deredactie.be - OPINIE

De kerk in Vlaanderen anno 2011

25 / 12 / 2011

De plaats waar de kerk hoofdzakelijk in beeld kwam begin 2011 was dezelfde als de maand ervoor: het parlement. Daar boog een bijzondere parlementaire commissie zich over seksueel misbruik, in het bijzonder in de schoot van de kerk. Eind april eindigden deze parlementaire werkzaamheden in uitgebreide bevindingen en aanbevelingen. Een commissie van experts toog aan het werk om een billijke regeling ten gunste van de slachtoffers van seksueel misbruik uit te werken.

Recent, een jaar na hun passage in het parlement, kwamen de bisschoppen en hogere oversten van religieuze gemeenschappen over de brug: ze toonden zich resoluut bereid om vergoedingen te betalen aan slachtoffers, ook al gaven ze toe niet te weten wat de gevolgen van die bereidheid zouden zijn. Dat is moedig, al zullen er altijd critici zijn die stellen dat ieder bedrag te weinig is. Laat ons wel wezen, het kan ook nooit voldoende zijn omdat het over zo grove feiten gaat die een schade hebben aangericht die niet te vergoeden is. In ieder geval is het uniek dat parlement en kerk, in samenspraak, komen tot een weg die naar tegemoetkoming voor slachtoffers leidt. Democratie kan mooi zijn. Voortschrijdend inzicht ook.

Vangheluwe

Tussen de fasen van het traject van april 2010 naar december 2011 in, kwam de bekendste Belgische pedopriester fietsen. Een jaar na zijn ontslag gaf Roger Vangheluwe, fel opgejaagd wild, een interview aan VT4 waaruit bleek dat de realiteit erger was dan het beeld dat mensen daarvoor van hem hadden. Zo had hij het daar ondermeer over een relatietje. Nog meer afschuw werd zijn deel. Sindsdien is het stil rond hem. Nog het meest in Rome. Een ketterij verkondigen levert vandaag blijkbaar sneller een banvloek op dan een kind langdurig misbruiken.

Het thema van het seksueel misbruik vormde een rode draad in de verslaggeving over de vier buitenlandse reizen die paus Benedictus XVI het afgelopen jaar maakte (Kroatië, Spanje, Duitsland en Benin). Net zoals verschillende Belgische bisschoppen ging de paus in gesprek met slachtoffers en drukte zijn spijt en medeleven uit. Jammer dat er geen groter initiatief van af kon.

K-identiteit?

2011 staat niet alleen in mijn geheugen gegrift als het jaar waarin de kerk in België met behulp van het parlement en experts overging tot vergoedingen voor slachtoffers. Het tweede opvallende feit is de omgang van katholieken met de eigen identiteit en hun positionering binnen de snel veranderende realiteit van kerk en samenleving. Ik denk bijvoorbeeld aan de discussie in verschillende organisaties en instituten, zoals de KAV en de KU Leuven. Ondanks het debat en de tegenstemmen handhaven beide vooralsnog de K van katholiek, al mag het bij beide volgens hun leidinggevenden best wat minder beklemtoond worden. Ik waardeer mensen die zo wijs zijn om in tijden van crisis niet aan de eigen identiteit te morrelen. Maar ik koester eveneens argwaan ten aanzien van degenen die na een identiteitsdebat vinden dat een bepaald aspect best niet al te zeer benadrukt wordt…

Verroomsing

Argwaan heb ik ook tegenover de verroomsing van de K, in Vlaanderen en elders. Alsof katholieken alleen vanuit Romeinse standpunten en perspectieven in het leven staan, en de context zien als iets dat van secundair belang is. En dat terwijl het leven en de pastoraal zich afspelen in een concrete context! Er is een groeiende polarisatiebeweging aan de gang, die in 2011 verder opgang heeft gemaakt. Ik doel op de spanning tussen Romefanatici en bruggenbouwers, al geef ik toe dat beide termen niet ten volle de lading dekken waar ik het over heb. Feit is dat voor de eerste groep mensen de kerkleiding al gelijk heeft vooraleer er een geluid uit haar mond komt, terwijl de tweede groep mensen eerst de kerk laat uitspreken en vervolgens bekijkt of en hoe dit relevant is binnen de geloofsgemeenschap waarin men aan de blijde boodschap gestalte moet geven.

