Een enquête van het uitzendbureau Tempo-Team vindt zowel in Vlaanderen als in Wallonië brede steun voor hervorming van de werkloosheidsuitkeringen. Formateur Di Rupo deed eerder in zijn nota de deur open voor verlaging van uitkeringen in de tijd.
Hervorming van de werkloosheidsverzekering ligt dus op de onderhandelingstafel, juist op het moment dat de vergrijzing op stoom komt. Honderdduizenden babyboomers verlaten de komende jaren de arbeidsmarkt. Een periode van structurele talenten-schaarste staat voor ons. We zullen al het beschikbare talent nodig hebben. Dat zit onder andere bij de werkzoekenden. Hervorming van de werkloosheidsverzekering is dus niet voor een “harde aanpak” van werklozen, zoals sommigen hopen en anderen vrezen. Het gaat om moderniseren en investeren, zodat we meer mensen aan het werk krijgen.
Springplank
Het belangrijkste inzicht daarvoor is dat werkloosheidsverzekering meer is dan een stelsel van uitkeringen. Ze is ook een springplank om een nieuwe job te vinden. We kunnen de beide componenten structureel verenigen in een verstevigd stelsel. De essentie is de creatie van twee pijlers – één voor uitkering en één voor nieuw werk – die als communicerende vaten met elkaar in verbinding staan.
Vooreerst bepalen we de werkloosheidsverzekering op een vast budget per werkloze, maar waarvan de samenstelling wijzigt naarmate de duur van de werkloosheid oploopt. De passieve component van de werkloosheidsuitkering weegt zwaar door bij de aanvang van de werkloosheidsperiode. De uitkering mag zelfs hoger zijn dan vandaag: werklozen moeten kunnen zoeken naar een job die goed bij hen past en hun inkomen moet dat toelaten.
Het aandeel van de werkloosheidsuitkering in het totale budget neemt af ten voordele van begeleidingsmaatregelen naarmate de tijd verstrijkt. Deze maatregelen worden geleidelijk de dominante component. Dit impliceert degressieve uitkeringen, maar ten voordele van progressieve besteding aan begeleiding en investering, om de uitstroom uit werkloosheid te realiseren. De lengte van de respectieve periodes kan deels worden gekoppeld aan de werkervaring van de werkloze, als beloning voor vroegere activiteit. Dat kan ook de insteek zijn om het systeem van wachtuitkeringen voor schoolverlaters zonder de minste werkervaring, te heroriënteren.
Niet straffen
De nota Di Rupo voorziet alleen in degressieve uitkeringen, over een periode van maximum vier jaar werkloosheid. Dat is te weinig en te lang. Te lang, omdat degressiviteit best sneller ingaat om de financiële prikkel voor nieuw werk te laten aanslaan. Te weinig, omdat het niet de bedoeling is werklozen te straffen. Het is de bedoeling hen te helpen werk op te nemen. Daarvoor dient dan de hefboom van groeiende middelen voor nieuw werk.
De besteding van het progressieve budget berust best bij de regionale diensten van arbeidsbemiddeling, zoals de VDAB in Vlaanderen. Begeleiding werkt best op maat van de persoon en van de lokale arbeidsmarkt. We moeten er wel over waken dat het begin van de begeleiding zeer snel komt. We moeten er ook voor zorgen dat de bevoegde diensten geobjectiveerde resultaatsdoelstellingen voor wedertewerkstelling krijgen en daarop worden afgerekend. Er zal daarbij ook moeten gesleuteld worden aan het concept van de “passende arbeid” die een werkloze geacht wordt te aanvaarden. We gaan immers geen duurzame verbetering van de werkzaamheidsgraad krijgen zonder flexibeler en dynamischer met carrières om te gaan. Werkzoekenden zullen meer dan vroeger geholpen worden om carrièrewendingen te kunnen nemen en zullen daar ook meer dan vroeger voor moeten open staan. Maar voor het overige kan de timing en de wijze waarop het budget kantelt van uitkering naar investering op individuele basis worden bepaald, binnen politiek getrokken grenzen.
