deredactie.be - OPINIE

Een vergeten glorie

30 / 09 / 2011
Zondag sloot de tentoonstelling over Pieter-Jozef Verhaghen in M Leuven. “Pieter-Jozef Verhaghen?”, ik hoor het u luidop vragen: “Wie in godsnaam is die man?” Vooraleer er overbodige dooddoeners over “gaten in de cultuur” worden bovengehaald wil ik u direct geruststellen: het is doodnormaal dat zijn biografie niet tot uw parate kennis behoort. Voor dat deze tentoonstelling in M liep waren er, bij mijn weten, slechts een dozijn mensen die zich met deze kunstenaar hebben beziggehouden.

Wie was die man?

Pieter-Jozef Verhaghen (°1728 - +1811) was een kunstschilder uit de achttiende eeuw en voornamelijk actief in de regio rond Leuven. Hij was gespecialiseerd in grote religieuze schilderijen die altaren van verschillende kerken, kloosters en colleges versierden. Zijn groots geborstelde composities doen terugdenken aan Pieter Paul Rubens en de gloriedagen van de zeventiende eeuw.

Tijdens zijn leven was hij zowat de meest gevierde schilder uit de Nederlanden. Hij heeft het gebracht tot de eerste schilder van de Keizerin Maria-Theresia, de toenmalige heerser over de Nederlanden en de rest van midden-Europa. Een van de hoogste onderscheidingen die een schilder kon krijgen. Maar ook hier te lande had zijn werk groot succes en werd hij geroemd als de meest talentvolle schilder van zijn generatie. Tot zover de objectieve feiten.

Interessant fenomeen

Zo komen we bij een van de meest opmerkelijke fenomenen van de geschiedenis van de kunst. De naam Verhaghen, een gevierd kunstenaar tijdens zijn leven, is enkel nog gekend bij een handvol kunstliefhebbers. Tot diep in de negentiende eeuw werd hij geapprecieerd maar nu is hij gedegradeerd tot een voetnoot in de vaderlandse kunstgeschiedenis. Hij is een zeer goed voorbeeld dat roem vergankelijk is.

Nu kan dit op diverse manieren verklaard worden. Of beter: door de samenloop van verschillende factoren is het mogelijk om dit fenomeen te duiden. Hij herhaalde zichzelf zeer vaak en bouwde zo een nogal stereotiep oeuvre op zonder al te veel verrassingen. Hij leefde in een periode waar de schilderkunst in onze gewesten stilaan wegdeemsterde en niet meer op hetzelfde niveau stond als tijdens de eeuw van Rubens. De fysieke toestand van zijn schilderijen is vaak ondermaats. En zo kunnen we nog even doorgaan. Maar de vaststelling blijft: hij is vergeten.

De Nachtwacht

Er zijn nog tal van andere kunstenaars uit vervlogen tijden die hetzelfde lot hebben ondergaan. De Luikenaar Gerard De Lairesse (°1640 - +1711) werd in de achttiende eeuw in een adem genoemd met Nicolas Poussin en werd letterlijk als de “god” van de schilderkunst bestempeld. Michiel Coxcie (°1499 - +1592) ontketende een regelrechte revolutie in de Vlaamse schilderkunst en was een van de geliefde schilders van Keizer Karel en Filips II. Toch is dat niet genoeg om vandaag nog tot het collectief geheugen te mogen horen.

Het tegenovergestelde bestaat natuurlijk ook: kunstenaars die herontdekt worden. De meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden zijn Vincent Van Gogh en Johannes Vermeer. Waar je in de zeventiende eeuw nog een Vermeer op de kop kon tikken voor de prijs van de betere BMW, heb je vandaag waarschijnlijk een bedrag nodig waar het kleinere pensioenfonds jaloers op zou zijn. Van Gogh: soortgelijk verhaal. Er zijn zelfs kunstenaars waarvan we het ons eenvoudigweg niet kunnen voorstellen dat men er op een bepaald moment in de geschiedenis niet zo een hoge dunk van had. Zoals die Nederlander met zijn zelfportretten en dat schilderij over de nachtelijk stoet van een gewapende burgerwacht door de straten van Amsterdam. (Het feit dat ze er in 1715 een paar stukken van hebben afgesneden omdat het niet tussen twee deuren paste is tekenend.) Ook voor deze herontdekkingen zijn er achteraf verschillende verklaringen te geven: verandering in de smaak, het canoniseren van een bepaalde kunstenaar tot ‘nationaal voorbeeld’, financiële belangen, enzovoort.