De eerste groep gaat uit van een groot gelijk ; men hanteert een strikt, welomlijnd identiteitsbesef, gegrond in een instituut, met een geloofsleer en een leider. De tweede groep mensen staat zoekend in het leven. Tot de eerste groep behoort bijvoorbeeld aartsbisschop Léonard. Al is hij het afgelopen jaar – los van enkele zaken – vrij stil geweest naar de media toe, hij is een grote steunpilaar voor de eerste groep en werft in stilte overal ‘eerstegroeps-priesterkandidaten en -priesters’ aan, over wie – of beter: over wier aantal – hij nadien overal pronkt. Ik maak me zorgen over de polarisatiebeweging, die zich steeds verder doorzet, haast ondergronds, en die de verworvenheden van het Tweede Vaticaans Concilie op de helling dreigt te plaatsen. Een identiteitsbesef promoten en koesteren op grond van het terugdraaien van de klok, gaat volledig in tegen het evangelie.

Manifest onbehagen

In het persoonlijk leven van veel katholieken, leeft er heel wat onbehagen omdat de structuur van de kerk onaantastbaar lijkt en dus onveranderlijk voorkomt. En dat terwijl het aantal priesters daalt. Maar de kerkgebouwen staan er wel en de parochiestructuur blijft ongewijzigd, ondanks de opname ervan in grotere pastorale eenheden (dekenijen, zones, federaties). Dat kan uiteraard niet. Binnen vier jaar zal elke dienstdoende pastoor een mini-bisschop zijn. En daartoe is hij niet opgeleid, laat dat duidelijk zijn. Voor de nominatie van topmanager van het jaar 2012 zeg ik reeds nu te stemmen voor ‘de parochiepriester’. Ik schrijf het bewust tussen aanhalingstekens want een parochie heeft hij niet (het zal al nagenoeg een hele zone zijn) en zijn priestertaken zullen zowel niet min zijn als weinig animo bij hem opwekken. Maar manager zal hij moeten zijn.

In de buik van de kerk leeft veel onbehagen, dat voortvloeit uit de overtuiging dat vandaag kerkstructuren en kerkwetten primeren op het drieluik van Blijde Boodschap, geloof en geloofsgemeenschap. Dat is de wereld op zijn kop. Hoezeer dat buikgevoel ook beluisterd moet worden en ernstig moet worden genomen, het is ook wat dubieus. Je kan niet aan de ene kant vanuit de huidige parochiestructuur blijven denken (en dus in vergelijking met vroeger tekorten aanwijzen inzake mensen en activiteiten) en aan de andere kant vrijmoedig nadenken over de kerk van de toekomst. Misschien moeten we leren nadenken vanuit de noden en verlangens van de plaatselijke geloofsgemeenschap? Daar pleit ik alleszins voor. En dan zou al snel blijken dat er geen roepingen- of priestertekort is, maar wel dat we naar het aantal priesters evolueren dat nodig is voor de kleinere kudde die we geworden zijn. Niet het aantal kerkgebouwen en parochies is de maatstaf, maar de grootte en de noden van de kudde! Dat heeft consequenties, waarvan ik me bewust ben dat die heel wat mensen pijn zullen doen (we zijn verwend geweest met het aantal priesters en parochies, waardoor we gehecht zijn aan wat was en niet klaarstaan voor wat komt).

