Ratings als nuttige informatie
De marktprijs van een financieel instrument is afhankelijk van het gepercipieerde risico. Bij een hogere kans op wanbetaling ervan is het verwachte beleggingsresultaat allicht kleiner. Beleggers streven maximalisatie van het rendement van hun portefeuille na. Instrumenten uitgegeven door minder kredietwaardige instellingen zullen ze alleen willen aankopen tegen een gereduceerde prijs, om er zo voor te zorgen dat het lagere verwachte resultaat toch neerkomt op een aanvaardbare relatieve opbrengst ten opzichte van het belegde kapitaal. Op die manier rekenen ze in feite een risicopremie aan bovenop de geldende marktrente.
Beleggers willen het risico op wanbetaling zo goed mogelijk kennen om zo optimaal te kunnen bepalen hoeveel ze voor elk instrument bereid zijn te betalen. Betrouwbare emittenten hebben er ook belang bij dat het publiek hun kredietwaardigheid correct inschat, want zo kunnen ze vermijden dat een onterecht door de markt toegepaste risicopremie de kostprijs van hun financiering opdrijft. Rating agencies vervullen op dit vlak een nuttige functie. Ze analyseren en publiceren onafhankelijke en dus voor het publiek betrouwbare beoordelingen van de kredietwaardigheid van financiële instrumenten en instellingen die deze instrumenten uitgeven (vennootschappen maar ook overheden).
Doordat het publiek de ratings gelooft, hebben deze een effect op de marktprijzen. Een hoge inschatting van de kredietwaardigheid van een emittent of instrument zorgt voor een hogere koers doordat beleggers tevreden zijn met een kleinere risicopremie. Een verlaging van de rating doet de marktprijs van het instrument dalen, omdat beleggers alleen bereid zijn het instrument in portefeuille te nemen als er een hogere opbrengst tegenover de verhoogde kans op wanbetaling staat.
Zijn de recente ratingverlagingen onterecht?
Vandaag is er heel wat kritiek te horen op de kredietbeoordelingsagentschappen, die door de ratings van bepaalde lidstaten van de Europese Unie te verlagen of door aan te kondigen dat ze overwegen die rating te verlagen enorme schade zouden hebben aangericht. Zijn deze verwijten terecht?
In het recente verleden zijn er zeker problemen gebleken. Zo is een decennium geleden, ten tijde van de dot-com crisis en de ineenstorting van de Amerikaanse energiereus Enron, gebleken dat de ratings systematisch te hoog waren en dat de agentschappen te traag reageerden op signalen van problemen. De kwaliteit van de ratings was niet optimaal, onder meer doordat er tussen de ratingbureaus onderling te weinig concurrentie is. De agentschappen werd ook terecht verweten dat ze hun betrouwbaarheid te grabbel hadden gegooid door zich onvoldoende onafhankelijk op te stellen tegenover de emittenten. Financiële instellingen die gestructureerde financiële producten op de markt brachten, vroegen de agentschappen vooraf om advies hoe zij deze best konden samenstellen om voor de verschillende tranches de door hen gewenste rating te verkrijgen, en allicht zal een agentschap dat vooraf heeft aangeraden iets te doen om een hoge rating te krijgen achteraf ook die in het vooruitzicht gestelde rating toekennen. Als reactie op deze problemen werden de rating agencies trouwens zowel in de Verenigde Staten van Amerika als in de Europese Unie onderworpen aan reglementering en overheidstoezicht.
Maar de verwijten van vandaag kunnen moeilijk tot deze problemen worden herleid. Er zijn niet zo veel tekenen die aangeven dat de verlaging van de ratings van de EU lidstaten met financiële problemen onterecht zouden zijn. Is er iemand die met voldoende geloofwaardigheid durft te beweren dat de kredietbeoordelaars zich vergissen wanneer ze waarschuwen dat de kredietwaardigheid van Griekenland of Portugal op ernstige wijze bedreigd is? Het is paradoxaal dat de rating agencies nu wordt verweten dat ze doen wat we hen hebben verweten tien jaar geleden niet te hebben gedaan: snel reageren op de eerste tekenen van een mogelijke bedreiging van de kredietwaardigheid van een emittent.
