Een “oneerlijk proces“noemde Jo Lernout het een goed jaar geleden: dat van de éné kans, voor het Gentse Hof van Beroep, in plaats van een oefenronde in de Ieperse Correctionele rechtbank. Omwille van een met hem mee gedagvaarde rechter “waarvan ieder weldenkend mens wist dat hij vrijgesproken zou worden”. Rechter D.C. sleurde L & H & consoorten mee in een VIP-procedure. Die van meteen ook hun aller lààtste kans. Voor het Hof van Cassatie vraagt Lernaut nu een nieuw proces, een faire kans, net als iedereen, U en ik.
Enkel door je “gelijken” kunnen beoordeeld worden, het lijkt wel iets uit een middeleeuwse standenmaatschappij of op zijn best de “ambtsadel” van het Ancien Régime. In de nacht van 4 op 5 augustus 1789 werd ook dit privilege afgeschaft. Opnieuw ingevoerd anno 1808 door Keizer Napoleon, bestaat het nog zo goed als ongewijzigd vandaag: magistraten genieten een ‘voorrecht van rechtsmacht’, waardoor ze niet voor de gewone strafrechter gebracht worden, maar meteen het Hof van Beroep (art. 479 & 483 Wetboek van Strafvordering).
Het Laatste Oordeel
Dat gebeurt dan weliswaar meteen in laatste aanleg, dus zonder mogelijkheid van hoger beroep, dus de “single shot strategy”: niet zonder risico, zowel voor Parket als beklaagde, én slachtoffer. Het onderzoek gebeurt niet door een “gewone’ onderzoeksrechter, maar een raadsheer, en een slachtoffer kan het gerechtelijk onderzoek niet eens in gang stellen door een burgerlijke partijstelling. Enkel de procureur-generaal kan het initiatief nemen tot vervolging.
Ons Grondwettelijk Hof achtte dit nog niet ongrondwettig: België tekende immers voorbehoud aan bij de ratificatie van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Dat tempert al de verwachtingen omtrent de gelijkberechtiging van alle Belgen.
Het lijkt wel iets goddelijks, als rechtspraak: onmiddellijk een “laatste oordeel”, de veronderstelde onfeilbaarheid nabij. Gewone rechters kunnen zich vergissen, raadsheren niet. Misschien. Soms wel. Het zal je maar overkomen.
Verviers
Neem nu de 75-jarige “ere-magistraat” F.P. uit Verviers die op 8 oktober jl. in een dodelijk verkeersongeval betrokken was en vluchtmisdrijf pleegde. Indien hij aan de wettelijke leeftijdsgrens van 67 jaar op pensioen gegaan ware, bleef hij verder ‘magistraat’, en genoot hij nu dit ‘voorrecht van rechtsmacht’: immers voor het leven benoemd (art. 152 Grondwet).
Raar maar waar: vermits hij het al in 2000 voor bekeken hield (voortijdig, zoals ondergetekende) is hij toen teruggekeerd tot het nederig plebs van U en mij, en komt hij na dit “eervol ontslag” gewoontjes voor de politierechter, misschien zelfs in de aftandse rechtszaal waar hij ooit zelf zetelde. Moet kunnen.
De goede bedoeling, of toch de schijn ervan
Het voorrecht van rechtsmacht is bedoeld als een bijzondere bescherming in strafzaken: kwestie van te vermijden dat magistraten “gepest” zouden worden, en dus onder druk gezet: daarom wordt een “filter” gebruikt. Ook om te vermijden dat ze te streng, of te toegeeflijk behandeld zouden worden. Lofwaardige poging om de onafhankelijkheid van de magistratuur te verdedigen, maar alleszins moeilijk verdedigbaar voor een grijze vos op pensioen na z’n 67ste.
Overigens: als dan toch plaag-procedures denkbaar zijn (want daar gaat dit systeem ietwat luguber van uit), waarom zou een revanche tegen pre-gepensioneerden ondenkbaar zijn ? Die Benidorm Bastards “genieten” niét van die (relatieve) immuniteit … Een selectieve “waarborg” dus. Daarenboven, wat is voor eender welke rechtbank nu eigenlijk makkelijker dan “onbezonnen klachten” in de prullenmand te kieperen. Precies om “tergende of roekeloze” procedures hoeft toch niemand echt ongerust te zijn ?
