deredactie.be - OPINIE

Vlaanderen wil nieuw GLB!

18 / 10 / 2011

De wetgevende voorstellen van de Europese Commissie voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2013 hebben geen oog voor de eigenheid van de Vlaamse land- en tuinbouw. Europa wil de landbouw duurzamer maken door in te boeten op productiviteit, extensieve landbouw te promoten en de landbouw te verbannen naar de landelijke gebieden. De productieve, meer intensieve, grondarme landbouw in verstedelijkt gebied, zoals we die in Vlaanderen kennen, past niet in dit plaatje.

Ook in Vlaanderen is er nood aan en ruimte voor een duurzame landbouw. De voorbije decennia heeft de Vlaamse landbouw, in samenspraak met de minister van Landbouw en binnen het Europese kader, keuzes gemaakt die de productiviteit hebben bevorderd, de verduurzaming van de sector versterkten en de maatschappelijke verwachtingen en verzuchtingen van de consument maximaal hebben ingevuld. De Vlaamse landbouw is klaar om deze inspanning verder te zetten maar moet vaststellen dat hij nu door Europa in de steek wordt gelaten. Het potentieel is aanwezig, maar ook in Vlaanderen zijn er kosten mee gemoeid. Met de nodige Europese ondersteuning willen we er werk van maken. Maar die blijft uit.

We willen van het GLB ook weer ‘ons GLB’ te maken, een landbouwbeleid dat de Vlaamse landbouw verder op weg zet richting meer duurzaamheid, economisch én ecologisch. De Boerenbond ziet 10 aandachtspunten om het GLB ook voor de Vlaamse land- en tuinbouw weer relevant te maken.

1. Een eerlijk GLB-aandeel voor de Vlaamse landbouw

De Belgische landbouw lijkt wel overgesubsidieerd als we de Europese Commissie mogen geloven. Bij de herverdeling van de directe betalingen tussen de lidstaten boet de Belgische landbouw 7,7 % in. Ook bij de herverdeling van de middelen voor plattelandsbeleid dreigt België te moeten inleveren. Toch ligt het aandeel totale GLB-steun ten opzichte van het economisch belang van de landbouw in het BNI (28%) onder het Europese gemiddelde (34%). De Boerenbond vraagt daarom de negatieve impact voor de Vlaamse landbouw van de herverdeling van het GLB-budget tussen de lidstaten terug te dringen.

2. Een geleidelijke hervorming van de directe betalingen

De directe betalingen worden op basis van historische productiereferenties verdeeld. Sinds de vaststelling van deze referenties zijn de markt en de sector geëvolueerd. De Boerenbond erkent dat het vasthouden aan de historische referentie daarom niet wenselijk is. De overgang naar een nieuwe referentie moet echter geleidelijk gebeuren. De voorbije jaren werden investeringsbeslissingen genomen op basis van de historische rechten die boeren hadden opgebouwd. Een te drastische overgang naar een nieuwe referentie dreigt vele van deze investeringsbeslissingen te compromitteren. Daarom vraagt de Boerenbond een langere en meer geleidelijke overgang.

3. Blijven beleid voeren met de directe betalingen

De directe betaling vormen een inkomensbuffer tegen de toenemende prijsvolatiliteit. Ze vergoeden daarenboven de extra kosten die de Europese boeren moeten maken ten opzichte van hun concurrenten buiten de EU door de strengere Europese normen. Tenslotte vergoeden ze de boeren voor het leveren van publieke goederen zoals het onderhoud van het landschap. Omdat elke boer het risico van prijsvolatiliteit anders aanvoelt, omdat de ene producent meer kosten heeft om aan de Europese normen te voldoen dan een ander, en omdat de ene landbouwer meer publieke goederen kan of wil bieden dan de andere is een regionale flat rate (hetzelfde bedrag betalen voor elke landbouwhectare) non beleid. Dit zal enkel resulteren in hogere pachten en grondprijzen. De directe betalingen moeten daar aangewend worden waar ze het meest nodig zijn.