Hoopvol naar 2012

Het zijn niet allemaal kritiek en zware vragen als het over de kerk gaat. Het afgelopen jaar bracht ook heel wat positief nieuws, dat hoopvol kan stemmen naar 2012 toe. Ik denk in de eerste plaats aan het harde werk dat zoveel vrijwilligers van alle leeftijden samen met de priesters doen op lokaal vlak. Er gebeurt zoveel dat het nieuws of de media niet opzoekt, en omgekeerd. Het zijn die vrijwilligers die de fond vormen van de kerk: de doeners die volhouden ondanks de tegenwind. Zij zijn veelal ook de abonnees van Kerk+Leven en Tertio, twee katholieke weekbladen die gewaardeerd worden. Ik denk ook aan het devotioneel leven dat in Vlaanderen floreert. Veel mensen stappen een kerk of kapel binnen of bezoeken een bedevaartsoord, of ze luisteren naar de afgelopen jaar opgerichte zender Radio Maria. Er is geen reden om minderwaardig te doen over de eenvoud van gebed, aanbidding, verering en processies. Verder denk ik aan de Wereldjongerendagen, die in augustus in Madrid plaatsvonden en die ook nu weer zoveel jongeren uit alle werelddelen hebben samengebracht op grond van een gedeeld geloof. En ik denk aan de massa lectuur inzake spiritualiteit. Ook al moet daar het kaf van het koren worden gescheiden, het aanbod wil ingaan op de vraag naar zingeving en zinbegeleiding.

Een nieuw concilie?

In 2012 is het inmiddels vijftig jaar geleden dat het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) plaatsvond. Dat concilie heeft op veel vlakken de kerk bij de tijd gebracht. Nog niet alles van wat daar is besloten is in de praktijk gebracht. Naast die gegevens zou een nieuw concilie verre van misplaatst zijn! Bisschop Johan Bonny gaf recent in Knack aan principieel voorstander te zijn van een concilie om de vijftig jaar. Volgens mij zou dergelijk concilie alvast een signaal zijn van de hoogste kerkleiding dat ze de cocktail van crisiselementen ten volle ernstig neemt en de kerk opnieuw bij de tijd én bij haar eigen essentie poogt te brengen. Dat daarbij niet alleen over leken zou gesproken worden, zoals vijftig jaar geleden schitterend gebeurde, maar nu ook in aanzienlijke mate met de leken, zou niet meer dan vanzelfsprekend zijn, meen ik. Ik hoop dat de verjaardag van het concilie mag inspireren tot een nieuw concilie, net zoals ik hoop dat de geest en verworvenheden van het Tweede Vaticaans Concilie behoed worden voor verkeerde interpretaties in naam van een misplaatste terugplooiing op zichzelf door de kerkleiding. Precies hier situeert zich het belang van kerkgeschiedenis: aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven is in 2011 het archief van het Tweede Vaticaans Concilie – waar Leuvense theologen in belangrijke mate hebben geparticipeerd waardoor het concilie wel eens het Eerste Leuvense Concilie wordt genoemd – heropend.

Perspectieven

In maart 2011 bracht de bekende theoloog Hans Küng een boek uit met als titel Is de kerk nog te redden? Het slot van zijn harde maar duidelijke analyse van de kerk luidt: “Is de kerk nog te redden? Ik heb de hoop niet opgegeven dat ze zal overleven”. In deze periode van Kerstmis, waar licht in duisternis een treffend beeld is, mag het kind Jezus de hoop voeden dat het in 2012 beter wordt in de kerk. En over meer gaat dan overleven. Ja, over leven!

Jürgen Mettepenningen

De auteur is theoloog aan de KU Leuven.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de reels - mod

13 Antwoorden op “De kerk in Vlaanderen anno 2011”

  1. Lagae Louis Zegt:

    “Kind Jezus” zal daar niets aan verhelpen en dat weet de Heer Metdepenningen pertinent. Zelfs als metafoor werkt “Kind Jezus” niet. Concreet, niet wollig aub de boodschappen hier van essayisten. Het voorrecht van een gepubliceerd essay houdt dat in.

  2. Frankv Zegt:

    Als de kerk zich nu eens even veel bezig hield met de gelovigen als met zichzelf, zou ze er al heel wat beter voor staan.

  3. Jan Zegt:

    Niettegenstaande ik helemaal niet gelovig ben, vind ik het persoonlijk wel héél erg positief dat Léonard de Indignados steunt en dat de Paus oproept om een halt toe te roepen aan de commercialisering van kerstmis en een hart onder de riem van de armsten wil steken.