De geafficheerde bedoeling is schijn. Veeleer lijkt het wel een kwestie van hiërarchie. Ook in het leger oordeelt geen sergeant over een kolonel: “beneden de waardigheid”. In de piramide van justitie blijft het een reflex van het systeem: de hogere rechter (immers in “hoger” beroep) heeft gelijk, tot spijt van wat onderaan de wankele ladder beslist werd.
Het argument van autoriteit en ervaring is nochtans twijfelachtig. Vaak zijn jongere magistraten nu technisch beter opgeleid, assertiever, en communicatie-vaardiger dan hun voorgangers. Om van originele juridische inventiviteit en verbeeldingskracht voor echte oplossingen nog te zwijgen: dat was alleszins niet het sterkste punt van de vorige generatie.
Er is ook iets meer essentieel: moed, de Achillespees in iedere piramidale structuur. Hiërarchie ontmoedigt, want de hogere kepie “denkt voor jou”, en trekt vervolgens zijn paraplu open. Waarom zou je die dan ook tegenspreken, laat staan dùrven veroordelen. De onuitgesproken redenering: alleen hooggezeten raadsheren zijn onthecht en onafhankelijk in hun oordeel. Lagere rechters zouden eerder aan hun carrière denken, dus minder te vertrouwen ?
Het verschil tussen Hasselt en Gent
Nee dus. In Hasselt leverde de Correctionele Rechtbank op 11 oktober jl. een opvallende demonstratie af. Burgemeester, politiek verstrengeld stadsbestuur, én procureur des Konings (annex procureur van de zo mogelijk Almachtiger Voetbalbond) kregen het nakijken in de trieste saga van de klokkenluiders. Vrijspraak. Het leek slechts te gaan om gewone mensen in de beklaagdenbank, maar de inzet mikte veel hoger. Ook deze “lage” rechtbank bleek niet monddood, al heeft de drieschaar er heel lang over moeten nadenken.
Er volgde zelfs applaus van de minister van Justitie, die nochtans ingevolge zijn ‘positief injunctierecht’ enkel kan verplichten tot vervolging (en niét tot niet-vervolging) maar prompt 48 uur later, op 13 oktober al in het plenum van de Kamer aankondigde dat het Parket geen hoger beroep zou aantekenen… De papiermand stond plots heel snel klaar. Vreemd.
Maak nu de vergelijking met het Gentse Hof van Beroep op 14 september jl.: geen gewone burgers, maar uitsluitend magistraten op het beklaagdenbankje. Slechts ééntje veroordeeld. De hoogste beklaagde in rang, ondertussen ere-cassatierechter had er geen goed oog in want:
“ I.V. voert aan dat er twijfel bestaat over de objectieve onpartijdigheid van dit hof. VolgensV. “dreigt” hij immers beoordeeld te worden door “magistraten van een beroepshof wiens arresten het Hof van Cassatie, waarvan (hij) lid en voorzitter was, jarenlang beoordeelde en desgevallend vernietigde”. Dergelijke magistraten die hun “eigen rechter” moeten beoordelen, zouden volgens V. geen voldoende waarborg kunnen bieden voor de vereiste organieke, objectieve onpartijdigheid die een grondregel is van de rechterlijke organisatie en voor de rechtzoekenden (*) de waarborg inhoudt dat de rechter de wet op een gelijke wijze zal toepassen.”(*) de letterlijke tekst van het arrest heeft het over rechtszoekenden, dus niet over linkszoekenden
Het “lagere” Hof van Beroep veegde al ter zitting de vloer met die stelling, en gaf er bij de uitspraak nog een schepje bovenop:
“Bovendien en terloops gesteld, geeft dit middel blijk van een fundamenteel wantrouwen over de capaciteiten van de feitenrechters in het algemeen en dit hof in het bijzonder om in alle mogelijke omstandigheden voldoende onpartijdigheid aan de dag te kunnen leggen en aldus van een fundamenteel wantrouwen tegenover de gehele rechterlijke organisatie, hetgeen bevreemdend is voor een persoon die jarenlang als voorzitter deel uitmaakte van het hoogste hof binnen de rechterlijke organisatie van dit land. Het middel wordt door dit hof dan ook niet bijgetreden.”
