deredactie.be - OPINIE

Sparen voor de dokter

09 / 11 / 2011

 

Het hospitaal wordt voor het particuliere initiatief rendabel vanaf het moment dat het lijden dat er verlichting komt zoeken tot schouwspel is geworden.’ Michel Foucault, “De geboorte van de kliniek, een archeologie van de medische blik”.

Jonge huisartsen worden soms geconfronteerd met een merkwaardig gevoel, dat van vertrouwen vanwege je patiënt: een wildvreemde die voor jou zonder veel omhaal de sluiers van zijn of haar leven licht. Die patiënt doet een appèl op je spiegelend vermogen en gunt zich een blik op zichzelf in de pupil van jouw ogen.

Dat is vaak een schok na een lange opleidingsperiode in aula’s, practica, ziekenhuizen en instellingen, temidden van dure apparatuur, indrukwekkende onderzoekstechnieken en knappe bedienaren. Jarenlang werd je verbluft door fascinerende iconografische beeldvorming en ‘evidence based’ cijferwaarden uit indrukwekkende laboratoria.

Twijfel en aarzeling zijn ongewenst

Een artsenopleiding is daarom ook een inwijding: je moet je oude ideeën verlaten, afscheid nemen van veel idealen en verlangens, om gekneed en gedrild te worden in een harnas van wetenschappelijke waarheden, statistische zekerheden en dubbelblind onderzoeken die iedere twijfel helpen verbannen. Steeds vaker word je getraind in een soort beroepsopleiding op universitair niveau: lang, zwaar, uitputtend, benauwend en veeleisend.

Academische twijfel, leven en leren omgaan met onzekerheden - ook van buiten de medische wereld - horen daar volgens nieuwe inzichten niet echt bij. Artsen die in luttele minuten levensbepalende beslissingsmogelijkheden moeten voorleggen aan hun patiënten zouden bij twijfel en aarzeling alleen maar onrust zaaien. Conclusies trekken is dan nog moeilijker en kan soms geen uitstel verdragen. Ons medisch handelen is immers levensreddend, toch?

De confrontatie met levende patiënten na die inwijding is voor velen een schok, tenminste voor wie zich als dokter openstelt voor de vragende blik van patiënten die op zoek zijn naar een bewaarder van de verhalen van hen die niet meer zoeken naar een stem.

Wie die confrontatie leert hanteren, kan uit de ivoren klinieken van de dure wetenschappen afdalen naar het ware leven. Om die menselijkheid en om de kosten zal het de komende jaren vooral te doen zijn in de zorg.

Tomeloos zorgbudget

In Nederland buigt de Tweede Kamer zich deze week over het zorgbudget: vandaag 60 miljard Euro en als het zo verder gaat komen daar bovenop nog 15 miljard extra in de volgende vier jaar.

Nederland schakelde in 2006 over naar een marktwerking in de gezondheidszorg waarbij iedereen zich verplicht moeten verzekeren. De particuliere verzekeraars (ziekenfondsen) moeten door onderlinge concurrentie de beste zorg tegen acceptabele prijzen inkopen voor hun verzekerden. Die marktwerking zou de garantie vormen voor een zuinig prijzenbeleid.

Niet dus.

Mede door de enorme investeringskosten in infrastructuur en personeel is in die zorgmarkt het aanbod vrij beperkt en niet concurrentieel. De (potentiële) zorgzoekende wordt bovendien met alle mogelijke mediamieke middelen de kop zot gemaakt voor uitgebreide checkups in labs en beeldvorming naar vreselijke ziekten die nog niet gekend doch reeds onder de leden kunnen broeien. Allerlei financiële of commerciële prikkels leiden tot productieverhoging met geoptimaliseerde facturatie, misbruik of fraude - zoals ook met het PGB - persoonsgebondenbudget..

De liberale minister van gezondheidszorg, Edith Schipper, heeft volgens de Algemene Rekenkamer de uitgaven niet langer in de hand en in het kader van de bezuinigingen zal er dus flink gehakt worden.

Stijgende premies

Maar ook de premies voor de ‘aanvullende’ zorgverzekering (van tandarts tot logopedie, van kiné tot psychotherapie, van thuishulp tot hospice-opvang voor terminale patiënten) en de eigen bijdragen aan die zorgkosten stegen reeds flink.

