deredactie.be - OPINIE

De dunne grens tussen kruisbestuiving en ggo

27 / 06 / 2011

Naar aanleiding van de polemiek rond de veldproef met ziekteresistente ggo-aardappelen in Wetteren valt op hoe de ggo-sceptici ons een vals dilemma voorhouden: “Je blijft óf bij de “gewone” zaden en pootgoed, óf je maakt de stap naar ggo’s.”

Louter technisch bekeken, en dus los van ideologische, emotionele, historische, financiële of politieke discussies, is die keuze redelijk absurd. Men weet wellicht gewoon te weinig over de hedendaagse landbouw- en veredelingspraktijk. Wie met plantaardige productie bezig is weet dat plantenrassen ontstaan uit een rijk pallet aan vermeerderingstechnieken, inbegrepen de biotechnologie. Het doel is altijd om het agrarisch ecosysteem aangepaster en gezonder te maken.

Waar komen we vandaan?

Plantenveredeling is eeuwenoud. De landbouwer - en later de plantenveredelaar - koos/kiest steeds die zaden of vegetatieve plantendelen die het best beantwoordden aan de behoefte en aan de teeltomgeving. Plantenveredeling is ook een discipline in voortdurende beweging: men streeft naar planten met een lagere bemestings- en beschermingsmiddelenbehoefte, de markt/de consument eist een bepaalde eenvormigheid, smaak, houdbaarheid, het klimaat duwt ons naar planten die droogte en (andere) ziektes beter aankunnen.

Veredeling, het beter of edeler maken, is gesteund op genetische variatie, de recombinatie en de selectie van de gewenste eigenschappen. Bij een goed nieuw ras is altijd sprake van een uitgebalanceerd compromis. Een paar goede eigenschappen leveren nog geen ras met een goede gebruikswaarde voor boer en consument.

De meest eenvoudige, ook door gepassioneerde hobbyisten beoefende veredeling is kruisingsveredeling. Je kiest interessante kenmerken bij een vader- en een moederras en je hoopt op een combinatie van betere kenmerken. Bij kruisingen in de natuur vermengt het DNA zich voortdurend en spontaan. Een veredelaar stuurt het proces door geduldig en met een kritisch oog nakomelingen te selecteren.

Veel hedendaagse rassen van granen, grassen, klavers, prei, enz. zijn op die manier ontstaan. Maar kruisingsveredeling is vaak een grove en een beetje blinde fiftyfifty vermenging van DNA. En je botst onvermijdelijk op beperkingen. Je kan alleen zeer nauw verwante soorten gewoon kruisen. Je krijgt vaak een pak ongewenste, mee ingekruiste, eigenschappen in je plant, die je pas na lange terugkruisingsprocedures weggewerkt krijgt. Sommige plantensoorten verzetten zich tegen zelfbestuiving en dat hindert het werk.

De jongste 30 jaar gebruiken veredelaars daarom meer en meer slimme techniekjes, die vooral in de beginfase van het veredelingsprogramma meer mogelijkheden bieden tot genetische variatie:

Om kruisingshindernissen op te heffen gaat men de ongeopende bloem bestuiven (knopbestuiving). Of men stimuleert een plant via vb. koudestress of droogte om zelfbestuiving te ‘aanvaarden’. Men plukt een weinig levensvatbaar embryo (bevruchte eicel) en kweekt het op buiten de moederkelk (embryo-redding). Men kruist via een omwegje (brugkruising met tussensoorten). Ettelijke rassen (vb. kolen, ziekteresistente tomaat, luisresistente sla) zijn met dergelijke truckjes ontstaan.

Biogenetica in de veredeling

Tegenwoordig zijn er nog verfijndere technieken ontwikkeld op cel- en genniveau, in plaats van op (volledig) plantniveau. Die openen voor het eerst mogelijkheden om specifieke eigenschappen uit andere verwante soorten in een plant over te brengen. Biotechnologie dus, maar zonder dat er sprake is van genetisch gewijzigde planten.

Een paar voorbeelden: Je kan jonge cellen uit het (virusarme) groeipunt van een plant in een proefbuis opgroeien tot plantjes die spontaan allerlei, misschien wel interessante variaties kunnen vertonen. Zo ontstond vb. zouttolerantere rijst. Het is een vermeerderingstechniek die talloze Vlaamse in-vitro-sierteeltbedrijven toepassen.

Uit pollen of eicellen kan je planten met een verdubbeld aantal chromosomen kweken, die dan genetisch volledig homogeen zijn. Voor de latere veredelingsstappen is dat erg interessant. Je kan het normaal aantal chromosomen in een plantencel verdubbelen. De cel, en dus de plant wordt dan sappiger en groter. Raaigras- en klaverrassen zijn op die manier lekkerder en suikerrijker gemaakt.