Inderdaad: als je de stelling I.V. zou volgen, is er eigenlijk nooit een rechtbank hoog genoeg om hem te beoordelen, tenzij het eigenste Hof van Cassatie zelf, en dan zou hij voor zijn rechtstreekse collega’s moeten verschijnen, al helemaal een onmogelijke oefening, en dat weet hij als geen ander. Streng, toegeeflijk of rechtvaardig: de perceptie zal dan altijd alle kanten tegelijk uitgaan, en het vertrouwen in Justitie verder ondermijnen, in plaats van herstellen - wat nochtans ook de bedoeling van zo’n proces zou zijn.
Zelfs over de “parlementaire bombrief” van Eerste Voorzitter Londers werd die vraag gesteld: wie roept een Eerste Voorzitter van het Hof van Cassatie ter verantwoording ? Niemand. Het systeem faalt, want dan is “Londers een satraap” (Professor H. Vuye in Knack 13 10 2010). Ghislain Londers is een innemend en zelfs guitig man, maar in toga de rode Roi Soleil van de magistratuur.
In Gent volgden, net als in Hasselt, ook vrijspraken. Voor magistraat in Cassatie I.V. met het argument dat de vertrouwelijke informatie van de wél veroordeelde rechter C.S. “geen geheim was dat hem toevertrouwd was uit hoofde van zijn staat of beroep”.
Herlees eens die stadhuistaal: “zijn staat of beroep”. Tja.
De vrijgesproken ere-magistraat I.V. vond dit “een heel moedig arrest” (HLN 14 09 2011). Begrijpelijk, in zijn plaats.
In De Juristenkrant van 12 10 2011 bleek Bjorn Ketels echter niet overtuigd:
“Dat knelt een beetje. Want Christine Schurmans heeft hem precies gecontacteerd omwille van zijn ambt. Ze wilden expliciet iemand bereiken bij het Hof van Cassatie. Ook al kende ze hem persoonlijk, ze verwijst wel zelf expliciet naar een functie. Ik kan me inbeelden dat mevrouw Schurmans eerder naar hem is gestapt in hoofde van zijn beroep dan wel omwille van de vriendschapsbanden. Dat is dus voor discussie vatbaar.”
Samengevat: 2 éénmalige beoordelingen. In Hasselt was hoger beroep mogelijk, maar de vrijspraak ondertussen definitief. Vox populi, vox Dei. In Gent was hoger beroep uitgesloten, terwijl wrange vraagtekens blijven.
Justitie komt hier niet zo goed uit. Noch uit het gejuich in Hasselt, noch uit de Fortis-opluchting in Gent.
Hoger beroep: een recht of een waarborg?
In de zaak Lernaut & Hauspie leek op 26 06 2007 het voorrecht van rechtsmacht een geluk bij een ongeluk. Daardoor konden technisch veel meer middelen voor dit monsterproces ingezet worden, want in Ieper - een der allerkleinste arrondissementen van het land - haakten magistraten “om persoonlijke redenen” af. Externe rechters in Ieper “inhuren” lag niet voor de hand: in de zaak Erdal leidde het anno 2006 importeren van superrechter Troch van Dendermonde naar Brugge tot cassatie wegens de schijn van partijdigheid door die selectie.
Door de VIP-optie voor rechter D.C. verhuisde het hele L&H dossier van Ieper naar het Gentse hof van beroep, en verloren de ‘gewone’ verdachten de mogelijkheid van hoger beroep. Dàt op zich was een argument voor Jo Lernout om in Cassatie te gaan, maar maakt technisch weinig kans: de Procureur-Generaal betwistte al in zijn advies de nietigheid van het arrest.
Het recht om in hoger beroep te gaan wordt overigens niet als een fundamenteel element van een eerlijk proces beschouwd. De professoren Maes en Taelman bepleitten in De Juristenkrant van 20 04 2011 een beperking van de beroepsmogelijkheid.
