deredactie.be - OPINIE

Denk aan het kind in het badwater

13 / 05 / 2011

 

In een nieuw advies besluit de Raad van State dat het federaal parlement het belastingsgeld voor de erediensten en levensbeschouwingen wel anders kan herverdelen zonder dat er aanpassingen aan de grondwet nodig zijn. Het parlement is dus vrij te bepalen welk kader van priesters en andere bedienaren nodig is om in te spelen op de religieuze en levensbeschouwelijke noden in België.

De katholieke kerk ontvangt jaarlijks nog 71 miljoen voor de betaling van wedden en pensioenen uit het totaalbudget van 91 miljoen euro, waarbij het resterende bedrag van 20 miljoen over de andere erediensten (o.a. protestantse, vrijzinnig humanistische, islamitische, …) wordt verdeeld. Dat de levensbeschouwelijke situatie vandaag in België door zeer ingrijpende maatschappelijke evoluties niet meer deze van 1831 is, trekt quasi niemand in twijfel. De vraag naar een billijke herverdeling naar de reële levensbeschouwelijk plurale samenleving is dan ook terecht en wenselijk.

Turven

Voor de herverdeling moeten de parlementsleden op zoek gaan naar objectieve criteria. Hopelijk houden deze objectieve criteria niet op bij het ‘turven’ van het aantal deelnemers aan het vrijdaggebed in de moskee, de sabbat in de synagoge, de zondagsmis of op een bijeenkomst van de georganiseerde vrijzinnigheid. Regelmatig duikt er in de media zogenaamd wetenschappelijk gefundeerd cijfermateriaal op, waarbij men bijvoorbeeld aan de hand van de telling van kerkgangers op zondag voorspelt dat tegen 2016 alle kerkgebouwen in Vlaanderen leeg zullen staan. Onzin, want kerkgebouwen worden ook nog op de zes andere dagen van de week gebruikt voor erediensten (o.a. begrafenissen), maar ook breder voor culturele en sociale bijeenkomsten als concerten en lezingen.

Bovenstaand voorbeeld van cijfermateriaal is natuurlijk koren op de molen van de voorstanders van de afschaffing van de financiering van bedienaars van de erediensten van staatswege uit. Waarom zouden we immers de wedden en pensioenen betalen van mensen die geen ‘diensten’ meer leveren aan een onbestaande groep ‘gebruikers’. Ik pleit ervoor dat we het dienstverlenende karakter van bedienaars van de erediensten ook vanuit een bredere sociale optiek zouden bekijken.

Gemeenschapsvorming

Priesters, parochieassistenten, predikanten, moreel consulenten en imams hebben naast hun takenpakket specifiek rond de eredienst ook een breed maatschappelijke impact in België. Zij zetten zich in voor de opvang van asielzoekers, hulp aan minderbedeelden, coaching van vrijwilligers, enz… Dat laatste aspect in hun dienstverlenende taken weerklinkt te weinig in ons land en dient dan ook meer dan ooit gevaloriseerd te worden in de criteria die worden gezocht. Uit onderzoek van het KASKI (Expertisecentrum religie en samenleving, Radboud Universiteit Nijmegen) in Nederland naar de sociale dienstverlening van de verschillende religies en levensbeschouwingen in de Stad Rotterdam bleek immers dat zij daarin een aanzienlijk aandeel opnemen en daardoor de overheid ontlasten.

In 2010 publiceerde het KASKI een gelijkaardige studie voor de kernstad Antwerpen, met betrekking tot de maatschappelijke inzet van parochies. De studie concludeert dat er een enorme energie uitgaat van de vrijwilligers en de beroepskrachten op het vlak van gemeenschapsvorming en sociale inzet. Belangrijk hierbij was ook de vaststelling dat ondanks het feit dat het sociale weefsel rond de kerktoren niet altijd even zichtbaar is, het wel een heel netwerk van mensen bereikt die al dan niet kerkgaand zijn. De bezoldigde bedienaars van de eredienst, priesters en parochieassistenten, spelen in de organisatie en de aansturing van vrijwilligers een zeer belangrijke rol. Daarom is het belangrijk dat ook deze sociale aspecten uit het dienstverlenende pakket van de bedienaren worden meegenomen in de criteria die worden opgesteld door de parlementsleden.

Wim Vandewiele

(De auteurs is socioloog, verbonden aan hetInterdisciplinair Kenniscentrum Kerk en Samenleving , KULeuven en de Universiteit Antwerpen.