4. Groene groei stimuleren via de directe betalingen

Met de koppeling van 30 % van de directe betalingen aan vergroeningsmaatregelen wil de Europese Commissie werk maken van een meer duurzame landbouw. De Boerenbond ondersteunt dit streven ten volle. Maar de voorgestelde maatregelen dreigen binnen het specifieke kader van de Vlaamse landbouw het tegenovergestelde te bereiken: meer kosten voor minder milieu-efficiëntie en een verlies aan productiviteit. Daarom vraagt de Boerenbond aan de eigenheid van de regio en de sector aangepaste groene groeimaatregelen. Dit zijn maatregelen die de productiviteit behouden of versterken en een positief milieu-effect hebben aan redelijke kost. Een stimulerend beleid op basis van regionale doelstellingen en een aangepaste lijst van vrijwillige individuele maatregelen ook voor de niet-grondgebonden land- en tuinbouw kan de vergroening op de meest efficiënte manier realiseren.

5. Gekoppelde steun voor een kwetsbare sector in kwetsbare gebieden

Het Belgisch witblauw is een streekproduct in wording. De Europese rundvleessector is echter zeer kwetsbaar en staat onder druk. De sector biedt een belangrijke meerwaarde omdat ze actief is in economisch kwetsbare gebieden en draagt zo bij tot de leefbaarheid van het platteland. Daarnaast houdt ze deze kwetsbare gebieden in goede landbouw- en milieucondities, waarvan het onderhoud anders achterwege zou blijven. De Boerenbond vraagt om deze sector voorts met voldoende gekoppelde steun een duidelijk economisch perspectief te bieden.

6. Ongebruikte middelen ten volle benutten

De opdeling van de directe betalingen in verschillende blokken kan tot resultaat hebben dat de middelen binnen de verschillende blokken niet volledig benut worden. De Boerenbond vraagt dat deze ongebruikte middelen niet onbenut blijven. Vlaanderen kan deze middelen inzetten op de verdere verduurzaming van alle sector, in het bijzonder de grondarme sectoren.

7. Gepaste en reactieve marktordening

De Europese Commissie maakt de juiste keuze om het minimale vangnet te behouden. De voorstellen om een noodfonds te voorzien en de voorwaarden voor uitzonderlijke maatregelen breder te formuleren, bieden een antwoord op de steeds moeilijke zoektocht naar gepaste crisismaatregelen. De Boerenbond vraagt duidelijke afspraken over de financiering van het noodfonds, dringt aan op de nodige flexibiliteit bij het inzetten ervan en onderstreept het belang van de opbouw van reserves. De flexibiliteit is nodig, zowel naar inzet van middelen als naar snelle beslissingsprocedures om voldoende reactief te zijn. De Boerenbond ziet verder kansen in de voorgestelde risicobeheerinstrumenten via verzekeringen en dringt aan op de snelle concretisering van deze verzekeringssystemen op Vlaams niveau. De Boerenbond verzet zich verder tegen de afschaffing van het suikerquotum. Voor de specifieke situatie van de Europese suikersector is dit na de nodige hervormingen de voorbije jaren een zeer gepaste marktordening die Europa op de schop zet.

8. Een sterkere positie van de boer in de keten

De toegenomen volatiliteit en de sterk stijgende kosten houden de landbouw in een wurggreep. Het landbouwinkomen staat onder druk omdat de landbouwsector binnen de keten onvoldoende in staat is een buffer op te bouwen tegen de prijsvolatiliteit en om de gestegen kosten door te rekenen in de prijs. De Europese Commissie stelt daarom terecht voor om via samenwerking in producentenorganisaties en overleg in interbranche-organisaties een sterkere positie in de keten op te bouwen. De Boerenbond vraagt om een relevante uitzondering op de mededingingsregels, anders blijven deze organisaties papieren tijgers en verandert er in de feiten niets aan de positie van de boer in de keten. De Boerenbond dringt ook aan op het sluitstuk van dit verhaal: een Europees kader voor vrijwillige contractualisering.

9. Een sterk investeringsbeleid voor verdere verduurzaming

De Europese Commissie erkent eindelijk de rol van het investeringsbeleid in de verduurzaming van de landbouwsector. De Boerenbond vraagt om verder in te zetten op een sterk investeringsbeleid met oog voor de economische en ecologische verbetering van de sector.

10. Plattelandsbeleid voor en met actieve boeren

De Europese Commissie stelt voor de verschillende Europese structuurfondsen te stroomlijnen en de opdrachten beter te verdelen. De Boerenbond vraagt in deze context de focus van het plattelandsbeleid te verleggen naar een flankerend beleid voor en met de actieve boer. De Boerenbond dringt er verder op aan dat Europa Vlaanderen de nodige vrijheid laat om de definitie van actieve boer toe te spitsen op de Vlaamse realiteit. Een indicatieve Europese lijst met uitsluitingscriteria is echter noodzakelijk om de discussie op een haalbare grond te voeren.

