deredactie.be - OPINIE

Het ondenkbare gebeurt nu eenmaal

17 / 04 / 2011
Het hoge woord is eruit: de kernramp van Fukushima is opgeschaald naar niveau zeven op de INES-schaal, zo heeft de Japanse overheid bekend gemaakt. Maar in dezelfde ademtocht voegt ze er aan toe dat de ramp lang niet zo erg is als de moeder aller kernrampen, Tsjernobyl. Volgens Greenpeace is de ramp van Fukushima inderdaad niet direct vergelijkbaar, maar eigenlijk erger. In Tsjernobyl vloog alles er in een keer uit, in Fukushima zullen de radioactieve lozingen nog weken, zelfs maanden voortduren, het is een in de tijd gespreid proces. Wat is het ergste? Dat lijkt inmiddels een academische kwestie.

Werd de kritiek van pers en publieke opinie aanvankelijk vooral aan Tepco gericht, nu begint de Japanse overheid meer en meer in de vuurlinie terecht te komen. Kritiek op het huidige kabinet is echter nogal goedkoop. Toont de premier onvoldoende leiderschap? Wat kan hij meer doen dan de communicatie in goede banen leiden, verzoenende en opbeurende taal spreken? In de praktijk kunnen alleen de technici ter plaatse redding brengen, de rest is een kwestie van perceptie. Wat zich wel meer en meer opdringt is de indruk dat het huidige kabinet toch een beetje in een bekend bedje ziek is: minimaliseren van de toedracht, omfloerste formuleringen en laattijdige, schoorvoetende updates.

Strategische keuze

Historisch draagt de Japanse overheid, decennia lang door de Liberaal-Democratische Partij gedomineerd, wel de verantwoordelijkheid voor de ramp. Japan krijgt nu de “fall-out” van een optie die in de jaren zeventig, met instemming van de meerderheid van de publieke opinie, genomen is.

Ondanks de herinnering aan de vernietiging van Hiroshima en Nagasaki en het besef dat Japan een land van aardbevingen is, is kernenergie sinds 1973 een strategische prioriteit. Tegenwoordig is Japan voor 30% afhankelijk van kernenergie. De doelstelling is om tot 60 % te komen.

Men heeft altijd geweten dat kernenergie zo zijn risico’s had, maar die waren zogenaamd verwaarloosbaar en men vertrouwde in eigen kunnen. Elk land doet dat trouwens. Een kniesoor dus die omwille van dat theoretische risico de omschakeling naar kernenergie zou uitstellen. Bovendien waren en zijn velen in Japan ervan overtuigd dat er geen alternatief is. Alleen de Communistische partij is voor een geleidelijke afbouw van de kernenergie.

Economische opgang

Fukushima is gebouwd in de jaren 1970-74. Die jaren vallen in een periode waarin Japan in een soort trance van economische groei verkeerde, tot de oliecrisis in 1973 het land uit zijn droom deed ontwaken. Olie werd duur, dus kernenergie dan maar.

In die tijd waren de zorg voor het milieu en het welzijn van het individu nog van veel minder belang. Economische expansie was het enige credo van overheid en de meerderheid van de bevolking. De maatschappelijke stemming toen was te vergelijken met de fase die China momenteel doormaakt. Japan stond toen nog maar aan de drempel van zijn opgang als economische grootmacht, en beschikte zeker niet over de financiële middelen die het land in de jaren 1980 ten deel zouden vallen.

Er moest zuinig met het geld omgesprongen worden, en dat gold ook voor de bouw van Fukushima. Een muur van zes meter om een eventuele tsunami te keren werd op basis van toen beschikbare historische gegevens voldoende geacht. Later, in de jaren 1990, kwamen veiligheidsdeskundigen van het bedrijf zelf met gegevens die een tsunami van meer dan zes meter hoogte tot de mogelijkheden rekenden. Dit had Tepco moeten aanzetten tot herijking van zijn veiligheidscriteria, maar het bedrijf deed er niets mee, onder meer omdat het er naar verluidt de middelen niet voor had, maar ook omdat zowel Tepco als de overheid alle vertrouwen hadden in de bestaande maatregelen.