11 Antwoorden op “Denk aan het kind in het badwater”

  1. Fred Zegt:

    Inderdaad gans onze westerse beschaving is op christelijke- en hier in België op katholieke funderingen gebouwd. Alle scholen en hospitalen hebben daar hun funderingen. Veel mensen zijn ook nog gelovig zonder elke zondag naar de mis te gaan, dus het bezoek aan de kerk is niet echt een juist criterium. Natuurlijk hebben de schandalen van de laatste jaren de kerk geen deugd gedaan en het is ook goed dat zulke perverse elementen zwaar aangepakt worden, maar ikzelf heb enkele jaren doorgebracht in een katholiek pensionaat met een degelijke reputatie, een goede opvoeding qua beleefdheid, ethiek, cultuur en sport en ik heb nooit iets gemerkt van vieze paters die hun handen niet kunnen thuis houden en ik ben zelfs een tijdje misdienaar geweest ( dit wordt tegenwoordig als een zéér gevaarlijke situatie gezien). Nee, ik ben die paters veel dank verschuldigd, ere wie ere toekomt en gooi dus zeker niet het kind met het badwater weg. Hetzelfde geldt natuurlijk voor veel priesters. Ik hoop dus dat onze parlementsleden zich in deze zaken niet te veel laten meeslepen met goedkope ( populistische ) stemmingmakerij.

  2. Bernard Verstraeten Zegt:

    Vooreerst stoort het me dat het vrijzinnig humanisme (alweer) als een eredienst wordt omschreven. Het gaat over levensbeschouwingen, niet noodzakelijk over erediensten.
    Laten we die 91 miljoen euro gewoon aan fedasil, het OCMW, de psychiatrie, etc. geven.

  3. Romain Zegt:

    Vraagje: Is het zo dat uit dat budget van 71 miljoen euro de wedden “ook” betaald worden? Ik dacht dat het Ministerie van Justitie deze uitbetaalde, los van de toelage van 71 mlj.

    Mijn voorstel is simpel en reeds vaak geformuleerd:
    laat iedere belastingsplichtige op zijn aangifte aanstippen aan welke organisatie hij zijn deeltje wenst toebedeeld te zien. Alle problemen zijn zodoende opgelost.

  4. Alpaerts Monique Zegt:

    Ik vind het een grote schande dat er 91 miljoen gegeven wordt aan allerhande religies. De katholieke kerk is rijk genoeg om zelf haar priesters en dergelijke te betalen. Daar moet de gemeenschap niet voor opdraaien. Dit geld zou beter besteed worden aan het wegwerken van allerhande wachtlijsten van échte behoeftigen.
    Bovendien zijn er met alle schandalen in de kerk redenen genoeg om zeker een herverdeling te doen en niet 71 miljoen aan de katholieke kerk te geven.

  5. Kurt Laforce Zegt:

    Ik vind dat de mensen die een levensbeschouwing of godsdienst belijden daar zelf voor zouden moeten instaan, zoals er bijvoorbeeld in een sportclub gebeurt. Niet ten koste van de hele gemeenschap.
    Concerten en lezingen hoeven niet in een kerk, dat was nooit de bedoeling.
    Een andere functie kan wel maar dan moet alles van enige beschouwing doorgeknipt worden.
    We leven anno 2011 en moeten realistisch wezen.
    Bepaalde zaken zijn voorbij (en komen nooit terug, soms maar goed).

  6. Frederik Zegt:

    Wat is er mis met een Kirchensteuer zoals die ook in Duitsland bestaat? Je kiest op je belastingsbrief naar welke levenvisie je belastingsgeld mag gaan en klaar. Dat lijkt met het eerlijkste systeem. Iemand die niet practizerend katholiek is kan op die wijze nog altijd om sentimentele redenen belastingsgeld aan de Kerk geven. Een vrijzinnige zou ook de mogelijkheid moeten hebben om aan te duiden dat zijn geld niet naar een godsdienst gaat maar wel naar de humanisten, of misschien goede doelen, of de algemene belastingspot. Op die manier zouden de diverse godsdiensten het ook voelen in hun portemonnee als ze onpopulaire maatregelen nemen of de publieke opinie schofferen.

