Het rommelt dezer dagen in Hongarije. Schuld daaraan is het groeiende ongenoegen over de Fidesz-partij (Hongaarse Burger Unie) die bij de verkiezingen van april 2010 samen met de KDNP, haar christendemocratische bondgenoot, een tweederde meerderheid had behaald. De Hongaren snakten toen naar verandering na jarenlang sociaaldemocratisch bewind. Wat ze kregen, was een beleid waarbij minister-president Viktor Orbán (Fidesz) de klok is beginnen terugdraaien. Fidesz geldt als centrumrechts, maar ademt een reactionaire geest uit.
Beleidsdaden
Een van de eerste nieuwe beleidsdaden van de Fidesz-regering was de afkondiging van een nieuwe mediawet die op 1 januari 2011 van kracht werd. De Hongaarse Mediaraad kan volgens die wet astronomisch hoge geldboetes opleggen aan redacties van kranten en audiovisuele media die verstoten tegen ‘morele principes’ of hun bronnen niet bekendmaken in kwesties van ‘nationale veiligheid’. De openbare omroepen van zowel radio als televisie komen onder een gemeenschappelijk management. Ze hangen voor de nieuwsgaring af van het officiële nieuwsagentschap dat onder de controle van de regering valt.
De printmedia hebben ietwat meer bewegingsruimte, maar dat maakt niet veel verschil in een land waar 90 % van de burgers zich informeert via de audiovisuele media. Op 18 april 2011 keurde het Hongaarse parlement een nieuwe grondwet goed die sterk chauvinistische nationalistische accenten legt. Europarlementslid Bart Staes (Groen!) noemde toen de nieuwe Hongaarse grondwet een stap achteruit in de ‘Europese evolutie naar pluralistische democratieën met respect voor minderheden’.
Viktor Orbán wil met deze autoritaire beleidsdaden blijkbaar de ‘culturele hegemonie’ veroveren op links (om een term van de Italiaanse marxistische filosoof Antonio Gramsci te bezigen). De machtsmens Orbán beseft dat je via een partij dan wel politieke macht mag bezitten, maar dat het op lange termijn lonender is het wanneer je ideologie ook nog eens invloed heeft op en in de culturele ruimte, de wereld van het denken, het publiceren en het maatschappelijke debat.
Verzet
Maar dat alles is buiten ‘Milla’ gerekend, de burgerbeweging ‘Een miljoen stemmen voor persvrijheid’. Via de sociale media kanaliseert ze de misnoegdheid van de gewone burgers. Haar eerste grote succes was de demonstratie van duizenden Hongaren, vooral jonge mensen, die ze in november in Boedapest op de been bracht bij de 55ste herdenking van de Hongaarse Opstand van 1956 tegen het toenmalige communistische bewind. Om het strikte mediabeleid van Orbán een neus te zetten verdeelde ‘Milla’ een goede 50.000 perskaarten. Nog verbazingwekkender was dat het Grondwettelijk Hof, dat toch uit conservatieve rechters bestaat, op maandag 19 december 2011 oordeelde dat onderdelen van de nieuwe, antiliberale mediawet tegen de grondwet verstoten zoals de verplichting voor journalisten om hun bronnen prijs te geven en informatie te bezorgen aan de door de regering gecontroleerde Mediaraad.
Op aanstichten van de groen-liberale oppositiepartij LMP betoogden duizenden mensen op vrijdag 23 december aan het parlement onder het motto ‘Een nieuw verzet, een nieuwe republiek’ tegen nieuwe plannen van minister-president Viktor Orbán die de ‘laatste nagel in de doodskist van de democratie’ wil kloppen. Met haar tweederde meerderheid in het parlement kan Fidesz nog heel wat andere wetten erdoor krijgen die het land volgens waarnemers in een ‘dictatuur’ veranderen. Het probleem daarbij is dat vele van die als ‘van kardinaal belang’ bestempelde wetten in toekomst alleen nog maar met een tweederde meerderheid kunnen opgeheven worden. De pas opgerichte oppositiebeweging ‘Szolidaritás’ plant massademonstraties in januari.
