Zondag 16 oktober was Wereldvoedseldag. Het accent van de Wereldvoedseldag ligt elk jaar op de voedselzekerheid in de wereld. Die voedselzekerheid wordt momenteel niet alleen gecompromitteerd in de Hoorn van Afrika omwille van de enorme droogte, maar ook in andere delen van de wereld omwille van een chronisch gebrek aan infrastructuur en lokale hulpbronnen zoals meststoffen, verwerkings- en bewaringstechnologieën die nodig zijn voor een onafhankelijke voedselproductie. De aanhoudende onzekerheid en schommelingen van de voedselprijzen op wereldvlak wakkeren de negatieve spiraal verder aan. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) heeft dan ook terecht “Voedselprijzen – Van crisis tot stabiliteit” uitgeroepen als thema van de Wereldvoedseldag 2011.
De uitdagingen zijn groot
De verwachting is dat de wereldbevolking verder zal toenemen met 80 miljoen nieuw te voeden monden per jaar tot de voorspelde 9 miljard tegen het jaar 2050. Het aantal mensen dat te kampen heeft met ondervoeding is wereldwijd gestegen tot bijna 1 miljard of één op zes. De doelstelling vastgelegd in de Millennium Development Goals ligt op minder dan een half miljard tegen 2015, of een halvering ten opzichte van 1990. Het is een doelstelling waarvan nu al duidelijk is dat ze onmogelijk zal worden gehaald.
We worden bovendien geconfronteerd met de enorme contradictie dat het vooral diegenen zijn die met honger bedreigd worden, die instaan voor de lokale landbouw- en voedselproductie. De helft van de ondervoede mensen zijn kleinschalige boeren en hun families in ontwikkelingslanden. Hoogtijd dus om zij die honger hebben niet langer te zien als een probleem, maar als een onderdeel van de oplossing.
De uitdaging is bovendien dubbel in veel ontwikkelingslanden. Naast de feitelijke ondervoeding, vooral op het platteland, is er ook een opkomende dreiging van overvoeding en zwaarlijvigheid, vooral in de steden.
Volatiele prijzen
Sterk schommelende (volatiele) prijzen van voedsel en hulpbronnen, zoals meststoffen, zoals de wereld die kent sinds 2006, hebben nefaste gevolgen gehad voor zowel de producenten als de consumenten van voedsel in ontwikkelingslanden.
De onzekerheid over de prijs van voedsel en hulpbronnen bemoeilijkt de productieplanning van de boeren en ontmoedigt hen om de noodzakelijke investeringen te doen in landbouwproductie. De hoge maar onstabiele voedselprijzen zijn geen zegen voor de kleine boeren in het Zuiden. Bij het mislukken van hun oogst, waardoor prijzen nog verder de hoogte in schieten, moeten zij zich op de voedselmarkt – tegen hoge prijzen – bevoorraden. Kleinschalige boeren in ontwikkelingslanden worden hierdoor geconfronteerd met het dilemma om hun schaarse middelen te investeren in betere landbouwproductietechnieken, bijvoorbeeld beter zaaigoed of aangepaste meststoffen, of in het nodige voedsel voor zichzelf en hun familie. Mechanismen voor prijsstabilisatie dringen zich dan ook op.
De hoge prijzen voor meststoffen weerhouden kleine boeren van het gebruik. Meer geïntegreerde landbouwmethoden met een rationeel gebruik van meststoffen, rekening houdende met de socio-economische draagkracht van een gezin kunnen een oplossing bieden. Hierbij kunnen we echter ook niet langer blind blijven voor het feit dat de voorraden van die grondstoffen, met name kalium en fosfaat, eindig zijn. Meer onderzoek naar alternatieven, zoals hergebruik van nutriënten, moet hiervoor een oplossing kunnen bieden.