    Voor de rest wens ik een aangename Kerst toe aan alle Christenen, maar niet aan het instituut. Het instituut mag zich nu terug gaan bewijzen dat ze inderdaad de kerk van de armen is.

  4. Patrick Zegt:

    Leonard heeft blijkbaar heimwee naar de tijd dat de Kerk haar morele gezag kon opleggen aan de politieke wereld, en in het verlengde daarvan, aan haar gewillige bange parochianen. Dat ze dat morele gezag als instituut stilaan totaal kwijt is geraakt, is nog niet doorgedrongen tot deze oude versteende relikwie van de kerk uit vervlogen tijden.
    Waar haalt deze man her recht en de geloofwaardigheid vandaan om de maatschappij en zijn burgers even de les te komen spellen. Een kerk die wetens en willens heeft toegelaten dat duizenden kinderen jarenlang psychisch werden ten gronde gericht en gewillig een oogje dichtkneep, zou ons nu komen voorhouden wat goed en slecht is. Bedankt, hoe hypocriet kan je wel zijn?

  5. Koen V. Zegt:

    Beste meneer Mettepenningen,

    Ik ervaar uw eerlijke bekommernis voor een zo oprecht mogelijke kerk als zeer mooi. Hartelijk dank daarvoor!

    Ikzelf ben heel lang elke week naar de zondagsmis gegaan. Dat ligt al heel wat jaren achter me, maar ik zoek nog minstens één keer per week de stilte van een kerk op. De figuur van Christus zal me atlijd blijven inspireren (en nog meer dan dat) voor mijn spiritueel leven.

    Ik geloof echter niet meer in een instelling als de kerk. Niet vanuit een negativiteit, maar vanuit de overtuiging dat het geestelijke leven, ondanks de noodzaak aan gemeenschap met zielsgenoten, in de eerste plaats een unieke, niet te conformeren, uiterst indivuele, innerlijke kwestie is. Zoiets laat zich niet in uiterlijke vormen gieten. Ik denk zelfs dat die uiterlijke vormen voor hen die echt diep gaan eerder een hindernis is.

    Toch zou ik het graag zien gebeuren dat de kerk als instituut wat meer relevant wordt in de maatschappij. Maar ik vrees dat het daarvoor al te laat is. De kerk is erg marginaal geworden. Laten uitschijnen dat het een tijdelijk fenomeen is dat al meermaals in de geschiedenis voorgekomen is, zoals bepaalde kerkleiders graag prediken, bevestigt alleen maar de houding van het instituut. Het gaat veel dieper. Voor het gros van de jongeren is de kerk van generlei betekenis. Vermits zij de toekomst zijn…

    Echter, en dat verbaast me telkens weer opnieuw: de figuur van Christus blijft voor verbazingwekkend veel mensen een uitzonderlijke bron van inspiratie. Ze zitten lang niet allemaal in de kerk, maar ze zijn er wel degelijk en veelvuldiger dan ik vaak gedacht heb.

  6. Geri Gesquiere Zegt:

    “In het persoonlijk leven van veel katholieken, leeft er heel wat onbehagen omdat de structuur van de kerk onaantastbaar lijkt en dus onveranderlijk voorkomt. ” Niet alleen de structuur van de kerk zorgt voor onbehagen, maar ook de ingebakken hypocrisie ! Ik heb er alvast mijn buik van vol. Ik ben ervan overtuigd dat je als gelovige door het leven kan gaan zonder het instituut kerk.

  7. Félicien Manon Zegt:

    De kerk in Vlaanderen anno 2011. Hoe is het in Godsnaam mogelijk, de kerk in 2011 en de gelovige met zijn verstand nog steeds in anno 0. Heb zojuist nog het boek herlezen “God is niet groot” van de deze maand overleden Chrisopher Hitchens, een aanrader voor mensen die voor zichzelf durven denken en daardoor durven genieten van het leven. Bij deze aan alle mensen van eigen wil, een helder van geest 2012.