Het protest tegen de door sommige agentschappen aangekondigde mogelijke verlaging van de rating van de Belgische overheid komt vooral uit politieke hoek. Bewindslieden beseffen vanzelfsprekend dat dit de kostprijs van de financiering van deze overheid in de nabije toekomst kan opdrijven, wat hun werk zal bemoeilijken. Ze vrezen ook dat het electoraat zich tegen hen zou kunnen keren eens het de rekening gepresenteerd krijgt in de vorm van extradraconische bezuinigingen of bovenmatige belastingverhogingen, nodig omdat bijkomende financiering op de kapitaalmarkten te duur is geworden. Ook hier kan men zich afvragen of de ratingagentschappen in de fout gaan. Is het, na een nu al 4 jaar aanslepende politieke impasse, werkelijk zo onterecht dat ze melden dat de markten ermee rekening moeten houden dat onze federale regering in de nabije toekomst onvoldoende politieke macht zal kunnen hebben en het land onvoldoende politieke stabiliteit zal kennen om de maatregelen mogelijk te maken die nodig zullen zijn om de federale overheidsfinanciën op duurzame wijze op orde te brengen om zo haar terugbetalingscapaciteit veilig te stellen?
De disproportionele financiële impact van ratings
Het probleem is niet zozeer dat de ratingverlagingen onterecht zouden zijn, maar wel dat een wijziging van de ratings een onmiddellijke en dus onverbiddelijke overmatig grote impact kan hebben. Dit is het gevolg van een aantal kenmerken van het huidige economisch-financieel-politieke systeem.
Vooreerst vormen ratings jammer genoeg vaak self-fulfilling prophecies. Als gevolg van een downgrading zal de emittent zich immers moeilijker kunnen herfinancieren, en mede hierdoor zal zijn kredietwaardigheid vrij snel in het gedrang komen. Problemen op middellange termijn kunnen zo plots worden omgezet in zeer acute moeilijkheden.
Daarnaast is het effect van een wijziging in de rating veel massaler en onmiddellijker als gevolg van de bestaande reglementering van toepassing op allerlei financiële instellingen. In verschillende landen mogen bepaalde institutionele beleggers zoals pensioenfondsen alleen beleggen in instrumenten met een reglementair voorgeschreven minimale rating. Daarnaast zijn er de nog belangrijkere regels inzake minimale kapitaalvereisten voor financiële instellingen, die de ter bescherming van hun stabiliteit aan elke bank of beleggingsonderneming opgelegde minimale omvang van het eigen vermogen onder meer laat afhangen van de ratings toegekend aan de instrumenten die deze instelling in portefeuille houdt. Dergelijke reglementeringen zorgen ervoor dat verlagingen van een rating onmiddellijk als gevolg kunnen hebben dat de betreffende instrumenten over heel de wereld en masse op de markt worden gedumpt. De hieruit voortvloeiende koersdalingen overtuigen op hun beurt andere beleggers deze instrumenten niet langer aan te houden, en een neerwaartse spiraal dreigt.
De disproportionele impact van het financiële op ons dagelijks leven
Het echte probleem is dat de kapitaalmarkten door de globalisering en de informatisering uiterst vatbaar zijn geworden voor plotse massale verschuivingen, die bovendien eerder kunnen ingegeven zijn door massapsychologie dan door objectief vaststelbare kenmerken van de onderliggende reële economische wereld, de zogenaamde economische fundamentals. Hier komt nog bij dat bewegingen in de kapitaalmarkten veel grotere repercussies hebben gekregen op de reële economie en de leefwereld van de mensen, doordat veel meer maatschappelijke functies afhankelijk zijn geworden van marktfinanciering. Dit is niet alleen het geval bij kapitaalvennootschappen, waarvan het bestuur allicht door de markt verplicht wordt te doen wat de beleggingswereld wenst, maar ook voor staten, die vandaag de dag enorme financieringsbehoeften hebben.