Veiligheidscultuur

Toen er tijdens de bouw van reactor 4 van Fukushima Daiichi iets mis ging met de stresstest van het drukvat voor de reactor werd dat foutje weggewerkt en deed men alsof er niets gebeurd was. Een nieuw vat bouwen had het failliet van de leverancier Hitachi kunnen betekenen. Een en ander is toch wel tekenend voor een soort veiligheidscultuur in de Japanse nucleaire industrie. In de jaren 1990 waren er diverse voorvallen die bevestigen dat er inderdaad iets schortte. Meerdere incidenten deden zich voor, veelal gevolgd door pogingen om de ware toedracht ervan te verheimelijken.

Dit alles deed echter geen afbreuk aan het zelfvertrouwen van industrie en overheid. Kleine haperingetjes konden wel eens gebeuren, maar voor een grote ramp vreesde men niet. Statistisch verwaarloosbaar. Een ambtenaar zei onlangs dat de ramp van 11 maart niet te voorzien was, maar het ondenkbare gebeurt nu eenmaal. Dat is evenzeer onderdeel van de strategische keuze die men maakt. Dit verklaart wellicht ook waarom er van meetaf aan een neiging tot verdringing van de ernst van de kernramp te bespeuren valt, zowel bij de overheid als bij het Japanse publiek, behalve dan de mensen in de regio die rechtstreeks betrokken is. Die laatste beginnen zich te roeren, en uiten steeds harder kritiek.

Verontschuldigingen

Japan is een samenleving van publieke verontschuldigingen. De president van Tepco heeft zich nog eens verontschuldigd voor de ellende die zijn bedrijf de inwoners van de prefectuur Fukushima en het hele land heeft aangedaan. Hij heeft ook gezegd dat zijn bedrijf er alles aan doet om de crisis zo snel mogelijk te bezweren. Dat zou er nog aan ontbreken. De gouverneur van de prefectuur heeft echter al twee keer geweigerd om de verontschuldigingen van Tepco te aanvaarden.

Elders in Japan echter hoor je steeds weer het nadrukkelijke refrein dat alles normaal is. Het stoort de meeste Japanners duidelijk dat de buitenlanders massaal en paniekerig het land uitgevlucht zijn voor de verhoogde straling of dat ze er zo zwaar aan tillen. Het is bepaald provocerend als men zou suggereren dat de kernramp op termijn gezien misschien een grotere ramp is dan de aardbeving en de tsunami. Het getuigt van totaal gebrek aan respect voor de vele slachtoffers die verdronken of bedolven zijn, en dat terwijl er toch nog geen enkel dodelijk slachtoffer van de kernramp gemeld is, zo luidt de Japanse inschatting. De kernramp is een economische ramp, de aardbeving en tsunami zijn een menselijk drama.

Maar ook dicht bij de centrale is niet iedereen tegen. Zij is een belangrijke bron van inkomsten omdat de overheid aan dichtbijgelegen dorpen een jaarlijkse toelage uitbetaalt en zij is een belangrijke werkgever in de streek.

Een andere koers?

Gaat Japan na deze traumatische ervaring van koers veranderen? Nee. Het zal zeker een nieuwe reeks veel strengere veiligheidsvoorschriften uitvaardigen, minder aan het oordeel van de uitbaters van de kerncentrales zelf overlaten, en misschien delen van de sector nationaliseren of onder direct toezicht plaatsen.

De plannen om Tepco te ontmantelen en onder strikter toezicht te plaatsen liggen al op tafel. Men wil de invloed van het bedrijf op de politieke wereld en in de media aan banden leggen. Men wil de bedrijfsleiding verplichten haar bonussen en gouden handdrukken af te staan ten behoeve van de slachtoffers. Dat is echter allemaal een vorm van emocratie, de fundamentele vraag over de wenselijkheid van kernenergie zelf wordt daarmee uit de weg gegaan.