Stempel
Zelfs wanneer Fidesz ooit de macht zou verliezen, heeft ze door grote delen van haar partijprogramma in de wetgeving te cementeren haar stempel gedrukt op het land. Om nog maar te zwijgen van de bezetting van de sleutelposten in staat en maatschappij wat dieper doorwerkt dan het tijdelijke uitoefenen van de regeringsmacht. Wat beoogt Fidesz? Alvast de uitschakeling van de extreemrechtse oppositiepartij Jobbik, de concurrent ter rechterzijde. Met de (inmiddels na protest opgeheven) benoeming van de extreemrechtse auteur István Csurka tot directeur van het Nieuwe Theater in Boedapest en een mediawet en een grondwet die doordrenkt zijn van de traditionele waarden lijkt de regeringspartij de kiezers van Jobbik te willen paaien.
Fidesz wil het monopolie in het rechtse kamp. Maar neemt ze haar wensen niet voor werkelijkheid? Volgens opiniepeilingen van midden december zou de partij van Orbán nog maar op 35 % van de stemmen kunnen rekenen (tegenover 54 % bij de verkiezingen van april 2010). Jobbik daarentegen zou in de kiezersgunst klimmen. Een bewijs van de gekende zegswijze dat het origineel meer aantrekt dan de kopie?
Alarmbel
The Washington Post brandmerkte Orbán als een ‘Loekasjenko light’. Als zelfs zo’n gezaghebbende krant een lidstaat van de Europese Unie (EU) geestelijk op dezelfde lijn als Wit-Rusland plaatst, zouden de alarmbellen in Brussel moeten afgaan. Niet dat de internationale gemeenschap niets doet. Een delegatie van het Internationaal Monetair Fonds was midden december in Boedapest om te onderhandelen over kredieten voor Hongarije. Toen ze vernam dat de Hongaarse regering de Nationale Bank wil samenvoegen met een overheidsdienst voor financiële controle, pakte ze verontwaardigd haar biezen. Want zoiets zou een kruis maken over de onafhankelijkheid van de Nationale Bank.
Ook Europa slaakte al wat verbale protestkreten. De Europese Commissie wil nu ook het arrest van 19 december van het Grondwettelijk Hof nalezen. Marco Schicker, hoofdredacteur van de Pester Lloyd, een van de Duitstalige kranten in Hongarije, maakt zich geen illusies. Volgens hem is de mediawet zo elastisch dat de overheid nog altijd kan optreden tegen journalisten die niet in de pas lopen. Bovendien hebben de rechters hun arrest geveld op basis van de oude grondwet, terwijl de nieuwe op 1 januari 2012 in voege treedt. Het volstaat dat Fidesz de mediawet lichtjes aanpast en de nieuwe versie door het parlement sluist. Eventuele klachten zullen dan weinig of geen gehoor vinden bij een Grondwettelijk Hof dat volgend jaar in een nieuwe regeringsgezinde samenstelling zetelt. Veiligheidshalve heeft Schicker zijn online krant in het Europese buitenland laten registreren.
Zinnebeeld
Het oplossen van de eurocrisis slorpt de meeste energie van de EU op. Begrijpelijk. De economie vormt de onderbouw van de samenleving. Maar ook om cultuur en maatschappij als ‘bovenbouw’ moet Europa zich bekommeren: niet alleen Griekenland doet dienst als metafoor voor de financiële crisis, maar ook Hongarije als verzinnebeelding van gevaren die de democratie bedreigen. Maar dat het rommelt in datzelfde Hongarije geeft ook hoop. Zoals in vele delen van de wereld groeit er verzet tegen de belagers van de ‘open society’.
Dirk Rochtus
(De auteur doceert internationale relaties aan Lessius Antwerpen.)
