deredactie.be - OPINIE

Vraagtekens bij zittenblijven

04 / 07 / 2011

 

Vorige week viel het doek over het schooljaar. Voor sommige leerlingen uit het basisonderwijs eindigde dat schooljaar met een valse noot. Zij kregen het advies om te blijven zitten. Na de vakantie zullen de meesten onder hen in een nieuwe klas terechtkomen en hun jaar opnieuw doen.

Zittenblijven: eerder deel van het probleem dan een oplossing

Zonder twijfel gingen leerkrachten en directies van Vlaamse basisscholen de voorbije weken niet over één nacht ijs vooraleer ze zittenblijven adviseerden. Zij geloven dat een extra jaar de leerachterstand van de zittenblijver zal wegvagen en dus de leerling ten goede komt. Dat geloof in de zinvolheid van zittenblijven is trouwens erg groot. Op het einde van het zesde leerjaar is één op vijf van de leerlingen al minstens een keer blijven zitten. In grootsteden zoals Antwerpen loopt dat op tot 1 op 3 en in kansarme buurten zelfs tot 40% van alle leerlingen. Daarmee staat Vlaanderen aan de top in Europa.

Maar is zittenblijven in de praktijk wel zo zinvol om met zwakker presterende leerlingen om te gaan? Het antwoord is nee. Onderzoek wijst uit dat zittenblijvers het jaar daarop beter presteren maar het op langere termijn niet beter doen dan leeftijdsgenoten die gelijkaardig presteerden, maar wel overgingen. Bovendien hebben ze een grotere kans om later terecht te komen in het BSO of het buitengewoon onderwijs. Zittenblijven is in die zin een eerste zet richting watervalsysteem. Dit heeft ook grote gevolgen op lange termijn. Zittenblijvers lopen een groter risico om zonder diploma het secundair onderwijs te verlaten. Zij bezitten daardoor een mindere gunstige sociaal-economische startpositie in een samenleving die arbeidsdeelname net centraal stelt.

Kortom, zittenblijven is geen oplossing voor leerachterstand, maar eerder deel van het probleem. Het geeft slechter presterende leerlingen niet meer ademruimte, maar versmacht en kwetst omdat het op lange termijn de kansen op een goede schoolloopbaan reduceert. Leerlingen uit kansarme, maatschappelijke kwetsbare gezinnen zijn daarbij meestal kind van de rekening.

Andere wegen inslaan

In het boek ‘Samen tot aan de meet’ dat tot stand kwam in opdracht van de stad Antwerpen, stellen mijn collega’s en ik daarom concrete handvaten voor om als school andere wegen in te slaan. De eerste stap hiervoor is zittenblijven problematiseren. Dit betekent dat in het team de zinvolheid van zittenblijven in vraag wordt gesteld en kritisch onderzocht. Vooral de negatieve lange-termijn-effecten van zittenblijven voor (maatschappelijk kwetsbare) leerlingen dienen daarbij in de verf te worden zetten. Alleszins zal problematiseren de eerste noodzakelijke stap moeten zijn om iets aan het probleem zittenblijven te doen. Zolang leerkrachten de zinvolheid van zittenblijven niet in twijfel trekken, zullen adviezen tot zittenblijven schering en inslag blijven. Hoe goed uitgebouwd het zorg- of GOK-beleid op school ook is.

Enkel problematiseren zal echter niet voldoende zijn. Er zijn ook goede alternatieven nodig waar leerkrachten in kunnen geloven, die ze kunnen realiseren en die zichtbaar goede resultaten opleveren. In ons boek stellen we voor te vertrekken van de goede praktijken die in de school al aanwezig zijn. De mogelijke alternatieven moeten slechts voldoen aan twee toetsstenen. Ten eerste moeten ze het gehele team in staat stellen om een groep leerlingen vanaf de derde kleuterklas tot en met het zesde leerjaar bij elkaar te houden. Dat is immers het engagement dat een school die zittenblijven tracht te voorkomen aangaat. Ten tweede zijn methoden en ondersteuning nodig die het individuele leertraject van alle leerlingen versnellen en verrijken en het partnerschap van ouders, leerlingen en andere scholen die zich tot hetzelfde engageren vereisen.

