deredactie.be - OPINIE

Over euthanasie, film en voyeurisme

06 / 10 / 2011

Het is heel moeilijk om niét met een krop in de keel naar de film “Epilogue” te kijken, waarin de 50-jarige en zwaar aan kanker lijdende Neel Couwels thuis afscheid neemt van haar familie, om dan het finale spuitje toegediend te krijgen. De vrouw wou blijkbaar aan haar vrijwillig levenseinde een publieke dimensie geven en haar laatste zes maanden in een bioscoopfilm gieten, “om te laten zien dat sterven thuis ook kan”, lees ik in de krant. Voer voor het Grote Euthanasiedebat, wie ben ik om de beslissing van Neel te bediscussiëren.

Met de regisseur Manno Lanssens wil ik anderzijds wel eens een boom opzetten over beeldcultuur, openbaarheid, sensatie en voyeurisme, in het bijzonder wat de meest intieme momenten van een mensenleven aangaat.
Ik weet wel dat het allemaal met toestemming van de betrokkenen gebeurt: ouders die hun baby’s onder de TV-spots ter wereld laten komen, koppels die filmpjes van hun seksuele esbattementen op het internet plaatsen, Hot Marijke op kanaal 2, Komen Eten (lekker gluren in de living), Expeditie Robinson, enzoverder. Onmiskenbaar is er in de spektakelmaatschappij een gretigheid om te kijken, én om bekeken te worden, zich in te schrijven in een klein verhaal, daar waar men beweert dat alle “grote verhalen” dood zijn: we heten allemaal een beetje Pfaff.

De grenzen van het voyeurisme

Maar bij de sterfscène van Neel is er toch wel meer aan de hand. Net heel de wollige woordwolk rond emotie, respect, intimiteit (!), enz. lijkt me een alibi van de makers om de grenzen van het voyeurisme te verleggen. Vergeten we dan niet dat het om een artistiek én commercieel project gaat, en dat de film ook al op een prestigieus festival werd gepresenteerd.

Op een of andere manier grijpt hier dus een soort artistiek vampirisme plaats, vanwege de kunstenaar naar het onderwerp. De bedoeling is zeer ambigu. Sensibiliserend, jawel, maar ook gericht op emo-effect. Is het onbehoorlijk om te stellen dat deze euthanasiefilm tot de nieuwe sentimentcultuur moet gerekend worden, die, zoals de opera’s van Puccini van weleer, aan onze traanklieren trekt? De grote sterfscènes op het theater zijn evenwel slechts klein bier, vergeleken bij deze reality-TV. Het is echt, authentiek, maar tegelijk in scène gezet en gemanipuleerd, daarna ook nog eens verknipt en gemonteerd tot, nu ja, een volwaardig cinemaproduct.

De brutaliteit van de beeldcultuur

Lanssens mag wel zeggen dat het allemaal heel respectvol gebeurde, maar ik probeer me de situatie voor te stellen van een huis vol kabels en technische toestanden die nu eenmaal bij het maken van een film horen, waar op de set dan iemand ligt te sterven in het bijzijn van de kinderen. Het zegt toch iets over de brutaliteit van onze moderne beeldcultuur, waarin de graatmagere Neel Couwels als ultieme diva helemaal opging, maar waar haar kinderen, zo lees ik toch, grote reserves bij hadden.

Kwestie van perspectief

Laten we dan ook maar alle morele premissen rond dit spektakel achterwege laten en de echte drijfveren erkennen: Neel was een met-zwarte humor-begaafde actrice en een beetje exhibitionistisch –haar kinderen moesten eraan wennen, je respecteert nu eenmaal de laatste wens van je moeder-, en Manno Lanssens is anderzijds een ambitieuze artiest die zijn acteurs weet uit te kiezen. Die collusie maakt, en nu ben ik heel oneerbiedig, het Pfaff-gehalte uit van de sterfreportage. Ook de dood van bompa Pfaff kreeg een enorme amplitude, zij het dat de man gewoon ’s avonds was ingeslapen en niet meer wakker werd, slechte timing dus, pech voor VTM.

