25 jaar geleden “biechtte” ik een hoge magistraat de primeur op dat ik vrederechter wou
worden. Hij was enthousiast, maar ongerust: “waarom kijk je zo serieus, je gaat toch niet
in het klooster ?”. “Een beetje wel”, was mijn gevoel en spontane antwoord.
Sindsdien heb ik nog nooit één gesprekspartner de magistratuur aanbevolen, op één
uitzondering na: het vrederechterschap. De mooiste job ter wereld, en je wordt er nog voor
betaald ook (tenzij je plaatsvervangend vrederechter bent).
DE ZONEVREEMDE FAMILIERECHTBANK
Wie denkt dat de gerechtelijk organisatie écht te vatten is in de traditionele piramide, zit er
naast. Vrederechters zijn niet de hoekstenen onderaan de basis: daar zie ik eerder de
sokkel van het Hof van Cassatie: een beetje onze meetlat en waakhond terzelfdertijd. De
piramidale symboliek van “hoog naar laag” is voor het overige maar de illustratie van het
op de draad versleten hiërarchisch model. Het bewijst zijn overbodigheid door de
hardnekkige dysfuncties allerhande in wat nog een systeem genoemd wordt, maar er
eigenlijk al geen meer is.
4 X 4, met Eco-bonus
Justitie hoort niet in semi-militaire lagen en ʻkastesʼ ingedeeld te worden, maar in
doelgerichte bevoegdheden en methodes. Daarom maak ik de vergelijking met een
groot wagenpark. Daarin zag ik de vrederechter als een 4×4, maar met Eco-bonus.
4×4 omdat we bij uitstek terreinmensen zijn, en er vaak ook letterlijk met vuile
voeten doorgaan, rechtaan, rechtdoor.
Ik bezocht beroepshalve virtuele kraakpanden zonder ramen die me aan oorlogsreportages deden denken, en luxe-villaʼs uit decortijdschriften. Op één enkele uitzondering van een weigerend advocaat na, altijd met een handdruk naar binnen, en ook naar buiten, soms opgelucht en diep ademhalend.
Oog in oog
Het “terrein” is evengoed de ʻraadkamerʼ, waar familie- en partnerproblemen met gesloten deuren doorgepraat worden. Wanneer we er niet uit raakten, volgde het vonnis voor dit familiale ʻurgentierechtʼ meestal de dag zelf, en eigenlijk had ik het dan ook al vaak met zoveel woorden aan de betrokkenen meegedeeld. Een vrederechter verschuilt
zich niet achter de advocaat of de postbode: we volgen de kortste weg, oog in oog.
We kunnen dit ook zo snel, want geen parketmagistraat aan onze rechterzijde om advies te geven, geen justitie-assistent om een beroep op te doen: de eerste is (gelukkig) niet voorzien, de tweede is door ministeriële circulaires steeds verboden gebleven ʻwegens problemen van werklastʼ.
We moéten ons ook reppen, want de nabijheidsrechter is buiten de politie om, de énige waarborg tegen partnergeweld, dat ook vaak op kinderen overslaat, en altijd op hen afstraalt. Een vonnis dat te laat komt, is een onrechtvaardigheid op zich, en bij de start van de procedure is het altijd wel al kwart nà twaalf. Het is waarempel ook zelden uit berekening dat heel wat vrouwen de oproepingsbrief aan hun man onderscheppen en pas op de allerlaatste snipper overhandigen.
Mijn West-Vlaams woordenboek vulde ik aan met “schiettebenauwd”: doodsbang. Alleen wie dààr doorgegaan is weet hoe rauw de realiteit is, en hoe acuut de nood.
Van huisdokter naar kliniek
Voor die hoogste hoogdringendheid, wordt de huisdokter van justitie wordt nu dus vervangen door een verre kliniek: de Familierechtbank. Een goede slogan, eigenlijk al een legende. Een fris idee ? Stokoud, van lang voor de val van de Berlijnse muur, toen er nog sovchozen waren en ʻbigʼ nog ʻbeautifulʼ was. U vindt het idee al terug in de 80-er jaren van de vorige eeuw van Melchior Wathelet senior. Meer volhouding dan inspiratie dus.
