De crisis rond Griekenland leidt tot grote emoties en meningsverschillen. Een voorbeeld: er wordt gepleit voor schuldkwijtschelding (dus een zachte aanpak) en beëindiging van steun aan Griekenland (dus een harde aanpak). De discussie bevat tegenstrijdigheden.
Het kernprobleem is dat in een monetaire unie structureel veel zwaardere eisen worden gesteld aan het financieel-economische beleid, wil één munt op termijn zonder grote problemen functioneren. Dit vereist niet alleen veel steviger afspraken voor het nationale begrotingsbeleid maar ook bindende Europese afspraken voor het economische beleid: loonstijgingen, arbeidsmarkt, concurrentiepositie. Dus ook een economische unie zoals EMU aangeeft. Dit betekent meer Europese integratie. Dit dient niet een abstract ideaal van Europa en Euro maar ons financieel-economische eigenbelang. Wij kunnen op termijn niet zowel de Euro als onze financieel-economische nationale soevereiniteit behouden zonder grote brokken te maken. Als men dat niet accepteert betekenen steunmaatregelen slechts tijdelijke stoplappen.
Wat moet de principiële aanpak zijn?
Eén stroming bepleit meer stabiliteit in het Eurogebied door meer solidariteit: de sterke lidstaten moeten de zwakke (meer) helpen. Dit is de benadering van de Commissie, van zuidelijke en centraal-Europese lidstaten en ook Frankrijk. Dus het Europa van de transfers en de rechten.
Een andere stroming benadrukt ook de noodzaak van meer stabiliteit maar dan door meer discipline, via strenge beleidsafspraken en voorwaarden en het strikter naleven met straffen en boetes. Dit is de lijn van Duitsland, Nederland en dikwijls ook de Commissie.
Ik geef prioriteit aan de discipline maar acht een combinatie van beide benaderingen nodig. Zij biedt de enige mogelijkheid om uit deze crisis te geraken. Wij zitten samen in één “club”. Dat vraagt een grote(re) intra-Europese solidariteit. Maar die vergt strenge voorwaarden en moet binnen redelijke grenzen blijven: wij zijn nog steeds aparte lidstaten.
Er bestaan nog andere stromingen: vooral bij rechtse en linkse partijen die geen prioriteit toekennen aan Europese integratie, die nationalistisch en populistisch denken maar die niet alleen solidariteit en discipline verwaarlozen, evenals verdragsverplichtingen, maar ook ons nationale eigenbelang. Dat uit zich in de grote economische voordelen die vooral Nederland en België genieten van de interne markt en de Euro.
Griekenland, Ierland en Portugal zijn Eurolanden met grote liquiditeitsproblemen. Europa en het IMF kunnen hulp bieden door, tijdelijk en onder voorwaarden, leningen te verstrekken. Als wij echter zouden constateren dat Griekenland c.s. ook insolvabel is dan wordt voortgaande steunverlening niet meer verdedigbaar: in financieel-economisch én politiek opzicht. Griekenland zit nu dicht bij insolvabiliteit. Als zou blijken dat het land de facto failliet is dan zal schuldherstructurering onvermijdelijk zijn, met kwijtschelding van een flink deel van de Griekse schulden. Zo ver is het echter nog niet.
De financiële geschiedenis van Latijns-Amerika in de jaren 1980 leert dat landen met financiële problemen na een aantal jaren van steunoperaties door IMF, crediteurlanden en buitenlandse banken gezamenlijk, met schuldverlenging en strenge beleidsvoorwaarden, hun problemen te boven kunnen komen. Voorbeelden: Mexico en Brazilië. Dit lukt echter niet altijd: zie Argentinië.
Ik bepleit het volgende pakket van maatregelen:
1. Nog strengere voorwaarden tot sanering in de Griekse publieke en private sectoren. Deze crisis is immers primair het gevolg van jarenlang wanbeleid in het land zelf.
2. Omvangrijke privatisering, dus verkoop van staatseigendommen aan buitenlandse beleggers en tevens Griekse activa als onderpand (“collateral”) voor nieuwe buitenlandse leningen.
3. Nu geen herstructurering, dat wil zeggen kwijtschelding. Ik acht zo’n “haircut” strijdig met de belangen van de crediteuren. Dat zijn: banken, pensioenfondsen en anderen in de private sector buiten Griekenland; banken in Griekenland maar nu in meerderheid overheidsinstellingen zoals de ECB, het IMF en lidstaten in het Eurogebied. Als bij die laatste categorieën schuldafboekingen en dus verliezen plaatsvinden, draaien de belastingbetalers in de crediteurlanden zoals Nederland en België daarvoor op. Ik ben niet bereid op dit moment die consequentie te aanvaarden. Schuldkwijtschelding bevat grote en niet te overziene risico’s van inktvlekwerking naar andere Eurolanden: Ierland en Portugal en wellicht de grote landen Spanje en Italië. Bij zo’n schuldherstructurering raakt niet alleen de Griekse staat zelf in “default”, dus faillissement waardoor alle vorderingen opeisbaar worden maar ook alle Griekse banken komen in diezelfde situatie. De huidige crisis betreft niet alleen het kleine land Griekenland maar kan een onbeheersbaar domino-effect hebben met veel grotere verliezen.