Hoge voedselprijzen wegen zwaar op het huishoudbudget van gezinnen (en boeren) die in ontwikkelingslanden vaak meer dan 70% van hun inkomen aan voeding moeten spenderen om te overleven, in tegenstelling tot ongeveer 13% in België. Door de hoge voedselprijzen dreigen meer en meer mensen in een negatieve spiraal richting onder- of overvoeding terecht te komen. Ze moeten noodgedwongen maaltijden overslaan of zich met een slechtere nutritionele kwaliteit tevreden stellen. Het gevolg is vaak een dieet dat ontoereikend is op het platteland, en te vetrijk of te zetmeelrijk voor een sedentaire stedelijke bevolking in ontwikkelingslanden.
Nood aan landbouwonderzoek
De belangrijkste oorzaak van de volatiele voedselprijzen, en alle gevolgen van dien, is de aanhoudende te lage financiering van landbouw en landbouwonderzoek zowel door rijke als arme landen. Tijdens de voorbije 30 jaar is het aandeel van het budget van ontwikkelingssamenwerking van de OESO-landen dat voor landbouw bestemd werd, gedaald met 43%, aldus de FAO. Beleidsmakers hebben een foutieve inschatting gemaakt. Ze hebben verondersteld dat de landbouwproductietoename van de tweede helft van jaren negentig zich zou blijven doorzetten zonder de nodige, meer verregaande investeringen in onderzoek, technologie, uitrusting en infrastructuur in ontwikkelingslanden.
Andere oorzaken zijn uiteraard de wereldwijde bevolkingsgroei, de toegenomen welvaart die in ontwikkelingslanden leidt tot een grotere vraag naar zuivel en vlees waarvoor grondstoffen nodig zijn, en wijzigende klimatologische omstandigheden, verminderde of onregelmatige neerslag en schade aan gewassen door extreme weerfenomenen, met verminderde opbrengsten als gevolg. De lijst oorzaken dikt verder aan met speculaties op financiële markten van grondstoffen en landbouwproducten, concurrentie voor gronden bestemd voor voedsel- versus biobrandstofproductie, en een gebrek aan infrastructuur, informatie en transparantie over prijsvorming en markten. Evenwel, op elk van die vragen moet doorgedreven landbouwonderzoek, in combinatie met onderwijs en ontwikkeling, een antwoord kunnen bieden.
Kunnen we er iets aan doen ?
De ontwikkeling van slimmere landbouwsystemen, die meer, efficiënter en duurzamer produceren is de inzet. Als Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent beschouwen we het als onze morele en maatschappelijke plicht om de voedselproblematiek en de ontwikkeling van de landbouw in het Zuiden aan te pakken volgens het motto: het is beter om de boeren in het Zuiden te leren voedsel produceren dan voedselhulp te moeten bieden. Want zij die honger hebben, moeten zelf voor voedsel (kunnen) zorgen.
We werken aan deze missie door internationalisering hoog in het vaandel te dragen, zowel in het onderzoek als in de vorming van master en doctoraatstudenten uit ontwikkelingslanden. In 2010 was één op de twee afgestudeerde master studenten afkomstig uit het buitenland. Bij de afgelegde doctoraten was dat één op drie. Onder de vorm van structurele universitaire ontwikkelingsprojecten wordt duurzame samenwerking uitgebouwd met instituten uit het Zuiden. Hierbij coördineerde de faculteit de voorbije jaren tientallen projecten met het Zuiden in samenwerking met andere Vlaamse universiteiten, hogescholen en zusterfaculteiten. Internationale studenten worden gestimuleerd om terug te keren naar hun land en er met hun opgedane kennis aan de slag te gaan met een betere toekomst inzake voedselzekerheid als doel.
Ook de bewustwording van onze Vlaamse studenten is een blijvende zorg. Zo werd naar aanleiding van de Wereldvoedseldag een studiedag voor Vlaamse en buitenlandse studenten georganiseerd waarin bovenstaande uitdagingen voor ontwikkelingslanden inzake voedselzekerheid en de oorzaken en effecten van sterk schommelende voedselprijzen werden aangekaart. Vierhonderd studenten, voor meer dan de helft afkomstig uit ontwikkelingslanden, en 15 organisaties die actief zijn rond ontwikkelingssamenwerking en Fair Trade debatteerden er met wetenschappers. De studiedag kaderde in het project Internationalisation@Home, waarmee de Universiteit Gent internationaliseringservaringen wil aanbieden voor studenten, medewerkers en de aangeboden opleidingen.