Je kan de celwand van (soortverwante) planten pellen en de cellen zo fuseren in een proefbuis. Uit een koolzaadcel en een radijsjescel ontstond op die manier onlangs een interessanter koolzaadras. Je kan tenslotte aan bepaalde eigenschappen een moleculaire merker (een herkenningsetiket) meegeven. Los van groeiomgeving of -stadium kan je dan altijd het ras, de authenticiteit of het bewuste kenmerk detecteren.

Kleine stap naar echte ggo’s

Wat maakt dan het verschil met feitelijke genetisch gewijzigde organismen (ggo’s) ? Waar tot voor kort de vermenging van het genetisch materiaal (DNA) enkel mogelijk was via stuifmeel, is het nu ook mogelijk via een bacterie (Agrobacterium spp.) of via een soort schietoefening een bepaald gen binnen te brengen in het chromosoom van een ontvangende plantencel. Dat betekent dat je een al bijna perfect ras niet meer met ongewenste genen opzadelt. De transformatie gebeurt alleen met dat ene gen (vb. uit een aanverwant organisme) waarvan de eigenschap op voorhand jarenlang bestudeerd is.

De potentiële wetenschappelijke voordelen zijn bekend. Specifieke genen uit niet kruisbare soorten zijn toch over te brengen. De winst op vlak van snelheid en precisie is spectaculair te noemen. Als je een ziekteresistent ras beoogt, slaagt alleen de ggo-technologie erin om meerdere, onafhankelijk van elkaar werkende resistentiegenen tegelijk in een plant te brengen. De kans dat een virus, insect of schimmel die resistentie doorbreekt via mutatie is gigantisch veel kleiner dan bij een enkelvoudig-resistent ras.

De biotechnoloog moet uiteraard- net als de veredelaar- wéten wat hij precies beoogt: welke eigenschap (gen) wil hij voor welk doel inbouwen? In het geval van de ggo-aardappelen uit Wetteren gaat het om een cocktail van maximum drie genen uit wilde aardappelrassen uit Peru, die maken dat de plant niet meer toegankelijk is voor de aardappelziekte.

Is er gevaar ?

Net zoals nieuwe rassen uit kruisingsveredeling worden transgene rassen (ggo’s) zwaar getest voor ze ‘toelating voor teelt’ krijgen. Hun eigenschappen (expressie) moeten 100 % stabiel zijn, er mag geen enkel negatief punt voor de omgeving of de landbouwkundige toepassing te vinden zijn. Ze worden officieel en onafhankelijk gedurende een aantal testjaren gescoord op de officiële criteria voor onderscheidbaarheid, homogeniteit, stabiliteit en gebruikswaarde. Tenslotte eist Europa een pak bewijzen inzake veiligheid voor het milieu en voor de gezondheid (indien de toepassing te maken heeft met menselijke of dierlijke consumptie).

En tenslotte: wat is het risico op ongecontroleerde vermenging in de natuur als je ggo-gewassen buiten plant? In het algemeen zie je dat landbouwkundig interessante genen meestal geen voordelen hebben voor wilde natuurplanten. Als er al toevallige pollenbestuiving ontstaat dan verdwijnen de nakomelingen door natuurlijke selectie zeer snel uit de wilde populatie. Voor het vermengingsrisico tussen dezelfde ggo en niet-ggo landbouwgewassen (bv ggo-maïs en biologische maïs) bestaan er in Europa sluitende coëxistentiewetten.

Voor hedendaagse veredelaars is de biotechnologie dus één van de middelen om genetische variatie te verruimen. Veredeling en genetische modificatie staan niet tegenover maar naast elkaar als het gaat om bij te dragen tot een duurzame en milieuvriendelijke landbouw .

Erik Van Bockstaele

(De auteur is administrateur-generaal van ILVO, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, en doceert aan de UGent)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

20 Antwoorden op “De dunne grens tussen kruisbestuiving en ggo”

  1. Jos D'Haese Zegt:

    Weinig genuanceerd artikel.

    “En tenslotte: wat is nu het risico op ongecontroleerde vermenging in de natuur als je GGO gewassen buiten plant ? In het algemeen zie je dat landbouwkundig interessante genen meestal geen voordelen hebben voor wilde natuurplanten.”

    Met die “in het algemeen” heb ik behoorlijk wat problemen. Blijkbaar is het geval van het ontsnapte koolzaad dan een bijzonder geval. Tja. En u mag het de Mexicaanse boeren gaan uitleggen dat het vermengingsrisico in Europa streng gereguleerd is. Hun maïs vertoont ondertussen in ieder geval al volkomen abnormale kenmerken. Het genoom van de eeuwenoude soorten blijkt voor bijna alle variëteiten ‘vervuild’ met gemodificeerde genen.

