Thuis restjes invriezen, enkel hetgeen je zal eten van buffetten nemen en je bord uit eten: simpele gedragsveranderingen die een wereld van verschil maken, maar vreselijk moeilijk blijken
.
Enorme uitdagingen
De voedingsindustrie staat voor enorme uitdagingen. Voedsel wordt elk jaar duurder: tussen oktober 2010 en januari 2011 stegen de voedselprijzen met 15 procent. Daarnaast stijgt het aantal ‘te voeden mondjes’ op de wereld ook nog continu: elke dag komen er 160.000 mensen extra bij op de planeet. 60 miljoen mondjes meer op jaarbasis om precies te zijn.
Om die te vullen, moet de totale hoeveelheid voedsel tegen 2050 met 70 procent stijgen. Dat er nu al niet genoeg is, blijkt eveneens uit de naakte cijfers: elk jaar sterven 40 miljoen mensen aan ondervoeding. Toch slagen we er nog altijd in om een derde van onze voedselproductie simpelweg weg te gooien.
Dit ligt deels aan de producenten, die 3 à 5 procent van de grondstoffen weggooien in hun strenge selectieproces voor de verwerking. ‘Imperfecte’ grondstoffen minder snel en vaak afschrijven zou al een deel van het probleem oplossen. Tenminste als de kwaliteitseisen misschien iets minder rigide worden: grondstoffen of eindproducten met afwijkingen worden niet getolereerd, ook al zijn ze compleet niet schadelijk voor de gebruiker.
Consument eist altijd meer
Maar ook de consument gaat niet vrijuit. Die wordt steeds veeleisender, alles moet snel gaan en slaat daarom bijvoorbeeld steeds meer koelverse levensmiddelen met een erg korte houdsbaarheidsdatum in. En wat doen producten met een korte houdbaarheidsdatum? Snel vervallen, natuurlijk.
Deze ‘koelverse’ middelen zijn er gekomen omdat consumenten meer en meer met hun ogen winkelen. Bereidingen moeten er visueel aantrekkelijk uitzien, en liefst instant opgegeten kunnen worden, wat hun houdbaarheid natuurlijk niet ten goede komt.
Bovendien kopen we ook gewoon teveel. Reclame bespeelt de sentimentele klant, zodat we vaak overbodige of te grote hoeveelheden kopen. Kortingsbonnen – die grote pakken nét zo goedkoop maken als kleine – maken het alleen maar aantrekkelijker om teveel te kopen. Maar het gaat verder dan wat er in de winkelkar terechtkomt.
Ook thuis, wanneer de boodschappentassen zijn uitgeladen, loopt er iets grondig fout. Elk stuk fruit dat er ook maar een tikkeltje imperfect uitziet, belandt meteen in de pedaalemmer. Brood wordt in zijn geheel bewaard, wat ervoor zorgt dat veel kleine gezinnen op woensdag de helft van hun ene – oudbakken – brood inruilen voor een nieuw en vers brood. Dat ze wellicht ook niet helemaal opeten. De grote diepvrieskist heeft plaats gemaakt voor een miniem vriesvakje. Niet alleen boterhammen, maar ook heel wat andere voedingsmiddelen die dreigen te vervallen, worden niet meer ingevroren. ‘Koken met kliekjes’ mag nog zo hip klinken, een praktijk is het allerminst.
Gezond boerenverstand verdween
De spaarzame mentaliteit van onze (groot)ouders, de oorlog indachtig, is geschiedenis. De cognitieve band met voedsel verdwijnt bovendien. Vroeger wisten kinderen dat melk van de koe kwam. Waardoor melk verspillen – Bella’s harde werk in het achterhoofd – allerminst vanzelfsprekend was. Samen met heel wat boerderijen verdween daarnaast ook ons gezond boerenverstand.
Je neus bedriegt je niet snel: eten dat niet meer goed is, ruikt vies. Toch kieperen heel wat mensen paniekerig alles weg waarvan de houdbaarheidsdatum ook maar één dag overschreden is. Levensmiddelenproducenten zijn natuurlijk verplicht data op producten te plaatsen, maar het is aan de consument om daar verstandig mee om te gaan.
In de schaduw van het enorme huidige en toekomstige voedseltekort lijkt het erg eenvoudig om ons verspilprobleem op te lossen: minder kopen, minder weggooien. Maar toch lijkt net die héél simpele oplossing aartsmoeilijk. Met elk nieuw technologisch snufje leren we onmiddellijk werken, maar simpelweg eens nàdenken voordat we onze voet op de pedaalemmer zetten, blijkt erg moeilijk in deze tijd.