Nu blijkt dat de premies voor die aanvullende verzekeringen ( 86% van de Nederlanders betaalt daarvoor bovenop het basispakket) volgend jaar 5 tot 40% stijgen. Van de hele bevolking is zowat 90 % verzekerd bij de grote vier: Zilveren Kruis Achmea, CZ, Menzis en Univé. Achmea heeft de dans geopend met een verdubbeling van de tandartsenpolis voor jongeren van 18 tot 22 jaar. Bij hen zullen de 65-plussers maandelijks ook 10% meer moeten ophoesten.

Op 19 november moeten alle tarieven openbaar zijn opdat de verzekerden desgewenst kunnen overstappen. Doch dat doet slechts een paar procent wegens vaak van de regen in de drop.
Maar ook de verplichte basisverzekering - waarmee dure ingrepen, ziekenhuisopnames en huisartsenbezoek worden betaald - stijgt alweer met 2 % tot 105 euro per maand.

Rijst dus de vraag hoe zorg in de toekomst betaalbaar kan worden.

‘Zorgsparen’

Daartoe had oud-minister van financien Wouter Bos van de PvdA een boeiende suggestie onder de vorm van ‘zorgsparen’.

Wouter is nu niet langer meer in de politiek en zijn partij niet langer in de regering. Maar nadat hij - om meer tijd te kunnen besteden aan vrouw en kind - net op tijd ontslag had genomen als socialistisch voorman, is hij inmiddels alweer succesvol aan de slag als zorgadviseur bij de Nederlandse vestiging van het internationale accountants- en adviesbureau KPMG.
En van daaruit suggereert hij constructief het ‘zorgsparen’.

Burgers - niet alleen in Nederland - hebben vaak twee belangrijke en levenslange spaarzorgen: die voor het pensioen en die voor de huisvesting. Daarbovenop komt nu ook nog de zorgkost voor wanneer iemand ziek, zwak, oud en zorgbehoevend wordt.

Politiek Nederland lijkt niet in staat en niet bereid om de collectieve zorgkosten fors te drukken. Te vrezen valt dat zoiets niet in dank zal worden aangenomen door de kiezers, want dat impliceert een einde aan de lucratieve illusies van preventieve angsten voor pijn en lijden. Gezondheid is voor velen een warm gekoesterd verlangen. Bijgevolg zal de burger een verschuiving beleven van steeds grotere delen van de collectieve en dus solidair gefinancierde zorg naar de eigen individuele inbreng.
Deze evolutie ruikt sterk naar het aloude Amerikaanse drama in de financiering van gezondheidskosten met alle gevolgen van dien, ook in Nederland: eerst centen dan zorg.

Wie een eigen huis heeft bijeen gespaard zal dit in de toekomst mogen opgebruiken voor zorgkosten eer een solidaire financiering nog aan de beurt komt.
Hoelang solidariteit en toegankelijke verzekeringen dan nog blijven bestaan, mag duidelijk zijn. .

Huisartsen

Als blijk van politieke moed wil zorgminister Schippers ook 20.000 euro op iedere huisartsenpraktijk sparen. Dat ze daarmee ook het enige houvast voor patiënten aantast kan problematisch worden. Huisartsen zijn doorgaans het handigste alternatief voor dure specialistische zorg en kunnen zo nodig gericht doorverwijzen in de jungle van de vrije marktwerking waar dure gespecialiseerde zorgverleners hun productiecijfers en financiële targets moeten halen onder druk van de commerciële belangen van ziekenhuizen en het medico-farmaceutisch conglomeraat.

In 2004 adviseerde de Gezondheidsraad reeds om juist meer te investeren in die eerste lijn wegens de impact op de bevolking en het kostenbeheersende aspect ervan voor de gezondheidsorg.
De Nederlandse hoogleraren huisartsgeneeskunde legden in die zin een verklaring voor aan de Tweede Kamer: ‘Een goed functionerende eerste lijn is immers in staat om het grootste deel van de gezondheidsproblemen adequaat te diagnosticeren en te behandelen. Een sterke eerste lijn is effectief en doelmatig, levert besparingen op en genereert gelijktijdig kwaliteitswinst. Een sterke eerste lijn is ook nodig om mensen door het oerwoud, soms wildgroei, aan voorzieningen te loodsen en op de juiste plek te brengen. Denemarken heeft gekozen voor het echt investeren in de eerste lijn en haalt Nederland in op het gebied van kwaliteit van zorg, terwijl de kosten minder stijgen.’

