Onlangs was er commotie over de subsidies die Vlaams minister-president Kris Peeters toekende aan een manege en een saunacomplex. Zonder te willen oordelen over deze concrete dossiers, vormt dit een goede gelegenheid om het debat over bedrijfsondersteuning in Vlaanderen eens grondig te voeren. Want hoeveel bedrijfssteun geeft Vlaanderen eigenlijk in totaal? En wat krijgen we ervoor terug?
Alle subsidies afschaffen?
Verhalen over maneges en sauna’s leveren niet alleen sappige persverhalen over subsidiebollenwinkels op, problematischer is dat ze ook bepaalde simplistische ideeën over bedrijfssteun voeden. Zo hoor je wel eens zeggen dat men best al die complexe subsidies zou afschaffen en vervangen door een eenvoudige belastingverlaging voor de bedrijven. Dan zou iedereen tenminste evenveel uit de pot krijgen en moet niemand nog lastige formulieren invullen.
Klinkt mooi, maar is eigenlijk onzinnig, zoals volgend voorbeeld aantoont. Vandaag kunnen bedrijven subsidies krijgen voor onderzoek en ontwikkeling. Het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) keerde vorig jaar meer dan 135 miljoen euro uit. Het IWT is streng en steunt enkel echt innovatieve projecten. Dat levert wel degelijk een grote meerwaarde op. In het verleden werden zo een aantal grensverleggende ontwikkelingen inzake ecologisch wonen of patiëntenbehandeling mogelijk, evenals meer werkbare productiemethodes in de industrie.
Stel nu dat de Vlaamse regering bevoegd wordt voor de vennootschapsbelasting en beslist; “Die IWT-bollenwinkel gaan we afschaffen en vervangen door een lineaire belastingverlaging van 135 miljoen euro.” Wat dan?
Volgens cijfers van de studiedienst van de Vlaamse regering zijn er anno 2011 ongeveer 320.000 firma’s in Vlaanderen.Stel dat de helft daarvan verlieslatend is (wat hopelijk niet het geval is), dan zou de 135 miljoen euro korting op de vennootschapsbelasting verdeeld worden over 160.000 bedrijven, of gemiddeld 843,75 euro per bedrijf per jaar.
Geef toe: veel innovatie, onderzoek of ontwikkeling zullen onze bedrijven voor die 850 euro niet kunnen kopen….
Samengevat: er is op zich geen probleem met overheidssteun aan bedrijven. Meer nog, ik ben van mening dat subsidies een doeltreffend instrument vormen in handen van de overheid om bedrijven te stimuleren maatschappelijk verantwoorde investeringen te doen in bijvoorbeeld werkbaar werk, onderzoek en ontwikkeling, opleiding en milieu. Investeringen die zonder steun niet of te weinig zouden gebeuren.
Waar ik wel grote vragen bij heb, zijn een aantal belangrijke aspecten van het huidige Vlaamse bedrijfsondersteuningsbeleid.
Steunmaatregelen: what’s in the pocket?
In de subsidiedatabank van het Agentschap Ondernemen kan je, als werkgever, zomaar eventjes 177 verschillende steunmaatregelen terugvinden. Een bos waardoor niemand de bomen nog ziet. Het budget daar hier tegenover staat, is moeilijk te berekenen.
Toch een poging daartoe. Uit de begrotingstabellen van afgelopen jaar kan je een inschatting maken van bepaalde steunmaatregelen:
• IWT-steun innovatie op initiatief bedrijven: 136 miljoen euro
• ecologiepremie: 102 miljoen euro
• strategische opleidings- en investeringssteun: 40 miljoen euro
• KMO-portefeuille: 33 miljoen euro
• Bedrijventerreinen: 20 miljoen euro
• ondernemerschapsbeleid: 6 miljoen euro
• peterschapsprojecten: 3 miljoen euro
• pre-starters: 2,5 miljoen euro
• ondernemersvriendelijke gemeente: 2 miljoen euro
Samen dus al 344,5 miljoen euro. En dan vergeten we nog de talloze middelen die via andere kanalen, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) of het Hermesfonds, naar de werkgeversorganisaties vloeien.
Wat levert het op?
Over dat EFRO toch dit. Vlaanderen heeft als één van de vier EFRO-prioriteiten gekozen voor het bevorderen van het Vlaamse ondernemerschap in de meest brede zin, met het oog op een maximale creatie van werkgelegenheid en economisch groei.
Koken kost geld, dus laten we niet alle steunmaatregelen over dezelfde kam scheren, maar ik stel me toch vragen over de effectiviteit van bepaalde maatregelen. Zeker als je beseft dat de echte resultaten niet of nauwelijks gemonitord worden, laat staan dat er gevolg aan gegeven zou worden.
Ik stel me bijvoorbeeld de vraag waarom het Agentschap Ondernemen (EFRO/Hermes) ondernemerschap subsidieert in het kleuteronderwijs of productiehuizen betaalt voor tv-programma’s om het ondernemerschap te bevorderen. Omdat ondernemerschap in Vlaanderen vaak een te slechte reputatie heeft, wordt wel eens aangehaald ter verdediging van deze subsidies. Wat moeten de vakbonden dan zeggen?
Niet dat het geen leuke tv kan zijn of dat projectmatig werken of een bedrijfsbezoek organiseren voor kleuters niet oké is, maar is dit de manier om het onderwijs of de media te subsidiëren en toegevoegde waarde of een warm Vlaanderen te creëren?
Het is onmogelijk te meten welk effect deze projecten hebben op de economische meerwaarde of de tewerkstelling van de Vlaamse bevolking. Ik dacht nochtans dat deze Vlaamse regering ging voor een effectieve en efficiënte overheid, of is dat enkel een rookgordijn?
