In een artikel in De Standaard van 15 november jl. stelt prof. R. Blanpan dat de ‘arbeidsmarkt kapot gemaakt wordt’ en dat dit te wijten is aan het vrij verkeer van diensten zonder Europese controle. Daarbij worden een aantal voorbeelden gegeven van frauduleuze constructies die ons sociaal stelsel en de bescherming van werknemers uithollen. In het artikel worden een aantal zaken verkeerd voorgesteld. De conclusie is bijgevolg ook fout. In België beschikken wij net zoals in alle lidstaten wel over degelijke controlemechanismen. Alleen moeten die mechanismen wel versterkt worden.
Als principe geldt dat wie werkt in België ook de loon- en arbeidsvoorwaarden geniet die in ons land van toepassing zijn. Dit wordt ook bevestigd in het bovengenoemde artikel. Blanpain noemt evenwel twee zogenaamde achterpoortjes die naar zijn mening de arbeidsmarkt kapot maken. De waarheid wordt daarbij geweld aan gedaan.
Vooreerst noemt Blanpain de schijnzelfstandigen een grote oorzaak van sociale fraude. Het is inderdaad zo dat indien personeel niet langer gekwalificeerd wordt als werknemer, maar als zelfstandige medewerker, totaal andere regels gelden. Voor zelfstandigen geldt geen minimumloon, maximale arbeidsduurgrenzen, vakantiegeld, eindejaarspremie, etc. Men kan zelfstandigen inschakelen voor enkele luttele euro’s per uur.
Het betoog van Blanpain klopt op twee vlakken niet. Ten eerste overschat hij de schaal waarop gebruik gemaakt wordt van deze constructies. Het is heus niet zo dat deze illegale praktijk de standaard geworden is. Het blijft uitzonderlijk en vooral eigen aan een aantal sectoren. Waar het betoog van Blanpain ook faalt, is waar hij stelt dat tegen die praktijk in België niet kan worden opgetreden omwille van het vrij verkeer van diensten.
Schijnzelfstandigheid is een bekend fenomeen in het Belgisch recht. Vandaag neemt de rechtspraak aan dat indien de partijen hun samenwerking in vrije wil kwalificeren als een zelfstandige samenwerking die aard van de samenwerking moet gerespecteerd worden. Met andere woorden: als de partijen zelf zeggen zelfstandige te zijn, moet men dat aannemen. Er is nochtans een belangrijke nuance. Als de Belgische inspectiediensten en/of een rechter ziet dat de samenwerking op het veld compleet anders is dan wat partijen zeggen, kan men de ‘schijnzelfstandige’ opnieuw kwalificeren tot werknemer. De gevolgen daarvan zijn meestal verstrekkend. Werkgevers (zowel hun vennootschap als de bedrijfsleider zelf) kunnen dan gedagvaard worden voor de correctionele rechtbank, waar zij een risico lopen op gevangenisstraffen en (hoge) geldboetes. Zij kunnen ook persoonlijk veroordeeld worden tot het betalen van bv. de minimumlonen of overlonen.
De ervaring leert ook dat bij schrijnende situaties, die Blanpain beschrijft, men het auditoraat daadwerkelijk overgaat tot vervolging en tot herkwalificatie van de samenwerking. Het is onduidelijk op wat Blanpain zich baseert om te stellen dat de vraag of het over echte zelfstandigen gaat niet mag gesteld worden.
De problematiek van de schijnzelfstandigen was overigens een paar jaar geleden veel meer aanwezig dan vandaag. Na toetreding van de tien nieuwe EU lidstaten in 2004 werd de Belgische arbeidsmarkt nog afgeschermd voor inwoners van acht van die tien nieuwe lidstaten. Resultaat was dat deze nieuwe EU-burgers uit Oost-Europa enkel in België konden werken als zelfstandige, niet als werknemer. Toen ontstonden nepconstructies om toegang te krijgen tot de Belgische arbeidsmarkt. Gelukkig ligt die tijd nu achter ons. Het is dan ook bijzonder jammer dat een verkeerd omschreven problematiek een argument zou vormen om de arbeidsmarkt opnieuw af te sluiten.
Ten tweede noemt prof. Blanpain de detachering van personeel binnen de Europese Unie ook een bron van oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. Hij noemt daarbij het voorbeeld van een onderneming in de internationale transportwereld dat zijn chauffeurs voortaan in Slovenië aanneemt in plaats van in België.