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod






31/12/2011 om 14:02
M.i. is de Europese Unie helemaal niet geïnteresseerd om een democratisch deficit in één van haar lidstaten aan te pakken. de Unie is namelijk in hetzelfde bedje ziek. De dagelijkse leiding (Commissie en President van Rompuy) zijn niet democratisch verkozen. In de Raad nemen verkozen staatsleiders regelmatig beslissingen die niet door de naionale parlementen werden goedgekeurd en de enige Europese verkozenen des Volks hebben bijna geen macht.
Qua democratie moet je het van Europa niet hebben. Vraag maar aan de Ieren en de Grieken.
04/01/2012 om 18:09
De verkiezingen van april 2010 betekenden een politieke aardverschuiving in Hongarije. De socialistische partij Magyar Szocialista Pàrt (MSZP), die sinds 2002 aan de macht was, werd door de Hongaarse kiezer de laan uitgestuurd. De centrumrechtse partij van Viktor Orbán, Fidesz, behaalde een verpletterende overwinning en bemachtigde maar liefst 227 van de 385 zitjes in het Hongaarse parlement. Samen met de 36 zetels van de christendemocratische partij Kereszténydemokrata Néppárt (KDNP) beschikt de huidige coalitie over een tweederdemeerderheid. Uiteraard zijn de (niet sportieve) verliezers daarmee niet gelukkig. Zij doen dan ook al het mogelijke om het democratisch verkiezingsresultaat onderuit te halen, een kenmerkend trekje van alle antidemocratische en anarchistische stromingen. Zij wisten tienduizenden betogers samen te trommelen voor de zogenaamde “persvrijheid” in hun land. Laat ons evenwel eerlijk zijn, deze protestanten vertegenwoordigen slechts een opgejaagde minderheid van de bevolking die geenszins de democratisch verkozen meerderheid vertegenwoordigt. Het zijn “gedreven” pleitbezorgers voor een “totale” persvrijheid zonder morele principes, zonder bronvermelding, zonder eerbied voor traditionele waarden en zonder scrupules wanneer het erop aankomt personen te ridiculiseren en onze broze beschaving te ondergraven. Ik ben steeds geamuseerd verbaasd te zien hoe sommige Westerse schrijvelaars en politici aan deze “stimmungmachereien” meedoen. Het bewijs ligt voor de hand: zelden of nooit worden aan onze lezers en kijkers de objectieve achtergronden toegelicht - mét voorbeelden - die geleid hebben tot het aanpassen van de Hongaarse grondwet. Als u het mij vraagt mogen de grondwetten van menige Europese lidstaat bijgestuurd worden om verder maatschappelijk en economisch onheil te vermijden. Ondertussen is de linker arm van de Europese familie blijkbaar slechts in staat om holle en lichtzinnige woorden rond te slingeren over al wie orde op zaken willen stellen. Of is er in het avondland misschien geen orde op zaken te stellen? Alles gaat ons economisch en sociaal toch voor de wind, niet? Helaas houdt een deel van de Westerse pers het bij slogans en krachtwoorden zoals “de machtsmens Orban die de laatste nagel in de doodskist van de democratie” wil kloppen, een “reactionnaire geest”, een “dictator”, een “populist”, een “Loekasjenko light”, enz.
13/01/2012 om 12:26
@ Jan
Bij ons is de “dagelijkse leiding” (de regering) ook niet democratisch verkozen, maar ondehandeld door parijvoorzitters. Er zijn zelfs voorbeelden van ministers die ofwel gecoöpteerd werden of zelfs gewoon geronseld omwille van hun specialiteit.
Het is echter wel zo dat staatsliders op Europees nivau soms dingen doen die niet door hun parlement gedekt zijn.
Maar erger is dat een Europese rechtspraak van niet verkozen rechters soms moet in wetten omgezet worden, ook al willen de deelstaten dit niet.(Zie Salduzwet) Deze rechters oordelen principieel en souverein. Onze nationale rechters mogen enkel oordelen volgens wettelijke bepalingen die democratisch gestemd werden.De scheiding der machten ligt in Europa wel enigszins overhoop.