Toch blijft veel te zeggen voor een “herkansing”. Piet Taelman merkte op dat men “in de buurlanden eerder de andere richting uitgaat: daar is de tendens om de hervormingsfunctie van het hoger beroep in stand te houden, omdat je anders onbillijke toestanden krijgt, en dat komt het rechtvaardigheidsgevoelen niet ten goede”.
Alhoewel dat een debat op zich is, klemt er toch iets.
Aan de ene kant, het monsterproces L&H: geen kansen op hoger beroep omdat een (niet onvoorspelbaar) vrijgesproken beklaagde magistraat was, en zo alle anderen meesleurde in het ‘voorrecht van rechtsmacht’. Twijfelachtig “voorrecht” voor alle betrokkenen, en eindeloos veel macht voor de rechter.
Aan de andere kant de Hasseltse klokkenluiders wier veroordeling niét zo onwaarschijnlijk was als het van de verbetenheid van de lokale parketchef afhing. Dààr was er wél mogelijkheid van hoger beroep, maar het parket, wie weet, aangemoedigd door de minister, verkoos de zure pil door te slikken. De begrafenisklokken luidden over een acharnement. Maar zie: prompt werden de klokkenluiders door andere collega’s zelf als “pesters” aangewezen, en kwamen de verdachtmakingen weer op gang. Klokkenluiders op de koffie bij de burgemeester, maar qua functie opnieuw ontevreden. De carrousel van Hasselt.
De demonstratie van een onzinnige tegenstelling: hoger beroep kunnen aantekenen, maar het niet willen, of het wel willen, maar niet kunnen. Dit lijkt wel chaos terwijl Justitie orde hoort te scheppen.
Het Franse alternatief van Nanterre tot (misschien) Rijsel: géén thuismatch
Zo’n avonturen wijzen de weg naar een àndere oplossing, zoals in Frankrijk al sinds 1934, scharnierjaar van het Volksfront.
Wanneer in Nanterre, de chique buurt van Parijs, procureur Courroye (intimus van Nicolas S.) zich partijdig leek te gedragen in de zaak van Oréal-erfgename Betancourt, werd de zaak op 17 11 2010 door het Franse Hof van Cassatie voor behandeling “verhuisd” naar Bordeaux.
Wanneer in Rijsel het net uitgebarsten prostitutieschandaal lokale politie en advocatuur viseert (om van uitlopers naar DSK en tot rond Kortrijk te zwijgen), vroeg op 25 oktober jl. de Procureur-Generaal ook daar de delocalisatie.
Het onttrekken van een belangrijk dossier aan de “thuisrechtbank” gaat uit van de grotere objectiviteit: onbevangen geesten, geen druk op hun ketel. Dat is de horizontale methode van wat ze in Frankrijk on-technisch de “dépaysement” noemen, en waar ook de beroepsmogelijkheid volledig intact blijft.
Slachtoffers reageren ook op die methode niet altijd even enthousiast, want de behandeling “op afstand” vergt extra kosten. Er is echter weinig kans op “judge shopping” om zo’n delicate zaak élders een eerste-klas-begrafenis te bezorgen. Immers kan het parket de vraag voor een “désaisissement” wel stellen, maar het Franse Hof van Cassatie beslist, en wijst op 9 november eventueel de opvolgende rechtbank aan.
Het resultaat lijkt dus een meer onthechte justitie, waar lokale belangen geen vat meer op hebben. Dit kan resulteren in een groter vertrouwen tijdens het proces, en aanvaarding van het eindvonnis, zo nodig in hoger beroep.
Begraaf het Griekse geschenk
De ouwerwetse oplossing van de Belgische ‘voorrecht van rechtsmacht’ gaat ondertussen in een typisch semi-militaire traditie weer eens uit van een verticale benadering. Hoger - lager: hoger weten ze het uiteraard altijd beter, en er opnieuw over nadenken hoeft niet. Roma locuta, causa finita.
Eigenlijk maakt dat zowel de verdediging van daders als de spreekkansen van slachtoffers monddood.
Erg voor hen, maar nog erger voor de samenleving, want wat bedoeld schijnt om de onafhankelijkheid van magistraten te waarborgen, voedt het venijn van het wantrouwen.