  8. Dick Taselaar Zegt:

    Ik geloof dat wil men een werkbare discussie voeren over dit onderwerp, men zich eerst zal moeten realiseren dat er heden twee kerken binnen ‘die Ene’ zijn ontstaan. Namelijk de kerk van het religieuze concept (U mag dat ook de behoudende kerk noemen) en de kerk als sociaal ontmoetingscentrum voor de gelovigen. Tussen die twee kerken loopt het spanningsveld nog steeds op. Patrick heeft gelijk, wanneer hij opmerkt dat de heer Leonard een vertegenwoordiger is van die behoudende kerk en het liefst terug zou willen naar de oude vertrouwde toestand. De vraag is echter of dat mogelijk is. Een belangrijke groep gelovigen met vele randvolgelingen in diverse schakeringen houdt het erop dat met het laatste Vaticaans Concilie van Paus Joh. XXIII de kerk volkomen afvallig is geworden!

    Tot op zekere hoogte hebben deze mensen gelijk, want een kerk dient een zekere tijdloosheid uit te stralen en elke verandering daarop is een inbreuk op die tijdloosheid. De grote vraag is of een kerk zich moet aanpassen aan z’n omgeving of dat die omgeving zich dient te bekeren tot de kerk. Er waait thans een wind van veranderingen, waarbij vaak de verandering op zichzelf belangrijker wordt geacht dan het Evangelie wat door die kerk uitgedragen moet worden.

    Wil de ‘ware’ kerk ovrleven zal deze kerk zich sterk moeten gaan bezinnen welke boodschap zij willen en moeten uitdragen. Daarbij zal men afstand moeten nemen van allerlei (politieke) vernieuwingsbewegingen en de discussie daarover in aparte studiegroepen moeten onderbrengen, welke bij voorkeur zo min mogelijk met het dagelijks functioneren van de kerk te maken moeten hebben. Ja, daar vallen ook b.v. de misdragingen van een kleine groep bedienaars onder, ook de discussie wat men voor satndpunt tegen gescheiden en hertrouwde mensen of tegen homosexuelen moet innemen. Ondanks het feit dat de kerk ongetwijfeld b.v. in ons land nog een grote politieke rest-invloed heeft, zou men dat zoveel mogelijk moeten afbouwen.

    Facit: De kerk is nu eenmaal geen sociaal clubje dat over alles en iedereen een mening behoeft te hebben. Integendeel, zij moeten iedereen liefhebben en bovenal de overtreders en zondaren. Wil zij overleven zal ze moeten trachten zoveel als mogelijk het ‘ware Evangelie’ te brengen en zich voornamelijk bezig moeten houden met vertaal- en begripsfouten, toevoegingn en weglatingen van de Heilige Schrift, welke hun basis zou moeten zijn. Die andere discussies zijn niet slecht of verwerpelijk , maar mogen de kerk niet afleiden van hare ware opdracht, n.l. het Evangelie te prediken.

  9. Alex Zegt:

    Ik ben gelovig, nochtans heb ik de indruk dat mijn verstand niet is blijven plakken in het jaar 0…misschien is een goed voornemen voor 2012 alvast om niet lukraak mensen te schofferen.

    Het is me dunkt een goed startpunt, alvorens halve waarheden te spuien, te lezen wat dit befaamde Vaticanum II zoal stelt, want velen ontpoppen zich tot voorstanders van het concilie en beroepen zich op de erfenis van het concilie of van richtlijnen die nog moeten uitgevoerd worden zonder enige kennis van zaken, zonder ook maar te weten wat pakweg Lumen Gentium of Gaudium et Spes zijn…veel uitspraken zijn duidelijk het resultaat van fantasie en eigen denkbeelden.

    Voor wie gelooft is de kerk wel degelijk het uiterlijk van de Kerk. Dat dat niet altijd perfect werkt is zoals alles wat door mensen wordt gerund evident. Maar het is niet omdat de mens zondig is dat de Kerk zondig is. De Kerk is door Christus zelf begeesterd. Christus is de Kerk, en wij gedoopten zijn daar allen deel van. Het is daarom absurd om ‘het instituut’ (zo nietszeggend woord trouwens) te willen zien verdwijnen aangezien net dat ons wezenlijk christen maakt. Christen kunt ge maar zijn in gemeenschap met de Kerk, daarbuiten bestaat niets (en daar zijn alle christelijke kerken (protestanten, anglicanen, katholieke, kopten, orthodoxen, etc.) het over eens. Beweren op z’n eentje christen te zijn is een illusie…

