Zoals andere Arabische landen wordt Syrië niet gespaard van de golf van revoluties die sinds maanden met variërende kracht de Arabische wereld overspoelt. Het bewind van de Ba’ath-partij van president Bashar al-Assad kampt sinds 15 maart met hevige protestacties. Tot nu toe lijkt het Syrische regime geen weg te weten met de protestacties; een situatie die het regime sinds het begin van de jaren tachtig niet meer heeft gekend. Ook is het de eerste keer dat het Syrische regime in die mate in haar bestaan wordt bedreigd door de gewone Syrische burgers.
Over één ding zijn de analisten en regiospecialisten het echter eensgezind: het omverwerpen van het Ba’ath-regime in Syrië zal geen gemakkelijke klus zijn en zal met veel bloedvergieten en represaille gepaard gaan. De vraag is hier echter vanwaar deze stelling die niet veel goeds voorspelt voor het veranderingsproces in Syrië. Het antwoord op deze vraag moet gezocht worden in de binnenlandse en regionale factoren die tezamen de politieke realiteit in Syrië complexer en uitzichtlozer maken dan in bijvoorbeeld Tunesië en Egypte.
De binnenlandse factoren
Etnische en religieuze diversiteit
Syrië kent op etnisch en religieus vlak een grote diversiteit. De grote meerderheid van de bevolking is Arabisch en soennitisch. Daarnaast vormen de Koerden, sjiieten, christenen, Alawieten en de Droezen belangrijke bevolkingsgroepen. Deze diversiteit werd steeds met argusogen bekeken door de opeenvolgende Syrische regeringen die het land slechts als Arabisch en soennitisch beschouwden. Deze visie en de daarmee gepaarde politiek hebben tot de desintegratie van de bevolking geleid waarbij de minderheden zich gediscrimineerd en minder verbonden voelden met de Syrische nationale identiteit.
Het leger
De soennieten bezaten voor de machtsovername door voormalige president Hafez al-Assad de sleutelposities en beheersten het economische, culturele en politieke leven in het land. De andere Syriërs hadden beperkte toegang tot hogere maatschappelijke posten of tot belangrijke staatsposities. De enige uitweg voor de minderheden om de sociale ladder te beklimmen was het leger. De soennitische meerderheid bekeek het leger met minachting en sloot zich er in mindere mate bij aan. Maar daarentegen sloten duizenden Koerden, Alawieten, Droezen en Ismaëlieten zich wel aan bij het leger dat het ultieme middel werd in de strijd om de macht in het land.
Het Arabische nationalisme
De ultra-nationalistische Arabische Ba’ath-partij streeft naar de integratie van de Arabische religieuze minderheden binnen de samenleving. Deze partij hangt het pan-Arabische gedachtegoed aan en streeft de oprichting van een verenigde Arabische natiestaat na. De Ba’ath-partij stelt de etnische identiteit boven de religieuze. Veel leden van Arabische religieuze minderheden zoals de christenen en Alawieten, waartoe ook voormalige president Hafez al-Assad behoorde, sloten zich aan bij de partij. De ideoloog en medestichter van de partij, Michael Aflaq, was zelf een christen.
De Alawitische minderheid
Gedurende de jaren vijftig en zestig gingen de Alawieten zich uitrusten met twee soorten wapens. Het ene was het leger waarin ze hoge posities bekleedden; en het andere was het massaal aanhangen van de ideologie van het Arabische nationalisme. Tegen het einde van de jaren zestig wisten ze het leger en de Ba’ath-partij te zuiveren van hun tegenstanders. In 1970 greep de charismatische Hafez al-Assad officieel naar de macht door middel van een witte staatsgreep, waarna hij een politiestaat begon te bouwen waarin de veiligheidsdiensten een spilrol speelden.
Met 15 veiligheidsdiensten, allen onder leiding van Alawieten, telt Syrië het hoogste aantal inlichtingsdiensten ter wereld. Deze diensten controleren alle facetten van het dagelijkse leven van de Syriër en bemoeien zich met allerlei zaken. De Alawitische machtsovername viel niet in goede aarde bij de soennitische meerderheid die zich met hand en tand ging verzetten tegen het regime van Hafez al-Assad. Het soennitische verzet, geleid door de Moslim Broeders, bereikte in 1982 zijn hoogtepunt in de stad Hama. Daarbij werden tussen 15 en 30 duizend burgers en aanhangers van de Moslim Broeders vermoord en werd de hele stad met de grond gelijk gemaakt.
De regionale factoren
Het Arabisch-Israëlische conflict
De Alawitische machthebbers waren zich bewust van de soennitische oppositie tegen hun machtsovername. Ze begonnen hun bewind te legitimeren door de kaart van het Arabische nationalisme uit te spelen en zich op te werpen als verdedigers van de Arabische zaak. Daarnaast beoogden de Syrische machthebbers hun invloed over het Midden-Oosten te verspreiden. Zodoende wist Syrië niet alleen handlangers te vinden maar ging het regime tevens een belangrijke rol spelen in omringende landen, vooral in Libanon. Via Hamas en andere Palestijnse militante organisaties die in Syrië werden gevestigd, bemoeide Syrië zich met de Palestijnse zaken en oefende druk uit op “aartsvijand” Israël.
