Tijdens de Zevende Dag plaatste Gilbert De Swert, voormalig hoofd van de ACV-studiedienst, grote vraagtekens bij de omvang van de komende vergrijzinguitdaging.
Een van de argumenten die werd aangehaald, was het volgende. Volgens het Federaal Planbureau zal de Belgische economie tussen nu en 2030 jaarlijks groeien met zo’n 1,5%. Over twintig jaar komt dit dus neer op 30% extra welvaart. Volgens datzelfde Planbureau zouden de vergrijzingkosten over deze periode slechts 3,7% van het BBP bedragen. Wat is dus het probleem? Het zou zelfs ‘schandelijk’ zijn, indien we met deze 30% extra welvaart deze 3,7% extra vergrijzinguitgaven niet zouden kunnen financieren. Klinkt logisch, niet? Het probleem is echter dat er appelen met peren worden vergeleken, waardoor er totaal verkeerde conclusies worden getrokken.
De cijfers
De Studiecommissie voor de Vergrijzing, waaraan het Federaal Planbureau een belangrijke inhoudelijke bijdrage levert, gaat er vanuit dat onze productiviteit op de lange termijn met 1,5% per jaar zal stijgen. Onze jaarlijkse economische groei zal hier zeer dicht bij aanleunen, omdat de bijdrage van het arbeidsvolume tot de economische groei omwille van de vergrijzing zeer mager zal uitvallen. Een economische groei van 1,5% per jaar geeft over twintig jaar een stijging van onze welvaart met 34,7%, inderdaad zeer dicht bij de 30% waarvan Gilbert De Swert melding maakt. Tot nu toe alles in orde dus.
De sociale uitgaven zullen volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing stijgen van 25,5% van het BBP in 2009 naar 29,2% van het BBP in 2030, ofwel een toename met inderdaad 3,7% van het BBP. Deze 3,7% mag nu echter niet met de bovenstaande 34,7% worden vergeleken, omdat het hier om twee totaal verschillende zaken gaat. De 34,7% gaat immers over de stijging van onze welvaart over een periode van twintig jaar, terwijl de 3,7% betrekking heeft op hoeveel er in percentage van onze welvaart extra naar de betaling van de sociale uitgaven zal gaan. Om te vergelijken wat vergelijkbaar is, moet er dus worden berekend met hoeveel de sociale uitgaven zullen stijgen in de komende twintig jaar.
Sociale uitgaven stijgen sneller
Zelfs zonder enige berekening te moeten doen, is het duidelijk dat de sociale uitgaven sneller zullen stijgen dan onze welvaart. Hoe kan men immers anders verklaren dat volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing de sociale uitgaven in percentage van het BBP zullen toenemen? Indien men de berekeningen doet, dan stelt men vast dat de sociale uitgaven in de periode 2010-2030 niet met 3,7%, maar wel met maar liefst 54,2% zullen stijgen. Het plaatje wordt nu plots totaal anders: onze welvaart zal in de komende twintig jaar inderdaad met 34,7% stijgen, maar de sociale uitgaven zullen nog veel meer toenemen, namelijk met 54,2%. De bezorgdheid over hoe we dit gaan financieren, is dus niet alleen zeer terecht, de tijd die ons nog rest om deze uitdaging succesvol aan te gaan, begint ook serieus te dringen.
Wat nodig is
Net als in het klimaatdebat is ook in het vergrijzingdebat de tijd voorbij dat men discussieerde of het nu eerder een fictieve dan wel een reële uitdaging is. De simulaties die iedereen via de VBO-Toekomstcalculator kan uitvoeren, leiden onvermijdelijk tot de volgende conclusies. Ten eerste, indien we in de komende twintig jaar een gelijkaardig beleid zouden voeren als in de afgelopen tien jaar, dan zullen we, net als in de jaren ’70 en ’80, een rentesneeuwbal in gang zetten en onze schuldgraad zien oplopen tot totaal onhoudbare niveaus. Ingrijpen is dus nodig! Ten tweede, we zullen op alle hefbomen – pensioenen, gezondheidsuitgaven, werkloosheid, productiviteit en groei, efficiëntie van de overheid,… – tegelijkertijd moeten werken, indien we willen vermijden dat onze welvaartsstaat als gevolg van de vergrijzing bezwijkt onder haar eigen gewicht. En ten derde: uitstel heeft een kostprijs: hoe langer we wachten om de nodige beslissingen te nemen, hoe minder opties we uiteindelijk zullen overhouden om aan de vergrijzingproblematiek het hoofd te kunnen bieden. En er moet hier ook geen tekening bij worden gemaakt, dat de opties die na verloop van tijd overblijven, niet de meest pijnloze zullen zijn.