‘De medische kennis rechtvaardigt een vorm van macht; die macht zet de kennis in werking en een heel apparaat van wetten, rechten, regels en praktijken, en institutionaliseert het geheel alsof het de waarheid zelf is.’
Paul Veyne, “Foucault, de denker, de mens. ”

Jan Van Duppen
(De auteur is huisarts in Rotterdam en voormalig parlementslid voor SP.A -www.janvanduppen.be )

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

2 Antwoorden op “Sparen voor de dokter”

  1. Dick Taselaar Zegt:

    Ik las ergens een uitspraak: “Greed is good, greed is the motor of progress”. Het lijkt er sterk op dat de geneeskundige lobby zich deze uitspraak op het hart gebonden heeft. Het gaat er nauwelijks nog om als dokter een gedreven genezer te zijn, doch veeleer een gedreven geldverdiener. Ik deel ten volle het standpunt dat men de eerste lijn, de huisartsen dus, zou moeten versterken. Bij hen tref je namelijk nog de meeste echte genezers aan. Specialisten zijn helaas verworden tot gebruikers van steeds duurdere diagnostische machines, apparaten en labo-proeven, welke een betrokkenheid bij het lijden van de patient uitsluiten en de patient zuiver tot wetenschappelijk object vernederen. Dit laatste gaat met enorme kosten gepaard, maar kan nauwelijks nog gezondheidszorg genoemd worden, eerder periodiek onderhoud zoals bij een auto of machine.

    Facit: Het is daarom dat ik warm zou willen pleiten voor die eerste lijn, waar nog werkelijk mensen zitten, die de patient als medemens in moeilijkheden herkennen. Juist met deze eerste-lijns artsen zullen goede afspraken moeten worden gemaakt aangaande eventuele doorverwijzing naar een specialist of van specialistische (dus dure) onderzoekingen. Deze afspraken kunnen dan ondersteund worden met een bonus/malus premie, die werkelijk hoog/laag genoeg moet zijn om interessant/voelbaar te werken t.a.v. de hoeveelheid doorverwijzingen en dus dure onderzoeken, welke deze eerste-lijns artsen opdragen. Als laatste wil ik een geval memoreren van een huisdokter (jaren geleden), die een aanmerking van het ziekenfonds kreeg dat hij teveel dure medicijnen voorschreef. Hij verdedigde zich m.i. zeer terecht met te bewijzen, dat hij slechts 25% van de patienten doorverwees naar specialisten of het (toen ook al dure) ziekenhuis dan zijn collega’s! Het ziekenfonds moest deze terechtwijzing tandenknarsend accepteren.

  2. Johan W. Zegt:

    In België is het niet veel beter. Stel dat men wegens een laag inkomen nooit veel heeft kunnen sparen, en dus ook geen hospitalisatieverzekering heeft kunnen betalen. Dan is het dramatisch ziek te worden als men de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. De pensioenen zijn de laagste van Europa, en armoede en het OCMW is uw deel als “fin de carrière”.

    Al te veel gaat men ervan uit dat de Belgen geld genoeg hebben en hadden om aan pensioensparen te doen mede met het afsluiten van een hospitalisatieverzekering. Zijn dat nu de sociale verworvenheden bereikt door de mensen die na de tweede wereldoorlog het vernielde België terug hebben helpen opbouwen?

    In België is het ook zo dat mensen die hun leven lang hebben gespaard, dit spaargeld na hun pensionering zien wegsmelten als sneeuw voor de zon. De uitkeringen zijn laag en worden sporadisch met kruimels aangepast, maar de leefkosten (voedsel, kleding, gas- en electriciteit, water, huishuur) stijgen ongeremd en verzekeringsmaatschappijen slaan ongegeneerd hun polisbedragen op. “Rijk welvarend België”, zeggen de overdreven gesalarieerde parlementsleden dan…

Plaats een antwoord op het bericht