Nachleben

Er bestaat een mooie Duitse term voor de veranderingen in de reputatie van een kunstenaar na zijn dood: het Nachleben. Het geeft duidelijk aan hoe er op een bepaald moment wordt gedacht over kunst en wat men als definitie hanteert om een bepaald object tot ‘kunst’ te verheffen. De kennis van dit Nachleben, of zelf eenvoudigweg weten dat het bestaat, heeft een heel heilzame invloed: het relativeert kunst.

Het is niet bijzonder moeilijk om de reputatiewisselingen te analyseren van een kunstenaar die in het verleden geleefd heeft. Voor hedendaagse kunst is dat echter veel moeilijker. In de toekomst kijken kan niemand. Toch is die relativerende invloed en het besef dat de eeuwigheid niet voor iedereen is weggelegd ook leerzaam voor eenieder die naar hedendaagse kunst kijkt. Sommige hedendaagse kunsttentoonstellingen en evenementen lijken meer op een hermetische kermis en veel hedendaagse kunst lijkt volledig losgeslagen van de maatschappij, verstoken van enig intellectueel vermogen of beeldende kracht. Als dat gevoel u ook soms bekruipt, wees dan gerust: de geschiedenis zal het kaf van het koren wel scheiden. Maar langs de andere kant is de stelling “vroeger was alles beter, toen wisten ze tenminste nog hoe je een mooi schilderij moest maken” ook niet waar. De kelders van musea zitten vol met rommel uit de voorbije eeuwen. En dan spreek ik niet over vergeten kunstenaars die ooit terug herontdekt kunnen worden, maar van echt slecht gemaakte stukken. Voor mij persoonlijk is het ook een geruststelling. Ik hou van kunst en soms bloed mijn hart als ik zie wat voor onzin er vandaag tot “kunst” wordt uitgeroepen. Maar omdat ik weet dat de charlatans van vandaag zullen verdwijnen in de mist der tijden, kan ik mijn passie voor de kunst behouden. Ik kan blijven uitkijken naar kunstenaars die vandaag echt goede dingen doen.

Hoewel dat nog geen garantie is op een voorspoedig Nachleben natuurlijk.

Peter Carpreau

(De auteur is kunstwetenschapper)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

3 Antwoorden op “Een vergeten glorie”

  1. Thomas Dekkers Zegt:

    Je kan je dan ook vragen stellen bij de subsidies voor hedendaagse kunstenaars. Hoeveel van dit werk heeft blijvende waarde? En als het om trendy ééndagsvliegen gaat, was al dat geld dan niet beter besteed? Bijvoorbeeld aan de amateurkunsten die tenminste gewone mensen tot (een poging tot) creativiteit aanzetten ipv van aan een select clubje gepriviligieerden met de juiste connecties.

  2. Thomas Dekkers Zegt:

    @Milan: Los van de vraag of ze eeuwigheidswaarde hebben, zie ik in België (Vlaanderen én de franstalige buren) eerlijk gezegd weinig gesubsidieerde “outsiders”. Wat je wel hebt is een elitair ingesteld milieu van hoger opgeleiden die zich afzetten tegen wat zij graag als de commerciële massacultuur zien, maar iedereen binnen dat milieu zegt & denkt hetzelfde. Leest dezelfde boeken en gaat naar dezelfde tentoonstellingen. Daarin verschilt de gesubsidieerde kunstscene van nu nauwelijks van die uit het verleden. De Pieter-Jozef Verhaghen uit het stukje is daar net een voorbeeld van. Iemand die helemaal in de smaak viel bij de toenmalige culturele scheidsrechters & relatief vlot geld loskreeg bij de overheid. We moeten overigens niet zo ver terug gaan om andere voorbeelden te vinden. Je kan zelf de oefening overdoen door kunstpublicaties uit de voorbije decennia door te bladeren. Dat levert gegarandeerd een hoop in onze ogen zeer matige & ondertussen vergeten kunst op die toen de hemel werd ingeprezen door wie verstand had van die dingen. Vergezeld van foto’s waarop je de betreffende artiesten ziet stralen naast ministers van cultuur & galerij-uitbaters, het glas champagne in de hand, succesvol en trendy. Want het zijn net de meest gesubsidieerde artiesten die ook het vlotst verkopen.

  3. Dirk De Vrieze Zegt:

    Waarom niet een deel van de kinst in de kelders verkopen en zo de Vlaamse schuld afbouwen? Met het geld kan kunst in de Belgische Musea gekocht worden bij de nakende splitsing. On ze actuele franstalige landgenoten zullen dit een prachtige oplossing vinden: ze gaan verpletterd onder de schulden. Dit zal een zachte manier zijn om financieel te scheiden. U hebt het eerst hier gelezen.

Plaats een antwoord op het bericht