Moeten er nog ingenieurs zijn? Ja, vast en zeker. De oproep wordt regelmatig herhaald, vanuit de ingenieursverenigingen, vanuit de universiteiten, vanuit de bedrijfswereld, en verschillende initiatieven zoals “de Wereld aan je voeten” en de “dag van de ingenieur” maken je warm om voor ingenieur te studeren.
Hoe reëel is die nood nu echt?
We zijn al even op zoek zijn naar technologisch geschoolden in Vlaanderen – op alle niveaus. Technologie is een belangrijke motor van de economie – daar zijn we ons al een tijdje van bewust – en onze industrie vraagt uitdrukkelijk naar meer ingenieurs, zowel industrieel als burgerlijk ingenieurs en ongetwijfeld in toenemende mate ook naar bio-ingenieurs. Wij zijn daarin niet alleen, ook in de ons omringende landen stijgt de vraag naar ingenieurs, maar zij lijken daar soms beter op in te spelen. In Vlaanderen blijft het aantal ingenieursstudenten dalen.
Er wordt wel eens gezegd dat we dreigen werkgelegenheid te gaan verliezen, als we er niet in slagen meer ingenieurs te vinden, maar hoe reëel is die nood nu echt? Eerder dan nog eens de cijfers op te zoeken, wil ik voor een stuk getuigen uit eigen ervaringen: wij verliezen nu al omzet, dus werkgelegenheid door een tekort aan ingenieurs. In mijn werkomgeving zie ik dat we projecten van klanten moeten weigeren omdat we te weinig mensen hebben. Vaak zijn dat projecten die dan naar Amerikaanse of Duitse concurrenten gaan, en die zijn we dan kwijt, niet alleen nu, maar ook voor vele jaren. Daarnaast zijn we genoodzaakt om in het buitenland werk te laten uitvoeren (offshoring en nearshoring), niet door de loonkosten, maar door een gebrek aan voldoende gekwalificeerde mensen hier.
Dit betekent op het niveau van Vlaanderen of België dat we kansen mislopen om ons Bruto Binnenlands Product te verhogen, en zo onze staatsschuld te verlagen en onze welvaart te verhogen. Merk ook op dat een ingenieursjob een typische hefboomjob is, een functie die vaak ook werkgelegenheid creëert voor lagergeschoolden.
Welke ingenieur – burgerlijk of industrieel?
Er beweegt tegenwoordig heel wat in de wereld van de ingenieursopleidingen. Met de BAMA-hervormingen wordt gewerkt aan de academisering van de opleiding industrieel ingenieur. Dat houdt in dat de opleiding ingebed wordt in de universiteiten, en dat ook aan de industriële hogescholen er ruimte komt voor onderzoek.
De opleiding burgerlijk ingenieur heeft door de jaren trouwens eveneens wel wat veranderingen ondergaan. Dit leidt tot nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld in de internationale erkenning van de titel van industrieel ingenieurs, maar ook tot nieuwe uitdagingen, zoals het leren wennen aan de nieuwe namen (ingenieurswetenschappen en industriële wetenschappen, of master in engineering en master in science).
Er is in de voorbije jaren behoorlijk wat discussie geweest over de manier waarop deze hervormingen moesten worden doorgevoerd. Een belangrijke conclusie uit dit debat, en daarover zijn de meeste betrokkenen het eens, is de noodzaak om twee duidelijk onderscheiden profielen te houden.
De noodzaak aan duidelijk onderscheiden profielen – ook om meer studenten aan te trekken
De grote sterkte van de Vlaamse ingenieur is altijd geweest dat er twee sterke ingenieursopleidingen waren. Daarbij hadden de twee types ingenieur duidelijk onderscheiden profielen:
- De burgerlijk ingenieur is meer conceptueel gericht en put zijn kracht uit zijn abstraherend denkvermogen.
- De industrieel ingenieur is meer praktijkgericht en put zijn kracht uit zijn operationeel denkvermogen.