Jaarklassysteem doorbreken

Van de mogelijke alternatieven die het boek rijk is, wil ik in deze opinie graag één uitlichten: jaarklasoverstijgende initiatieven. Op dit moment is het in de meeste basisscholen zo dat men op het einde van elk schooljaar leerlingen beoordeelt en op die beoordeling hun vervolgtraject baseert. De gevolgen van dat oordeel zijn groot. Slaagt een leerling niet, dan is de kans groot dat hij of zij meteen een heel schooljaar blijft zitten. Een jaarlijkse beoordeling met zo een drastische invloed op het vervolgtraject hoeft echter niet. Het basisdecreet van het basisonderwijs stelt maar één finale beoordeling voorop. Op het einde van de lagere school krijgen alle leerlingen die de eindtermen behaalden, hun getuigschrift. Dit betekent niet dat leerlingen ondertussen niet meer moeten getest en beoordeeld worden. Het doel van de evaluatie komt wel elders te liggen. In plaats van na elk schooljaar het zwaard van Damocles over zwak presterende leerlingen te hangen, kan volop gegaan worden voor maximale leerwinst. Tussentijdse beoordelingen zijn hierop gebaseerd en nemen enkel de individuele vooruitgang als toetssteen. Over echte ademruimte voor leerlingen gesproken! Trouwens: ook leerlingen die sterker presteren kunnen alleen maar baat bij hebben bij onderwijs die uitgaat van hun individuele mogelijkheden en hun vooruitgang versterkt en stimuleert.

In het Vlaamse onderwijs zijn er al heel wat jaarklasoverstijgende experimenten en andere alternatieven die erin slagen ruimte te scheppen voor de maximale leerwinst van alle leerlingen. Bij elk bezoek aan scholen zie ik daarvan al prachtige voorbeelden. Het is vooral kwestie die goede praktijken volop in te zetten om zittenblijven te voorkomen.

Ondersteuning

De stad Antwerpen ondersteunt scholen die zich willen engageren om zittenblijven te voorkomen door expertise en (proces)begeleiding aan te bieden. Dat is een verfrissend en hoopgevend signaal. Als stad en scholen over de netten heen elkaar vinden in een project dat zittenblijven wil vervangen door betere alternatieven om de kansen van alle leerlingen gaaf te houden, dan wijst dit op een bundeling van krachten die ons onderwijs alleen maar ten goede kan komen.

Goedroen Juchtmans

(De auteur is senior onderzoeker aan het HIVA-K.U.Leuven. Zij was mede-auteur van ‘Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven’, dat uitgegeven werd bij Garant.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

14 Antwoorden op “Vraagtekens bij zittenblijven”

  1. BM Zegt:

    Wat is dat toch met ons onderwijs tegenwoordig? Het kost blijkbaar allemaal te veel voor de ouders; hoger onderwijs moet voor iedereen toegankelijk én mogelijk zijn; het watervalsysteem moet zo veel mogelijk weggewerkt worden…

    Ik lees nergens iets over de verantwoordelijkheid van de ouders. Je moet niet alle verantwoordelijkheid bij de school proberen te leggen. Wanneer een kind op het einde van het jaar niet goed genoeg bevonden wordt om over te gaan kan dit volgens mij 2 oorzaken hebben: verstandelijk niet in orde (ik denk een zéér klein percentage) of niet genoeg ondersteund van thuis uit. En met die ondersteuning bedoel ik niet financieel maar samen oefeningen maken, lezen, huiswerk maken… Kortom, begeleiden bij het leren.

    Ik lees dat bij 1/3 kinderen in Antwerpen een risico is, verwondert mij dat niets. Als de ouders Nederlands onkundig zijn, hoe gaan ze dan hun kinderen helpen bij hun huiswerk? Alle initiatieven ten spijt, dat gaat een school nooit kunnen oplossen!

  2. Kristina Elsen Zegt:

    dat er eindelijk werk gemaakt wordt van het zorgdecreet zodat scholen verplicht worden rekening te houden met gemotiveerde verslagen - attesten met beschrijving van werkplan voor leerlingen met bijzondere noden zodat ook de leerlingen met leerproblemen, ontwikkelingsproblemen, ook de kans krijgen hun talenten te ontplooien.
    Zittenblijven is geen oplossing voor een leerling met een leerprobleem.