Kernenergie is een zegen geweest voor Japan, en is betrekkelijk veilig. Betrekkelijk. Aan economische vooruitgang zit echter ook altijd een kostenplaatje vast. Nu is de rekening voor de weldaden van de kernenergie gepresenteerd. Zij moet echter geheel betaald worden door de mensen van Fukushima en omgeving. De prijs is hoog, van velen ligt hun leven aan diggelen. Dat is niet billijk en onrechtvaardig. Het is maar normaal dat de hele gemeenschap, dus de belastingbetaler, dus de overheid, die mensen nu vergoedt. Die compensatie kan hoog oplopen en over meerdere generaties strekken, maar ook dat behoort tot de consequenties van de keuze voor kernenergie.

Een uitstap op termijn uit de kernenergie zit er echter niet in. Te voorzien valt dat het land nog meer in kernonderzoek zal investeren om betere en veiligere centrales te bouwen. Dat is jammer. Dit drama zou Japan ertoe moeten aanzetten om zijn energieplanning op lange termijn te herzien, zijn afhankelijkheid van kernenergie in de toekomst geleidelijk af te bouwen, en zijn technologische know-how in te zetten voor de ontwikkeling van duurzame energie. Na de oliecrisis slaagde Japan er als eerste in de uitdaging van duurdere fossiele brandstof met succes aan te gaan en zuinige auto’s te bouwen. Dit werd de basis van zijn latere succes op de wereldmarkt van de automobiel. De ontwikkeling van adequate alternatieven voor kernenergie stelt Japan voor een nieuwe uitdaging, groter van omvang, en waarvoor meer tijd zal nodig zijn, maar na de ramp in Fukushima misschien toch meer dan ooit het overwegen waard.

Willy F. Vande Walle - Hoogleraar Japanse studies, K.U.Leuven

@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus - mod

3 Antwoorden op “Het ondenkbare gebeurt nu eenmaal”

  1. vercauteren van Hamme Zegt:

    Na lezing schiet mij een spreuk in gedachten: wie niet horen wil moet voelen. Ik heb het niet eens alleen over de Japanners, die dus ook maar mensen blijken te zijn, met alle tekortkomingen vandien. Maar over onze soort in het algemeen : de homo economicus. Zelfs wereldrisico’s worden uitgedrukt in kans en kosten. Het bewijs van deze stelling is alleen al het feit dat na zoveel ervaring met nucleaire rampen en ontploffingen, er nog steeds duizenden kernwapens bestaan, waarvan ieder weldenkend mens weet dat ze eigenlijk onbruikbaar zijn, omdat ze ook de eigen “kant” verwoesten. Nee de wetenschappers waren perfect op de hoogte van de risico’s in Fukushima, maar ze werden niet gevolgd door de beslissers, die de bevindingen moesten omzetten in maatregelen. Als je dit weet, begrijp je dat het alleen maar wachten is op de volgende ramp. Hopelijk ook ver van hier. De klok tikt. En de mens is niet in staat om de gevolgen te overzien, laat staan te voorkomen. Wie anders denkt doet aan zelfoverschatting, nog zo’n menselijke kleinheid. Bescheidenheid is hier op zijn plaats. En bescheidenheid wil in dit geval zeggen: blijf weg van technologieën die je niet beheerst als het misgaat.

  2. Igor Françiscus Maria De Rycke Zegt:

    Zo ondenkbaar was dat allemaal niet en wat aardbevingen betreft zou zelfs Europa in de nabije toekoekomst eens iets ernstigs kunnen beleven; een dergelijke ramp zou dan voor ons ook fataal kunnen aflopen, maar inderdaad, we moeten investeren in alternatieven.