    “Als er al toevallige pollenbestuiving ontstaat dan verdwijnen de nakomelingen door natuurlijke selectie zeer snel uit de wilde populatie.”

    Dat is natuurlijk wel een beetje kort door de bocht. Planten die resistent zijn aan bepaalde parasieten en infecties hebben uiteraard een grotere fitness dan wilde soorten. Droogteresistent gemaakte soorten zijn uiteraard competitiever dan inheemse in tijden van watertekort. Planten die round-up kunnen verdragen hebben uiteraard in bepaalde gevallen een voordeel op ‘gewone’ planten.

    “Veredeling en genetische modificatie staan niet tegenover maar naast elkaar als het gaat om bij te dragen tot een duurzame en milieuvriendelijke landbouw .”

    Misschien kunnen ggo’s inderdaad een rol spelen in duurzame landbouw. Maar wat ze niet doen is ervoor zorgen dat duurzame landbouw ontwikkeld zal worden. Ze neemt er de aanleiding voor weg en bestendigt agro-industriële monoculturen, die hun rendement ermee kunnen verhogen. Wanneer de switch naar een duurzame landbouw is gemaakt, kunnen ggo’s deze misschien verder vooruit helpen. Maar zeggen dat ggo’s zullen bijdragen tot een duurzame landbouw is fundamenteel fout.

    Het grote verschil tussen genetische gemanipuleerd zaaigoed en ander zaaigoed is dat de patentering ervan veel verder is doorgetrokken dan waar dan ook. Boeren kunnen afhankelijk gemaakt worden van het gg zaad doordat hun buren grotere opbrengsten helen op weinig duurzame wijze. Wanneer ze er eenmaal mee beginnen moeten ze jaar na jaar hun zaad opnieuw aankopen, want hergebruik is verboden. Daarnaast zijn ze ook voor aangepaste pesticiden, meststoffen etc aangewezen op hetzelfde bedrijf.
    En als u denkt dat boeren in een markt die volledig openstaat voor ggo’s de keuze hebben, moet u maar een kijkje gaan nemen in India. Of de golf van zelfmoorden er aan Monstanto te danken is weet ik niet, maar feit is dat er enkel nog gg katoenzaad op de markt te vinden is.
    Aan dit verschil gaat Van Bockstaele volledig voorbij. Hij houdt het op technische argumenten (die niet goed zijn uitgewerkt) maar vergeet dat dit niet is waar de kern van het debat om draait.

  2. Jonas Maebe Zegt:

    Ik wil mij aansluiten bij wat Jos D’Haese hierboven schrijft. Bij het eerste zinnetje van het stuk gaat het al verkeerd:

    > Louter technisch bekeken

    Louter technisch bekeken is er geen probleem met het neerpoten van windturbines in het midden van woonwijken, of met het constant registreren van de nummerplaten op alle wegen in het land om de verkeersstromen te optimaliseren (ik zie Story haar vingers al aflikken).

    Een techniek bestaat nooit in een vacuüm, en de toepassing ervan al helemaal niet. We leven nu eenmaal in een maatschappij van mensen en niet van robots. Van juridisch waterdicht misbruik door multinationals tot onbedoelde neveneffecten bij de toepassing vanwege menselijke imperfectie: het is allemaal minstens even belangrijk als de technische eigenschappen.

  3. walterke waldorf Zegt:

    Schitterend hoe Erik Van Bockstaele hier op sublieme wijze de indruk wekt dat de ggo’s niets anders zijn dan een verfijnde techniek die reeds zolang de mens bestaat, wordt beoefend ….. natuurlijk vergeet hij zijdelings, of sluit hij in zijn inleiding uit dat dergelijke hedendaagse ggo’s de poort openzetten naar monoculturen, naar ondemocratisch misbruik van natuurlijke voedingsbronnen, naar monopolisering van de mondiale voedselgewinning en -verdeling ….enz, enz …. of deze duurzaam is kan men makkelijk weerleggen of deze ook op termijn milieuvriendelijker zijn kan men ten zeerste betwijfelen …. (EHEC, kankerincidentie,….)

  4. Bernard Zegt:

    ggo’ zetten de deur open naar monoculturen?
    Ik kan mij vergissen mar het stikt nu al van monoculturen. Zonder ggo’s.

    Zoals jos d’heaze zegt: als techniek niet de kern is waar de discussie om draait dan moeten de ludditen het technische aspect niet tegenhouden of vernielen, maar de discussie voeren over datgene waarover ze moet gevoerd worden.

    Soit: voorwaarts met die GGOs.

  5. paul m Zegt:

    Wat houdt ons dan tegen om een wet te maken die verbiedt om op zulke technologieen/producten een patent toe te passen.
    Of een patent met een heel korte vervaldatm ipv 20jaar bv 2jr of 1jr.