Dat onderscheid wordt ook door de industrie geapprecieerd en we zien dat succesvolle bedrijven een goede mix hebben van burgerlijke en industriële ingenieurs (en economisten en andere). Ook met de Bologna-hervormingen moet dat onderscheid duidelijk blijven, en we zien dat de KU Leuven bijvoorbeeld een aparte faculteit opricht voor de industriële wetenschappen.
Deze verscheidenheid is echter ook van belang voor de aantrekkelijkheid van het ingenieursberoep. Hoe specifieker het profiel, hoe groter de kans dat dat dichter aansluit bij de verzuchtingen van de jongafgestudeerde. Mocht dit onderscheid vervagen, zouden zowel de industrieel ingenieursopleiding als de burgerlijk ingenieursopleiding erop achteruitgaan. Zo zouden sommige jongeren de opleiding industrieel ingenieur nog te academisch vinden, en anderen zouden de opleiding burgerlijk ingenieur niet wetenschappelijk genoeg vinden. Het is een illusie te denken dat één aanbod iedereen zal aanspreken, en dan nog wel op dezelfde manier.
Een aspect is het mogelijk optrekken van de duur van de opleiding naar vijf jaar. Zeker, dat zou een extra afschrikking kunnen zijn voor een aantal kandidaten, maar als je die verscheidenheid in profielen voldoende duidelijk maakt, mag uniformisering zeker geen reden zijn om tot deze keuze over te gaan. Waar we vooral over moeten waken, is dat jongeren hun studiekeuze maken om de juiste redenen. We willen vermijden dat ze een negatieve keuze maken omwille van secundaire of gepercipieerde redenen, zoals een slecht imago, een beeld van een typische nerd, of een gevoel van verkeerd gebruik van technologie. Behoud van verscheiden profielen maakt het eenvoudiger voor de jongeren om dat soort ingenieurswerk te kiezen dat hen ligt (het academische, het praktijkgerichte, het milieutechnische….) Hoe ze dat invullen, is aan hun – er is geen enigzaligmakende weg.
Nieuwe opportuniteiten
Het moet gezegd worden dat de hervormingen ook een hele reeks nieuwe mogelijkheden bieden. Zo kan de diepere betrokkenheid van industrieel ingenieurs bij het onderzoek een betere marktbenadering van onderzoek aanbrengen, en zo de vermarkting van technologie en onderzoeksresultaten beter laten verwezenlijken. Ook zie ik mogelijkheden om flexibeler je carrière in te vullen, bijvoorbeeld als je de overstap wil maken naar een ander profiel waar je je beter bij voelt aanleunen. Ook liggen er nog massaal veel opportuniteiten in technologie in het algemeen. Als je ingenieur wordt, kan je voor of tegen kernenergie zijn, en heel wat ingenieurs zijn trouwens actief in groene energie, maar ze doen dat vanuit een kennis van wat haalbaar is.
Graag wil ik afsluiten met deze oproep: als ingenieur of als ingenieur-in-spe krijg je heel wat kansen, en de maatschappij, de staat, de universiteiten, de industrie en de ingenieursverenigingen kunnen, willen en moeten je daarin bijstaan. Toch wil ik ieder van jullie oproepen om je loopbaan zelf in handen te nemen: het is jouw job, doe er iets mee !
Luc Bongaerts
(De auteur is burgerlijk ingenieur, actief in loopbaanontwikkeling, en actief als ingenieur in een business development rol bij OM Partners.)
@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus - mod






16/03/2011 om 14:20
Zijn er enkel Burgerlijk en industrieel ingenieurs? Ik dacht dat er ook nog zoiets bestond als een Bio-ingenieur en een handelsingenieur?
16/03/2011 om 16:43
Nogal sterk dat er buiten de eerste paragraaf nooit melding wordt gemaakt van bio-ingenieurs. Die beschikken ook over een ingenieursdiploma, en zijn zeker evenwaardig aan burgelijk ingenieurs, of industrieel ingenieurs. vanwaar de lacune?