Overheden, waarvan velen onder ons vinden dat ze op democratische wijze moeten zijn georganiseerd en de wens van de meerderheid van de kiezers zouden moeten volgen, worden door de harde realiteit gedwongen zich vooral zo te gedragen dat hun toekomstige financiering niet in het gedrang komt. Dit kan men onwenselijk vinden en op politieke of filosofische basis bekritiseren, maar men kan het niet verwijten aan bepaalde personen. Het is geen gevolg van het gedrag van specifieke individuen die immoreel of zelfs illegaal zouden handelen, het is het gevolg van de structurele kenmerken van onze samenleving.
Maar de rating agencies – er zijn er maar drie met een rol van betekenis, dus anoniem zijn ze geenszins – bieden een concreet gezicht voor deze abstracte realiteit, een persoon aan wie we de resultaten van de werking van de structuren kunnen toerekenen. De onwenselijke gevolgen van de normale marktwerking in een geglobaliseerde kapitalistische informatiemaatschappij kunnen we gemakkelijk beschouwen als het resultaat van hun ratings, zodat we hen als schuldigen kunnen aanduiden voor iets waarvoor we allemaal verantwoordelijk zijn. Wie van ons zou immers aan zijn pensioenfonds vragen om te blijven beleggen in Griekse staatsobligaties?
Marc Kruithof - Professor aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Gent
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod)






26/05/2011 om 20:33
Belgisch syndroom? Hoe negatiever de ratings hoe dieper de kop van de struisvogelpoliticus in de communautaire zandbak wordt gestoken?
26/05/2011 om 22:22
Hartelijk bedankt voor deze duidelijke en zeer noodzakelijke verklaring van de rol en functie van de rating agencies. U duidt tevens de politici waar hun verantwoordelijkheid ligt.
De impasse, waarmee wij in dit land geconfronteerd worden, is er één die, ontdaan van haar communautaire saus, haar origine vindt in de financiële gevolgen van het te lang navolgen van een bepaalde maatschappijvisie, die de staat een steeds grotere rol heeft toebedeeld in de creatie en het beheer van inkomstenstromen naar de burgers. Hierbij is er onvoldoende aandacht geweest voor de budgetaire impact van die visie op de middellange termijn of zelfs van de psycho-sociale gevolgen ervan op het gedrag van de mensen. Te dure maatregelen, die te lang een eigen leven hebben kunnen leiden, hebben nu tot gevolg, enerzijds, dat er zware ingrepen nodig zijn in de staatshuishouding en, anderzijds, dat een aanzienlijk deel van de bevolking is gaan geloven dat hun verworvenheden enkel in stijgende lijn kunnen/mogen evolueren. Zij wordt in deze opvatting gesterkt door bepaalde politici en werknemersorganisaties.
Dat de personen, die hogergenoemd aandeel van de bevolking uitmaken zich disproportioneel in het Zuiden van het land bevinden, is eigenlijk eerder toevallig. Deze feitelijkheid heeft evenwel tot gevolg dat er zich een partijpolitiek wingewest heeft gevormd, waarvan de machtshebbers er op de korte termijn electoraal voordeel blijven in zien te trachten de toestand zo lang mogelijk te behouden of tenminste de noodzakelijke en hoogdringende corrigerende maatregelen zo beperkt mogelijk te houden. Door de eerder absurde structuur van onze volksvertegenwoordiging(en) en van de opdeling van de kiesdistricten kan hierin geen verandering meer komen, te meer daar er een veelheid van zogenoemde evenwichten is gecreëerd die er op haar beurt voor zorgt dat de patstelling volkomen wordt. Zo blijkt nu reeds dat de inclusie van de zgn. socio-economische thema’s in de onderhandelingen gewoon een dimensie aan het spiegelpaleis heeft toegevoegd, in plaats van een pad naar een uitweg te bieden. Zolang de vertegenwoordigers van de “gevestigde” partijen angst blijven hebben voor hun kiezerskorps en hun verantwoordelijkheid voor de actuele stagnatie blijven ontkennen, zal er geen vooruitgang mogelijk zijn. In een omgeving waarin we beroepspolitici combineren met een nood aan absolute trouw aan de partijbelangen, is deze kentering echter niet waarschijnlijk.