Piet Vanthemsche
Voorzitter Boerenbond

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

10 Antwoorden op “Vlaanderen wil nieuw GLB!”

  1. Rudy Flameng Zegt:

    Over hoeveel actieve boeren hebben we het hier?
    Over hoeveel geld hebben we het hier?
    Is België (Vlaanderen, Brussel, Wallonië) netto ontvanger of betaler?
    Wie zal deze gevraagde aanpassing aan het voorgestelde Europeses beleid betalen?

    Om Dhr. Vanthemsche’s argumentatie te kunnen evalueren, zijn dit IMHO nuttige gegevens, die hij echter niet vermeldt.

  2. Bert Zegt:

    Om de wereldbevolking te kunnen voeden moeten we de vleesconsumptie in de rijke landen afbouwen. Een te groot deel van de landbouwoppervlakte in de ontwikkelingslanden dient vandaag voor de teelt van gewassen als voedsel voor de veestapel van de rijke landen. Daarom stel ik voor
    - geen subsidies meer voor de veeteelt.
    - verhoging van de BTW op vlees en vleeshoudende gerechten naar 12 % zonder compensatie in de index. de consument moet gestimiuleerd worden de belastingverhoging te compenseren door zijn vleesverbruik te verminderen. Een gouden tip voor de Europese regeringen : een belastingverhoging die de belastingbetaler zelf kan terugverdienen.

  3. Stefan M Zegt:

    Meneer Vanthemsche,

    Iedere Vlaming heeft respect voor de boerenstiel. Iedereen heeft immers voorvaderen die deze schitterende ambacht hebben uitgeoefend, en velen onder ons hebben er rechtstreeks of onrechtstreeks mee te maken gehad.

    Je betoog staat echter vol van de woorden ‘betalingen’ en ’steun’.

    Je gaat me niet horen zeggen dat de landbouw in Europa geen toekomost meer heeft. Maar net als de industrie gaan we moeten focussen op high-tech en innovatieve landbouw. Niches waar de derde wereld nog geen mogelijkheden voor heeft.

    Ik vraag aan jou om met respect voor onze vlaamse eigenheid, onze vlaamse geschiedenis, onze vlaamse expertise, ons op de wereldkaart te zetten.

    Laat ons wereldleider worden in innovatieve spitstechonologische landbouw, en laat ons terzelfdertijd de touwtrekkers zijn van een derde wereld die naar voorbeeld van onze noest-werkende voorvaderen een toekomst schept voor hun nakomelingen.

  4. Wilfried Zegt:

    …we zouden slechts 75 tot 100 grammen vlees per dag nodig hebben voor een gezonde voeding….
    Kijken we om ons heen, zien we heel veel zwaarlijvige mensen die er fitter zouden bijlopen indien ze minder vlees en/of vleesproducten zouden nuttigen.
    Het mag, kan en moet best wel met minder vlees.
    Vergelijk het met roken. Dat was en is nog steeds een proces van lange adem.
    Weten dat het de gezondheid schaadt, en toch volhouden, wat dan vergoeilelijkt wordt met cliché’s over opa’s, oma’s, nonkels en tantes die tot hun 99ste rookten als schouwstenen, en toch overleefden.

    Door in het Westen minder vlees te consumeren, kunnen we de mensen die het écht nodig hebben, misschien ook hun dagelijkse portie gezond en lekker vlees gunnen.
    Maar dat laatste zal wellicht bij een vrome wens blijven, gezien de ingewikkelde structuren die de heer Vanthemsche vooropstelt.

  5. Bert L. Zegt:

    Ten eerste,
    Wij als mens kunnen geen plantaardige eiwitten uit gras halen. Omdat er een groot aantal procent van de gronden voor niets anders geschikt zijn als gras vind ik het kort om te zeggen dat er teveel gewassen naar veevoeders gaan.
    Om in die richting verder te gaan, hoeveel van deze kostbare gewassen gaan er vandaag naar de bio-vergisting voor de produktie van “groene stroom”.?
    Wordt je van vlees dik?? Ik denk zelfs dat echt belgisch rundsvlees heel mager is.
    Van mij mogen al de steunmaatregelen weg, maar laat de landbouwers wel een eerlijke prijs krijgen voor hun produkt.
    Als je de lijn van de high-techindustrie wil doortrekken denk ik dat je de prijs van al de landbouwprodukten maal 3 mag doen.
    Maar dat mag niet want iedereen heeft recht op eten.