Bijstandsregime met dienstverlening aan de gemeenschap
De combinatie van degressieve uitkering en progressieve begeleiding beslecht ook de eeuwige discussie over de onbeperktheid in de tijd van de Belgische werkloosheidsuitkeringen. Door het verminderen van de uitkeringen ontlopen we het gevaar dat de werkloze zich passief nestelt in de werkloosheid. Door het vermeerderen van de begeleiding vermijden we dat de werkloze gewoon zijn uitkering verliest om zonder meer inactief te worden of in de bijstand van het OCMW te tuimelen. Het alternatief van een botte beperking in de tijd realiseert het eerste zonder het tweede.
Tenslotte zullen er altijd werklozen zijn die uiteindelijk geen werk vinden. Dan kan worden overgestapt op een bijstandsregime met dienstverlening aan de gemeenschap. De betrokken personen hebben weliswaar geen regulier werk, maar hun betrokkenheid bij de samenleving wordt onderhouden en hun deelname aan zinvolle activiteit in ruil voor uitkeringen is te verkiezen boven het isolement van zuivere werkloosheid. Bovendien onderstreept deze visie de wisselwerking tussen rechten en plichten, die het cement vormt van de sociale zekerheid in onze samenleving.
Een aldus verstevigde werkloosheidsverzekering zal beter werken voor de werkzoekende. Ze zal beter renderen voor de arbeidsmarkt. Ze verstevigt de cohesie binnen de sociale zekerheid door niemand te laten vallen maar ook iedereen op plichten aan te spreken. De politieke opportuniteit is er. Laten we ze echt benutten.
Marc De Vos doceert aan de UGent en is de directeur van het Itinera Institute, denktank voor duurzame economische groei en sociale bescherming. www.itinerainstitute.org – Twitter @devosmarc
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






21/10/2011 om 15:27
De ” brede steun” waarvan sprake, wordt pas duidelijk als we weten wie deelgenomen heeft aan de enquête, en wat de inhoud was.
Jan Modaal doen opdraaien voor de gebroken potten is altijd de gemakkelijkste weg. Een streepje achter de naam, en tjoep, klaar is Kees.
Het is echter (zéér) twijfelachtig indien maatregelen tegen “ontaaarde graaicultuur” van traders, bankiers, speculanten, overheden, energieleveranciers, belastingenontduikers en andere potverteerders op dezelfde “brede steun” zullen kunnen rekenen.
21/10/2011 om 17:22
Mag u er op wijzen dat na 6 maanden in de huidige regeling een werkloze terugvalt op een steun lager dan de armoedegrens en dat na 13 maanden men terugvalt op een bedrag slechts 100 euro hoger dan het leefloon.mensen nog armer maken dan ze zijn is echt geen sociaal beleid.Jullie geloof in de kwaliteit van de gewone mens is zoals een gelovige die tegen een kreupele zegt dat hij geloofd in het feit dat de andere kan lopen en dan ook nog eens deze kreupele straft, omdat dit hem niet lukt, met het verwijt dat hij onvoldoende wil heeft om te lopen.
welk hangmat is om om als alleenstaande te moeten rondkomen met 890 euro in de maand wanneer huishuur alleen al gemakkelijk 500 euro uit het budget neemt.Als gas en elektriciteit en water al gemakkelijk 80 euro kost.Als ten gevolge van de slechte isolatie men last heeft van schimmels en opkruipend vocht.waardoor men vaker naar de dokter moet.
Ik hoor al die hoge lonen graag spreken over hangmat,maar ik raad hun aan van het eens te proberen met 800euro in de maand en eens zien hoe gezellig ze de hangmat ze het dan nog vinden.
21/10/2011 om 19:50
Is Marc De Vos zijn inspiratie op? Ik las letterlijk hetzelfde stuk van zijn hand donderdag al in De Standaard.
En ik heb ook nu weer dezelfde bedenkingen bij zijn verhaal.
MDV legt alle verantwoordelijkheid voor werkloosheid bij de werkloze zelf. Hij gaat zelf zo ver dat de werkloze van zijn uitkeirng zijn opleiding en begeleiding moet betalen. In het kader van politiek correct denken moet ik nu schrijven dat er overal profiteurs zijn, maar toch gaat MDV hier veel te ver. Ik ken veel mensen die willen werken, maar die geen kans krijgen (foute/geen diploma, te oud, slecht te been,…)
Hebben werkgevers in deze ook geen enorme verantwoordelijkheid? Door te zorgen voor voldoende jobs, met een fair loon en goede arbeidsvoorwaarden (lees: dus geen slechtbetaalde deeltijdse baantjes). Door jongeren, mensen met een beperking, 50 plussers,… aan te werven bv? En de loonkost als argument inroepen om dat niet te doen is zeer flauw: dankzij loonkostsubsidies en allerlei banenplannen valt dat heel goed mee (een jongere aanwerven kost dankzij het Win-Win banenplan 500 euro / maand,).