    Ik was lid van de voorbereidingsgroep (ouders en drukkingsgroepen) voor het leerzorgdecreet , dat een goed rapport kreeg binnen onze verenigingen.
    Hier is met inspraak enorm aan gewerkt tot een oplossing dat vele problemen vandaag in het onderwijs kan oplossen.

    De start van een zorgdecreet met hervorming zorg in scholen - bijzonder onderwijs -
    is vandaag uitgesteld (of afgevoerd??) door kabinet van min. Pascal Smet

    netwerk leerproblemen Vlaanderen
    Sprankel vzw

  3. Arnold Peeters Zegt:

    Beste Goedroen, Proficiat voor deze studie. Het is een interessante en nuttige studie. 30 jaar actief in het onderwijs deel ik deze visie (al ben ik zeker geen expert). Zelden heb ik leerlingen de klas laten overdoen. Toch is het verhaal dikwijls genuanceerder. Ik sta ondertussen zo’n 20 jaar in het Sint-Jan Berchmanscollege in Antwerpen (ondertussen zeker ook geen eliteschool meer, maar ook wel degelijk een typische school uit de grootstad). Dit jaar had ik toevallig 3 zittenblijvers in mijn klas (leerlingen die mijn collega’s van de andere derdes hadden laten zitten. Aan het begin van het schooljaar bleek reeds duidelijk dat deze leerlingen geen héél zware tekorten hadden. Wij maakten in het begin van het schooljaar een afspraak dat we samen hard gingen werken om er een toch een fijn schooljaar van te maken. Zij behaalden met zijn drieën op het einde van het schooljaar meer dan 80 % . Zij hebben nu wel een veel stevigere basis om verder te kunnen. En dit doet mij toch weer wat twijfelen. Ik ga de toekomst van deze drie toch eens sterk opvolgen. Hun welbevinden en betrokkenheid is momenteel erg sterk.
    Probleem vandaag is dat de mogelijkheden om de kinderen 100% te ondersteunen in de klas vrij beperkt zijjn. Als je vandaag 24 leerlingen in de klas hebt, waarvan 20 een andere thuistaal hebben dan het Nederlands, ze dikwijls van erg zwakke sociale komaf zijn, er dan nog eens een tweetal GON-leerlingen zijn, een tweetal AN-leerlingen, een aantal leerlingen met gedragsmoeilijkheden, enz… Onze opdracht is er de jongste jaren toch niet op vergemakkelijkt. De ouders trachten we zoveel mogelijk te betrekken in het verhaal maar ook dat proces vordert dikwijls nog veel te traag. We trachten ook zoveel mogelijk de differentiëren, te werken met hoekenwerk, contractwerkjes, extra zorgleerkrachten, ouderparticipatie, enz… Maar het water staat ons vandaag toch nog dikwijls tot aan de lippen. Daarentegen zijn deze kinderen écht wel de basis voor onze toekomstige samenleving. Het is écht van belang dat zij opgroeien in een warm nest en door gemotiveerde leerkrachten kunnen genieten van aangepast onderwijs. Het kleuteronderwijs én de eerste 3 klassen van het basisonderwijs hebben van het beleid écht nog meer ondersteuning nodig.
    Als jouw verhaal gepaard kan gaan met extra ondersteuning, kleinere klassen, enz.. dan geloof ik erin. Maar met de hudige voorzieningen en middelen geraken we er echt niet. Scholen met gelijke kansen-leerlingen krijgen meer ondersteuning, maar één van de punten is ook het onderwijs van de ouders. Vermits wij ook heel wat Poolse leerlingen hebben waarvan de ouders dikwijls een redelijke opleiding hebben genoten, vallen er voor onze school dikwijls heel wat punten weg om recht te hebben op extra leerkrachten. Maar ook deze leerlingen hebben nood aan extra taalondersteuning.