Patricia Adriaens
(De auteur is bedrijfsleidster in de voedingsindustrie)
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






23/04/2011 om 09:38
Minder kopen en minder weggooien: het is een vanzelfsprekende oplossing. Maar er is noch een andere, even vanzelfsprekende stap: eet minder vlees. Het Vlaams agentschap voor zorg en gezondheid, toch ook geen dommeriken, raadt een dagelijks gemiddelde van 75 à 100g aan. Iets wat trouwens ook door het WHO wordt onderschreven (al zijn zij nog net ietsje strenger). Eet je meer vlees, dan lijdt je gezondheid daar op langere termijn onder. De gemiddelde Vlaming eet 160g dierlijke eiwitten per dag (=vlees, vis, weekdieren). Ofwel een 75% te veel. Op langere termijn niet gezond.
Maar minder vlees eten is niet alleen gezond, het heeft ook een rechtstreeks effect op de voedselvoorziening. Een koe leeft namelijk niet van de lucht, en al evenmin van de liefde. Door een gezonde hoeveelheid vlees en vis te eten, hebben we ook 40% minder dieren nodig. En met die 40% komt er plots een hele hoop hulpbronnen vrij. Die je weer kan gebruiken voor groenten- en fruitteelt. En omdat groenten- en fruitteelt efficiënter is dan vleeskweek, hou je dus alleen maar positieve zaken over. Minder dierenleed, lager waterverbruik, betere gezondheid, minder oppervlak die opgaat aan voedselproductie. Niets dan voordelen dus, en je moet er niet eens vegetariër voor worden. Nu nog doen. Laten we beginnen met een campagne op de Vlaamse TV, waarop we na de reclame voor het Certus-label en Vlaamse meeterham een advertentie laten zien voor vleesmatiging.
23/04/2011 om 11:06
De consument wil koelvers aankopen en koopt soms meer dan hij nodig heeft. Daarnaast ‘verwacht’ de consument ook dat alles op elk moment beschikbaar is. Van lokaal tot exotisch voedsel. Althans, zo is de consument ‘opgevoed’. Grootwarenhuizen houden de rekken graag vol en aangevuld, zodat niets tekort lijkt. Lege schappen, dat kan niet. Het aanbod aan voedingsmiddelen in de winkel is dus steeds groter dan de vraag waardoor onvermijdelijk veel voedingsmiddelen afval worden. De voedingsindustrie zegt als doel te hebben in te spelen op de wensen van de consument in deze tijd, maar stuurt de verwachtingen en wensen van de consument even hard. Zowel voedingsproductie, -industrie als consument mogen zich bewust worden van onze voedselafvalberg, en daarmee samengaand de verpakkingsafval berg. Wakker worden en actie nemen. Dat zijn twee stappen.
In het artikel wordt gezegd dat er in de toekomst onvoldoende voedsel zal zijn om alle mondjes te voeden. Dan moeten we ook denken aan het aspect ‘voedselverdeling’ en al zijn daarmee gerelateerde economische en sociale aspecten ? Dat is vandaag al een probleem, hoe zal het dan in de toekomst zijn?
23/04/2011 om 18:28
Bij stijgende voedselprijzen zullen de boeren wereldwijd naar betere technieken grijpen omdat die dan zullen lonend worden.Nu worden die betere technieken dikwijls niet gebruikt omdat de boeren in bv. oost-europa of Rusland er het geld niet voor hebben.De capaciteit om voedsel te produceren is groter dan wat op vandaag voortgebracht wordt.In 2007 was er een opflakkering van de prijzen op het niveau van de producent gedurende enkele maanden.Eind 2010 kwam er een nieuwe opflakkering die voortduurt tot nu.Indien we nu aanhoudend een betere prijs op niveau producent zouden hebben dan kan je verwachten dat de productie stijgt en de prijzen opnieuw dalen.Het probleem van alsmaar duurder voedsel is overroepen.
24/04/2011 om 13:03
Inderdaad, het enige antwoord op hongers(n/d)ood is vegetarisme, ook vegetarisme-light. Het heeft een zeer gunstige invloed op onze eigen gezondheid, sociale zekerheid (minder doktersbezoeken, medicijnen, etc.), voedselproductie, natuur (én klimaatsveranderingen!), transport, dierenleed (paardentransport in Zuid-Amerika oa), mestoverschotten, chemische stoffen (uit natuur kringloop), minder hormonen(maffia), etc… Ik ben 58 jaar, jog en voetbal nog elke dag en sinds 1980 vegetariër.
30/04/2011 om 17:11
Het is niet zo duidelijk dat vlees per definitie ongezond is: eskimo’s bijvoorbeeld leven op een dieet van vrijwel uitsluitend vlees en vet. Langs de andere kant zijn er steeds meer studies die een verband aantonen tussen Westerse welvaartsziekten en de consumptie van granen.
Er is hoe dan ook nog speelruimte als we de samenstelling van ons menu aanpassen, maar het echte probleem ligt elders: als de bevolkingsgroei niet binnen de perken blijft zal er altijd een nieuw voedseltekort ontstaan, wat ook het type voedsel, de productiemethodes of de verdelingsmechanismen zijn.