21/10/2011 om 19:52
De enquête van Tempo Team hangt het beeld op van de profiteur-werkloze die zorgeloos geniet van te hoge werkloosheidsuitkeringen. Dat beeld strookt gewoonweg niet met de realiteit!
De Vergrijzingscommissie becijferde wat je in België minstens als inkomen moet hebben om geen armoederisico te lopen. Zo ligt de armoedenorm voor een alleenstaande op 1.013 euro per maand. Voor een koppel bedraagt dit 1.520 euro per maand. En dan mogen er nog geen kinderen zijn. Want dan moet je er per kind nog 304 euro bijtellen. Als je dit vergelijkt met een paar minimumuitkeringen, dan kom je tot onthutsende vaststellingen. De minimumwerkloosheidsuitkering voor een alleenstaande bedraagt 898 euro per maand. Dat is 115 euro te weinig om geen armoede te riskeren. Voor een werkloos gezinshoofd met een partner zonder eigen inkomen is dit 1.069 euro. Dat is (zelfs zonder kinderen) 451 euro onder de norm. De voorstellen dat nu op tafel liggen en die Marc De Vos en zijn neoliberale clubje genegen zijn, staan overigens geheel haaks op het Belgische engagement in het kader van Europa 2020 om het aantal personen met risico op armoede of uitsluiting te verminderen met 380.000.
Voor Marc De Vos moet de uitkering dalen. Kennelijk vergeet hij dat er vandaag al een serieuze vermindering werkloosheidsuitkeringen is ingebouwd in de wetgeving. Die al veel vroeger begint te spelen dan na 4 jaar. De maximumuitkeringen zakken al na 6 maanden, alleenstaanden en samenwonenden zakken fors na een jaar.
De Vos maskeert dit alles door te stellen dat werklozen in ruil opleiding en begeleiding zullen krijgen. Wat dus betekent dat de werkloze zelf zijn opleiding en begeleiding zal moeten betalen. Het is De Vos blijkbaar ontgaan dat er, zeker sinds het activeringsbeleid dat in 2004 werd afgesproken, een sterke begeleiding van werkzoekenden en een sterke controle op werkbeschikbaarheid is. En dit in alle gewesten. Zo worden werkzoekenden maandelijks door de VDAB opgeroepen. Wie een langere tijd werkloos is wordt door de RVA opgeroepen om zijn of haar zoekgedrag naar werk te bewijzen. Als je geen inspanningen kunt bewijzen, riskeer je een sanctie.
In gans de redenering van De Vos is echter de afwezigheid van de kern van het probleem. Werkloosheid is in de eerste plaats een gevolg van een banentekort en van toegang tot banen. Onterecht legt Marc De Vos alle verantwoordelijkheid bij de werkloze zelf. De zogenaamde ‘eigen schuld, dikke bult-principe’. Wat echt nodig is, is werk op maat!
Als de conjunctuur gunstig is, vinden per maand zo’n 32.000 mensen werk in Vlaanderen. Maar daar staat tegenover dat een groot deel van die vacatures voor interimarbeid zijn, dus heel onstabiele contracten. Die heel conjunctuurgevoelig zijn. Vaak duikt ook het verhaal op van de openstaande vacatures die structureel niet ingevuld raken. Als je nagaat over welke jobs het dan gaat, blijkt dat vaak te gaan om beroepen waar de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden de echte knelpunten zijn. Blijkbaar hebben werkgevers nooit de eerlijke moed – of de druk gevoeld – om deze arbeidsomstandigheden te verbeteren. Ze worden geacht ‘bij de job te horen’. De kandidaat-werknemers moeten dit maar slikken. Bovendien zoeken werkgevers ook te vaak naar dé witte raaf en nemen ze geen genoegen met de bonte specht die ze groeimogelijkheden kunnen bieden!