  4. Stefan Noppen Zegt:

    De grootste reden is dat hersenen van kinderen niet gelijkmatig ontwikkelen en dat dit een een gegeven is dat volkomen normaal is. Er zijn nu eenmaal vroegbloeiers en laatbloeiers. Maar ons huidige onderwijs is daarop niet afgestemd met alle gevolgen vandien. Het gehele verhaal van hersenontwikkeling is zelfs complexer. Een zelfde kind kan voor bepaalde cognitieve en sociale en motorische vaardigheden voorop zijn en voor andere achterop. Kinderen die dus voor bepaalde vaardigheden meer tijd nodig hebben, kunnen voor andere vaardigheden perfect normaal volgen of zelfs verder staan. Maar zolang ons onderwijs zich enkel afstemt op de grote middenmoot, zal je altijd verhalen krijgen van kinderen die worden uitgesloten omdat ze ofwel voor zijn op hun leeftijd of achterop zijn voor hun leeftijd voor bepaalde vaardigheden.
    En deze kennis hebben we te danken aan modern hersenonderzoek. Ons onderwijs zal dus anders moeten georganiseerd worden: willen of niet. Je kan immers hersenen niet via pilletjes in de ontwikkeling gaan bijsturen. Maar een onderwijsomgeving creëeren die inspeelt op de individuele ontwikkeling van kinderen, dat kan wel. Trouwens ouders en opvoeders stellen dat dagelijks vast. Het ene kind is het andere niet. Maar zolang kinderen zich moeten aanpassen aan niet een niet ontwikkelingsgerichte bureaucratisch institutie dat geen ruimte laat voor afwijkingen, krijg je altijd problemen en uitsluitingen, die de samenleving op lange termijn meer kost dan dat er op tijd wordt in geinvesteerd.

  5. Peter Deruddere Zegt:

    Het hele onderwijssysteem is dringend aan herziening toe. Het idee dat leerlingen (en feitelijk ook leerkrachten) een bepaald curriculum (eindtermen) moeten kunnen reproduceren om waardig naar een volgend jaar en dus een volgend curriculum over te stappen is achterhaald en feitelijk achterlijk. De wortels van ons onderwijs werden eeuwen geleden gepland door de Jezuïeten met slechts 2 bedoelingen: kinderen volgzaam maken en dom houden (dat kunt u lezen in de de Monita Privata van deze orde). Het blijkt fantastisch te werken en steeds beter. En ook hier geldt zoals altijd: enkel wie de oorzaak van de ziekte kent, kan doeltreffend behandelen.

  6. Hans Becu Zegt:

    Men zoekt waar het niet zit. Zwakkere leerlingen hebben meer tijd nodig. Die tijd krijgen ze niet, want terwijl mensen normaal 220 dagen per jaar werken, kom je in het onderwijs met moeite aan 160 werkdagen per jaar. indien men 1 maand vakantie afschaft, wint men 20 werkdagen van 8 u of 160 u/ jaar. Wedden dat het grootste deel van de zittenblijvers door mag ? Trouwens, die 160 u kan je gebruiken om de sterke leerlingen extra leerstof te geven, zodat ze nog een uitdaging zien. En in die constructie heeft onze leerkracht nog altijd meer dan 2 maand vakantie per jaar. Niet slecht toch ? Ik weet dat veel gemotiveerde leerkrachten veel investeren, maar anderen dan weer niet. Misschien moeten ze daar bij het Ministerie van Onderwijs die mensen(en zeker de overbevraagde schooldirectie) wat meer met rust laten, dan komt het wel goed.

  7. Stefan Noppen Zegt:

    Kinderen die gewoon wat trager (of zelfs sneller) zijn in hun ontwikkeling hebben geen leerprobleem. De samenleving, ouders en leerkrachten maken daar een probleem van. Maar het wordt wel een probleem voor het kind wanneer het ondervindt dat het wordt uitgesloten van de groep door zittenblijven. Anders gezegd we schuiven het probleem door aan het kind dat eigenlijk geen probleem heeft. Het kind wordt geproblematiseerd doordat het onderwijs zo is ingericht dat het trage groeiers geen tijd gunt of een andere aanpak met een aangepast traject. Vroeger maakte men van zittenblijven op zich geen probleem. Daarom werd het zittenblijven als het ware geinstitutionaliseerd om trage volgers toch te laten doorstromen naar het einde. Vandaag moet het onderwijs even efficient zijn als het productieproces in een fabriek. Wie niet kan volgen vliegt er uit en wordt een tweederangsproduct of een recyclageproduct. Maar kinderen zijn geen producten. Kinderen doorlopen op eigen tempo een traject. Bovendien worden kinderen vaak geconfronteerd met statusopleidingen die hen helemaal niet interesseren maar omwille van de sociale druk ze wel moeten volgen tot het misloopt. Zo ontstaat de waterval. Het gevolg van die waterval is dat uitgesloten kinderen uiteindelijk minder verwerven dan wanneer ze op eigen tempo een normaal traject hadden doorlopen. Time is money geldt niet voor het onderwijs. Daar geldt eerder het principe: More time more benifits, less time no benefits. Tijdsdruk werkt averechts voor trage bloeiers. Snelle bloeiers moeten daarentegen een sneller of uigebreider traject kunnen aangeboden worden. Sommige kinderen hun ontwikkeling groeit exponentieel: Zeer traag in het begin, langzaam versnellend om dan naar het einde zeer snel te verlopen. Als zo’n kind in de trage periode geen traject op maat krijgt, heeft de samenleving een talent verloren in plaats van gewonnen. Zo lang het onderwijs haar leermachine enkel op de middenmoot afstelt met uitval voor wie buiten de afstelmarge valt zoals een sorteermachine, dan zal de ongekwalificeerde uitval voorspelbaar blijven toenemen.