Wie denkt dat er ondertussen geen afstanden meer zijn voor de ʻrechtzoekendeʼ heeft het
behoorlijk mis. Een kilometer is vandaag duurder dan ooit, en dus langer dan een mijl geworden. Ik leerde pas na mijn benoeming de “armoede achter de gevels van Vlaanderen” ontdekken, en die is met de jaren verscherpt. Ik voel me na al die tijd “embedded in poverty” en keer een beetje als een blauwhelm uit een rampgebied terug: het is onder mijn kleren, en zelfs onder mijn huid gekropen. Ik ben dus een boze veteraan.
Vervreemde Justitie
Met deze ʻpocket-versieʼ van de Eenheidsrechtbank, en de ʻlight-formuleʼ van het Eenheidsloket (allemaal inderdaad ouwe termen in sovjet-stijl) verwijdert en vervreemdt Justitie zich verder dan ooit van hen die ze meest nodig hebben: de fysiek en financieel zwakkeren, de zieken, en allen die te bang zijn om zelfs te durven hopen.
Een paar maanden geleden werd de persoonlijke verschijning in echtscheidingsprocedures deels afgeschaft. Terecht: de wachtzalen in de 27 daarvoor bevoegde arrondissementszetels waren overvol, de sfeer te snijden. Welkom terug aldaar, nu voor het familiale snelrecht, en neem een nummertje: er zijn evenveel wachtenden voor u als in alle 198 kantons vroeger samen.
Reken daarbij nog 2 factoren die de afstand exponentieel zullen vergroten. De 27 arrondissementen zullen samensmelten tot 16 of nog minder, en dan woont de reddende familie-engel nog veel verder (van De Panne naar Brugge in het nieuwe ʻKustarrondissementʼ). Leuk voor de kusttram, en overstappen in Zeebrugge, tenzij je partner de sleutels van de auto toch niet weggegritst heeft, of je een lift geeft.
Als je in hoger beroep gaat, is dat niet meer van de vrederechter naar de eerste aanleg, maar van het arrondissement naar het hof van beroep. Voor Gent, Antwerpen, Brussel moet De Lijn eens een nieuw ʻfamilietariefʼ uitdokteren….
Griekse kalender
Wachttijden aan griffiedeuren en naderhand bij de familierechter zelf, zullen overigens een mineur probleem zijn in vergelijking met de ʻdoorlooptijdʼ van de procedures zelf, want in “grote” rechtbanken wordt nog altijd met “conclusiekalenders” gewerkt. ʻGriekse kalendersʼ noem ik ze op de website van het vredegerecht, die inderdaad die eerder een planning van de vertraging gebleken zijn dan van de versnelling ervan (zie eindelijk daarvan de bevestiging daarvan door de Minister van Justitie zelf, eind mei jl. aan S. Verherstraeten ).
Dàt hadden de meeste vrederechters bij die vorige hervormingen van justitie wel gesnapt, en zelden of nooit toegepast. Snelrecht niet ʻavantʼ, maar ʻsansʼ la lettre, typisch voor de ʻnon-nonsenseʼ aanpak van de vrederechter.
Door sneller te werken en die sluipwegen van het Gerechtelijk Wetboek te volgen, raakten mensen tot dusver bij de vrederechter sneller aan een vonnis. Véél sneller dan zelfs de huidige ʻKort Gedingenʼ voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg: die duren nu al vaak langer dan de echtscheidingsprocedure zelf, een functionele contradictie die kan tellen.
“Tevreden” klanten
Onze ʻklantenʼ waren zelden allemaal tevreden, soms woedend, maar wisten minstens waar ze aan toe zijn. Zo liepen onbetaalde onderhoudsgelden niet op, bleven de kansen gaaf op betaling van huur, gas, gsm, internet en schoolrekeningen. Ja, zelfs het water uit de kraan. Anders komt een infernale cyclus op gang: als vrederechter heb je een soort “kruispuntbank” van justitie, voor alle “collateral damage” die partnerproblemen met zich meebrengen, soms generaties ver als het te lang aangesleept heeft, en dus nooit meer goed te maken.