    Heren politiekers dus werk aan de winkel, er is ook nog europa, die hier een heel grote rol in kan bijdragen. Ook daar hebben we toch afgevaardigen die wat kunnen doen voorwat worden ze anders zo royaal betaald. Dirk Sterkx houdt het voor bekeken maar er zijn er toch nog andere.

    En producenten/fabrikanten zullen zo nog meeer worden geprikkelt om met een veel beter zaad uit te komen die in een volgende jaar dan voor de nodige verkoop kan zorgen.

    Maar eens er zaad door de individuele landbouwer kan en mag worden gewonnen is er geen enkele afhankelijkheid meer.met de groot industrie.

  6. walterke waldorf Zegt:

    @Bernard

    de monoculturen zonder enige vorm van diversiteit in soorten en aantallen kan je bv. vinden in de miljoenen km² soja-, mais-, tarwe en palmolieplantages aangeplante ggo’s …. het is natuurlijk de term monocultuur die op verschillende wijzen kan worden geïnterpreteerd hé …..

    Uiteraard is communicatie en discussie over het gebruik en éénzijdig verspreiden van de technieken uit ggo’s uitermate belangrijk, maar als een verdedigster (en andere “wetenschappers”) van dergelijke proefnemingen nog wat lesjes over democratie gaan geven, terwijl hun techniek bij voorbaat mensen uitsluit, honger verspreid, rijken bevoordeeld op tal van vlakken. Dan dient diezelfde wetenschapper niet verwonderd te zijn dat er aardappelplantjes de lucht in vliegen …..

    Ook kernenergie heeft vele voordelen, is/was een ongebreidelde toekomst voorspeld, tot wat deze kan leiden (lijden) weten we ondertussen al ….. (Hiroshima, Fukoshima, Tsjernobyl, ….) ….

  7. Peter Deruddere Zegt:

    Wat een bedrieglijk artikel. Gelukkig vind ik troost in de kritische commentaren en in het feit dat de (hoogmoedige) mens altijd zal oogsten wat hij zaait.

  8. Jos D'Haese Zegt:

    @ Bernard: moeten we het onderzoek voeren zonder dat is uitgemaakt of we dat wel willen als maatschappij? Dan zijn we wel heel fout bezig denk ik. Dan kunnen we onderzoek voeren naar het selecteren van slimme embryo’s naar het ontwikkelen van superpesticiden enzovoort. Men kan een tanker niet keren zonder hem stil te leggen…

    Nog @ Bernard: monoculturen bestaan al, inderdaad. Vooral in Latijns -Amerika met behulp van gg roundup-ready soja. Maar ook bij ons. Ggo’s zullen monoculturen die nu al bestaan enkel bestendigen en ervoor zorgen dat ze uitgebreid kunnen worden. Door gemakkelijker te besproeien, doordat grote velden niet meer geïnfecteerd kunnen worden etc. De prijs zal betaald worden door kleinere boeren en door een afname van biodiversiteit.

    En ten laatste zou ik je willen vragen m’n naam juist te schrijven :).

    Kortom: How met die ggo’s. Toch eerst even nadenken.

    @ Paul M: Wanneer je zo’n wet zou goedkeuren gaat uiteraard geen enkel bedrijf zich nog met de ontwikkeling van ggo’s bezig houden. Voor mijn part een goede zaak. Maar het probleem is dat de huidige lijn van de Vlaamse regering is dat wetenschap patenten moet kunnen produceren, die kunnen worden overgedragen aan het bedrijfsleven. En die regelgeving wordt ook gestuurd vanuit… Europa. Dus daar zal er niet snel iets in deze richting veranderen.

  9. Noel S Zegt:

    @ Jos
    Of de golf van zelfmoorden er aan Monstanto te danken is weet ik niet, maar feit is dat er enkel nog gg katoenzaad op de markt te vinden is.
    Als je over katoen spreekt zonder er iets van te kennen, lijkt uw mening ook eerder een vooroordeel.
    Katoen is één van de meest vervuilende landbouwteelten. Katoen die tijdens de groei van de zaden geplaagd wordt door allerlei insecten en dus niet zou behandeld worden is onbruikbaar wegens de suikers (uitwerpselen) die door deze insecten achtergelaten worden. Dus veel pesticiden! Tel daarbij dat de meeste katoenplantages geïrrigeerd worden en je zult vlug opmerken dat ggo’s in dit geval nog een en ander kunnen verbeteren aan het millieu. Dat de opbrengst ook nog groter en zekerder is kan de boeren alleen maar ten goede komen. De textielnijverheid stelt ook miljoenen mensen te werk in Indië. Wat is er dan verkeerd? Het kastensysteem die de armen arm houdt !! Dat zou m.i. meer zelfmoorden kunnen veroorzaken dan het verplicht moeten aankopen van ggo zaden. De indruk wekken als zou duurzame landbouw dé oplossing zijn is een bewering van iemand die geld genoeg heeft om voedsel, dat op om het even welke manier geteeld wordt, altijd ter beschikking te hebben.