16/03/2011 om 18:46
Inderdaad, een nogal stiefmoederlijke benadering van mijn bio-ingenieursdiploma! Jammer collega - ingenieur! Maar misschien heeft de vakbeweging van deze ingenieurstak zich dat ook wel wat aan zichzelf te wijten. Veel afgestuurde bio-ingenieurs blijven dan ook hangen in academische kringen, de connecties tussen bedrijfswereld en bio-ingenieurs faculteiten zijn veel minder uitgesproken dan die van de burgerlijk- en industrieel ingenieurs. Op zich geen drama, maar dat ons diploma een meerwaarde betekent voor de industrie is mij tijdens mijn beroepsloopbaan wel duidelijk geworden. Vaak is die meerwaarde niet zozeer het specialisme van de ingenieur, maar veeleer zijn manier van denken, analyseren, communiceren en in de meeste gevallen ook brede kennisdomein.
De paragraaf ivm nieuwe opportuniteiten, daar kan ik me evenwel volledig in vinden. Niettegenstaande ik biotechnologisch Ir. ben (u weet wel, DNA en proefbuizen), ben ik verzeild geraakt in de industriële informatica. En nog geen ogenblik spijt gehad! Een diploma zegt immers veel, maar niet alles.
16/03/2011 om 18:51
Als de industrieel ingenieur iemand is die zich met de “praktijk” bezig houdt, dan kan deze schaarste beter opvuld worden met kandidaten met een bachelor of HTS-diploma.
De opleiding industrieel ingenieur naar 5 jaar brengen heeft toch ook wel een aantal voordelen:
- de industriële ingenieurs worden vandaag de dag zeker niet “te goed” opgeleid. De industrie (-toch de bakermat voor de industreel ingenieur-) zal nooit klagen over te goed opgeleide ingenieurs, integendeel. Wordt de industrieel ingenieur nog meer de ingenieur voor de kmo, zoals sommigen beweren, dan moet men dit aan zesdejaars van het middelbaar onderwijs duidelijk en eerlijk stellen. Het aantal geïnteresseerden zal zeker niet toenemen…..
Er is vandaag, maar zeker morgen meer dan ooit nood aan zeer goed opgeleide ingenieurs. Innovatie is gerelateerd aan het potentieel hiertoe: o.a. zeer goed opgeleide ingenieurs en ICT-ers. Kwaliteit heeft hierbij voorrang op kwantiteit.
- Jongeren zouden met de keuze voor een opleiding tot industrieel ingenieur weten dat ze een volwaardige ingenieursopleiding aanvatten en niet een halfslachtige beta-oplossing zoals vandaag het geval is.
(Vele industrieel ingenieurs zijn bedrogen met de belofte een volwaardige academische opleiding aan te vatten.)
- Afgestudeerden zouden niet meer verplicht zijn om na hun opleiding industrieel ingenieur nog een aantal jaren aan de universiteit door te brengen om hun diploma echt te valoriseren.
De visie van o.a Wilson De Pril (Agoria) dat een studieduurverlenging met 1 jaar een extra tekort op de arbeidmarkt doet ontstaan is al te kortzichtig en ruikt naar eigenbelang.
Is er gevaar voor een overlapping met de opleiding tot burgerlijk ingenieur? Misschien (en onvermijdelijk) hier en daar wel, een gedeeltelijke overlapping bestaat trouwens in het bedrijfsleven. Toch blijft de burgerlijk ingenieur dé wetenschapper en in de praktijk vaak de manager.
Een 5-jarige vorming zou van de vorming tot industrieel ingenieur een echte “ingenieurs”-opleiding maken. Het vijfde jaar gebruiken voor een uitgebreide stage is uit den boze. Bedrijven zijn best wel bereid om iemand te begeleiden én te vergoeden tijdens de eerste peride van een loopbaan.