Kortom, we hebben vandaag nood aan stappen voorwaarts. Aan initiatieven en moedige beleidsmensen die het vergrijzingdebat concreet vooruit helpen. Andere landen tonen ons de weg. Internationale instellingen bevelen dit ons land al jaren aan. We mogen de huidige en toekomstige generaties niet teleurstellen.
Pieter Timmermans en Geert Vancronenburg
(De auteurs zijn respectievelijk directeur-generaal van het VBO en adviseur op het economisch departement van het VBO)
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






14/04/2011 om 10:05
Ach. Een aanzienlijk deel van de welvaartsstaten in het Westen (de VS incluis) zijn al lang voorbij hun houdbaarheidsdatum. Sedert de tweede helft van de jaren zeventig is men steeds meer voorschotten op de toekomst gaan nemen. De meeste Europese sociale welvaartsstaetn zullen bij min of meer gelijkblijvend beleid en groei binnen pakweg 20 -30 jaar naar overheidsschulden van vele honderden % evolueren. 300% zal geen uitzondering zijn, een land als Frankrijk gaat zelfs richting 560%. Een beetje morrelen in de marge zal niet meer helpen. Er staan belangrijke veranderingen voor de deur en het is uiteraard logisch dat men vanuit vakbondskringen hier veel moeite mee heeft. Maar als we deze mensen hun redenering volgen dan hebben we binnnen 20 jaar een belastingstarief van 80% om dit alles te blijven financieren….Dat wil ik mijn kinderen niet aandoen.
14/04/2011 om 12:59
Beste VBO toplui,
De titel “vergrijzijnsnegationisme” vindt ik beneden alle intellectuele peil voor verantwoordelijke “toplui”. Tenzij de VBO”toekomstcalculator” een wetenschappelijk superieur snufje zou zijn waar de achterlijke ACVstudiedienst nog nooit van gehoord zou hebben.
Gilbert Deswert relativeerde de voorziene 3,7 percent stijging van de vergrijzingskosten berekend door het planbureau, mits er op te wijzen dat de verhouding tussen actieve en niet actieve bevolking gunstiger evolueert dan voorzien door het planbureau.
Vergrijzing heeft immers te maken met “demografische” ontwikkeling. Een argument waarover ik niets lees in jullie VBObijdrage.
Ook de verhouding tussen actieven die bijdragen dus werkenden, en actieven die niet bijdragen dus werklozen, aan de sociale zekerheid, speelt een rol in de financiering van de vergrijzing, pensioenen of welzijn van bejaarden en zieken.
Werkgelegenheid dus. Dit lijkt me in de eerste verantwoordelijkheid van het VBO. Jullie prioriteit…
Ook Investering in onderwijs, vorming en onderzoek. Minder ongeschoolden en dus minder “knelpuntberoepen”. Dat is politieke beleidskeuze.
Tenslotte nog dit: “Sociale kosten” omvattten veel meer dan de kosten van de “vergrijzing”. Een manke vergelijking tussen “fruit en citroenen”.. of niet soms ?
14/04/2011 om 15:17
Volledig mee eens, Philippe. Het zou laf zijn om onze rekeningen door te sturen naar de volgende generaties. Toch is het net dat wat Di Rupo wil. Vorig jaar zei hij letterlijk : we gaan deze generatie toch niet opofferen voor de volgende? En hij stelde prompt voor om 7 miljard euro extra uit te geven in de sociale zekerheid. Pure waanzin. Net dat soort mensen zullen de komende jaren wellicht weer aan de touwtjes trekken in de regering. Dit land stort zich vol overgave in de afgrond.
18/04/2011 om 17:21
Vergrijzingsprobleem of Klassenprobleem?
