deredactie.be - OPINIE

De ontgoocheling van het Syrische volk

24 / 08 / 2011

De laatste berichten en beelden afkomstig uit Syrië laten weinig over aan de verbeelding en tonen alsnog onverbloemd aan hoe de gewelddadigheid van de Syrische ordetroepen jegens de vreedzame anti-regeringsbetogingen buitengewone proporties heeft aangenomen. Sinds 15 maart van dit jaar heeft het regime van president Bashar al-Assad te kampen met massale volksprotesten, die geïnspireerd zijn door de Tunesische en Egyptische volksopstanden.

De protesten tegen het Syrische regime breiden zich met de dag uit over het hele land. Daarop slaan de Syrische autoriteiten echter met harde hand terug om de protesten de kop in te drukken. Zelfs zwaarbewapende troepen met tanken en pantsers worden tegen de betogende menigten en in opstandige steden ingezet. Het dodental neemt zorgwekkend gestaag toe en het is zo geworden dat er geen dag voorbij gaat zonder dat er slachtoffers vallen, onder wie ook kinderen en vrouwen. Volgens de laatste rapporten van de mensenrechtenorganisaties zijn tot nu toe rond 2.000 doden gevallen, meer dan 3.000 burgers gewond geraakt en meer dan 15.000 demonstranten gearresteerd.

Weifelende houding

Ondanks het hoge aantal burgerlijke slachtoffers en de bloedige aanpak van de Syrische overheid tegen de eigen bevolking heeft de internationale gemeenschap gedurende een lange periode een aarzelende en afwachtende houding aangenomen. De reactie van de wereld is immers niet verder gegaan dan het mondeling veroordelen van het bloedig neerslaan van de betogingen en het treffen van economische sancties tegen het Syrische regime.

Het is weliswaar zo dat de Europese Unie onlangs economische sancties heeft getroffen tegen Damascus en bepaalde schertsfiguren binnen het Syrische bewind, zoals tegen Maher al-Assad en Rami Makhloef, respectievelijk de broer en de neef van de president. Maar deze Europese maatregelen en de verbale veroordelingen van de internationale gemeenschap hebben tot nu toe geen zoden aan de dijk gebracht. De Syrische overheid blijft volharden in haar bloedige aanpak van de onlusten in het land.

Ook de Arabische landen bewaren het stilzwijgen tegenover het onverantwoorde gebruik van geweld door de Syrische troepen tegen de betogers in het land.

Ontgoocheld

Om die reden is de Syrische bevolking sterk ontgoocheld in de internationale gemeenschap, in hoofdzake in de Arabische en islamitische wereld, en voelt zich eenzaam in de strijd tegen het regime van president Bashar al-Assad, met als voornaamste doel het vestigen van een democratisch politiek systeem in Syrië.

Om de teleurstellende houding van de internationale gemeenschap jegens het gewelddadige optreden van het Syrische regime tegen de eigen bevolking aan de kaak te stellen, werden de protesten van de drie voorbije vrijdagen, waaraan honderdduizenden deel hebben genomen, onder de slogans “jullie zwijgen doodt ons”, “God is met ons” en “we zullen enkel voor God knielen” gehouden. Deze leuzen kunnen voor de Westerse openbare opinie een religieuze klank hebben, maar in de Arabische volkstaal duiden ze eerder op het feit dat hij aan zijn lot wordt overgelaten door zijn omgeving en dat hem niks rest dan zich tot God te richten.

IJdele hoop

De ontgoocheling is immens aangezien de Syrische bevolking grote hoop koesterde dat haar opstand, evenals de Arabische revoluties in Tunesië, Egypte en Libië, op wereldwijde steun en solidariteit zou kunnen rekenen. Deze gedachte was niet uit de lucht gegrepen en werd gesteund door drie punten.
Het eerste punt betreft het internationaal en regionaal beleid van het Syrische regime sinds zijn machtsovername in 1963, dat haaks staat op de westerse belangen in het Midden-Oosten. Bovendien heeft het huidige regime voortdurend een negatieve impact op zijn buurlanden gehad en bemoeit zich voortdurend met de interne zaken van zijn buurlanden, in onder meer Irak en Libanon.