Veel belangrijker is bijv. een echt grondige kennis van ICT. Duitsland heeft voorzien dat binnen afzienbare tijd 50% van de jobs rechtstreeks met ICT te maken hebben, In België denkt men eraan tegen 2020 bepaalde budgetten te verdubbelen…..
Is er geen alternatief voor een ingenieursopleiding? Absoluut wel: de bijna dramatische cijfers voor het aantal kandidaten dat kiest voor een masteropleiding in bijv. wiskunde, fysica of ICT, zijn een indicatie dat deze afgestudeerden een mooie, interessante en werkzekere loopbaan tegemoet gaan…..
16/03/2011 om 19:49
We moeten ervoor zorgen dat meer jongeren voor een ingenieursstudie kiezen en ik denk dat we dit het beste doen door de studie te promoten en te stimuleren in het secundair onderwijs. Dit door de wetenschappen en wiskunde daar interessanter en toegankelijker te maken voor een groter publiek. Jongeren worden maar al te vaak afgeschrikt van ingenieursstudies, omdat ze denken dat deze te moeilijk voor hen zijn.
Een grote spil hierin is het vormen van goede leerkrachten, die met passie en enthousiasme hun vak kunnen vertellen. Daarom stel ik voor de leerkrachten in het middelbaar onderwijs te ontlasten van bijkomende administratieve zaken en hen meer ondersteuning te geven, zodat ze meer met de kern van hun zaak bezig kunnen zijn: jongeren warm maken voor het volgen van hogere wetenschappelijke studies.
16/03/2011 om 23:05
Het is wel een conjunctuurgevoelig beroep. Tegenover het teveel aan werk staat soms een tekort aan geld om de ingenieurs te betalen. Maar onze economie is wellicht toch beter af met meer ingenieurs dan met minder. Want zoals Luc suggereert, is een tekort een rem op de ontwikkeling van de economie. Het is een van de weinige beroepen die de economie niet belast maar stimuleert.
17/03/2011 om 11:48
Zoals hierboven gemeld er moet een duidelijk onderscheid blijven bestaan tussen beide opleidingen en een een kwalitatief hoogstaande opleiding is voor beide groepen belangrijk. Door het afschaffen van het ingangansexamen voor burgelijk ingenieur is er toch wel een negatieve invloed ontstaan op het niveau van de opleiding ( zoals ook door de proffen wordt bevestigd) Dit zal misschien ook wel tot gevolg hebben dat de meer “abstract denkende student” zich binnen onafzienbare tijd naar buitelandse universiteiten zal begeven. Met alle gevolgen van dien.
vanwege een industrieel ingenieur
17/03/2011 om 13:04
Als technisch ingenieur (zoals destijds genoemd) afgestudeerd in 1966 aan een van de messt gerenommeerde instituten voor deze opleiding in Gent en een meer dan behoorlijke beroepsloopbaan zie ik de zaken als volgt:
Veel heeft te maken met de kwaliteit van de opleidiing en de kwaliteit van het individu. Destijds was er een wereld van verschil tussen de verschillende instellingen met opleiding voor hetzelfde technisch ingenieur diploma. De huidge toestand is mij minder bekend, maar dit is vermoedelijk voor een stuk zo nog zo.
Meer heeft echter te maken met het individu. Ik heb in mijn loopbaan slechts de eerste twee jaar verschil gezien tussen mijzelf en de burgerlijk ingenieurs en ik denk dat ook vandaag dit onderscheid in zekere mate nog bestaat. Nadien echter vervaagt dit omdat men in alle werknemers een waaier van kwaliteiten vindt, van nominaal (een eufemisme eigenlijk voor slecht) tot uitstekend. Vanaf een bepaald beroepsniveau beginnen andere kwaliteiten te tellen zoals talenkennis, flexibiliteit, teamwork, analytisch vermogen, het functioneren onder stress etc… Ik denk dat dit voor de loopbaan belangrijker is dan burgerlijk ingenieur of industrieel ingenieur. Ik ben ook niet zeker dat deze twee opleidingen hierop verschillend voorberedien.