Het familiedossier
De kers op de familietaart is het zogenaamde “familiedossier”. Dat wordt een boeiende onderneming voor het legendarisch zieke broertje van Justitie, de informatica. Het zal een héél soepel programma moeten zijn, inclusief opties naar elkaar snel opvolgende partners, LAT-relaties en al wat kinderproductieve neveneffecten kan hebben. De illusie van het “familiedossier” is als idee alléén al, typerend voor de ʻBig Motherʼ hype van het project. Nee, de computers van Justitie zullen het niet snel snappen, dat wil ik u op een blaadje geven, maar ik bespaar me via deze blog al ecologisch een uitprint.
Naar een duurdere justitie
Onze vrederechtelijke 4×4 was daarenboven geen energieverslinder, maar claimde ook een eco-bonus.
Door ook in familiezaken minnelijke schikkingen uit te sturen worden in mijn kanton daarenboven duizenden € aan gerechtskosten per maand bespaard (voor een berekening van het totale pakket inzake verzoeningen à 25.000 €/maand, zie de FAQ pagina ʻStatistiekʼ van de website).
Is het nu uitgerekend niet die ʻKamer van Minnelijke Schikkingenʼ, die in de Familierechtbank - of all places - niét verplicht moet ingericht worden, maar enkel als de ʻkorpschefʼ er financiële middelen voor heeft ? Alsof ik maar ooit personeel bijkreeg voor mijn 5.000 minnelijke schikkingen per jaar (waarvan 33% geslaagd). Zelfs geen overplaatsing van een parttimer uit een kanton waar er maar 394 minnelijke schikkingen per jaar zijn (het nationaal gemiddelde van 2009, zie zelfde FAQ pagina).
Justitie is nog nooit zo duur geweest, vooral voor de kleinste vorderingen. Die vermenigvuldigingsdans van de gerechtskosten zal nu ook het familierecht verzieken.
Tot slot, het uitgangspunt van de wet, dat zélf nog nooit in vraag werd gesteld: zoeken mensen zich wel te pletter in justitie naar de bevoegde rechtbank over familiale geschillen? Ik zeg met overtuiging ʻneeʼ, omdat ik mijn cijfers ken: 0,36 % van alle procedures in mijn kanton geven aanleiding tot een bevoegdheidsbetwisting, en daar maken familiale geschillen een microscopisch onderdeeltje van uit.
Bij twijfel vragen ze het overigens na bij de nabijheidsrechter: één van die 187 vrederechters. Veel kun je daar niet bij verliezen, als ʻrechtzoekendeʼ…
In de knoop…
Ik vrees dat ik het einde van het verhaal wel ken: de “evaluatie” zit al in de wet ingebouwd, net als in de legendarische vijfjarenplannen van een andere tijd. Lang voor 2018 zal - ook al bij gebreke aan werklastmeting - het systeem volledig in de knoop liggen, en zal de zonevreemde Familierechtbank kantonnale “antennes” oprichten om de familiale nood gedecentraliseerd te regelen. Die geruststelling hebben we vroeger al in het verhaal van de Eenheidsrechtbank gehoord.
Quod erat demonstrandum.
Jan Nolf - www.justwatch.be
(De auteur was haast 25 jaar lang vrederechter)
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






05/08/2011 om 20:31
Het eeuwenoud, illegaal alternatief: zoedt
Het burgerlijk huwelijk wordt overbodig… samenlevingscontracten ook… het privé leven van mensen is geen overheidsaangelegenheid…(de huwelijksstaat werd te vaak door de overheid misbruikt, om alle leden van een gezin te straffen, als er eentje een fout beging of zwaar ziek werd… en om er toch heel zeker van te zijn dat ze geen euro te veel zouden bezitten, werden dan de vervangingsinkomens tot onder het minimum herleid).
Vereenvoudiging van de belastingsformulieren…. geen scheidingen meer… geen nepadressen…
En hopelijk ook minder huishoudelijk geweld….
Alimentatiegeld hoeft niet meer… diegene die de zorg draagt of de verantwoordelijkheid voor de kinderen opneemt, zal ook hun inkomen beheren. Jongeren hebben recht op uitleg over de besteding ervan.