  6. Koen V. Zegt:

    Als die landbouw niet kan overleven zonder subsidies, dan moeten ze daar maar eens uit leren ipv alweer aan de klaagmuur te staan.

    In Vlaanderen zou er zeker wat bos mogen bijkomen, of plaatsen bijkomen waar kinderen nog vrij kunnen spelen in de open ruimte. Misschien is het goed daar wat landbouwruimte aan te besteden ipv iets te willen blijven subsidiëren wat toch soms niet werkt.

    Hoe veel ik ook van landbouw hou, ergens moet een mens realistisch worden, ook een boer.

  7. Frankv Zegt:

    Ik ken niets van landbouw, heb ook helemaal geen voorvaderen die deze mooie stiel ooit uitgeoefend hebben, dus ik kan de stellingen van Mr. Vanthemsche niet becommentarieren. Maar als wat hij zegt, klopt, dan bewijst dit nogmaals hoe nefast en contraproductief ook op dit gebied het beleid (lees bemoeizucht) van de Berlaymont-moloch is en hoe goed we er aan zouden doen ook op dit gebied hun nivellerende aanbevelingen naast ons neer te leggen.

  8. Guy V Zegt:

    Het doet me altijd twijfelen vanuit welke positie Piet Vanthemse spreekt - soms denken we dat de boerenbond eerder de eigen economische belangen verdedigd (die in allerlei bedrijven zitten) in plaats van de belangen van de familiale bedrijven.

    Als consument heb ik er weinig problemen mee dat het voedsel op ons bord ook uit vb. andere Europese landen komt waar dezelfde Europese regelgeving van toepassing is (maar waar veel meer ruimte is en op veel plaatsen vaak met bvb. veel meer zorg voor landschap, recreatieve- en natuurlijke elementen wordt omgegaan) - maar we hebben zeker ook oog en smaak voor goede plaatselijke producten.

    Verschillende beleidsdocumenten wijzen er reeds jaren op dat het aantal Vlaamse landbouwers nog wat verder zal dalen, dat het economisch belang van de Vlaamse agrarische sector nog zal dalen t.o.v. andere sectoren. De volledige Vlaams landbouwsector zou straks nog een economisch bruto toegevoegde waarde van 1 % betekenen.
    Is de daling bij de herverdeling van de Europes middelen niet al jarenlang verwacht?

    Het beleid rond het platteland omvat veel meer dan een landbouwbeleid - toerisme en recreatie, waterbeleid, natuur -en landschapszorg, welzijnszorg… Maatschappelijk zijn er heel wat wensen in die richting. Dat een beperkt deel (30 %)van de directe Europese ondersteuning (middelen van de maatschappij) voor de landbouwsector gekoppeld wordt aan vb. maatregelen gericht op een betere milieuzorg op het bedrijf en een betere landschapzorg vinden we dan ook vrij logisch.
    Terwijl we in Vlaanderen (op verschillende plaatsen) nog kampen met problemen rond waterberging, waterconservering, te hoog nutriëntresidu op het veld, te hoge concentraties nitraten in waterlopen, verlies aan biodiversiteit, achteruitgang van het bosareaal,… schuift dhr. Vanthemse in relatie tot deze 30 % echter terug de wenselijkheid voor een hogere productivitiet voorop. Nog intensiever dus - en de kosten voor het herstel zijn dan terug voor de maatschappij?
    Rond een aantal aspecten lijkt het niet langer verdedigbaar bepaalde gewenste maatregelen als een vrijwillig gegeven te beschouwen maar is imiddels wellicht nood aan verplichtingen of misschien moet het percentage in Vlaanderen juist fors opgetrokken worden (bvb 50 %) en vormt dit voor landbouwer die al een stap in deze richting zetten of overwegen te zetten een forse stimulans om hierbij een actievere rol te gaan spelen.

    Een goed en sterk investeringsbeleid om tot een duurzame landbouwsector te komen is zeker niet misplaatst. Maar er is een afstemming van de verschillende fondsen noodzakelijk en er is nood aan een volledig integrale benadering.
    Bij iedere vorm van subsidies, investeringsbeleid is er nood aan sensibilisatie en begeleiding maar ook een gedegen opvolging, controle en sanctionering voor wie de voorwaarden niet respecteert is noodzakelijk.