Het ziet er meer en meer naar uit dat België bààt zou hebben bij een ratingverlaging… Het zal een externe ingreep van dergelijke dramatische omvang vragen vooraleer de wil er komt drastisch te willen worden.
26/05/2011 om 22:57
@rudy flameng.
Ik zou het niet beter kunnen verwoorden.
Iedereen zou alles wat gebeurt en wat gezegd wordt vanuit dit kader moeten beoordelen.
27/05/2011 om 16:04
@ bovenstaande commentatoren:
Kunnen de heeren wederom niet wachten tot de volgende plaatselycke NV-A bijeenkomscht in Bierstube Belgien Bärst?
Alsch ik het Pallieterke wil leezen, schiet me dan met een haastig en welgemikt schot neder, maar dat bedoel ik niet;
Ik wensch verslaagen à la (excuseer, in den aard van) Pallieterke niet te lezen op deredactie.be
België mag barsten, als u maar mee barst!
27/05/2011 om 19:01
Geachte heer Kruithof,
Proficiat, voor de eerste keer sinds lang een haarscherp en duidelijk opiniestuk dat de zaken duidelijk objectief en beredeneerd naar voor brengt.Fijn om zoiets te lezen.
27/05/2011 om 20:12
Uiteraard zal in dit land enkel iets veranderen na een daling van onze ratings. Pas dan zullen PS, SP.a, Groen!/Ecolo en onze rancuneuze Leterme hun handen in onschuld kunnen wassen en aan hun kiesvee zeggen dat ze gedwongen worden. Het enige strategische probleem van deze club is zo manoeuvreren dat - tegen dat het onvermijdelijke gebeurt - de schuld daarvoor in de schoenen van NVA kan geschoven worden.
31/05/2011 om 09:37
De ratingbureau’s zijn een geïnstitutionaliseerde roversbende, die, daar waar het hun belangen goed uitkomt, ratingverhogingen en/of verlagingen kwistig rondstrooien,al naargelang wie het hun vraagt.
Ordinaire poenpakkers zijn het.
Ze zaten er glansrijk naast bij de huizencrisis in VS. De moeder van alle crisissen.
Ze zaten er glansrijk naast bij het Dubai project. Ze be- en veroordelen elkaar dat het een lieve lust is.
.
Over Griekenland met enkele miljarden zeggen ze dat de wereld van de euro zal vergaaan.
Over de Amerikaanse schulden van 14000 dollar (jawel veertienduizend miljard) maken ze zich nauwelijks zorgen.
Ze zien hierin “weinig tot geen reden voor wanbetalingen”.
(Ze drukken gewonnen een paar vrachtwagens vol 10000 dollar biljetten bij, verhogen eigenmachtig hun schuldenplafond” en hups, klaar is Kees.)
Weinig reden tot ongerustheid zeggen de ratingbureau’s.
China vinden ze dan weer wel problematisch.
En vooral ook Europa, waarvan ze vinden dat zij, Amerikanen, tot opdracht hebben om: ” review the financial system in Europe in order to meet our expectations”
Ratingbureau’s zijn ook een “handig instrument” in handen van politici om de bevolking het zwijgen op te leggen, want niet zij, (de politicidus ) eisen inleveringen tot in het absurde, maar het moet va nde ratingbureau’s en ook van Europa. Zo, zijn er nog vragen?