid door handleidingen waarbij ze niet meer moeten nadenken, gewoon uitvoeren. Ze hebben ook geen keuze, ze moeten die wel gebruiken, want ander materiaal krijgen ze niet. Die dingen koop ik dus echt niet, hoewel de inspecteur dat graag zou zien. Waarom zou ik? Omdat er ook toetsen instaan? Als je één-op-één werkt, zie je zo ook wel wat je kind kan of niet kan. (Sommige uitgevers hebben ook geweldige verkopers. Ik zie overal methodes opduiken die ronduit zielig zijn, ten koste van betere methodes die dan als verouderd beschouwd worden.)
Gemotiveerd zijn ook al vele leerkrachten niet meer en wat extra kan er niet af. Er is niks mis mee om kinderen te tonen waarvoor ze die kennis nodig hebben, er is anderzijds ook niks mis met het memoriseren van een deel leerstof, maar de vlaggen van 30 Europese landen kunnen tekenen… Misschien op de zeevaartschool, maar niet in het basisonderwijs. Onze oudste (nu 13) kende er de dag na de toets niet één meer. Pure waanzin, laat die kinderen aub dingen memoriseren die interessant zijn. Wie Anne Frank is… tja, daar had ze nog nooit van gehoord.
Voor onze jongste, die huisonderwijs krijgt, schaf ik mij hier en daar ‘gewoon’ schoolmateriaal aan, maar als in de taalboekjes fouten staan, dan gaat mijn haar rechterop staan! Publiceer vooral cijfers van huisonderwezen kinderen die geen diploma halen voor hun 18de verjaardag…
Ter aanvulling, wat dacht je van deze:
De leerlingen:
* tonen de bereidheid zich te oefenen in omgangswijzen met anderen waarin ze minder sterk zijn
* tonen in een eenvoudige conflictsituatie in de omgang met leeftijdgenoten de bereidheid om te zoeken naar een geweldloze oplossing
* tonen zich bereid om actieve en passieve vormen van vrijetijdsbesteding te onderzoeken en te evalueren
Ze moeten er verder niks mee doen, hoeven het niet te kunnen, als ze maar bereid zijn.
Of deze:
tonen belangstelling voor het verleden, heden en de toekomst, hier en elders
Hoe leer je, of verplicht je, iemand belangstelling te hebben in gelijk wat? Wat mij betreft, is dit de lastigste eindterm. De rest halen we op onze sokken.
10/12/2010 om 08:53
@Anne de Bondt, je hebt gelijk met je kritiek op die rare ‘bereidheid’ en ‘belangstelling’-eindtermen. Of iemand bereid is tot X kan iemand in de hemel brengen, of in de gevangenis, maar moet geen sta-in-de-weg zijn om een gewoon diploma te halen. Of iemand belangstelling heeft voor de literatuur van Paul van Ostaijen zal mij een biet zijn, maar bij mij kan en moet de leerling wel leren er iets verstandigs over te kunnen zeggen.
Nou ja, een biet, zo is het ook weer niet. Maar de belangstelling hoort geen onderdeel van de *leer*doelen uit te maken. Daarom onderscheid ik *leer*doelen en *onderwijs*doelen. De eerste zijn voor de leerling, wat je qua kennis en vaardigheden van ‘m mag verwachten. De tweede soort zijn voor de leraar, wat je mag verwachten dat hij/zij in het lesgeven nastreeft. Ik wil mijn leerlingen graag enthousiast maken voor de Nederlandse literatuur. Als dat niet lukt, ben ik daar op aan te spreken. Maar op zulk enthousiasme mag je de leerlingen niet afrekenen. Ook wie niet van Jef Geeraedts houdt of van Jan Wolkers, moet uiteindelijk toch over hun boeken een goed tentamen kunnen afleggen. Liefde, of gebrek daaraan, voor de letteren verdient op zichzelf geen hoog cijfer.
Ik wil geen leerlingen die om een hoger cijfer tegen mij jokken dat ze van X houden, belangstelling hebben voor X, of bereid zijn X te doen.
21/05/2011 om 07:12
Ik ben blij dat, bijna een jaar later, deze discussie nog steeds open staat. Dit artikel gaf me hoop en moed dat er toch nog mensen gezond kunnen nadenken over ons onderwijs.
Onze huidige minister stuurde een ‘thesis’ de wijde wereld in met de veelbelovende titiel: ‘Mensen doen schitteren’. Ik las het nu al 3 keer door, maar merk dat de verzuchtingen van het veld ( wij dus ) toch weer wat genegeerd zijn. Toen wij ons ei mochten gaan leggen, ( ik in zaal Roma ) mocht ik 3 voorstellen doen. Deze zijn genoteerd door zijn medewerker en 2 vind ik er van terug in zijn tekst. Echter, de invullig is anders dan deze die ik haarfijn liet optekenen. Ik hoop meer en duidelijke details te kunnen laten lezen van zodra ik groen licht krijg. Meer details kan u vinden door mijn naam te googlen en naar het meest gebruikte sociale medium van deze tijd te gaan.
Marc Bellinkx is leraar, maar mag hij dat nog?