  9. Johan D Zegt:

    Beste heer Vanthemsche,

    Als reactie op uw opniniestuk (een mooie kopij van de brief van BB,ABS, FVA aan minister Peeters) heb ik mij beperkt tot volgende 10 vragen:

    1.Waarom zou Vlaanderen minder moeten inleveren aan subsidies dan andere EU-landen?
    2.Hoeveel sectoren in Vlaanderen kunnen profiteren van het systeem van directe betalingen?
    3.Moet iemand die de landbouw als onderdeel van de vrije markt ziet geen rekening houden met de prijsvolatiliteit die inherent is aan dit systeem?
    4.Zou het geen zegen zijn dat de vergroeningsmaatregelen onze landbouwoverproductie terugdringen?
    5.Zorgt onze rundveesector echt voor goede landouw- en milieucondities?
    6.Waarom zouden de “onbenutte middelen” de overproductie in de grondarme sectoren (lees intensieve veeteelt) stimuleren?
    7.Als landbouw een vrije marktgebeuren is, waarom dan tegelijk een noodfonds vragen bij wijze van reactieve marktordening?
    8.Waneer stelt niemand eens de toegenomen prijsvolatiliteit in de voedingssector in vraag?
    9.Wordt het geen tijd dat men eens “verduurzaming van de landbouw” ondubbelzinnig definieert vooraleer met het heeft over de financiering ervan?
    10.Is een actieve Vlaamse boer anders dan die in de overige landen?

    Dit is maar een greep uit de vele tientallen vragen van een vader van een beginnende boer die er expliciet voor kiest respectvol te boeren ZONDER subsidies en premies.
    Ooit dacht ik dat het IAASTD een pracht leiddraad zou zijn voor u, onze politieke leiders en de vele lobbyisten eromheen.
    Maar o wee, opnieuw dicteert de “het oude vrije marktdenken” dit “nieuw” beleid.
    Nee, mijnheer Vanthemsche, ooit zal u moeten toegeven dat landouw NIET in de eerste plaats economie is.

  10. Luk Zegt:

    Geachte schrijvers,

    Tot mijn groot ongenoegen moet ik steeds hetzelfde lezen: Er moet landbouwgrond herbebost of hergroend (want voor vele mensen is landbouw blijkbaar contraproductief voor de natuur…); er moet geinnoveerd worden; er moet geextensiveerd worden; (lees: achteruitgegaan) ; het milieu moet gespaard worden (want tot mijn grote ontstentenis is het steeds jan met de pet die meent te moeten zeggen dat de landbouwer zijn impact daarop onnoemelijk groot is) en daarbovenop moet iedereen nog eens toegang hebben tot betaalbaar voedsel. Vele mensen menen zich te moeten uitspreken over deze utopische wereld waar dit allemaal mogelijk is. Nu om even kort samen te vatten: indien er meer bos en vergroening moet komen moet de intensiviteit van de landbouw verhogen om het deficit door eerstgenoemd op te vangen OF moeten er sommige mensen dan maar wat meer honger lijden zodat wij wat meer groen hebben? Dat is toch heel erg kort door de bocht gedacht… Ik houd dan nog geen rekening met een stijgende wereldbevolking. Nu ja kijk als er niet meer genoeg voedsel is zal deze automatisch wel afnemen. Immers wie niet eet red het niet zo lang op deze planeet… Mag ik er trouwens nog aan toevoegen dat er ieder jaar een afname met 1% landbouwgrond is en meer.
    De extensivering van de landbouw die het nieuwe GLB promoot is toch wel wat in contrast met voorgenoemde.
    Indien op 1 hectare 4 ton voedsel word geproduceerd ipv 5 ton dan hebben we 25 % meer grond nodig. Gezien de meeste behandelingen op perceelsniveau blijven onafhankelijk van de opbrengst wordt de druk op milieu met 25%.
    Productiviteit is nog steeds de basis voor onze Vlaamse landbouw maar deze stelling wordt maar al te vaak ondergraven door een strekking die ik gemakkelijkheidshalve ga omschrijven met de term “geitewollensokkendenkers”.
    Mensen, bezint eer ge u uitspreekt over onderwerpen waar ge alleen de klok van weet hangen, ik kijk ook met enige afstand naar andere sectoren maar kan me nooit inleven in iets waar ik niet 100% in ondergedompeld ben.

Plaats een antwoord op het bericht