    Tenslotte nog een opmerking over de tekst van de heer Mettepenningen. In grote lijnen ben ik het met hem eens, maar toch een bemerking bij de tweespalt die hij zo graag opvist in zijn artikels. Steeds weer wordt een beeld opgehangen van deze interne spanning die vroeg of laat tot scheuringen moet leiden. Mijn ervaring daarin als jonge gelovige die in verschillende parochies ter kerke gaat, is dat het stereotyperen uit den boze is. De ‘eerste’ groep gaat volgens mij niet uit van het ‘grote gelijk’, maar van een voorzichtigheid en een diepere spiritualiteit (meer contemplatief misschien?) en vormt daarom geen dreiging voor de zogenaamde ‘verworvenheden’ (zeer negatief beladen woord, Mr Mettepenningen, alsof wij, het volk, rechten hebben moeten afdwingen van hen, de leiders…FOUT) van het Tweede Vaticaans Concilie. En zo is ook de tweede groep, de zogenaamde progressieven, niet steevast die die pleit voor de meest onwaarschijnlijke dingen (zoals daar zijn homohuwelijk of priesterschap voor vrouwen), maar veelal wat socialer geengageerd zijn, meer pastoraal bewogen. En beide zijn nodig, want de Kerk is het meest vruchtbaar bij een evenwichtige balans tussen contemplatieven en ‘doeners’…

  10. guido Zegt:

    Voor mij is een(oude) kerk vooral een oase van stilte, of soms niet. Laatst sprong ik gewoon eens binnen ,omdat ik binnen orgel hoorde . Ik zat helemaal alleen in de halfdonkere kerk, tewijl de “orgelman” van jetje gaf met op zijn orgel, waarschijnlijk oefenen.. Wel dat doet mij iets als enige toeschouwer. Heeft niets met geloof te maken.

  11. Pol Herman Zegt:

    Hallo, ik ben gelovige. Als ik de reacties analyseer moet dit inmiddels een scheldwoord zijn ?

    Kerk is niet “vooral een oase van stilte”. Ik houd niet van “sacrale” muziek. Kerkzijn is rumoerige etentjes organiseren voor het goede doel, dansen in de Kongolese eucharistie, uit volle borst zingen, aanwezig zijn bij mensen die krijsen van pijn. Stamelen, wenen en opstandig zijn. En héél soms, vind je iets in de stilte, of in de muziek. Ik durf dat dan niet God noemen.

    In de Kerk is er geen tweespalt. Er is een oneindige verscheidenheid, want ieders geloof is uniek. Want God heeft met ieder een unieke relatie, heb ik geleerd. Het kerkinstituut is een huis met zeer vele kamers, en zolang de deuren van die kamers blijven openstaan, zijn wij katholiek bezig. Voor wie het begrijpt. Alle ervaringen die ik tot dit ogenblik heb, spreken me niet tegen ; de “herders” in onze Vlaamse kerk begrijpen dat “katholieke” goed.

    Als je gelooft, dan is het je verdomde plicht een politieke mening te hebben. Ik ken er zowel communistische als rechts conservatieve. Zolang we in twistgesprek blijven en daarna samen eucharistie vieren, is het voor mij goed.

    Ik zal steeds met volle overtuiging zingen : Jubilate, God is groot. Maar ik voel dat Hij héél héél klein is, zich verborgen houdt, en vooral te vinden is in gebroken situaties, dat hij bij uitstek aanwezig is daar waar de grootste zonde wordt begaan. Ik denk dat God vooral buiten de kerkgebouwen te vinden is. Daarom mogen ze er van mij musea van maken.

    God is er vooral voor de zondaars. Correctie : zonder de zondaars, zou Hij niet zijn, heeft Hij geen enkel recht van bestaan.
    God is er ook voor de moraalridders. Want die zondigen zonder het te beseffen. Lc 2334.