  8. Johan Van Vaerenbergh Zegt:

    @ Peter Deruddere
    Ik heb middelbaar onderwijs ‘genoten’ in een jezuietencollege (Aalst) en ik ben allesbehalve volgzaam gemaakt en dom gehouden.
    Integendeel. We moesten juist twijfelen en een eigen opinie vormen.
    Als je niet in dat onderwijssysteem bent geweest, komt het je ook niet toe om dat systeem een ziekte te noemen.
    Over de inhoud van de eindtermen kan je discussiëren maar er moeten wel objectieven zijn. Anders wordt onderwijs gedegradeerd tot bezighouderij.
    En krijg je toestanden zoals in de VS waar de helft van de leerlingen zijn land niet eens op een landkaart kan duiden.
    Ik heb een ander voorstel: schaf de onderwijsnetten af in het lager onderwijs.
    Alle middelen zijn dan gelijk voor het hele basisonderwijs en verdeel ze dan ook gelijk.
    En herleid GOK tot wat het echt wil zeggen: gelijke onderwijskansen.
    Elk kind heeft recht op gelijke kansen, niet dat het onderwijspeil zodanig naar beneden moet worden gehaald dat elk kind slaagt.
    Dus ik volg Hans Becu: vergroot de leertijd.
    En pedagogie is geen exacte wetenschap. Stel het dus ook niet voor alsof het dat wel is.
    De resultaten van onderzoek zijn gebaseerd op interpretatie of (in het slechtste geval) op perceptie.
    Zoveel % doet dit en zoveel % doet dat. Statistics means never having to say you’re certain.
    Wat vandaag zo wordt gedacht, wordt morgen zus uitgelegd.
    En ik heb het zesde leerjaar over gedaan. Geen trauma van over gehouden.
    Was niet ‘rijp’ voor het middelbaar. Ik zat wel een jaar te vroeg.
    Dus zoals Arnold Peeters het stelt: de basis moet stevig zijn.
    Wat is er dan mis met zittenblijven als die basis onvoldoende stevig is?

  9. michel Zegt:

    Daar gaan we weer.

    Misschien is het niet slecht te beseffen dat de generaties voor jullie ook hebben leren en schrijven en dat we aan die leermethoden van toen niet echt trauma’s hebben overgehouden. Dat ook wij aan werk zijn geraakt en dat ook onder ons al es iemand zijn jaar overdeed, zondar dat die meteen verloren was voor mens en maatschappij. Dat er ook toen gemotiveerde leerkrachten waren die zich bijschoolden, maar die geen 15 studiedagen per jaar nodig hadden om te kunnen functioneren. Als ik het zo allemaal lees is het een wonder dat ik ooit een diploma op de unief heb gehaald!!!!! Wij waren helden, het kan niet anders.