  10. Ward Zegt:

    @ Jos: Tegenwoordig zijn cultuurplanten niet meer te vergelijken met de wilde varianten. Dat deze nu transgeen of niet zijn, het gevaar dat deze genen zich verspreiden in de wilde natuur blijft even groot. Verder zijn cultuurgewassen in het algemeen ook zwakker dan de wilde varianten, omdat ze meer gekweekt en ingekruist zijn met het oog op een hogere opbrengst. (een plant kan maar een bepaalde hoeveelheid zonlicht die ze vangt mbv fotosynthese omzetten in organisch materiaal) Dus als een plant iets meer moet hebben (bv. zaden) dan kan het zijn energie niet in iets anders stoppen, bv verdedigingsmechanismen etc. Waardoor de plant vaak zwakker wordt.

    Ik ga niet ontkennen dat er grote bedrijven zijn die deze nieuwe technologie dubieus aanwenden, maar dit aanpakken is een zaak van de politiek. Wanneer we elke techniek gaan verbieden die eventueel misbruikt wordt/ kan worden, dan zullen we niet veel meer overhouden.

    “Uiteraard is communicatie en discussie over het gebruik en éénzijdig verspreiden van de technieken uit ggo’s uitermate belangrijk, maar als een verdedigster (en andere “wetenschappers”) van dergelijke proefnemingen nog wat lesjes over democratie gaan geven, terwijl hun techniek bij voorbaat mensen uitsluit, honger verspreid, rijken bevoordeeld op tal van vlakken. Dan dient diezelfde wetenschapper niet verwonderd te zijn dat er aardappelplantjes de lucht in vliegen ….”

    Het is vooral de bedoeling om met GGO’s honger uit de wereld te helpen. Ik zie niet in hoe we anders in staat gaan zijn om binnenkort 9 miljard mensen te gaan voeden. Nogmaals, de misbruiken van deze techniek ligt niet aan de techniek zelf maar eerder aan de mensen die ze (mis) gebruiken en/of een overheid die deze misbruiken niet voldoende bestrijd. Verder is het wansmakelijk te noemen dat een legale proefneming wordt vernietigd.

    Verder heb ik volgende bedenking:
    Stel dat ik, met de aloude bekende methodes van kruisen ed. erin zou slagen om exact dezelfde aardappelplantjes te kweken als die in Wetteren stonden. Zouden de tegenstanders van GGO’s hier ook iets op tegen hebben? De risico’s van genoomvervuiling (en andere gevaren) in de omliggende natuur is even groot. Het grote verschil is dat ik jaren, decennia mss wel meer dan een eeuw zou nodig hebben om dat resultaat de bereiken. Ondertussen zou er nog volop gespoten moeten worden tegen schimmels. Dus lijkt mij een snelle methode zoals toegepast bij GGO’s een meerwaarde voor de mensheid zo lang dit natuurlijk ordentelijk gebeurd.

  11. Jos D'Haese Zegt:

    @ Noel: Ik weet maar weinig van katoenteelt af, dat geef ik grif toe, hoewel ik ook wel weet dat veel water en pesticiden nodig zijn, denk maar aan het Aralmeer in Kazachstan dat door de katoenteelt is drooggevallen, terwijl de bodem er rond vergiftigd is.

    Mijn mening is daarom nog geen vooroordeel. Ik haal ze uit de documentaire ‘De wereld volgens Monstanto”. Zoals ik al zeg weet ik niet of de claim over de zelfmoorden klopt, er zijn ook studies die dat ontkrachten.

    Maar daarover ging het dus niet. Wat ik wil aankaarten is dat in heel India enkel nog genetisch gemanipuleerd katoenzaad te vinden is. Dat de boeren daar wel bij varen ontkennen ze zelf. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat één uniform zaad op de markt gebracht is, volledig in de lijn van Monsanto en co. Dit gewas zal op bepaalde plaatsen beter gegroeid hebben, maar op andere plaatsen veel slechter dan de gewassen die de boeren gewoon waren en die aangepast waren aan het lokaal klimaat. Daarnaast waren de boeren ook op Monsanto aangewezen voor de aankoop van aangepaste verdelgingsmiddelen, die wel minder, maar daarom niet niet, moesten worden ingezet. Voor veel boeren was het dus een ramp, in plaats van een zegen.

    Dit voorbeeld haalde ik aan om aan te tonen dat ggo-producenten in staat zijn een volledige markt in te palmen op een behoorlijk agressieve manier, ook wanneer dit geen verbetering van de oogst inhoudt. Hun doel is immers niet zorgen dat katoen gekweekt wordt, of dat de levensomstandigheden van de boeren verbeteren, maar zo snel mogelijk zo veel mogelijk winst maken.