In een studie van prof. Luc Sels e.a. (‘Ondernemerschap, een motor van jobcreatie?’) van 2010 wordt zeer overtuigend bewezen dat het totale effect van de opstart van nieuwe ondernemingen in termen van werkgelegenheid quasi nihil is. Dit wordt eveneens bewezen door verschillende buitenlandse studies. Veel belangrijker is wat er precies opgestart wordt, aangezien een kleine groep van bedrijven verantwoordelijk is voor het grootste deel van de welvaarts- en jobcreatie.
Ik wil dan ook oproepen om de steun naar ondernemerschap - en zeker vooraleer bedrijven worden opgestart (media, onderwijs, prestarters, starters,..) - overzichtelijker te maken en nauwgezet te evalueren op doeltreffendheid. Het heeft geen nut van iedereen een ondernemer te willen maken als dit noch de welvaart, noch het welzijn van de mensen vergroot.
Wat kan en moet beter?
Dit brengt ons tot een aantal belangrijke syndicale eisen met betrekking tot bedrijfssteun. Ten eerste moet steun altijd dienen om een duidelijk meetbare en controleerbare doelstelling te behalen (creatie van werkgelegenheid, een opleidingsprogramma, …) en worden vage doelstelling als ‘bevorderen van het ondernemerschap’ (al dan niet bij kleuters) best vermeden.
Ten tweede moet er meer transparantie komen over wie waarom hoeveel steun krijgt. Dit is vandaag bijvoorbeeld één van de pijnpunten bij de Strategische Investerings- en Opleidingssteun (tegenwoordig beter bekend als sauna- en managesteun). Deze dossiers zijn “top secret” en worden politiek beslist door de Vlaamse regering.
Daarom eisen wij een dubbele transparantie tegenover deze dossiers.
Enerzijds moet er een onafhankelijke controle komen op de inhoud van deze dossiers. Ik begrijp dat een steunaanvraag vaak gevoelige bedrijfsinformatie bevat en dus niet zomaar openbaar kan worden gemaakt. Wat wel kan is een onafhankelijke controle organiseren door het Raadgevend comité van het Agentschap Ondernemen (waar zowel werkgevers- als werknemersorganisaties in vertegenwoordigd zijn), zoals nu reeds het geval is bij IWT-steun (daar krijgt de Raad van Bestuur elke maand toelichting en inzage bij de goedgekeurde en afgewezen steunaanvragen).
Anderzijds moeten de overlegorganenop het bedrijf meer betrokken worden bij de steunaanvraag, als bijkomende controle op de correcte aanwending van de toegekende middelen (dit is reeds het geval voor opleidingssteun, maar nog niet voor investeringssteun).
Of zoals professor Sels het verwoordde: we mogen ons niet laten verleiden te schieten met hagel en hopen dat er een eend voorbij vliegt.
Caroline Copers
(De auteur is algemeen secretaris Vlaams ABVV)
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






06/10/2011 om 21:55
Probleem is dat de Vlaamse regering “transparantie” verwart met “doorzichtig”.
07/10/2011 om 02:58
Zelf de toekenningsvoorwaarden bepalen, en petit comité ze zelf controleren en verbolgen reageren wanneer er een berouwvolle Excellentie - Klokkenluider de zaak aan het licht brengt en dan met uitgestreken gezicht komen vertellen dat er geen vuiltje aan de lucht is, jezuïetesteken leren ze toch nooit af die sussen (lees cd&v).
t’ Is toch wel godgeklaagd zeker dat je juist op Justitie zit, als ontslagnemend minister nog wel, als in een dossier van een familielid een gunstige beslissing wordt genomen met verstrekkende financiële gevolgen voor je clan. Of dat je als oud premier een controversiële en niet ter zaken doende uitspraak doet aangaande de lopende communautaire gesprekken om tijdelijk de focus te verleggen van het brandende Dexia-dossier waarvoor je, naast je vele andere cumuls, mee verantwoordelijkheid draagt.
Wanneer Sven Gatz vrijwillig ontslag nam werd er terecht her en der gemekkerd over de eventuele ontslagvergoeding waarop hij aanspraak zou kunnen maken en nu? Ik hoor geen van de vlaamse Excellentie eisen dat de exorbitante bonussen dienen te worden terugbetaald door de parvenus die verantwoordelijk zijn voor het wanbeleid dat tot deze crisis heeft geleid en dit ten tweeden male.
Dit land hoeft niet hervormd te worden, we moeten ons alleen ontdoen van de graaiers en de manipulanten die hier momenteel heersen en die de schuld voor al wat mis gaat steeds bij anderen leggen.
De schaamte zijn deze heerschappen reeds lang voorbij en vermits ik nva ook niet hoor fulmineren vermoed ik dat de contaminatie ook in deze kringen reeds zal zijn ingetreden.
Ik voel me bij deze een beetje als Emile Zola in zijn J’ Accuse- artikels, catalogeer me a.u.b. niet als een verbitterde linkse dromer, maar als een naïeve en rechtschapen idealist.
07/10/2011 om 12:11
Zou Vlaanderen dan toch geen beetje Wallonie zijn.
10/10/2011 om 20:30
De populaire naam voor nepotisme is vriendjespolitiek, een van de vele vormen van nepotisme zijn o.a. subsidietoekenningen, waarbij passieve of actieve corruptie niet wordt geschuwd. Politiek is eerst en vooral een beroep, weliswaar niet het oudste beroep, maar in veel gevallen moet het er niet voor onderdoen.