Sterven in de opera

Nogmaals: let op de visuele gelijkenis tussen de slotbeelden van “Epilogue” en de grote sterfscènes op het operatoneel, én de geschilderde iconen van het Christelijke lijdensverhaal. Dit is hoogwaardige cinema. Het perspectief verschuift genadeloos van de intimiteit naar het publiek spektakel en wordt zelfs een cultuurhistorisch citaat. Dat de camera altijd een beetje liegt, ondervond ook dochter Sanne, toen ze de film bekeek en zei dat ze geschrokken was: “Toen pas heb ik goed gezien hoe mama gestorven is. Want in het echt hield ik haar in mijn armen. Dat is een ander perspectief.”
Neen Sanne, volgens mij is alleen jouw standpunt het ware, en is de camera –wij allen dus- de indringer en vervalser.

Kijken is niet onschuldig

Dit gaat ons dus wezenlijk niet aan, de publieke dood van Neel staat op hetzelfde niveau als een koppel dat het en plein public doet. Ook al was het haar beslissing, ik doe niet mee en sluit het venster. De ultieme verantwoordelijkheid is niet die van de beeldenmaker maar van de toeschouwer. Met welk recht dringen wij als wildvreemden binnen in het huis waar een vrouw sterft? Men zou die schroom kunnen uitbreiden naar andere voorbeelden van een perverse beeldcultuur. De persfoto bijvoorbeeld van een vrouw in Somalië die haar stervend kind in de armen houdt. Zij is geen actrice, maar de fotograaf is wel een kunstenaar die met zo’n foto prijzen kan winnen. Waardoor zij gepromoveerd wordt tot fotomodel en figurante. Op een lap van een dubbele pagina laat de krant het resultaat zien, ter grootte van een schilderij: het schone en het verschrikkelijke, in één snapshot gevangen. In die zin weiger ik de foto, niet uit onverschilligheid, maar net uit respect. De catastrofe die zich in die landen afspeelt is een politiek probleem van de eerste orde, maar trekt ook een zwerm muskieten aan die voorbij elk schaamtegevoel het menselijk leed pornificeren en ons meezuigen in een voyeuristisch perspectief dat eerder sentiment dan opstandigheid creëert.

Dit lijkt me dus iets voor de betere pedagogie: kinderen het besef bijbrengen dat toekijken niet onschuldig is, en dat beelden kunnen versluieren of liegen. Of zelfs dingen tonen die ons gewoonweg niet aangaan. Hoe sterker en dwingender het beeld, des te moeilijker wordt het om doorheen de oppervlakte te breken en achter het beeld te kijken: wie, wat, waarom. Epilogue: het verhaal achter het verhaal is dikwijls interessanter.

Johan Sanctorum

(De auteur is filosoof en publicist.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert at u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

6 Antwoorden op “Over euthanasie, film en voyeurisme”

  1. Koen Zegt:

    Ik mag Johan Sanctorum ook wel als hij wild tekeergaat maar dit vind ik een mooi, ingetogen stukje. Schroom, daar draait het om. Mooi woord, mooie houding, onmodieus maar toch nog bestaand. Toen mijn broer (42) stierf, kwamen de condoleanten schroomvallig langs. Dat werd erg op prijs gesteld.