  7. Diderik Zegt:

    Dit stuk gaat over de criteria om te bepalen hoeveel centen elk van de gesubsidieerde wereldbeschouwingen moet krijgen. Het is moeilijk deze lelijke gedachte te onderdrukken: Er gaat iets veranderen aan de centen en daar zijn ‘ze’ weer. Bovendien vergeet de auteur bewust of onbewust enkele dingen te vermelden.

    Onder meer omdat de verschillende wereldbeschouwingen op verschillende manieren actief zijn, wordt de discussie over criteria oeverloos en tijd- en geldverslindend.

    Je kan wetenschappelijk correct meten eens de criteria vastliggen, maar de criteria vastleggen is een maatschappelijke beslissing.

    De discussie is van tevoren scheefgetrokken omdat 1 wereldbeschouwing om historische redenen een gigantische voorsprong heeft: instituten, mankracht, informatie, … Vroeger kregen zij alle centjes en nu nog 78%. Na veel strijd bemachtigden de 4 anderen elk wat kruimels. Die voorsprong om historische redenen wordt nog veel erger als men ook de universiteiten, scholen, klinieken, sociale organisaties, enz. meetelt.

    Wat is er tegen de eenvoudige en goedkope Duitse oplossing? Op de belastingsbrief kruist iedereen aan naar welke gesubsidieerde levenbeschouwing zijn of haar bijdrage gaat. De bijdragen van wie niets aankruist kunnen worden verdeeld over de wereldbeschouwingen naargelang hun aanhang. Dit kan elektronisch worden verwerkt en kost bijna niets.

    Er is een nog veel eenvoudigere oplossing: schaf die subsidies af en laat de wereldbeschouwingen het geld bij hun leden halen langs giften. Die zijn aftrekbaar van het belastbaar inkomen.

  8. Hilde Zegt:

    Persoonlijk heb ik geen probleem met een Kirchensteuer maar dan wil ik via mijn belastingsbrief ook inspraak hebben over subsidies aan andere domeinen in onze maatschappij, bv kunst (alleen geld voor kunst die ik mooi vind), sport (allleen de sport die ik leuk vind), etc. Kwestie van consequent zijn, of niet?

  9. An V Zegt:

    Misschien kunnen we dan ook alle mensen die zich inzetten voor het jeugdhuis, het wijkcomite, of gewoon alle vrijwilligers een salaris geven omdat ze het sociaal weefsel versterken..? En in hoeverre is het inderdaad zo dat meneer pastoor zich inzet voor de niet kerkelijke gemeenschap? Deze claim lijkt me in elk geval vaag en moeilijk verifieerbaar. Neen, laat gewoon iedereen de vrije keuze of zijn belastinggeld besteed mag worden aan één of andere levensbeschouwelijke club. En diegenen die zich niet bij één of andere club wensen aan te sluiten kunnen opteren voor iets anders zoals wetenschappelijk onderzoek, bejaardenzorg, opvang van asielzoekers, reïntegratie van ex-gedetineerden etc. Duidelijk, democratisch en de maatschappelijke meerwaarde ligt al iets meer voor de hand dan die van een religieuze orde.

  10. koen Zegt:

    Ik vind ook dat we moeten opletten.

    Anderzijds zou een christendom dat (meer dan nu) zijn eigen boontjes zou moeten doppen meer op de echte solidariteit van de sympathisanten gestoeld kunnen zijn, zoals de eerste christenen. Dat zou ongetwijfeld ook zuiverder kunnen zijn.

    Misschien dat een soort van voorzichtige tussenoplossing nog het beste is.

  11. Joseph Zegt:

    Een goed opiniestuk!
    Ik heb de kerk lang geleden de rug toegekeerd.Ik was gedurende het laatste jaar verwonderd dat het kindermisbruik zo veel ophef gemaakt heeft en dat er zo veel pijlen op de kerk zijn afgeschoten.Je zou de indruk krijgen dat er buiten de kerk geen kindermishandeling geweest is terwijl het overgrote deel ervan zich binnen de familie voordoet.Het verzwijgen van dit soort misdrijven was en is geen kerkelijk maar wel een breed maatschappelijk probleem.
    Het ziet ernaar uit dat de samenleving wil “afrekenen” met de kerk.Ik heb de kerk nooit als negatief ervaren.Ik was en ben niet akkoord met de standpunten waar de kerk voor staat,maar dat geldt evenzeer voor meerdere andere belangengroepen.
    De kerk heeft veel macht en gebruikt die .Andere organisaties en instellingen doen dat ook en zeker niet in mindere mate.

Plaats een antwoord op het bericht