    Ik begin er steeds meer van te gruwelen dat elke minister of studiedienst die zijn mening geeft meteen ook verwacht dat het hele systeem ogenblikkelijk omgegooid wordt, want ‘zo zijn we niet goed bezig’. Om dan een paar jaar later het ‘nieuwe’ project toch te vervangen door alweer een nieuw inzicht. Hoeveel schoolsystemen hebben we nu de afgelopen 30 jaar al de revue zien passeren?
    Misschien is het eens nuttig om een bestaand systeem een paar jaar te behouden en dat voor één keer eens op punt te zetten, zodat het werkbaar wordt?
    Zoals ik hier bij een eerdere reactie las is het inderdaad nuttig om eens na te denken en niet meteen de school wééral wat meer verantwoordelijkheid te geven. Het is gewoon niet realistisch elk kind een compleet individueel op maat gemaakt parcours te laten afleggen, en dat is ook de taak van een school niet. Natuurlijk moet je zorgen dat de meeste kinderen mee zijn, maar allemààl? Dat is een utopie, dat is nooit zo geweest en dat zal ook nooit zo zijn. Ik heb het hier niet over de laatbloeiers (die waren er trouwens vroeger ook). Ik heb het hier gewoon over leerlingen die wat problemen hadden en een jaartje overdoen, om dan vaak wél redelijke resultaten neer te zetten.
    Het stoort me trouwens enorm dat in dit soort discussies meteen ‘het beroepsonderwijs’ als groot dreigmiddel gebruikt wordt. Wat is daar in godsnaam verkeerd aan? Ik heb het niet over het watervalsysteem en het beroepsonderwijs als dump voor leerlingen die niet mee kunnen. Ik heb het wel over het dwangmatige denken dat elke leerling nu eenmaal klaargestoomd moet worden voor het ASO. Dat slaat helemaal nergens op, maar geen studiegroep die het ooit dààr es over heeft!

    Misschien is het even nuttig dat de universitaire werkgroepen ook eens inzien dat er een levensgrote kloof gaapt tussen mooie theorieën en de praktijk? Als men in de lerarenopleiding mensen zou zetten die ook daadwerkelijk les gegeven hebben in het middelbaar of het lager onderwijs, zou men al iets dichter bij de realiteit staan. Ik heb een lerarenopleiding gevolgd, en mijn tutor, die notabene mijn lesvaardigheden moest beoordelen, had nooit één dag in het middelbaar of lager onderwijs gestaan!!! Hoe kan zo iemand dan in godsnaam beoordelen of ik daarvoor geschikt was/ben?

    @ Peter Deruddere

    U hebt gelijk wat die Jezuieten betreft, maar dat vandaag aanhalen om het systeem te kelderen is misschien iets te gemakkelijk, niet? Zou het niet nuttiger zijn om de scholen te bevrijden van alle ballast die er eigenlijk geen bal toe doet en ze te laten bezig zijn met datgene waarvoor ze zijn opgericht: onderwijs aanbieden?
    Het zou eens iets anders zijn: een schooldirecteur die eens de tijd krijgt om zich met zijn school bezig te houden, in plaats van zichzelf uit de naad te lopen voor ettelijke werkgroepen die persé hun zeg willen hebben over alles en nog wat, maar vaak niet verder komen dan wat herkauwd pedagogisch geleuter. Als van een leerkracht drie of vier jaar opleiding gevraagd wordt, waarom kan dan elkeen die zichzelf geroepen voelt inspraak krijgen in het beleid van een school (ouderverenigingen, leerlingenverenigingen, de lokale verkeersclub, enz.)?

  10. Peter Deruddere Zegt:

    @Johan Van Vaerenbergh
    Ik ben oprecht blij dat u “genoten” hebt van uw opleiding in het Aalsterse jezuïetencollege. Maar dat ondergraaft geenszins de stelling en bewijst niet - met alle respect - dat u niet dom werd gehouden en nog minder dat u niet volgzaam zou zijn. Mocht u effectief dom werden gehouden dan zou u zich daar niet van bewust zijn, want niemand wil zich natuurlijk bewust dom laten houden). Zelf was ik mij daar uiteraard ook niet van bewust, maar ik ben toch tot die conclusie moeten komen enkele jaren na het succesvol behalen van 2 universitaire diploma’s.

    Na al die jaren studie bleef ik namelijk het gevoel hebben een aantal essentiële zaken (zowel kennis als attidude) te missen en ben ik op eigen initiatief verder gaan studeren buiten het reguliere onderwijs. Voor mij was het onthutsend vast te moeten stellen hoe het onderwijsbeleid tot op vandaag wordt gemanipuleerd en hoe men er voortdurend in slaagt de indruk te wekken kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden en tegelijk het publiek essentiële kennis te ontzeggenen en ervoor te zorgen dat “de authoriteit” niet in vraag wordt gesteld. Ik was al bijna 30 toen ik moest besluiten dat het systeem mij niet alleen enorm dom had gehouden, maar mij zelfs volstrekte leugens had voorgehouden (vooral in de vakgebieden geschiedenis, economie, fysica en aardrijkskunde).