  3. Dick Taselaar Zegt:

    Investeren in alternatieven! Zo makkelijk gezegd, maar zo moeilijk gedaan. Kijk naar het echec met de zonnepanelen, welker plaatsing de minister thans weer wil afremmen. Alternatieven, maar welke? Zonneenergie op onze geografische breedte is leuk, maar zet geen echte ‘zoden aan de dijk’. Windenergie dan. Afgezien van die investeringen, ontsiering van het landschap en zelfs een meetbare geluidshinder, wanneer je er te dichtbij woont kan ook dit, rekening houdende met onregelmatig winden van wisselende sterkte maar ca. 20% bijdragen. Dus kolen- of gas centrales, maar die geven weer meer of wat minder maar toch nog meetbare CO2 vervuiling, wat we ook niet willen. De realiteit leert dan dat een VORM van kernernergie onontkoombaar is. Het is slechts te betreuren dat al de doom-scenario’s en de onberedeneerbare angst van het publiek tot een grote vertraging in de ontwikkeling van kernenergie hebben geleid.

    Ware dit niet zo, dan was het afvalprobleem allang opgelost door middel van z.g. ’snelle broeders’, welke essentieel meer energie leveren dan wat je erin stopt, omdat het afval van de eerste doorgang nog perfect te gebruiken is voor een tweede doorgang enz. en er uiteindelijk niet zeer veel echt onbruikbaar afval overblijft. Ja, ik hoor de groene schreeuwers al met: “Maar dat is een plutonium economie en nog veel gevaarlijker”! Gevaarlijker kan het niet zijn, want kernenergie is iets waar je nu eenmaal ALTIJD reuze voorzichtig mee moet zijn. Dat betekent inderdaad dat men kerncentrales (laten we nu maar zeggen) bij sterke voorkeur niet in aardbevingsgebieden of dichtbij aglomeraties(steden) moet bouwen. Ook zul je de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen zo hoog als redelijk mogelijk is opvoeren. Dit laatste zijn echter bijna volledig gekende feiten en het is helaas soms een kwestie van politiek of van geld, wanneer men daar faalt (zoals b.v. die slechts 6 mtr. hoge muur tegen een tsunami in Fukushima!).

    Verder zijn er vele typen kernreactoren en vele typen van koeling, welke in een algemeen forum als dit niet in alle details ter sprake kunnen komen. Al deze verschillen leggen bijna vast welk type in welke omstandigheden op de gekozen plaats het meest geschikt is. Rekening houdende met de thans beschikbare kennis kan dan een redelijk veilige unit gebouwd worden.

    “Ja, maar als het nou toch eens fout gaat”? Wel, als de hemel naar beneden komt hebben we allemaal een blauwe hoed! Natuurlijk, het kan helaas altijd wel een keer fout gaan, maar dat gebeurt ook in kolenmijnen voor de alternatieve steenkool, op boorplatformen voor de alternatieve olie of gas, of met gaspijpleidingen enz. Aan elke industrieele bedrijvigheid is nu eenmaal een risico verbonden en we moeten alleen met z’n allen proberen dit risico zo klein mogelijk te houden. Echter daarvoor die bedrijvigheid totaal verketteren brengt ons niets en zeker geen verhoogde veiligheid of een betere energievoorziening!

    Ten langen laatst zijn er op de tekenborden en zelfs in een meer of minder ver gevorderde staat van ontwikkeling nog alterenatieven, zoals de thoriumreactor, waarvan er op dit moment twee gebouwd worden in Finland en in India en die veiliger zouden zijn en minder gemeen gevaarlijk afval zouden produceren. In de wat verdere toekomst hebben we dan nog kernfusie, waarvan een proeffabriek in Frankrijk wordt gebouwd en ook de VS houden zich ernstig daarmede bezig. Dat laatste geeft uit een liter water voldoende energie om heel groot New York voor 48 uur van energie te voorzien en dat zonder straling of afval!

    Facit: Een droom zult U zeggen? Neen, want men bouwt er al aan en het is bewezen dat het theoretisch mogelijk is. Alleen wanneer allerlei groene dromers zonder veel vakkennis, maar met een overmaat aan demagogie het publiek zover kunnen krijgen al deze ontwikkelingen te stoppen, zal dit niet alleen nooit gerealiseerd worden, maar kijken we in de naaste toekomst tegen een gigantisch energie-tekort aan, wat onze hele samenleving zal verarmen en bijna zeker zal verlammen!

Plaats een antwoord op het bericht