De sjiietische as Syrië-Iran-Hezbollah
Via Hezbollah bemoeide Syrië zich met de interne Libanese aangelegenheden en probeerde de Saoedische invloeden te beperken. Ondanks de enorme ideologische verschillen heeft het regime van Hafez al-Assad sinds de jaren tachtig sterke betrekkingen opgebouwd met de islamitische republiek in Iran en schaarde zich achter het Iraanse regime in zijn oorlog tegen Saddam Hoessein. Daarbij was Syrië zowat het enige Arabische land dat Iran steunde tegen Irak. De betrekkingen tussen Iran en Syrië kregen hoe langer hoe meer een zekere strategisch karakter, vooral na de aanslagen op de Twin Towers in september 2001. Beide landen kregen, samen met Noord-Korea, van de Verenigde Staten de titel ‘schurkenstaten’ en vormden zij volgens de administratie van George Bush de “as van het kwaad”. Het werd de laatste jaren duidelijk dat de gevormde as tussen Iran, Syrië en Hezbollah steeds meer een sektarisch karakter kreeg.
Turkije
De Turkse premier Rajab Erdogan is duidelijk niet blij met de protesten in Syrië. Hij ziet het omverwerpen van het Syrische regime als het openen van een raam op een uitzichtloze situatie die de Turkse politieke en economische belangen kunnen schaden. Sinds het verdrijven van PKK-leider Abdellah Ocalan uit Syrië zijn de relaties tussen beide landen nooit zo goed geweest en is de Turks-Syrische grens nooit eerder zo rustig geweest. De veiligheidssamenwerking tussen beide landen bereikte de laatste jaren een hoogtepunt en de geschillen over het water van de Eufraat zijn bijgelegd. Turkije is beducht dat een machtwissel in Syrië zou leiden tot heropening van alle oude dossiers.
Met het oog op het voorgaande is beter te begrijpen waarom het Syrische geval een stuk ingewikkelder is dan bvb het Tunesische en Egyptische. De strijd om Syrië betreft niet alleen de familie al-Assad, maar is ook een zaak van de Alawieten die kost wat kost hun bevoorrechte positie willen behouden die ze onder het al-Assads’ regime hebben verkregen. Het is ook een strijd van Iran en Hezbollah die een hechte bondgenoot dreigen te verliezen.
Eén factor echter is en blijft buiten greep van iedereen: de onvoorspelbaarheid van de situatie die alle richtingen kan uitgaan. In het Syrische geval ligt de onvoorspelbaarheid in het feit dat niemand ooit had gedacht dat de protesten eerst in de Alawietische kuststeden zouden uitbreken, plaatsen waar de werkelijke machtsbasis van het regime zich bevindt.
Zibar Omar - Arabist en Islamoloog
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






10/05/2011 om 17:36
ik vrees dat het hard klinkt, maar laat de pot maar op het deksel. Verdwijnt de dictator, dan krijg je joegoslavische toestanden vrees ik, met als supplementair risico een compleet gedestabiliseerd middenoosten. Ik denk dat west europa er alles moet aan doen om zijn olie afhankelijkheid zo snel mogelijk en drastisch te verminderen, zodanig dat we ons ginds zo weinig mogelijk moeten moeien.
10/05/2011 om 23:52
Een regime dat met scherpschutters op geweldloze betogers schiet, is het niet waard om te blijven bestaan. Dat kan je best zo snel mogelijk elimineren.
11/05/2011 om 18:11
En is het mogelijk om de verschillende gebieden te verdelen over de verschillende bevolkingen?
i) Een vrij Koerdistan in het noorden, gevormd uit delen van (Noord-)Syrië (?), Noord-Irak (met Mosoel (olie) als economisch centrum), het noorden van Iran (? Zal allicht zeer moeilijk liggen!) en het Zuid-Oosten van Turkije? (Hiertegen is er verzet vanwege Turkije en allicht ook vanwege de andere landen).
ii) Soennieten uit Syrië en Midden-Irak (Bagdad), die samen een Soennitische staat vormen, al dan niet in samenwerking met Saoudi-Arabië?
iii) Sjiieten uit Zuid-Irak (hebben olie), samen met deze uit Syrië en de Sjiieten in Saoudi-Arabië in één Sjiitisch Arabische staat?
iv) Alawieten en andere minderheden in sommige van de kuststeden van Syrië al dan niet in samenwerking met Libanon?
Enz, enz… Nu nog nieuwe staten (volgens de diverse bevolkingen) creëren is, hoedanook, erg complex, denk ik, en zal vooral veel verzet oogsten uit de diverse natiestaten zelf, of zou het toch mogelijk kunnen zijn? (Dat is dan een taak voor de Arabische Liga).
12/05/2011 om 07:46
Slechts één antwoord: splitsen. Nee, serieus. Het is niet omdat het land anders is, dat de verzuchtingen van de inwoners anders zijn. Dat zie je overal. Mensen mogen nog zo verschillend zijn, op het einde van de dag willen ze vrijheid van denken en een toekomst voor zichzelf en hun kinderen. Hoe we ze moeten steunen, geen idee, maar het mag, van mij.