deredactie.be - OPINIE

‘If you can’t say something nice’

13 / 01 / 2012
‘… don’t say nothing at all’, was de wijze les waarmee Thumper in de film ‘Bambi’ werd opgevoed. Jarenlang gebruikten wij deze slogan in de opvoeding van onze kinderen (en hij werd ook wel eens tegen ons gebruikt). Je kinderen opvoeden tot lieve, aardige en beleefde personen was het streefdoel. Zo konden ze vroeg of laat meedraaien in de wereld van de volwassenen, waar deze waarden hoog aangeschreven stonden.

In de verhalen die ik schrijf voor kinderen laat ik de personages nergens gore vloeken of dodelijke beledigingen uitspreken. Er zijn zo veel andere manieren om duidelijk te maken dat iemand het niet eens is met iemand anders. Subtiel zijn is iets wat je moet leren, en daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Je hebt er een leven lang plezier van.

Geen mond vol tanden

De manier waarop mensen met elkaar omgaan, verandert. Kinderen zijn bijvoorbeeld mondiger dan vroeger. Zo zijn ze opgevoed en dat is goed. Ze mogen hun mening zeggen, ook als die niet overeenkomt met die van hun opvoeders. De tijd dat kinderen moesten zwijgen is gelukkig al heel lang voorbij. Die monddood gemaakte kinderen werden vaak volwassenen die hun hele leven lang slechts moeizaam hun mening konden verwoorden.

Kinderen van nu zijn vlot en hebben altijd een antwoord klaar. Ze groeien op tot volwassenen die nooit met hun mond vol tanden staan. Maar ik heb de indruk dat er ergens onderweg iets is fout gelopen. Mondig zijn is echt niet hetzelfde als brutaal of bot zijn, maar in de praktijk wordt het er regelmatig toe herleid. En helaas echt niet uitsluitend bij kinderen!

Bot, botter, botst

Als je boos of verontwaardigd of geërgerd bent, is het fijn om je hart te luchten. Dat doe je thuis of bij vrienden. Je klaagt over je collega, de vrouw aan de kassa of de bumperklever op de snelweg. Daarbij overdrijf je en gebruik je wel eens beledigende taal. Zolang de betrokkenen dat niet zelf te horen krijgen, is er misschien niet veel aan de hand. Je moet ook goed beseffen dat je heel eenzijdig bezig bent. Het lucht op, maar het is verre van objectief of neutraal. Het is kwetsend en niet bedoeld als vorm van communicatie.

En net dat ongenoegen horen we van verschillende kanten opborrelen. Karl Vannieuwkerke haalt in zijn blog uit naar de galspuwerij van lezers op nieuwssites, Annemie Peeters geeft aan dat ze dagelijks beledigingen in de bus krijgt. We zijn duidelijk de pedalen kwijt en publiek ons hart luchten is schering en inslag.

Beledigen als hobby

In de wereld van de volwassenen lijkt het alsof je niet meer kunt scoren met lief, aardig en beleefd te zijn. Wie niet scherp uit de hoek komt, laat zich de kaas van het brood eten. Gevat zijn is pas leuk als je er iemand anders mee voor gek zet. Hoe botter, hoe beter, lijkt het soms.

Wie dingen durft te zeggen die niemand anders durft uit te spreken, kan rekenen op mateloze bewondering en mediabekendheid. Vuil spuiten over bekende Vlamingen of ander loslopend wild is een gewaardeerd tijdverdrijf geworden dat beoefend wordt door grote groepen mensen en gesmaakt door nog veel meer anderen. ‘Die mensen hebben al lang eelt op hun ziel’, hoor je wel eens. Hopelijk wel, maar toch. Niemand vindt het leuk om uitgescholden te worden en dat is niet meer dan normaal.

Zeven keer nadenken

Kinderen nemen het taalgebruik over van de volwassenen om hen heen. Wat die doen, is in hun ogen normaal. Als pa achter het stuur steevast zware beledigende termen uitroept tegen de chauffeurs om hem heen, denken kinderen dat zoiets bij autorijden hoort. Al zijn sommige termen niet meteen duidelijk voor kinderen. Zo begrepen de kinderen van een Nederlandse vriend jarenlang niet wat er zo beledigend was aan de term ‘zakkenwasser’.

Misschien moeten we opnieuw onze toevlucht nemen tot oude trucjes als zeven keer je tong ronddraaien voordat je iets zegt. Of zeven keer je mail of tweet herlezen voordat je hem verstuurt. Of gewoon de oude les van Bambi weer in ere herstellen.

Een elementair onderdeel van volwassen worden is je in het standpunt van een ander kunnen verplaatsen. Wie dat doet, wordt vanzelf wat voorzichtiger. Want incasseren is een stuk moeilijker dan spuien. Dergelijk taalgebruik is een vorm van milieuvervuiling. Ik bescherm me ertegen door naar bepaalde programma’s niet te kijken, door bepaalde bladen en kranten niet in huis te halen. Ik wil me niet dagelijks urenlang lopen ergeren en dus probeer ik vindplaatsen met veel schadelijke uitstoot te vermijden. Als we dat met zijn allen doen, wordt de lucht misschien stilaan weer schoner.