Dit voorbeeld is niet representatief. De internationale transportsector geniet van een uitzonderingsbepaling omdat het werk dat de transporteurs doen zich over meerdere EU-landen uitstrekt en het moeilijk te bepalen is welk minimumloon van toepassing is op welke dag. Dit opent inderdaad mogelijkheden om personeel aan te nemen in de lidstaat waar de loon- en arbeidsvoorwaarden het minst gunstig zijn. Dit ene voorbeeld is niet representatief voor de hele Belgische arbeidsmarkt!
In beginsel is detachering van personeel immers een tijdelijk iets. Het gaat om personeel dat tijdelijk uitgezonden wordt naar een andere lidstaat om in het kader van een overeenkomst tussen de werkgever en een derde diensten te gaan leveren. Tijdens de detachering in België zijn in de regel opnieuw de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden van toepassing. Het is dus helemaal niet zo dat het voorbeeld van Blanpain de regel is en dat iedereen die gedetacheerd wordt hier aan een hongerloon werkt en valse concurrentie pleegt tegenover de Belgische arbeidskrachten.
Ook hier hebben de Belgische inspectiediensten alle mogelijkheden om controles te organiseren. Enkele jaren geleden werd de LIMOSA website gelanceerd, waarop de werkgever voorafgaand aan de detachering alle gegevens van de tewerkstelling moet inbrengen zodat de inspectiediensten gemakkelijk kunnen controleren wie waar aanwezig is en aan welke voorwaarden.
Ook de communicatie tussen de inspectiediensten internationaal verbetert door de jaren heen, alhoewel er nog steeds landen zijn met wie het zeer moeilijk samenwerken is voor de Belgische inspectiediensten.
Blanpain heeft gelijk dat er nog heel wat werk aan de winkel is om de controle op frauduleuze praktijken te versterken. Bijvoorbeeld de vennootschappen die slechts korte tijd bestaan, vormen een probleem naar controle toe. Ook is het een goed idee in sommige sectoren de opdrachtgever van nepvennootschappen met al te veel werkende (zelfstandige) vennoten mede verantwoordelijk te stellen in geval van fraude. Het is ook waar dat sommige lidstaten in de EU nog altijd niet meewerken bij het afleveren van documenten die onze inspectiediensten nodig hebben.
Maar dit alles mag geen reden vormen om het kind - het vrij verkeer van diensten, dat voor de EU al decennia een bron van welvaart vormt - zomaar met het badwater weg te gooien. De Belgische werkgevers schreeuwen om personeel en in Oost-Europa zijn veel werkwilligen. Het zou economische waanzin zijn, de grenzen voor werkwilligen te sluiten.
Egbert Lachaert
(De auteur is specialist arbeidsrecht en redactie lid van Liberales - liberales.be -
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






21/01/2012 om 22:17
ik heb nu ook gehoord dat een bedrijf uit Loppem zijn Belgische chauffeurs gevraagd heeft om ander werk te zoeken daar hij eind juni met 30 Roemenen zou willen verder doen.
Allemaal de transporteurs zoeken naar mogelijkheden om hun loonkosten te verminderen en zo meer winsten eruit te halen. Het probleem is dat ze nog allemaal voor een veel te lage vrachtprijzen rijden en ze door hun eigen bikkelharde konkurrentie er niet toe komen op sterk te staan en een degelijke vrachtprijs te kunnen verkrijgen van hun opdrachtgevers. De grote mulitnationals lachen met de transporteurs omdat ze weten dat ze toch niet overeen komen en daardoor is het voor die opdrachtgevers gemakkelijk om prijzen uit te spelen.
Vele Vlaams en Waalse gezinnen zullen hier in de armoede verzeild geraken door deze wantoestanden, die door die transorteurs worden gecreërd enkel en alleen om hun eigen zakken nog meer te vullen en enkel omdat zij het lef niet hebben om een fatsoenlijke prijs te vragen zodanig dat ze hun personeel ook fatsoenlijk kunnen verlonen en er zo voor zorgen dat ons sociaal stelsel niet in het gedrang komt. Nu maken ze alles hier kapot en behandelen die mensen uit het oosten als moderne slaven en buiten ze die mensen uit. Dan kunnen die mensen met hun beetje geld naar huis en laten ze hier niets achter. Ondertussen verliest de Belgische staat een pak inkomsten aan taxen die niet hier worden betaald en moet ze bovendien nog de mensen die aan de dop geraken eens gaan onderhouden met ons belastingsgeld.
Hoe kan die economie nu draaien ? Mensen hier verliezen hun werk en kunnen zich niets meer permitteren en de Oostblokker wordt hier uitgebuit en gaat naar huis met peanuts en kan zich ook niet veel veroorloven…..
Het wordt hoog tijd dat men eens ingrijpt, want de situatie is zeer ernstig en ik weet waar ik over spreek ……