  2. Luc Jacobs Zegt:

    Ik heb de beschreven film niet gezien, maar weet wel dat ik hem niet wil zien. Ik was voorheen al erg kritisch ingesteld tegenover euthanasie en dus ook tegenover alles wat lijkt op een weergave die het zou kunnen voorstellen als normaal en “niets mis mee” (ik weet niet of dat hier het geval is, maar ik neem aan van wel). Een logische opwelling van medeleven mag mijns insziens niet verward worden met goedkeuring.
    Het is wellicht een onsympathieke vraag. Maar eenmaal zo een project gestart wordt, kan de patiënt zich dan niet in een “rol” gaan voelen, nl. dat hij (met ‘hij’ bedoel ik enkel: patiënt, ongeacht mannelijk of vrouwelijk) een “belofte” heeft gemaakt tegenover anderen, dat hij de anderen niet wil teleurstellen door die “belofte” te breken of zelfs het hen niet moreel moeilijk wenst te maken door die keuze te gaan betwijfelen? Bestaat niet het risico van “spelen dat men zeker is”?
    Een bijkomende bedenking: als je geen morele vragen stelt bij euthanasie, wat krijgen we dan binnenkort. Dat jongeren en jongvolwassenen “met hun eigen ogen gezien hebben” dat “euthanasie normaal is” en op basis daarvan gaan zeggen: “ouderdom of depressie is ook een ziekte, dus mogen deze mensen euthanasie doen”? Dit klinkt misschien totaal absurd, maar ik heb daadwerkelijk al gelijkaardige uitspraken op nederlandse tv gezien. Men loopt het risico een vorm van (ondersteunde) zelfmoord te bagatelliseren en legaliseren. Als euthanasie dan toch al bestaat, dan hoop ik dat men dat enkel beperkt tot extreme gevallen van nood. Het mag niet als een “comfort-oplossing” voorgesteld worden, want dat is het niet. Ongeacht het geloof van de patiënt, het is het beëindigen van het leven, waarvan men kan zeggen dat het het enige is wat men echt heeft.
    Misschien moet het nog scherper gesteld: misschien zijn “reportages” als deze een goede gelegenheid om te onderzoeken of men de grenzen tot het aanvaardbare al lang niet overschreden heeft, was de nood wel voldoende bewezen om een ondersteuning van zelfmoord toe te laten. Hier heeft men wellicht een overvloed aan bewijsmateriaal.

  3. Hanne De Jaegher Zegt:

    Toekijken is inderdaad niet onschuldig. Toekijken is participeren.

    Dat “beelden kunnen versluieren of liegen” is uiterst belangrijk om te leren, een kritische blik is onontbeerlijk. Maar hoe kunnen we een kritische blik ontwikkelen zonder te kijken, zonder te zien?

    Dat hier dingen getoond worden die ons niet aangaan, daar ga ik niet mee akkoord. Door zo’n gebeurtenis open te stellen, en door toe te kijken, door te participeren, leren we ook. En ook dit leren is zeer belangrijk.

    Bovendien zijn sterven, honger, ellende, sex geen individuele gebeurtenissen. Het zijn intieme gebeurtenissen, en zo moeten ze ook gerespecteerd worden. Dat condoleanten schroomvallig langskomen bij een sterfgeval en dat dat op prijs gesteld wordt (commentaar van Koen), is terecht. Maar ze komen ook langs. Zou het geapprecieerd worden als ze zoveel schroom hadden dat ze thuis bleven? Deze gebeurtenissen zijn er die ons allemaal treffen, meer nog, die ons verbinden. Ons ervoor afsluiten (”niet meedoen”) grenst aan uiterste eenzaamheid. Dat is geen respect, het is de deur toe doen. (Bovendien heeft de auteur de film wél gezien. Wat hij doet is achteraf moraliseren over het kijken, dat van hem en dat van ons allemaal.)

    Over perspectieven. Sanne heeft gelijk. Als zij het zo beleeft, heeft ze gelijk. Haar perspectief op de dood van haar moeder is verruimd door de film te zien. Geen van de twee perspectieven is een vervalser. Ze verrijken elkaar. Ik vind het heel waardevol om nu te weten dat het in je armen houden van je moeder terwijl ze sterft ook een mogelijke belevenis-positie is in deze situatie. Zo word ik als toeschouwer verrijkt, ik heb nu minstens twee perspectieven meer.

    Als we nooit de dood, de ellende, de sterkste connecties tussen mensen zouden tonen en zien, er nooit aan zouden participeren in een wijdere kring dan die die zich afspeelt achter onze gesloten deuren en gordijnen, wat voor een verarmde ziels- en belevingswereld zouden we dan hebben.

    Respect ja, maar niet in de vorm van afsluiten. Wel in de vorm van bewust, bedachtzaam en communicerend participeren. (Daarom is het ook zo belangrijk om hierover van gedachten te wisselen, en daarom zijn artikels zoals bovenstaande erg belangrijk. En veel meer nog de films en foto’s die er het onderwerp van zijn.)

