deredactie.be - OPINIE

Vlaams Parlement: GEEN veertig jaar jong!

07 / 12 / 2011

Gelukkig was er de VRT nog om ons te vertellen dat het Vlaams Parlement zijn veertigste verjaardag vierde. Met de nodige toeters en bellen, maar toch bescheiden. De Vlaamse burger kon zien en horen dat zijn of haar Vlaams parlement nu al veertig jaar jong was. Terloops, dat Vlaams parlement mag meer dan één dikke kaars branden voor diezelfde VRT- televisie die week na week indrukwekkend veel inspanningen levert om dat Vlaams parlement in de huiskamer van de Vlaamse burger te brengen. En dat op een levendige en zo boeiend mogelijk manier wat niet altijd even vanzelfsprekend is. Hij of zij moet dus al hopeloos wereldvreemd zijn om vandaag nog te durven volhouden dat zijn of haar Vlaams parlement hem of haar volslagen onbekend is.

Van Vlaamse Raad tot Vlaams Parlement

Dat die veertigste verjaardag voor het overige nauwelijks meer was dan een foefje was om toch nog een feest te kunnen vieren, werd er voor zover ons bekend nergens bij verteld. Met alle begrip voor het leugentje om bestwil, maar het Vlaams parlement is nog lang niet aan zijn veertigste verjaardag toe, het Vlaams parlement zag immers pas in 1995 het formele (!) levenslicht. Dat gebeurde tijdens de installatievergadering van het eerste rechtstreeks verkozen Vlaams Parlement op 13 juni 199. Dat meteen de tot dan toe gebruikte naam Vlaamse raad in Vlaams parlement.

Wat we vandaag het 40 jarige Vlaams parlement noemen is dus niet eens meerderjarig. De goedgekeurde naamswijziging werd pas een jaar later door het Vlaams parlement decretaal in een Vlaams decreet vastgelegd. Simpeler uitgedrukt: het Vlaamse parlement keurde een Vlaamse wet goed waardoor het Vlaamse parlement werkelijkheid werd. Een nieuwe naam die overigens tot vandaag nog altijd niet is doorgetrokken tot in de Belgische grondwet: die spreekt nog altijd over gemeenschaps- en gewestraden zoals het verhaal veertig jaar geleden begon.

Vreemd genoeg weet diezelfde grondwet wel af van het bestaan van de Vlaamse en al die andere gewest- en gemeenschapsregeringen die het federale België vandaag rijk is. Volgens de letter van de Belgische grondwet zijn dat geen regeringen zoals de Belgische, wel gemeenschaps- en gewestregeringen! Het lijkt allemaal heel subtiel en nauwelijks meer dan een zinloos woordenspel, het is wel een noodzakelijke sleutel op het beter begrijpen van het Vlaams-Franstalig en ander Belgisch samenleven.

Belgisch schaduwboksen

Het feitelijke relaas van dat typische Belgische schaduwboksen begint inderdaad dertig jaar geleden. Meer bepaald op dinsdag 7 december 1971. Op die dag werd de “Cultuurraad van de Nederlandstalige cultuurgemeenschap” geïnstalleerd. Zoals ook de Franstaligen en later de Duitstaligen hun eigen cultuurraad kregen. Leo Elaut, de Gentse senator voor wat toen nog de Volksunie was, mocht als ouderdomsdeken die eerste samenkomst in goede banen leiden. De vergadering duurde precies 17 minuten.

“Historische dag”, zo blokletterde nochtans Gazet van Antwerpen. Het Belang van Limburg had het over een “kleuterklas” van 213 Vlaamse parlementsleden. Van een “parlement” was helemaal geen sprake. Het waren de Vlaamse verkozenen voor het Belgische parlement, volksvertegenwoordigers en senatoren samen die voor de gelegenheid een zwart geel petje met of zonder leeuw mochten opzetten, als ze dat tenminste wilden doen. Of we al stoemelings toch het woord “parlement” in onze berichtgeving over de cultuurraad niet wilden binnenloodsen in onze berichtgeving, zo liet een Vlaams minister van cultuur toen ooit heel beleefd vragen aan de BRT-radionieuwsdienst. Die is daar toen niet op ingegaan: de Belgische wet sprak immers van een cultuurraad en niet van een parlement!

Geen succesrijke start

De leden van die cultuurraden moesten zich niet eens ver te verplaatsen: de Nederlandse Cultuurraad vergaderde in het halfrond van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hun Franstalige collega’s hadden de Belgische Senaat afgehuurd! Om er geen twijfel over te laten bestaan wie op die dag in het halfrond vergaderde, werd de voorzitterstribune op de Vlaamse dagen bevlagd met een Vlaamse Leeuwenvlag. Van een Vlaamse of Franstalige regering was geen sprake: het waren de bevoegde Vlaamse ministers uit de Belgische regering die door de Cultuurraad uitgenodigd werden om hun beleid te komen toelichten. Het stond hen vrij die uitnodiging al dan niet te aanvaarden.

Die Nederlandstalige Cultuurraad was dus toch niet echt een gezaghebbend parlement. Een en ander was het resultaat van de eerste grote Belgische staatshervorming, die van de gewesten en de cultuurgemeenschappen, de staatshervorming van Gaston Eyskens. We schrijven 1970.