Het VBO probeert via het opiniestuk van Pieter Timmermans en Geert Vancronenburg op de redactie nogmaals het probleem van de vergrijzing te misbruiken om haar eigen ideologische agenda op te dringen. Ze grijpt de nuancerende antwoorden van Gilbert De Swert (ACV) op de pensioenhysterie aan om te pleiten voor werkduurverlenging, overheidsbesparingen en het optrekken van de pensioenleeftijd. Essentieel komt hun visie erop neer dat de huidige budgetten niet zullen volstaan. Dat klopt, maar daarbij komen we tot de essentie van de zaak. Het vergrijzingsprobleem zet het herverdingsprobleem op scherp.
De vergrijzing van de bevolking is een feit. Vanaf 2011 begint de naoorlogse babyboom op pensioen te gaan. Hierdoor daalt het potentiële aantal arbeidskrachten in de samenleving en stijgen de publieke kosten voor zorg en pensioenen. Daarbovenop komt nog eens de enorme Belgische staatsschuld. En hoewel de situatie genuanceerder is, door de verwachte economische groei en de verwachte toename van de activiteitsgraden, komt toch de vraag: “Wie gaat dat betalen?”
Vergrijzing als een verdelingsprobleem
Het VBO lijkt daarin vast heel duidelijk. Zij willen vooral de kost zelf niet dragen. Ze willen die kost doorschuiven naar de samenleving. Door de werkende bevolking zwaarder te belasten en langer te laten werken én door te besparen op de publieke goederen en de middelen voor de zorgbehoevenden willen zij vooral maken dat ze zelf niet moeten opdraaien voor die vergrijzingskost.
Oorzaak: Transfer van arbeid naar kapitaal
De vraag stelt zich waarom er een tekort bestaat. Men kan enkel vaststellen dat de totale relatieve factorinkomsten van arbeid (het totale loon van alle werkenden in België), waarmee de sociale zekerheid grotendeels betaald wordt, de laatste 30 jaar stelselmatig gedaald is. Tegelijkertijd is de productiviteit en de activiteitsgraden in diezelfde periode ongelooflijk sterk gestegen. Conclusie kan enkel zijn dat er de laatste 30 jaar, in de periode van neoliberalisme, een kolossale transfer plaats vond van arbeid naar kapitaal, van “arm” naar “rijk”.
Als vandaag de pensioenen en de sociale zekerheid onbetaalbaar blijkt, dan is dat gewoon omdat het kapitaal in de afgelopen periode een ongelooflijke hap uit onze maatschappelijke middelen heeft genomen. De enorme lastenverlagingen voor de bedrijven in de afgelopen jaren hebben letterlijk de toekomstige publieke middelen voor zorg en pensioenen opgepeuzeld.
Laten we de cijfers even in perspectief te plaatsen. Wanneer vandaag 3,7% extra zou nodig zijn voor de vergrijzingskosten, dan zou dat vandaag neerkomen op 12,6 miljard euro. De winstmarge van de 18 Bel20 bedrijven alleen al bedroeg in het post-crisisjaar 2010 reeds 16 miljard euro. In feite betekent die 12,6 miljard nog geen vijfde van de 69 miljard winst die de Belgische bedrijven maakten in 2010.
Oplossing: Transfer van kapitaal naar arbeid
Het is uiteraard de taak van het VBO om de winsten van haar bedrijven te verdedigen. Maar het is de taak van de samenleving zich hiertegen te verzetten. De cijfers tonen immers dat als er ergens geld is om de vergrijzingskost te betalen, dat geld bij de grote Belgische bedrijven zit. Het is bijgevolg de taak van een humane en sociale samenleving om daar de middelen te gaan halen, in plaats van onze oudjes te laten creperen of onze werkenden verder uit te persen!
(Jonas Van Vossole is Master Politieke Wetenschappen en Student Algemene economie aan de Ugent - Actief bij Actief Linkse Studenten, LSP en ABVV-jongeren)
21/04/2011 om 03:39
Prachtig idee. Winsten wegbelasten. Wie gaat investeren? Wie gaat innoveren, als er geen incentive meer is? Er zullen al snel geen winsten meer zijn om te belasten.
22/04/2011 om 12:21
Beste Jeroen,
In een échte kapitalistische vrije markt-economie zouden geen winsten mogen bestaan (tenminste volgens het neoklassieke liberale model) - Winsten zijn binnen het kapitalisme theoretisch gezien een teken van een slecht werkende economie.
Als de markt geen toekomst biedt, dient men andere vormen van organisatie te gebruiken; meer democratische vormen en andere incentives.
Jonas