18/03/2011 om 10:11
Geachte heer Bongaerts
We lazen met interesse uw opiniestuk en ondersteunen natuurlijk uw boodschap. Ook legt u de juiste nuances tussen onze verschillende opleidingen industrieel ingenieurswetenschappen en burgerlijk ingenieurswetenschappen. We nemen uw visie hierover graag mee.
Daarnaast maakt u melding van een daling aan ingenieursstudenten. Het totale plaatje klopt natuurlijk maar we stelden vast dat hierbij de bio-ingenieurs over het hoofd werden gezien!
Zoals u zelf in uw introductie kort aanhaalt, zijn de bio-ingenieurs meer en meer nodig. Kranten, dagbladen, radio- en televisieprogramma’s berichten dagelijks over stijgende voedselschaarste, eindige grondstoffen, globale opwarming, enz.. Onze breed inzetbare bio-ingenieurs zijn dan ook dagdagelijks bezig met het ontwikkelen, controleren en verbeteren van voedingsmiddelen, biobrandstoffen, geneesmiddelen, gentechnologie, sensortechnologie, klimaat, nanotoepassingen in de voeding en de gezondheidszorg, …
Het aantal studenten dat zich voor het eerst inschreef aan de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van K.U.Leuven stijgt echter de voorbije jaren onafgebroken. De voorbije vier jaar mochten we elk jaar zo’n 10% meer studenten verwelkomen. Bovendien telt onze faculteit 43% vrouwelijke studenten.
Onze bio-ingenieurs leiden we niet alleen op in ingenieurstechnische en specialistische basiskennis, maar we integreren deze kennis met probleemoplossend denken in teamverband en verankeren dit in de maatschappij. Bio-ingenieurs zijn niet wereldvreemd, zetten zich met al hun energie in om de dagelijkse maatschappelijke problemen te identificeren en verantwoorde oplossingen te zoeken en mogen dus zeker niet over het hoofd gezien worden!
Verder onderstrepen we natuurlijk de boodschap die u uitdraagt: Vlaanderen heeft inderdaad méér ingenieurs nodig: maar dan zowel industrieel ingenieurs, burgerlijk ingenieurs én bio-ingenieurs.
Vriendelijke en collegiale groeten
Ir. Matt Tips
Hoofd Externe Relaties
Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
K.U.Leuven
25/03/2011 om 22:58
Beste lezers,
Bedankt voor jullie reacties. Een paar antwoorden.
Vele opmerkingen refereren naar de positie van de bio-ingenieurs in dit debat.
Ik denk dat jullie terecht de meerwaarde van jullie beroep/opleiding in de verf zetten,
en jullie alumniverenigingen en de KVIV zullen jullie daar zeker in ondersteunen.
De situatie van de bio-ingenieurs is enigszins anders, want het aantal studenten bio-ingenieur
nam wel toe over de jaren. Ook zijn er meer vrouwelijke studenten die hiervoor kiezen.
Wat kunnen we daarvan leren? Altijd bereid tot een debat - u vindt mij wel via de geeigende kanalen.
Ook wil ik even citeren wat BVB zegt: “een diploma zegt veel, maar niet alles.” Zeer terecht, en
dat wil ik graag in de verf zetten. Persoonlijk ken ik heel wat mensen die ook als psycholoog,
geschiedkundige, fysicus een zeer sterk technisch/technologisch potentieel hebben en gebruiken in hun
beroepsloopbaan. Mensen waar ik vaak nog heel wat van kan leren.
Ik kan alleen maar aanmoedigen als mensen zichzelf overstijgen en zich niet laten
in vakjes steken door de (al dan niet vermeende) beperkingen van hun opleiding.
Luc