22/10/2011 om 11:11
De begeleiding van werklozen moet een en en verhaal zijn. Vooreerst wil ik erop hameren dat het enten van nieuwe modeliteiten op oude altijd wringt! Eerst en vooral spreekt men van een werkloze. Laten we beginnen met eerst de groep te definiëren. Een werkloze van 25 is er geen van 40-50 of ouder! Ook het opleidingniveau en de gedane ervaring en zijn (werk)inspanningen is een factor om rekenig meer te houden. Daarom spreken van een werkloze is een veralgemening die het debat direct verziekt. Om te beginnen bij jonge werklozen, laat ons zeggen tot 35 à 40 jaar. (men moet ergens lijnen trekken). Bij deze moet de verantwoordeljjkheid het meest bij de persoon zelf gelegd worden. Wanneer zijn diploma geen kansen biedt op de arbeidsmarkt dan moet die zich vrijwillig herscholen. De taak van de overheid moet er dan wel in bestaan om voldoende en werkresultaat gericht onderwijs te verschaffen. Wanneer de persoon hieraan niet wil deelnemen, dan mag hij ook meer gevolgen dragen van zijn keuze. Voor oudere werklozen is dat vaak een ander verhaal. Eigenlijk zou men moeten starten bij de mensen die ouder zijn en wel aan het werk zijn. Vooreerst zou men van de taboe af moeten dat het loon moet blijven stijgen bij het ouder worden. Een betere compensatie zou kunnen dat men loon afbouwt, maar daartegenover ook meer vrij tijd creeêrt voor de persoon in kwestie. Dit zou het burn-out gevoel voor een deel kunnen opvangen, alsook de stress die deze mensen dagelijks ervaren. Ondertussen zijn zij de ideale partner om jonge collega’s op te leiden. Het is een win win situatie. Doordat het loon van oudere werknemers daalt of zeker en vast niet stijgt, zal ook voor de werkgever dit loonobstakel weggenomen worden of in ieder geval gereduceerd. Het idee van langer werker lijkt dan ook veel realistischer als men weet dat men slecht bvb 3 op de 5 dagen zou moeten werken. Maar zoals ik eerder zei, je moet voor zoiets een open kader creëren en een open geest. Iedereen weet dat er iets moet gebeuren, te weinig mensen werken in dit land. te weining mensen dragen bij in dit land. Onze sociale zekerheid is iets heel mooi’s, maar om er iets uit te krijgen moet j er ook effectief iets instoppen, anders werkt het niet. Pieter DM
22/10/2011 om 19:49
In de eerste plaats is er in deze een grote verantwoordelijkheid weggelegd voor werkgevers (of, nog erger, de interim-kantoren) : wie er vacatures op naleest, en alle vereisten erin opgesomd eens goed nagaat, komt zelf in een depressie terecht. Zolang men een job heeft en/of eventueel muteert of promoveert naar een andere of hogere functie, weten de werknemer en de werkgever zeer goed wat ze aan elkaar hebben en weten ze beiden zeer goed dat maar een zeer klein spectrum aan vaardigheden vereist is voor de job. Mensen zonder job of werkgever die een nieuwe betrekking zoeken moeten zich echter ‘compleet’ bewijzen, en telkens weer hun verhaal uitleggen en competentie aantonen op het vlak van alle mogelijke vaardigheden, die voor 80 percent verder niet aan bod zal komen binnen eigenlijke taak die ze zullen uitvoeren.
Een zekere poging tot ‘hertaling’ of minder ‘overweldigend’ maken van vacatures (bvb. van een secretaresse of ‘office assistant’ wordt vaak geëist dat zij perfecte vertalingen kunnen doen, enz…) is zeker aan de orde. Dat is de verantwoordelijkheid van de werkgevers. Daardoor kunnen misschien knelpuntberoepen eindelijk worden weggewerkt .
22/10/2011 om 22:13
Het klopt wat Karim zegt dat men ook veel meer verantwoordelijkheid bij de werkgevers moet leggen. Vooral de interim-arbeid dient hard aangepakt te worden, voor mij mag men dit zelfs verbieden. Werkgevers geven mensen weekcontracten, maar wanneer er iets minder werk is dumpt men werkkrachten met een C4. Deze mensen komen dan op werkloosheid en dit wordt voor hen een vicieuze cirkel. Een ware sociale dumping…Om dan enkele dagen later opnieuw iemand te aanvaarden aan het starters (lees : minimum)loon. Interim-contracten zouden enkel nog mogen bestaan voor jobstudenten of weekend-werk. Al de rest is misbruik van werknemers.