Problemen van kinderopvang, bejaardenzorg, gehandicaptenzorg, het groot aantal mensen met depressie, daklozen en zelfs van criminaliteit… zullen sterk verminderen… Zowel depressie als criminaliteit zijn vaak een rechtstreeks ( of onrechtstreeks) gevolg van het tot nu toe gevoerde beleid van de overheid. Een groot deel van de bevolking is de enorme berg van wetten en regeltjes, van in te vullen aanvragen en andere papiertjes grondig beu… of heeft niets meer te verliezen…
Een basisinkomen zal de mensen zekerheid geven, moed, vooruitzichten, gemoedsrust… ook als je zonder job valt, als een relatie niet meer werkt, als je een lichte handicap hebt of gepest wordt op het werk, als je het even niet meer ziet zitten of als de klanten wegblijven, als je de druk op de werkvloer niet meer aan kan, als je zelf voor een zieke vriend, ouder, kind wil zorgen….
Iedereen kan op zijn tempo evolueren…
… en dan nog zal het leven vol “op te lossen problemen” zijn.
Beleefde groeten
06/08/2011 om 15:07
Mijnheer de Vrederechter,
Inderdaad drijft de bittere ondertoon boven, waarvoor ook al mijn begrip!
Zelf oud lid van de instelling “gerecht” kijk ik terug op vele domme tekortkomingen.
Het meest schrijnende is de lachwekkende wijze waarop onze griffies werden geïnformatiseerd, met systemen waar de doorsnee informaticus zelfs nog niet van gehoord had, geenszins compatibel met de toen gangbare systemen.Later werd onze eerste applicatie “vernieuwd” met nogmaals een onbekend systeem en kwam de compatibiliteit van onze griffiegegevens in het gedrang. Vele wijzigingen en jaren later kon de griffier eindelijk de diskette lezen die zijn magistraat hem overhandigde met de teskt van zijn vonnissen.
Vandaag draait er blijkbaar nog maar eens een nieuwe applicatie, maar wees niet naïef, nog steeds geen Windows en geen Office.
Al deze kreupele maatregelen werden getroffen om geld te besparen, u leest goed, om te besparen!
Zou er iemand van deze “schuldige” ministers ooit de optelsom gemaakt hebben over deze gigantische verspillingen, die vandaag nog zonder deftig resultaat stranden.
Werkelijk, Mijnheer de Vrederechter, ik kan uw ontgoocheling proeven! en dan te weten dat u 90% van uw tijd doorbracht “buiten” deze griffie, druk doende met uw zittingen, verzoeningen, vonnissen, opzoekingswerk (vaak in niet ter beschikking zijnde bibliotheken en afhangend van de goodwill van uw collega’s van andere “grotere” rechtbanken, en vaak in met eigen middelen aangekochte verzamelwerken). Ik kan uw ontgoocheling proeven! en ze smaakt bitter, héél bitter.
Ik wens u een gezonde en rustige oude dag!
07/08/2011 om 00:14
Geachte ere-griffier, gelukkig betekent boosheid nog geen bitterheid. Inzoverre mijn pen bitter kraste, was het plaatsvervangende bitterheid voor de recht-zoekenden. Bij deze een eresaluut aan het griffiepersoneel dat - zoals mijn onvolprezen medewerkers - zich dagelijks de blaren roeit met korte riemen.
07/08/2011 om 16:08
Ben ik naïef als ik de reden van de “boosheid” zoek en denk dat de bitterheid een voor de hand liggende oorsprong is…
Met voldoening in iets kan men moeilijk stranden in boosheid, toch.
08/08/2011 om 13:47
Toch wel, als je “leeft” in een job die je maatschappelijk zinvol vindt, en de kerntaak ervan ontnomen wordt. Luister op m’n blog illustratief naar Melanie (’What have they done to my song ?’). Bitterheid lijkt me inderdaad een vorm van “stranden”, dus onproductief of zelfs destructief. Boosheid kan nog energie opleveren. Een “angry old man” kan nog een signaal geven, kijk naar Stéphane Hessel aan 94 jaar in Frankrijk met zijn “Indignez-vous !”. Misschien zijn we met z’n allen hier (nog) niet boos genoeg, of spreken we onze boosheid niet klaar genoeg uit, om wat “recht te trekken”
09/08/2011 om 10:01
Jan, wij bewonderen je zuivere analyse, de grondige intellectuele en zeer menselijke benadering
en mooie taal.
Had iedereen maar je moed !
met zeer veel achting en vriendelijke groeten