    Ik ben van mening dat je alleen maar als “gemeenschap” volwaardig gelovig kan zijn. “Alleen geloven” is enkel een alternatief als de omstandigheden een mens daartoe voeren. Want als je gelooft, kan je het licht niet onder de korenmaat koesteren. Het licht moet er uit.
    Let op : een gemeenschap behoeft niet meer dan “twee”.

    Ik begrijp niet waarom mijn medegelovigen zo weinig mondig zijn. Waarom reageren wij niet op zoveel cynisme en frustatie ?
    Met dank aan alle goede mensen die samen Kerk willen vormen.

  12. Bernard Verstraeten Zegt:

    Ik lees:

    “De plaats waar de kerk hoofdzakelijk in beeld kwam begin 2011 was dezelfde als de maand ervoor: het parlement. Daar boog een bijzondere parlementaire commissie zich over seksueel misbruik, in het bijzonder in de schoot van de kerk. Eind april eindigden deze parlementaire werkzaamheden in uitgebreide bevindingen en aanbevelingen. Een commissie van experts toog aan het werk om een billijke regeling ten gunste van de slachtoffers van seksueel misbruik uit te werken.

    Recent, een jaar na hun passage in het parlement, kwamen de bisschoppen en hogere oversten van religieuze gemeenschappen over de brug: ze toonden zich resoluut bereid om vergoedingen te betalen aan slachtoffers, ook al gaven ze toe niet te weten wat de gevolgen van die bereidheid zouden zijn. Dat is moedig, al zullen er altijd critici zijn die stellen dat ieder bedrag te weinig is. Laat ons wel wezen, het kan ook nooit voldoende zijn omdat het over zo grove feiten gaat die een schade hebben aangericht die niet te vergoeden is. In ieder geval is het uniek dat parlement en kerk, in samenspraak, komen tot een weg die naar tegemoetkoming voor slachtoffers leidt. Democratie kan mooi zijn. Voortschrijdend inzicht ook.

    Vangheluwe”

    Ik lees: Vangheluwe!! Ah, nu snap ik het, het gaat hier over het katholicisme!! ‘De kerk in Vlaanderen’ is dus blijkbaar het katholicisme! :-))

    Ben ik nu een super-progressief omdat ik ‘de kerk in Vlaanderen’ niet automatisch associeer met katholieken?
    Kerken en sektes bij de vleet, nochtans. De schrijver zou zich beter even situeren, en direct zeggen dat hij het over het katholicisme heeft zodat iedereen dadelijk mee is!

  13. Antoon Anckaert Zegt:

    Ik wil mij aansluiten bij de mening van Paul Herman. Het begrip ‘Kerk’ heeft in de realiteit veel gezichten. Ze zijn facetten van de diamant van een rijk geloof dat gegrond is in Jezus. Ik heb eerbied voor de orthodoxen onder ons omdat zij ons helpen nadenken over het onvergankelijke mysterie van het verrijzenisgeloof. Ik sympathiseer met mensen die durven getuigen dat Jezus hun leven mag leiden. Ik bewonder hun durf en hun moed. Hun getuigenis heeft meer vruchtdragende invloed dan alle dogma’s en morele wetten samen. Ik zoek graag mee met mensen die twijfelen aan de kerk van Rome, maar vanuit hun twijfel dienstbaar blijven voor armen en kleinen zoals Jezus het ons heeft voorgedaan. Ik voel diep mee met mensen die gekwetst zijn door doen en laten van kerkleiders en op zoek gaan naar nieuwe vorrnen van kerk. Zolang wij elkaar benaderen als kinderen van dezelfde Vader, die ons bemint zoals we zijn,kunnen wij op zijn Liefde rekenen en zijn liefde doorgeven aan elkaar. Dat is kerk vormen: elk op onze manier Gods Liefde ontvangen en doorgeven. Jezus stelde geen andere voorwaarden. We moeten zelfs met niet velen samen zijn, want Hij zei: ‘Waar twee of meer in mijn Naam samen zijn, daar ben ik in hun midden’ . Er is dus hoop, veel hoop dat Hij er nog altijd bij is.

Plaats een antwoord op het bericht