    Ik hou het kort en eindig met een alleszeggende quote van James Bryant Conant, voormalig directeur van het befaamde Harvard College: “The power elite wants an educational system that maintains social order by teaching us just enough to get by, but not enough so that we could think for ourselves, question the sociopolitical order, or communicate articulately. We are to become good worker-drones, with only a razor-thin slice of the population - mainly the children of the power elite -to rise to the level where they could continue running things.”

  11. michel Zegt:

    @peter Deruddere

    Ik zou toch es graag weten wat die leugens dan precies waren. Bij het vak geschiedenis kan ik me nog iets voorstellen, maar fysica???
    Misschien toch één kanttekening bij uw betoog. Dat het katholieke onderwijs bij tijd en wijle ‘gekleud en aangepast’ werd kan ik me levendig inbeelden, maar waarom veralgemeent u dat principe? Met welke autoriteit zegt u zoiets?
    Ik heb altijd vrij onderwijs gevolgd en heb van dergelijke manipulaties nooit iets gemerkt, ook achteraf niet. Er werd altijd gewezen op het kritisch zijn. Ik heb dus niet dezelfde ervaringen als u, maar dat bewijst natuurlijk niets.

    Maar goed, toch es benieuwd over welke leugens u het precies hebt.

  12. Peter Deruddere Zegt:

    @michel
    Twee domeinen in de fysica waarover - tot op vandaag - wordt gelogen in het onderwijs (op alle niveaus): de onmogelijkheid van koude kernfusie en het “dode maan edict”. Wat koude kernfusie betreft, wordt ons voorgehouden dat het niet mogelijk is omdat de eerste wet van de thermodinamica (behoud van energie) wordt geschonden. Feit is dat deze wet niet klopt omdat de premisse dat ons universum een gesloten systeem is eveneens niet klopt. De consequensie hiervan zijn enorm en u zult zelf wel de redenen kunnen verzinnen waarom de “powers that be” er alles aan doen om deze kennis buiten de main-stream te houden.

    Wat de het “dode maan edict” betreft: deze houdt ons voor dat de maan een atmosfeerloos, waterloos en dus compleet levensloos hemellichaam is. De aanwezigheid van water werd wel al een tijdje geleden “ontdekt” en “toegegeven”. Maar dat weten “we” feitelijk al sinds eind jaren 60. “We” weten eveneens sinds die tijd dat de maan een dunne atmosfeer heeft. Ook hier kunt u de redenen wel bedenken waarom de machtselite liever niet heeft dat hierover wordt bericht.

    Tot slot: uiteraard liegen leerkrachten en professoren niet bewust over deze onderwerpen, zij hebben namelijk hetzelfde onderwijstraject gevolgd, net als hun leerkrachten en professoren - waarbij hun authoriteit niet in vraag wordt gesteld.

  13. Feys Raf Zegt:

    Al dan niet zittenblijven is een complexe aangelegenheid. Een voorbeeld. In het Franstalig onderwijs werd het zittenblijven in de eerste graad secundair onderwijs in 1995 afgeschaft. Het resultaat was dat er in de verdere leerjaren veel meer afhakers en leervertraagden waren dan voorheen. De leerlingen voelden geen prestatiedruk meer en ook de leerkrachten voelden zich minder verantwoordelijk omdat toch alle leerlingen automatisch overgingen naar het tweede jaar. Volgens PISA zitten in Vlaanderen nog 72 % leerlingen op leeftijd, in het Franstalig landsgedeelte en in Frankrijk waar het overzitten in de eerste graad werd afgeschaft, zitten amper 54 %, resp. 59 vijftienjarigen nog op leeftijd.