    Films van moeders die sterven in de armen van hun dochter, foto’s van moeders die hun stervend kind in hun handen houden, tonen ons de wereld in zijn uitersten. Dat kunstenaars daar bij willen zijn en deze momenten willen vatten en tonen is geen toeval. Schoonheid en verval, schoonheid en dood, schoonheid en verlies hangen zo dicht samen. Hier komen de uitersten van het leven samen in één punt, in één moment. Dat kunnen beleven en mee-maken, niet alleen in ons eigen leven, maar ook door de ogen, door de arbeid, door de capaciteit en de gevoeligheid van anderen en van kunstenaars, helpt misschien bij verzoening, helpt misschien bij verbintenis, helpt misschien bij de verruiming van de ervaring en van de blik.

  4. marc tiefenthal Zegt:

    Ik kijk eigenlijk al jaren geen treurbuis meer. Blijkbaar mis ik niets en moet ik nu medelijden hebben met jou, Johan, omdat je dit spektakel hebt uitgekeken? Helemaal niet. Overigens doen Nederlandse schrijvers dit al eeuwen, hoor, de werkelijkheid beschrijven. Vanuit hun perspectief en met een knipoog naar de eeuwigheid. Nee, geef mij maar verbeelding in de beelding.

  5. Roger Zegt:

    Dit is een schitterende en zeer menselijke bijdrage van Johan Sanctorum! Ik vind vorgende zinnen indrukwekkend:
    - De brutaliteit van onze beeldcultuur.
    - De camera als indringer en vervalser.
    - Tegenwoordig is men elk schaamtegevoel voorbij om het menselijk leed te pornificeren.
    - Toekijken is niet onschuldig, want beelden kunnen versluieren of liegen.
    Het was de hoogste tijd dat zoiets eens geschreven werd!

  6. ann Zegt:

    Het is zo opmerkelijk dat ‘euthanasie’ steeds als hoofdthema van de film vernoemd wordt terwijl er bij de aanvang van de opnames daar compleet geen sprake van was. Misschien omdat dat thema meer scoort als titel voor een blogschrijver.
    Pas nadat 2 derden van de opnames voorbij waren, begon Neel bewust euthanasie te overwegen omdat zij de situatie niet meer draaglijk vond, mede ook doordat haar man ook het nieuws kreeg terminaal te zijn.
    Deze film had absoluut geen bedoeling niet om euthanasie te promoten. De film wou enkel tonen wat voor veel mensen verborgen gehouden wordt. ‘Het sterven zoals het is’ .
    Zoals een jongeman tegen Sanne, Neels dochter, na een vertoning vertelde: “mijn ouders stierven ook op jonge leeftijd, iedereen rond mij deed alles om dit weg te moffelen en mij zo weinig mogelijk met hun sterven te confronteren. Ik heb nu dankzij deze film gezien dat het ook anders kan en dat het anders moet, ik ben blij voor Neels kinderen dat zij op zo’n intense manier afscheid hebben kunnen nemen en ben zeker dat hun rouwen veel mooier verloopt”.
    De film heeft als doel de laatste levensfase bespreekbaar te maken, vooral voor de mensen die er nauw mee geconfronteerd worden…
    ik heb reeds van velen gehoord hoeveel troost zij vonden om hun verlies, via her’bekijken’ van deze film, omdat praten over sterven en dood nog steeds zo moeilijk, zelfs vaak een taboe, is voor velen. Opmerkelijk is ook hoeveel vraag er uit de palliatieve en verwante organisaties is naar de film. Er is duidelijk een hoge nood aan materiaal om ‘de dingen’ bespreekbaar te maken.
    En vooral de hoopvolle boodschap dat ook als je weet dat je er niet lang meer zal zijn, het bijna onvoorstelbare: “nog gelukkig kunnen zijn” mogelijk is, zo overtuigend en oprecht overkomt!

    Mr Sanctorum, u heeft een gemakkelijk schietschijf gevonden, vrolijk geschoten maar ik hoop dat als ooit een naaste van je slecht nieuws krijgt, je deze film je ook kan geven waarvoor hij gemaakt is, hoop en troost!

Plaats een antwoord op het bericht