Er wordt terecht geëist dat ook de private crediteuren een deel van de lasten dragen. Oorspronkelijk was het merendeel van de vorderingen op Griekenland in handen van die private sector. Intussen heeft de ECB echter voor enorme bedragen Griekse staatsobligaties gekocht in de financiële markten of als (kwestieus) onderpand geaccepteerd voor haar kredieten aan banken.
4. Het is nu wél onvermijdelijk dat Griekenland enige jaren uitstel krijgt van de terugbetalingsverplichtingen aan private en overheidscrediteuren. Dus schuld- verlenging (rescheduling). Het land kan immers voorlopig geen nieuwe leningen op de kapitaalmarkten plaatsen. Ter vermijding van de chaos die ontstaat als Griekenland bij verplichte schuldverlenging in staat van default, dus faillissement, wordt verklaard moet dit uitstel op (semi) vrijwillige basis gebeuren. Na een aantal jaren zal blijken of het zich op eigen kracht kan (her)financieren. Zo niet, dan komt het dramatische moment van schuldherstructurering.
Wat velen onvoldoende beseffen is dat herstructurering nu de wezenlijke problemen niet oplost. Griekenland bereikt ook bij gedeeltelijke kwijtschelding nu nog niet de noodzakelijke sanering, namelijk een overschot op de primaire overheidsbegroting (dus vóór rentebetalingen). Hetzelfde geldt voor de Griekse betalingsbalans.
5. Op die basis aanvaard ik voorlopig verstrekking van nieuwe leningen, in ons eigen belang.
Onno Ruding
Oud-Minister van Financiën van Nederland
Voorzitter van CEPS (Centre for European Policy Studies) in Brussel.
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






22/06/2011 om 15:58
Bij deze geef ik ook een voorstel, dat naar ik aanneem nul steun zal genereren, maar niettemin goed bedoeld is.
Als ik me niet vergis hebben enkele landen die nu in de problemen zitten in hun eerste euro-jaren een goede economische vooruitgang geboekt. Maar i.t.t. zoals bij een wisselende munt, is daarmee de waarde van de plaatselijke munten en daarmee ook hun financiele “staatsrijkdom” niet op die wijze gestegen, tenzij gelijk voor alle euro-landen. Hiermee hebben deze landen de kans verloren om hun hogere produktie op een natuurlijke wijze volledig gekapitaliseerd te zien op staatsniveau in verhouding tot de andere euro-landen (waarvan ik aanneem dat de onderlinge groei-verschillen via de eurokoers gelijk verdeeld worden onder ieder euroland). Ik neem aan dat dit kan oplopen tot zeer hoge bedragen. Vanwege verschillende economische startposities van de eurolanden hebben enkele landen het daardoor mogelijk moeilijker de positie van de andere landen bij te benen.
Mijn voorstel: voer een virtuele wisselkoers binnen de eurozone in, waarbij de virtuele muntwaarde van elk land apart berekend wordt. Maar in plaats van dat de munten in waarde kunnen wisselen, kan het waarde-verschil toegekend worden door hen eenvoudigweg hogere euro-bedragen toe te kennen (bv. als vermindering in schulden).
Natuurlijk hoort een waarde-stijging toe te komen aan heel een volk en niet alleen aan de staatsfinanciën, maar omdat de bevolking die staatsfinanciën financiert, is wat daar aan toekomt, ook een verrijking voor de plaatselijke burgers (evt. minder belastingen). Dit zou naar ik aanneem leiden tot substantiële en verdiende verrijking van die landen, natuurlijk ten koste van een verarming van de andere landen (bv. België), omdat het geld van ergens moet komen. De logica hierachter is dat die andere landen dat geld sowieso in de eerste plaats niet verdienden, maar geïncasseerd hebben op basis van een fout en onfair systeem.
Deze virtuele wisselkoers zou geen effect hebben op bedrijfstransacties vanwege de gelijkblijvende munt en het lijkt me een fair systeem dat de landen die het het meeste nodig hebben hun groei ook volledig kunnen incasseren. (Maar blijkbaar is er toch wat mis mee, want ik heb het per email ook naar enkele buitenlandse ministeries (griekenland, ierland) gestuurd en die hebben er in ieder geval niet op gereageerd.)
22/06/2011 om 17:41
Als de rijke reders geen belastingen betalen, als er jarenlange corruptie bestaat onder politici en ambtenaren, als er een grotere zwarte economie is dan een reguliere, als het land al zijn staatsbezittingen moet verkopen, als het moet lenen aan 17% ,moet men mij eens vertellen hoe dit land een faillissement kan voorkomen.
De euro is een goede zaak geweest voor het noorden maar een slechte voor het zuiden. Portugal zal volgen.
22/06/2011 om 21:56
ik weet maar een ding , ik wil als belgische burger , die werkt als arbeider niet zien dat mijn bank, onze banken failliet gaan door de schuld van griekse fraudeurs , belastings onduikers ect , griekenland moet orde op zaken stellen door diegenen die nu niet correct bijdragen aan de griekse staatskas zwaar aan te pakken , en dat zijn dus niet de gewone arbeiders in griekenland die zich correct gedragen.
maar iedereen weet als je het geld gaat halen waar het zit , bij dezen die het meest ontduiken , frauderen , dan zal waarschijnlijk die regering van een kale reis naar huis komen , griekenland is failliet door de schuld van wanbeheer , diefstal en leegzuigen van de staatskas ,
van kwijtschelding van schuld kan geen sprake zijn , ik wil mijn zuurverdiende geld niet zien verliezen aan de maffiosa van europa.