    We moeten o.I. enerzijds proberen om het zittenblijven te voorkomen door de kwaliteit van het onderwijs te verhogen en door een degelijk achterstandsonderwijs - vooral in het kleuter- en het lager onderwijs. Ons zorgverbredingsbeleid en onze NT2-aanpak zijn nog steeds ondermaats en ondoelmatig. Anderzijds kan b.v. overzitten in een eerste of tweede leerjaar lager onderwijs heel zinvol zijn. Overzitters die op het einde van het jaar geboren zijn, zijn overigens maar een paar dagen of weken ouder dan bepaalde medeleerlingen, en gemiddeld 6 maanden ouder dan de gemiddelde leerling van de overzit-klas.

    Al meer dan 50 jaar pleit men er voor om het zittenblijven, de jaarklassen … af te schaffen. Het jaarklassensysteem heeft de orkaan doorstaan en wordt nu zelfs in veel methodescholen toegepast. Er is absoluut geen draagvlak voor het radikaal afschaffen van het zittenblijven. Vandaag erkent eindelijk ook minister Smet dat er geen draagvlak bestaat voor de invoering van inclusief onderwijs of het project ‘leerzorg’. Met het tijdschrift ‘Onderwijskrant’ voeren we al sinds 1996 actie tegen de invoering van inclusief onderwijs en tegen de adviezen van de VLOR en de koepels dienaangaande.De aanhouder wint (af en toe). Destijds voerden we een kruistocht van 25 jaar tegen de ‘moderne wiskunde’ en voor een ander soort wiskunde met behoud van de oerdegelijke waarden. Met succes: de wiskunde voor de 21ste eeuw, heeft de 21ste eeuw niet eens gehaald. Momenteel zetten we onze kruistocht tegen de invoering van een comprehensieve middenschool verder. De voorbije 14 dagen bleek uit de honderden reacties van praktijkmensen in de kranten en op het internet dat deze vinden dat zo’n hervorming de niveaudaling verder gevoelig zou doen toenemen. Wellicht zien ook onze beleidsmakers dit weldra in. Vooral de ‘vernieuwers in continu¨¨iteit’ boekten de voorbije decennia blijvende resultaten.

  14. Trees Bauwens Zegt:

    Vier dagen voor de grote vacantie valt het verdict: F. moet het eerste studiejaar overdien. Haar uitslag voor rekenen is onvoldoende dit.In tegenstelling tot haar andere vakken waar ze wel goed presteerde. Met de juf was niet te discussieren over eventuele andere oplossingen. Zij had 35 jaar ervaring en een opleiding remediëring gevolgd. Een jaar “verliezen” daar kon toch geen probleem over gemaakt worden, het meisje zou trouwens haar asssistentje mogen zijn .Onze bezorgdheid m.b.t. haar motivatie voor de vakken waar ze wel goed presteerde was niet nodig. Bv tijdens de lessen nederlands zou ze apart zitten en boekjes mogen lezen op haar niveau. Wij probeerden nog : laat haar overgaan en voor het vak rekenen apart genomen worden evt. met medewerking van een Gon-leerkracht. Die bleek niet voorradig. Een gesprek met de directeur… die stond achter zijn leerkracht. Het C.L.B. kon ook niets doen: de beslissing van de leerkracht is heilig. Van hen kregen wij wel adressen van leerkrachten die tijdens de vacantie Aan F. bijles wilden geven. Zij volgde die bijlessen van W. en evolueerde goed. W. kwam tussen bij de juf en bekwam dat F. een nieuwe proef mocht doen. Zij moest die afleggen bij haar eigen juf bijgestaan door een collega van die juf…. F. slaagde niet. Niemand, ook W. niet kreeg die proef te zien. Er werd een andere school gezocht, eerst in het zelfde net - maar die steunde de beslissing van het zittenblijven. Een school in een ander net wou haar wel toelaten in het tweede studiejaar, mits een aantal afspraken: F zou nog een tijdje gevolgd worden door W. in goede afspraak met haar nieuwe juf.
    Om het niet te lang te maken ga ik niet in op de nevenaspecten (bv verdriet en ontreddering bij het kind).
    Tot nu toe gaat alles goed: zij kan nu goed mee met rekenen en doet het graag. Haar andere vakken blijven prima. Her jaar is nog niet voorbij maar zoals de zaken er nu voorstaan zal ze zonder veel tegenspoed straks naar het derde studiejaar kunnen gaan.
    Aan de onderzoekers geef ik graag, indien belangstelling, de namen van betrokken instellingen en personen.

Plaats een antwoord op het bericht