Dat men eens begint men nieuwe werknemers verplicht een contract te bieden van minimum 6 maanden, eventueel met een proefperiode. Zodanig dat ze zich kunnen bewijzen.
Ook dient men het zogezegde vereiste “diploma-niveau” veel minder laten doorwegen. De overheid kan hier ingrijpen door een soort opleidingscontract aan te bieden, eventueel met subsidie, waardoor mensen hun werkervaring kunnen laten meetellen als “verworven kwalificatie”. Opnieuw ligt de gewilligheid hier ook grotendeels aan de werkgevers, die mensen de kans moeten geven om zich in te werken in hun job. Dit is Win-Win, voor de werknemers, maar zeker ook voor de werkgevers, die zo gekwalificeerd personeel “kweken”.
23/10/2011 om 12:11
@ Wim
In Nederland bestaat een contract van onbepaalde duur niet! De meeste contracten zijn jaarcontracten. Zo onderontwikkelt zijn zij daar ook niet. Alles heeft te maken met mentaliteit. U vindt dat de werkgevers ervoor moeten zorgen, ik denk dat dat personenen ervoor moeten zorgen in overleg met de werkgevers dat hij een juiste opleiding krijgt. Het is idioot om te denken dat je om het even wat wilt studeren en dat de markt zich dan maar moet aanpassen aan jouw “grillen”. Er zijn duizenden knelpunt beroepen, waarom raken die niet ingevuld? Te zwaar, te vroeg, te weinig loon,… maar er is iemand die om jouw uitkering te betalen te vroeg, te hard,… moet werken! Pieter DM
23/10/2011 om 14:30
Toch eens de bazen aanpakken. Ken mensen die ervaring hebben in technisch tekenen maar al 10 jaar werkloos zijn en naar werk zoeken. Maar nooit in dat knelpuntberoep worden aangenomen wegens te oud, geen motivatie (hoe kan men dat weten) enkel en alleen om sociale rijstellingen te krijgen voor schoolverlaters. En dan maar klagen.
31/10/2011 om 13:27
Prof De Vos kan mooie theorieën verkondigen vanaf zijn bureau.
Eigen ervaringen met de Vdab:
Om Vdab-consulent te worden, mag je geen universitair diploma hebben.
De Vdab-consulenten zijn ambtenaren, die er van 9-4 zitten om hun boterham te verdienen.
“Begeleiden” houdt in : vacatures opzoeken in hun databank en als dat geen resultaat oplevert
mensen in een bepaalde richting duwen, waar er soms misbruik wordt van een gemaakt door de afnemers van die “begeleiding”.
voorbeeld: Een rusthuis, waarin de enige vaste banen, die van de uitbater van het rusthuis, de manager van het rusthuis, de zoon van de baas,die een job van toezichter heeft gekregen en de dochter van de baas zijn. Heel dat rusthuis draait op door de staat gesubsdieerde werklozen die in een wep+ statuut worden tewerk gesteld. Relevante ervaring, geen. Het gaat hier vooral om laaggeschoolden, die eventeel bekomen als hun werkloosheidsvergoeding. Kost voor het rusthuis: bijna gratis werkkrachten. De staat draait op voor de verloning. Wep+=nep+, want geen relevante ervaring.
Een ander type begeleiding: het verplicht tewerkstellen van (hooggeschoolde) werklozen in de kringloopwinkels volgens hetzelfde systeem.
Gemeenschapsdienst: klusjesman/vrouw zijn om de tuin te bewerken van mensen die overdag werken en de kosten van die klusjes fiscaal kunnen aftrekken.
Herscholing: Ik en 80 anderen schrijven zich in voor een intensieve herscholing in een richting waar er enorm vraag naar is. Voor elke instelling ontvangt de inrichtende opleidingsinstelling subsidie van de staat.
Er zijn echter 12 plaatsen. Dus wordt er een dag aan hoog tempo les gegeven in een programmeertaal,waarvan er geen voorkennis vereist is om de volgende dag een proef af te nemen. Wie was er door? Mensen met een basisprogrammeerervaring. 12 ervan kunnen beginnen. Natuurlijk legt de instelling dan aan de staat op het einde van het jaar goede resultaten voor en krijgt ze nog meer subsidies.
Hoe motiverend is het gaan te werken voor 900 euro per maand? Want dat is wat die nep+statuten betalen.