    Maar verder wil ik me dus niet uitspreken over de katoenteelt in India, al ben ik er zeker van overtuigd dat de afschaffing van het kastensysteem een serieuze verbetering zou kunnen inhouden.

    De bewering dat duurzame (’agro-ecologische’) landbouw dé oplossing is komt trouwens niet van mij, maar van de VN, die in één adem ook ggo’s als oplossing verwerpt. Hoe en in hoeverre ze toepasbaar is op de katoenteelt, wederom dat weet ik niet, dat laat ik aan mensen over die wel iets van katoen kennen.

  12. Dirk De Vrieze Zegt:

    @Jos D’Haese - Waar haalt u uw informatie over maïs in Mexico? Katoenzaad in India? Het is gewoon nonsens. Maïs is zeker een van de meest gemanipuleerde planten die de mens ooit teelde. Het bescheiden teosinte is een dwerplantje in vergelijking met de reuzenmaïs die vandaag op de velden staat. Die prestatie werd sedert 7000 jaar voor het allergrootste deel berkstelligd zonder genetische manipulatie. U kluts twee problemen door elkaar. 1. Genetische wijzigingen die mits degelijke controle (nodig voor elk onderzoek) niets anders dan voordelen kan opbrengen. Mijn drie soorten biologische tomaten b.v. zijn zeer gevoelig voor een schimmel die als het nat is tegen de oogst op 24 à 48 uur allemaal aangetast worden. Mijn buren spuiten dan een stof die de tomaten alsnog redt. Zelf wil ik dat niet doen omdat ik vrees dat de remedie erger is dan de kwaal. Een GGO-tomaat die bestand zou zijn tegen die schimmel zou een grote vooruitgang zijn. Zo kan de opbrengst wereldwijd voor honderden planten verbeterd worden. 2. Dat patenten in handen van multinationals misbruikt worden is verwerpelijk en mag/moet m.i. bestreden worden maar niet door GGO-velden te verwoesten noch door GGO te verwerpen want dat is zonder meer reactionair. De tegenstanders van GGO zouden ook eens moeten laten weten hoeveel doden ze door allerlei bacteriën ze aanvaardbaar vinden.

  13. Jan Zegt:

    Van Bockstaele spreekt zichzelf eigenlijk wat tegen. Zo deelt hij mee: “Net zoals nieuwe rassen uit kruisingsveredeling worden transgene rassen (ggo’s) zwaar getest voor ze ‘toelating voor teelt’ krijgen. Hun eigenschappen (expressie) moeten 100 % stabiel zijn, er mag geen enkel negatief punt voor de omgeving of de landbouwkundige toepassing te vinden zijn. Ze worden officieel en onafhankelijk gedurende een aantal testjaren gescoord op de officiële criteria voor onderscheidbaarheid, homogeniteit, stabiliteit en gebruikswaarde. Tenslotte eist Europa een pak bewijzen inzake veiligheid voor het milieu en voor de gezondheid (indien de toepassing te maken heeft met menselijke of dierlijke consumptie).”

    Hiermee gaat hij in tegen het ingediende - en goedgekeurde -dossier van zijn eigen dienst bij de Belgische Overheid. Die Overheid besloot om het proefproject goed te keuren, dus op het ingediende dossier. Wat staat er in het evaluatierapport van dit dossier? Dat er wel degelijk sprake kan zijn van vervuiling van de omgeving. Zo lees je op pagina 4 van dit rapport: “The notifier announces to imply an isolation of 150 m to commercially cultivated non-GM potatoes which is in line with the recommended distance for field trials in the literature of 20 m (Conner and Dale, 1996). The Biosafety Advisory Council is of the opinion that under the presented trial conditions outcrossing to neighbouring non-GM potatoes is very unlikely, but cannot be fully excluded. Taken into account that current agricultural practices (rotation) in Belgium offer good opportunities to eliminate occasional seedlings arising from true seed, the risk for the environment in neighbouring fields is considered as very low.” Very low is niet gelijk aan “geen enkel negatief punt” zoals verwoord door Van Bockstaele.

    En tenslotte zegt hij nog: “wat is het risico op ongecontroleerde vermenging in de natuur als je ggo-gewassen buiten plant? In het algemeen zie je dat landbouwkundig interessante genen meestal geen voordelen hebben voor wilde natuurplanten. Als er al toevallige pollenbestuiving ontstaat dan verdwijnen de nakomelingen door natuurlijke selectie zeer snel uit de wilde populatie. Voor het vermengingsrisico tussen dezelfde ggo en niet-ggo landbouwgewassen (bv ggo-maïs en biologische maïs) bestaan er in Europa sluitende coëxistentiewetten.” Als Van Bockstaele hier zo zeker van is … waarom moest dit dan nog onderzocht worden door zijn eigen dienst (ILVO)? Zoals hij zelf zegt: “Ze worden officieel en onafhankelijk gedurende een aantal testjaren gescoord op de officiële criteria voor onderscheidbaarheid, homogeniteit, stabiliteit en gebruikswaarde.” En hoe betrouwbaar zijn die officiële criteria wel? Kan Van Bockstaele eens verantwoorden waarom de biotechnologie bedrijven zelf mochten meeschrijven aan die criteria?