Het ‘voorrecht van rechtsmacht’ is een vergiftigd geschenk. Timeo Danaos et donas ferentes (“Vrees de Grieken, zelfs als ze geschenken brengen”). Zeg nee tegen dit “cadeau” van een middeleeuwse justitie. In het belang van verdachten, slachtoffers, alle recht-zoekenden, dus iederéén, schaf het af !
Jan Nolf
(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter en schrijft bedenkingen over justitie op zijn blog www.justwatch.be )
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






07/11/2011 om 23:03
Ach, als je ziet hoe Assisen verloederd is tot een ordinaire mediashow, waarbij kranten polls gaan afdrukken , waar je schuldig/niet schuldig kan aankruisen, alsof het om een televoting voor een castingshow gaat … en dat zouden de hoogste (en dus beste?) rechtsbanken in dit land moeten zijn … ik weet niet of ik dan nog in Justitie kan en mag geloven.
08/11/2011 om 09:22
Heb ooit ’s ergens gelezen dat rechtvaardigheid een abstractie is die geconcretiseerd wordt door rechtmatigheid… en dat is van een cynisme dat maar al te dikwijls wordt bewaarheid. De auteur vermeldt 1789 - en misschien was het beter geweest dat Napoleon de klok niet had teruggedraaid en dat de guillotines waren blijven staan, niet zozeer voor dagelijks gebruik maar minstens als afschrikmiddel.
08/11/2011 om 11:07
…Verder vind ik uw bijdrage zeer verhelderend en goed geargumenteerd.
Ik zou persoonlijk toch in elk proces een beroepsprocedure mogelijk maken.
Het is toch niet logisch dat ik als gewone sterveling wel een verkeersovertreding kan aanvechten maar niet een veroordeling tot levenslange opsluiting (tenzij op basis van procedurefouten)?
08/11/2011 om 12:26
Justitie is in veel bedden ziek. Neem nu dat je persoonlijk verschijnt voor de rechtbank, zonder advocaat. Zeker voor de politie- en correctionele rechtbank waar er geen “tegenadvocaat” is maar het OM tegenover je staat, worden de “advocaten voorgenomen” en komt de privé-persoon gans op het einde van de rij. Nochtans, iedere zaak heeft een rolnummer en het zou de eerlijkheid en objectiviteit zelve zijn dat de zaken volgens die rolnummers aan bod komen. Quod non. Ik neem aan de “onze democraat-vrederechter” Jan Nolf ook zo handelde. In samenspraak met de orde der advocaten, waarbij ook de jongere advocaten na de oudere komen, en dit volgens jaren inschrijvinig aan de balie. Ook hierover bestaat bij jongere advocaten veel ontevredenheid. Als “echte” democraat, beste heer Jan Nolfs, vraag je je dan af: is de rechtbank er voor de advocaten of voor de burger? Neen, zegt de democraat, de advocaat is maar een middel om de burger te vertegenwoordigen, maar de burger is de kern van de zaak. Dus, waarom moeten de zaken waar een advocaat voor staat, voorgaan voor de zaken waar de burger zelf voor staat? Die moet soms uuuren wachten voor zijn zaak voorkomt, en ook hij moet gaan werken, hé. De voorzittervan de rechtbank speelt zo mee in het elitair gedoe rond advocaten en justitie, in een onderonsje wie-kent-wie. Deed u dit ook, beste heer Jan Nolfs? Mag ik je antwoord hier?
08/11/2011 om 14:16
Het thema is des te relevanter door het hoge aantal advocaten die als “plaatsvervangend vrederechter” van hetzelfde privilege genieten. Nog belangrijker lijkt mij de achterliggende gedachte: democratisering van de magistratuur. Vaststelling: vanaf het begin van België rekruteert en vormt de Militaire School, op basis van perfect anonieme toelatingsproeven, officieren voor de krijgsmacht (studies betaald, leerlingen weddetrekkend - democratisering van het onderwijs én van de loopbaan tot in het extreme). De reden: om te vermijden dat het officierenkorps een parallelle structuur in de maatschappij zou gaan vormen, diende het een afspiegeling te zijn van die maatschappij. Waarom is die redenering eigenlijk nooit toegepast op het magistratenkorps? Het is nu het moment. De Militaire School staat half leeg.