Succesrijk was die start zeker niet. De nieuwe instelling wist niet goed hoe omgaan met een en ander. Men moest van minder dan nul beginnen ! De cultuurraad had geen eigen leden. Er was geen briefpapier, er waren geen eigen lokalen, eigen personeel was er ook niet. Op de vraag wat die Cultuurraad wel en niet mocht doen, of de raad wel bevoegdheden had, kon niemand met ja of neen antwoorden.

107 quater

Dat Vlaamse cultuurparlement dat vooral niet al te hard moest proberen een echt parlement te worden, verdween dan ook al snel uit de journalistieke interesse. En dat zou duren tot enkele jaren later de door Gaston Eyskens aangekondigde gewestvorming vorm en inhoud kreeg. Het in dit land wereldberoemde en intussen al lang vergeten artikel 107 quater van de grondwet! In 1980 was er een tweede staatshervorming. Inclusief nieuwe gewestelijke instellingen mét dit keer wel bevoegdheden.

Voor al wie braaf was een eigen gewestraad en zowaar een regering die zich vooral niet als regering mocht aanmelden: onze Franstalige landgenoten hadden dat met steun van Laken zo beslist. De gewesten met bevoegdheden moesten het doen met elk hun “executieve”. Een soort uitvoerend comité? Als men maar niet het woord “regering” durfde te gebruiken. Wijlen de charismatische CVP’er Gaston Geens maakte van zijn executieve een heuse eerste Vlaamse regering. Met wat toen nog de Volksunie was aan boord. Maar het bleef een Vlaamse “ executieve” en geen regering, het bleef een Vlaamse raad en geen Vlaams parlement.

En dat zou zo blijven tot halfweg de jaren negentig. Tot men einde 1995 in Vlaanderen eindelijk 124 Vlaamse parlementsleden kon kiezen die over de eigen Vlaamse bevoegdheden een politiek beslissend gesprek konden beginnen met de eigen Vlaamse regering. Het nu officieel veertig jarige Vlaamse parlement begon eindelijk aan zijn officieel politiek bestaan. Niemand minder dan de nu ook in Europa niet onbekende Vlaamse liberaal Karel De Gucht nam als kersvers Vlaams volksvertegenwoordiger het wetgevende initiatief om van de Vlaamse Raad een Vlaams Parlement te maken. Die nu veertig jaar jong zou zijn.

Het duurde lang

Laat het voor één keer duidelijk zijn: de NVA was er toen niet bij. En toch moet men willen toegeven dat het avontuur de moeite waard was. Het duurde allemaal veel te lang omdat “de anderen” van die Vlaamse zelfstandigheid niet wilden weten, het traditionele Belgische systeem bediende hen meer dan naar behoren en er was dus geen nood aan verandering.

Maar dat Vlaamse parlement kwam er. Met een Vlaamse regering. Met bevoegdheden. Niet alleen over kunsten, cultuur en omroep, maar ook over de inplanting van nieuwe winkelcentra, nieuwe woonwijken, over de economische bedrijvigheid in Vlaanderen, de zorg voor ouderen, kinderen en jongeren, sport en betere mobiliteit. Een eigen omroep en een Vlaams onderwijsbeleid. Veel gegevens uit ons dagelijks leven.

We hebben dat Vlaams gegeven leren aanvaarden, alleen vinden we een en ander wat te gemakkelijk als te vanzelfsprekend. Het duurde decennia voordat dat de Cultuurraad van de Nederlandstalige Cultuurgemeenschap het Vlaamse parlement werd, het had veel sneller gekund. Als we dat maar zelf hadden gewild.

Marc Platel

(De auteur is oud-journalist en gewezen stafmedewerkers van Volksunie en N-VA)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees de gewijzigde regels - mod

1 Antwoord op “Vlaams Parlement: GEEN veertig jaar jong!”

  1. Jeroen De Meersman Zegt:

    aangezien NVA mag gezien worden als de erfgenamen van de VU waren ze er dus wel bij een naamsverandering is niet voldoende om maagdelijkheid te prediken
    trouwens al die regeringen hebben ons echt al veel opgeleverd (sarcastisch bedoeld) buiten een bestuurlijk waterhoofd waarbij dezelfde mensen die prediken voor versobering en inlevering zichzelf wel een riant loon toe-eigenen en waarvoor?
    Werken de verkeerslichten nu echt beter sinds ze geel-zwart zijn geverfd?
    Is de Vlaamse begroting nu echt beter nu ze bijna alles via PPS constructies betaald, waarbij men 12% intrest op zijn lening aan de privé betaald terwijl we kunnen vaststellen als een land aan 7% voor lange tijd moet lenen dat het dan bankroet gaat! En hoelang lopen die PPS constructies? Tussen de 10 en 30 jaar we zullen zien hoe lang het duurt voor deze alternatieve bron van financiëren ons als een alternatieve begrotingsschuld ons in het achterwerk bijt en Vlaanderen veel armer zal achterlaten dan verwacht.En dit maal kan de NVA zeker geen maagdelijkheid prediken of het zou moeten zijn dat ze tegen dan weer eens van naam zijn verandert natuurlijk.

Plaats een antwoord op het bericht