  14. Jonas Maebe Zegt:

    @Ward

    > Ik ga niet ontkennen dat er grote bedrijven zijn die deze nieuwe technologie dubieus aanwenden,
    > maar dit aanpakken is een zaak van de politiek.

    Neen. Het is een zaak van de hele maatschappij. Tot die maatschappij behoren politici, maar ook wetenschappers en alle andere mensen. Politici zijn verkozen om de uiteindelijke beslissingen te nemen, maar het is niet de bedoeling dat ze dat vanuit een ivoren toren doen. En het is evenmin zo dat omdat je gestemd hebt, je vervolgens alle maatschappelijke verantwoordelijkheid van je af kan schuiven.

    > Wanneer we elke techniek gaan verbieden
    > die eventueel misbruikt wordt/ kan worden, dan zullen we niet veel meer overhouden.

    Het gaat niet over eventualiteiten hier, maar over de realiteit zoals ze vandaag de dag bestaat. Het ziet er evenmin naar uit dat ze snel zal veranderen in de goede richting.

    We kunnen het natuurlijk ook hebben over hoe het nog erger kan worden, door b.v. naar de ervaringen met de geneesmiddelenindustrie te kijken (landen die naar de wereldhandelsorganisatie moeten stappen om het recht op te eisen om hun bevolking geneesmiddelen aan te bieden aan een redelijke prijs — is voedsel het volgende?)

    > Het is vooral de bedoeling om met GGO’s honger uit de wereld te helpen.

    Komaan. Ik wil best geloven dat er idealistische wetenschappers zijn die dat geloven, maar dat is echt niet hoe het er in de praktijk aan toegaat.

  15. erik Zegt:

    Het verschil is niettegenstaande al wat de auteur vertelt, gigantisch groot. Voor een stelletje landbouwtechneuten die enkel vaktechnisch denken misschien niet, maar in werkelijkheid wel.
    De eeuwroude kruisings- en veredelingstechnieken die al sinds mensenheugenis worden toegepast, kwamen er steeds om aan menselijke honger en natuurlijke omstandigheden te voldoen.
    De “nieuwe” technieken waar het nu over gaat dienen enkel om de winsthonger van de agrogiganten te voldoen.

  16. Michel Meuleman Zegt:

    Eén van de grote problemen met genetische manipulatie, die nog slechts weinig worden besproken, is hoe perfect voorspelbaar de ontwikkelingen ervan zullen zijn.
    Het begint met wat plantjes onder het mom van resistentieverbetering, snellere groei, zelfs het elimineren van de honger in de wereld. Dan volgt het aanpassen van de dieren aan de eisen van de industrie. Dit is eigenlijk al druk bezig. Het kweken van een haarloos varken zal ongetwijfeld ook als een overwinning op het hongerprobleem worden gezien. Eenmaal daarop uitgekeken komt onvermijdelijk de mens aan de beurt. Het is heel wel mogelijk dat het nu al ergens gebeurt. Want wat zou er op tegen kunnen zijn dat in het embryo een gen wordt ingebracht dat de ouders een superintelligente baby garandeert? Of een gen dat zorgt voor immuniteit tegen kanker bvb. of iets gelijkaardigs…Het wordt dan een klein kunstje ook mensen genetisch te manipuleren tot “alfa’s” en “beta’s”, en fatalerwijs ook “epsylon’s”. “Brave New World” achterna, zeg maar…
    Hoewel gewoonlijk wordt beweerd dat de vooruitgang niet tegen te houden valt, is dat natuurlijk niet waar. Als het niet verboden was proeven op mensen te nemen zou er misschien nog wel een grotere vooruitgang op medisch gebied kunnen worden gerealiseerd. Het is dus nu het moment om paal en perk te stellen aan dat soort wetenschap.
    Als dat proefveld in Wetteren er is gekomen, was dat slechts te danken aan het fiat van enkele notoire ggo-adepten, die zich voor het karretje van de landbouwlobby laten spannen, en nog net niet openlijk zeggen dat ze voorstanders van ggo-technieken zijn.
    Had men indertijd het “Manhattan project” afgevoerd, dan zouden we nu misschien een atoomvrije wereld hebben gehad… Die zou er waarschijnlijk aanzienlijk beter hebben uitgezien. (Ja, ik weet het. Er zouden dan andere problemen geweest zijn.)
    Her en der worden lansen gebroken voor de “heilige wetenschap”.
    Ik ben er niet zo zeker van of die wetenschap zo “heilig” is. Tenslotte leven wij in een wereld die het resultaat is van die wetenschap. En je kunt zeggen dat dit een wereld is, die, op een haar na, vervuild, vergiftigd, aan het opwarmen, op hol geslagen, en bijna onleefbaar geworden is.
    Bovendien worden al onze medeschepselen systematisch uitgemoord, dan wel uitgebuit… Dàt is allemaal te danken aan de wetenschap.