Het tweede punt heeft te maken met het binnenlandse beleid van het regime. Het is geen geheim dat het Syrische regime de mensenrechten van haar burgers aan haar laarzen lapt, geen acht slaat op het toelaten van hun fundamentele rechten, geen enkele mate van vrijheid tolereert en de politieke opposanten jarenlang opsluit. De geschiedenis leert ons eveneens dat dit regime geen middelen schuwt om de eigen macht te handhaven. Het beruchte voorbeeld was het bloedig neerslaan van een door het Moslim Broederschap georganiseerde opstand in Hama in 1982, waarbij naar schatting 15.000 tot 20.000 Syriërs omkwamen.

Als derde en laatste punt moet vermeld worden dat de Tunesische en Egyptische revoluties het voorbeeld hebben gegeven voor anti-regeringsopstanden in de andere Arabische landen. De houding die de internationale gemeenschap tegenover die twee revoluties aannam gaf het Syrisch volk de indruk dat ze van dezelfde houding zou genieten en dat ze op een tussenkomst zou kunnen rekenen als de gewelddadige reactie van het regime in Damascus op de eventuele Syrische protesten gruwelijke dimensies zou aannemen.

Woorden, geen daden

Maar nu dat de vreedzame Syrische protesten, waarbij er vrijheid en democratie wordt opgeëist, door het Syrische regime met geweld wordt beantwoord, reageert de wereld enkel met woorden. Deze verbale veroordelingen kreeg men pas maanden na het begin van het bloedige optreden van de Syrische troepen. De Verenigde Naties kwam na een groot aantal patstellingen met een bescheiden resolutie naar buiten. De Europese maatregelen gericht tegen bepaalde personen binnen het Syrische regime bewijzen nog steeds hun doeltreffendheid niet. Van de daadkrachtige reactie van de internationale gemeenschap waarop de Syriërs hadden gehoopt is nog altijd geen spoor.

Tenslotte moet nog gezegd worden dat de huidige reacties van en de getroffen sancties door de internationale gemeenschap en de Arabische landen geenszins indruk lijken te maken op de Syrische president. Het geweld zal hoogstwaarschijnlijk nog aanzienlijk toenemen en zal nog bloediger dimensies aannemen, naarmate de overlevingskansen van de Syrische president en zijn entourage kleiner zullen worden. Zij zullen alle middelen inzetten om de tij te doen keren. Zo moet het duidelijk gesteld worden dat de wereld om morele en ethische redenen moet ingrijpen en een halt moet toeroepen aan de slachtpartij in Syrië.

Zibar Omar

(De auteur is arabist en islamoloog)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

2 Antwoorden op “De ontgoocheling van het Syrische volk”

  1. Bart Zegt:

    Het Westen heeft geen belang in een ander Syrië en weet niet goed wat de consequenties van een regimewisseling zouden kunnen zijn. Vandaar de passiviteit.
    In Libië werd pas ingegrepen toen Khadafi terug de overhand leek te halen en zei dat Libië de uitvoer van olie naar het Westen zou herbekijken. China en Rusland waren tegen interventie en stonden al in hun handen te wrijven. De tussenkomst werd dan handig verpakt in het tegengaan van een bloedbad in Benghazi. De oorlog wordt betaald door de “rebellen” met olieconsessies.
    In het geval van Egypte zullen er wel eerst gesprekken geweest zijn over het Suezkanaal voor het Westen de revolutie duidelijk steunde.
    Als het Syrische verzet slim is organiseren ze zich en doen ze een voorstel aan het Westen. Het stopzetten van alle steun aan Hezbollah bijvoorbeeld? Het opgeven van de claim op de Golanhoogte? Afstand nemen van Iran?

  2. Toon Zegt:

    Hoe erg dit misschien mogen klinken; men kan niet anders dan 2 maten en 2 gewichten hanteren.

    De morele overwegingen zijn geenszins gelijk aan politieke of economische overwegingen.

    Wanneer “het Westen” zich hierin moreel verplicht zou zien om te reageren, zou men evenals verplicht zijn in tientallen andere landen wereldwijd de wetten te gaan handhaven; dit is een onmogelijke opdracht.

    Misschien tijd dat er reactie komt vanuit de Islamitische wereld zelf; misschien een optie?

Plaats een antwoord op het bericht