Woorden die een verkiezingscampagne kantelden, zoals die bij de verre gooi van Bill Clinton naar het Amerikaanse presidentschap, waarmee hij Bush sr. succesvol uitdaagde: “it’s about the economy, stupid !”.
Sarko leerde dit week-end een alternatieve les: justitie zit niet meer in het verdomhoekje van het politiek en maatschappelijk debat, je gaat er niet meer om als met een speeltje.
Resultaat: de steeds twijfelachtiger erfgenamen van de Gaulle riskeren nu in de tweede ronde van de verkiezingen voor de Senaat, voor het eerst hun meerderheid kwijt te raken sinds… 1958. Voor ons het Expo - jaar. Voor Frankrijk een ànder monument: de semi - staatsgreep van de Gaulle, bezegeld met een referendum, zoals veel dictaturen. Dat in een notoir “links” land de Senaat nooit een socialistisch voorzitter kreeg, zegt veel over het maatgepast ‘systeem’ .
Ontslagnemende onderzoeksrechter
In België zijn we eindelijk goed op weg naar een regering, maar sinds een paar dagen ook een première: een “ontslagnemende onderzoeksrechter”. En spelletje poker tussen een minister van Justitie die de vranke vrije onderzoeksrechter via parketten-generaal eerst alle hoeken van de proceduriële ring liet kennen, en een man die alleen zijn job wou doen - met een ervaren griffier, die hem nu afgepakt wordt, en zijn aangeboden ontslag als gevolg.
Bijna 25 jaar geleden fluisterde een ouwe collega aan de toen jongste vrederechter van het land: “let op, Uw griffier is uw grootste vijand”. “Uw”: zo spraken we elkaar toen aan. Ik kwam toen recht uit de advocatuur, waar m’n secretaresses aan een half woord (of een blik
genoeg hadden. M’n grootste vooroordeel tegen Justitie was de “administratie”, waar je zelf niets meer te beslissen zou hebben over je medewerkers. En wat bleek: m’n hoofdgriffier kocht kort na mijn benoeming een eigen computer, met lawaaierig matrix - printerke, dat me opnieuw toeliet m’n vonnissen te dicteren (net als m’n ‘besluiten’ als advocaat, al die 10 jaar ervoor).
Met m’n “Vijand” had ik nooit één woord. We waren het privé en maatschappelijk over tàl van zaken innig oneens (net als hij met z’n zoon en ik met mijn kinderen), maar voor de job waren we één team, samen met alle andere onvolprezen medewerkers op de griffie. Enkel dààrdoor, werd alle gerechtelijke achterstand bedwongen. Vraag me niét, hoe het élders ànders vergaat, het onderlinge sabotage lijkt wel eerder de regel, met de resultaten van dien, en alle nieuwe “managers” ten spijt.
De laatste reddingsboei?
Nu hebben we in De Troy een onderzoeksrechter die zich niét inschrijft in de lange rij van procureurs en rechters die decennia lang lieten begaan, de ogen sloten, en de Kelk aan hen voorbij lieten gaan. Anders is dit immense schandaal eenvoudigweg niet te verklaren, want uiteindelijk was het een publiek geheim, tot ook in m’n eigen school toe. Het probleem was niet dat het niet geweten was, maar wél het dood-zwijgen, tot in justitie toe, die minstens de laatste reddingsboei hoort te zijn.
Ik wil u het lijstje besparen van onderzoeksrechters die wél voortijdig, maar ‘eervol ontslag’ kregen uit hun mandaat. Tot in het eigen Kortrijk van de minister toe. Zonder serieus motief, zonder objectief probleem, “comme une lettre à la poste” zeggen ze in Frankrijk.
Deze keer kon het niet. Een rondje armworstelen van de onderzoeksrechter ? Een rondje pesten van de minister ? Alvast een twijfelachtig compliment voor de “bedrijfscultuur” van Justitie.
Op de dag van mijn (aanvaard) ontslag als kleine vrede-rechter wachtte ik 782 dagen lang vruchteloos op de titularis - opvolger van mijn onvolprezen hoofdgriffier, de keiharde werker en discrete bondgenoot, ondertussen aan 65 jaar ‘in ruste gesteld’. Had me iémand dié voordien pogen af te pakken, of één iemand van m’n onvolprezen medewerkers ondertussen, ik was mijn eigenste barricades opgeklommen, maar ik was slechts een ongevaarlijke, doodgewone vrederechter.
Dié onderzoeksrechter niet, al was het maar omwille van dit historisch dossier, dat hij tenslotte ook niet zélf gekozen heeft, maar hem “overkomen” is. Eindelijk was er ook iémand die de telefoon opnam.
De moraal van het Franse justitie-verhaal, als kers op de taart
Er was eens een Franse onderzoeksrechter met de reputatie van een doorbijter. Hij kreeg het ‘Clearstream’ dossier dat de huidige Franse president (inderdaad vals) beschuldigde van onfrisse bankrekeningen. De man deed z’n werk, misschien nét iets méér dan dat, kleurde soms buiten de traditionele lijntjes, en vroeg na pesterijen uiteindelijk een àndere job, die hem geweigerd werd. U leest de recentste versie van (ook) zijn verhaal in ‘Sarko m’a tuer” van Davet & Lhomme, twee topjournalisten van Le Monde.
Hij blééf dus onderzoeksrechter. Met als resultaat dat hij en niemand anders het nieuwe dossier (l’affaire Karachi) toegeschoven kreeg, dat diezelfde korte en kleine president binnen de twee weken wellicht de Gaullistische Senaat zal kosten, en volgend jaar het presidentschap. You bet.
Le juge Van Ruymbeke (ja, van het kasteel van Rumbeke, in de deelgemeente van m’n eigenste kanton Roeselare) maakt deel uit van wat ze in Frankrijk noemen: “les petits juges qui font peur”. Terecht.
Jan Nolf
(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter en schrijft bedenkingen over justitie op www.justwatch.be)
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod)






27/09/2011 om 12:52
‘Sarko m’a tuer’ zal wel ‘Sarko m’a tué’ moeten zijn zeker?
27/09/2011 om 20:42
Nee, helemaal niet, beste Joris, want het gaat om een citaat uit een legendarische moordzaak in Frankrijk, waarbij het zieltogend slachtoffer met eigen bloed op de muur op die wijze Omar, haar tuinman zou beschuldigd hebben. Er werd hier erg aan getwijfeld, omdat zij dergelijke taalfout nooit zou maken. Toch werd Omar veroordeeld, al genoot hij later van een gedeeltelijke presidentiële gratie.
28/09/2011 om 10:43
Een parafrasering dus, geen citaat. Overigens was ik op de hoogte van de zaak en het citaat dat men parafraseert, echter, welk verband de journalisten zien tussen de vermeende gerechtelijke discriminatie op basis van etniciteit en de vermeende politieke belaging van een rechter is me een raadsel. Het enige verband dat ik mij kan voorstellen, duidt erop dat de twee journalisten er een sterk ideologisch getint wereldbeeld op nahouden.
28/09/2011 om 16:58
Inderdaad een grammaticale knipoog, maar ook wel een “citaat” (dus tussen aanhalingstekens) uit één van de 27 interviews waaruit het boek bestaat, met name dit van Yves Bertrand, van 1992 tot 2004 baas van de DCRG, met bijnaam de “John Edgar Hoover français “. (de cédille wil niet mee) . En JEH had inderdaad wat je kunt noemen een “sterk getint wereldbeeld”.