  17. Luc D Zegt:

    Survival of the fittest.
    Als ggo’s systematisch “the fittest” worden, zullen ze willens nillens de andere overheersen en verdrukken.

    Natuurlijk zullen er ggo’s zijn die bijzonder weinig verschillen van kruisbestuivingen.

    Maar als ik het goed begrijp worden er ook levensvormen gemaakt uit planten met inbreng van dierlijk of zelfs menselijk DNA materiaal voor het produceren van hormonale stoffen of andere bouwstenen. Ik onthoud anderzijds uit de gekke koeienziekte dat er stoffen (prionen) bestaan die pas vele jaren later tot een zeer ernstige ziekte leiden.

  18. Luc D Zegt:

    @Jonas. Het is goed mogelijk dat dit in landen gebeurt waar de politiek ofwel niet weet, ofwel niet kijkt, al dan niet in ruil voor geld.

  19. Luc D Zegt:

    ps Ik ben niet a priori tegen ggo’s. Maar absolute openheid en transparantie is nodig. En die wordt vandaag NIET geboden.

  20. Gerd Zegt:

    Gentechnologie is in tegenspraak met wat de IAASTD voorschrijft.

    Het IAASTD (International Assessment of Agricultural Science and Technology for Development, een initiatief van o.a. UNEP, WHO, FAO en de Wereldbank) verkiest lowtech-oplossingen voor de landbouw boven biotechnologie. (Zie IAASTD-rapport: agriculture at a crossroads)

    Het rapport is heel duidelijk: als het gaat over voedselzekerheid, bieden GGO’s geen oplossing voor het voeden van de wereldbevolking. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat boeren in arme landen voldoende voedsel produceren? GGO’s vormen niet het antwoord. Dat lukt veel beter met wat de IAASTD omschrijft als “integrated agro-ecology.” Het rapport van de IAASTD is een werkstuk van meer dan 400 wetenschappers die werken voor instellingen van de Verenigde Naties en het probleem van voedselzekerheid proberen aan te pakken. Daarvoor schuiven ze vijf oplossingen naar voren, en GGO’s horen daar niet bij.

    Ecologische landbouw kan de voedselproductie in sommige regio’s binnen tien jaar verdubbelen en tegelijkertijd de klimaatverandering tegengaan. Dat staat in een VN-rapport dat onlangs is gepresenteerd in Genève.
    Een snelle overstap naar ecolandbouw is de enige manier om een einde te maken aan honger en iets te doen tegen klimaatverandering, zei Olivier De Schutter, de speciale VN-rapporteur voor het recht op voedsel, in het jaarlijkse rapport over agro-ecologie en het recht op voedsel bij de VN-Mensenrechtenraad.

    “Agro-ecologie verloopt op natuurlijke wijze, niet via industriële processen. Het vervangt middelen als kunstmest voor kennis van het combineren van planten, bomen en dieren en kan de productiviteit verhogen. Bij 44 projecten in twintig landen in Afrika ten zuiden van de Sahara, steeg de opbrengst door deze technieken binnen drie tot tien jaar tijd met 214 procent. Dat is veel meer dan met genetisch veranderde gewassen ooit is bereikt.”

    Andere recente wetenschappelijke experimenten toonden aan dat kleine boeren in 57 landen die agro-ecologische technieken gebruikten, hun opbrengst gemiddeld met 80 procent zagen stijgen. In Afrika was de gemiddelde stijging 116 procent.
    “Er is inmiddels wetenschappelijk bewijs dat in regio’s waar honger heerst, agro-ecologische methoden leiden tot hogere opbrengsten dan het gebruik van chemische meststoffen”

    Het debat over de toepassing op het terrein van ggo’s in de landbouw is alleen al op gezag van de wetenschappelijke conclusies van voornoemde internationaal gedragen VN- rapporten in essentie beëindigd.

    Een debat dat - in de beperkte Vlaamse context – tot andere conclusies zou komen kan enkel begrepen worden als een poging tot legitimatie van praktijken die terug te voeren zijn op de ondemocratische verwevenheid van ( gedeelten van) zogenaamd wetenschappelijke instellingen met industriële belangengroepen al dan niet via partijpolitieke beïnvloeding.

Plaats een antwoord op het bericht