Dit soort acties en projecten is enkel mogelijk dankzij de steun van de Belgische en Vlaamse overheid. Naar aanleiding van deze Wereldvoedseldag willen we oproepen om deze steun niet onder druk van de huidige besparingswoede te laten verminderen of op te doeken. Ondanks de economische crisis behoren we immers nog steeds tot de rijkste landen ter wereld. Als we willen vermijden dat we verder overspoeld worden door mensen die omwille van honger bij ons een betere toekomst zoeken, dan is investeren in hun kennis en ontwikkeling de beste oplossing.
Vier professoren van de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent, Guido VAN HUYLENBROECK, Pascal BOECKX, Koen DEWETTINCK en Wim VERBEKE, benadrukken de nood aan meer geïntegreerd en lokaal landbouwonderzoek om de uitdagingen inzake voedselzekerheid in het Zuiden aan te pakken.
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






17/10/2011 om 15:23
“….het is beter om de boeren in het Zuiden te leren voedsel produceren dan voedselhulp te moeten bieden. Want zij die honger hebben, moeten zelf voor voedsel (kunnen) zorgen.”
Wij dus… moeten zelf voor voedsel zorgen.
En in eigen landje zijn er zoveel welstellende burgers die landbouwgrond opkochten om er grootse gazons, parking, oprit, terras, zwembad … van te maken…
Ons land met teveel wegen, parkings, golfterreinen, pretparken…
Te grote en eenzijdige bedrijven? Waarom een ramp als er teveel krieken zijn , of te weinig appelen of een overschot aan tomaten… geen ramp als een bedrijf verschillende producten teelt.
Ons land moet zelf voorzien in eigen behoefte en daarnaast ook meewerken aan de opbouw in arme landen.
Hoeveel verdient een rijstplanter ?… en hoeveel betaalt lady gaga er voor?
17/10/2011 om 18:37
@Flameng: graag bondiger - mod
17/10/2011 om 20:22
Er is gewoon nood aan het beschikbaar houden ter plaatse van de ter plaatse geteelde voedingsmiddelen.
Het grote probleem is dat dan Europeanen van honger zullen omkomen. Dat is waarom de kolonisatie destijds werd begonnen …
18/10/2011 om 03:33
Geef een bedelaar geen vis maar leer hem vissen
waar heb ik dat nog gelezen?
De voortdurende oorlog en twist in het zuiden heeft ook zo zijn gevolgen voor de voedselproductie. Misschien kan die voedselhulp gebruikt worden om voor elke zak eten een wapen in de plaats te vragen, wat vervolgens kan worden omgesmolten tot werktuigen, zo heeft die voedselhulp toch nut gehad. Liever zag ik dat er geen hulp werd geboden zodat de politieke leiders ter plaatse die nu wentelen in luxe ter verantwoording werden geroepen door hun eigen bevolking, net zoals hier de banken beter failliet gaan dan “gered” te worden, per slot van rekening (hihi) hebben diezelfde banken hun winst ook nooit gedeeld.
Het stimuleren van de lokale productie in het zuiden kan gezien worden als symptoombestrijding omdat er voorbijgegaan wordt aan het werkelijke probleem namelijk meer mensen dan de aarde op lange termijn kan dragen en de enige reden waarom dit kan is omdat we hiervoor fossiele “brandstoffen” mis(ge)bruiken, ook in de landbouw.
Hopelijk gaat het merendeel van die helft buitenlandse studenten niet voor een groot bedrijf in onvruchtbare zaden, kunstmest en zeer schadelijke bestrijdingsmiddelen (bijen) een vestiging openen/faciliteren in hun land van herkomst. Of erger nog, mee oorlog voeren tegen de buren door hun kennis aan te wenden om de gewassen van de tegenstander te verknoeien.