Kolet Janssen is jeugdauteur en (pleeg)moeder van zes kinderen

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

7 Antwoorden op “‘If you can’t say something nice’”

  1. Wilfried Zegt:

    We kennen teksten van rappers die ze beter niet meer zouden “zingen”.
    Elke zichzelf respecterende standup comedian heeft steeds een knap arsenaal vulgariteiten en bannaliteiten in de aanbieding.
    Brusselmans’ en Boon al wel eens gelezen?
    Desgevraagd, luiden de antwoorden steevast “….moet kunnen….mensen begrijpen dat wel…. dat is wat ik voel….gevoel voor humor….. vrijheid van meningsuiting…

    Voor de verkiezingen beloven politici de kiezer hemel op aarde, en boren ze collega politici straal in de grond.
    Na de verkiezingen zeggen ze dat dat eigenlijk allemaal niet waar was, en dat we, hoe dan ook, toch zullen moeten afdokken en inleveren. Liefst zonder hen rekenschap te vragen over zoveel leugens.

    Militairen spreken van “friendly fire” waarmee ze bedoelen dat ze eigen mensen overhoop geschoten hebben. “Vredesmissies” blijken regelrechte oorlogen te zijn.

    Bedrijven “maximaliseren hun doelstellingen en winsten” waarmee bedoeld wordt dat er binnen de week een massa ontslagronde staat te wachten.

    Advocaten zeggen dat “wij” gewonnen hebben, en dat “jij” verloren hebt.

    Rechters geven 30 jaar straf, waarvan moordenaars er maar 7 moeten uitzitten.

    De paus noemt pedofilie een “ziekte” waarvoor we begrip moeten opbrengen.

    Banken die kinderen opzetten tegen hun ouders om meer zakgeld “te eisen” om op een “spaarrekening” te zetten, of vinden dat 60 plussers niet meer dan 100 euro van hun rekening mogen afhalen, om ze “tegen zichzelf te beschermen”

    Burgemeesters prediken over veiligheid, terwijl ze zichzelf lazarus drinken.

    BV’s klagen steen en been over privacy schendingen, terwijl ze riooljournalisten van sensatieblaadjes achterna hollen voor een “ernstig gesprek”

    Net zoals u, en samen met vele medeburgers (denk ik dan) erger ik me ook aan een verloederende samenleving.
    Naïeve proef op de som, ik knik vriendelijk een goededag of glimlach naar medeburgers in de file, op straat, op een terras, en …..krijg dikwijls een opgestoken middenvinger of een wijsvinger die tegen het voorhoofd gedrukt wordt, of een boekdelen sprekend wegdraaiend gezicht, of … tja….
    Ik denk er zo het mijne van, en wandel maar weer verder.

  2. Lieven Zegt:

    Zeer wijze tekst!

  3. Igor De Rycke Zegt:

    Ik zeg: goed gezegd!

  4. piet de bisschop Zegt:

    Vraag is ook waar ‘de media’ (ik weet het een grove veralgemening, maar toch) zich situeren (om nog maar van ‘de boekskes’ te zwijgen). We moeten daar ook niet naïef over doen : zij zijn internationaal geconcentreerd (ik schreef bijna geconcentrad) en hebben een grote invloed op structuur en mentaliteit.
    Het is immers niet alleen (voor mij zelfs in mindere mate) een kwestie van individueel gedrag. Het spel wordt slimmer gespeeld.

  5. Félicien Manon Zegt:

    Een mens vindt vreugde in een goedgekozen antwoord of uitlating, dus is er niets mis mee dat men uiting geeft van zijn gedachten, gevoelens en meningen en opkomt voor zijn belangen, maar dan wel op een manier die respectvol is naar jezelf als naar de ander. Spijtig genoeg zijn wij ook een flapuit samenleving geworden, waar alles wat gezegd kan worden, ook maar meteen gezegd moet worden, waar hufterigheid en misbruikte assertiviteit het hebben overgenomen van beschaafdheid en beleefdheid, want ook een spreken kent regels en luisteren nog meer. Dank U Kolet, voor je nagel op de kop opiniestuk.

  6. Van de Veken Zegt:

    Ik erger me ook blauw aan het taalgebruik van de mensen heden ten dage. Ik sta trouwens helemaal niet meer paf als ik kinderen van 12 jaar of jonger schuttingtaal of vloeken hoor gebruiken. Lachwekkend wordt het helemaal als je een gepensioneerd persoon die bijna van het zebrapad wordt gereden de bekende “F Y” hoort brullen. De oorsprong van dit probleem ligt vooral aan het veranderen van de maatschappij. Deze is al lang aan het devalueren van een sociaal en verdraagzaam model naar een model dat gedragen wordt door intolerantie, discriminatie en aggressie. Ik zeg u dat ALS de ouders van gezinnen NIET zouden begonnen zijn met 2 te gaan werken en zodoende dus steeds één ouder de de continuïteit van de opvoeding van hun kinderen zou zijn blijven behartigen we nu in een veel betere sociaal klimaat zouden zitten voor wat betreft “samenlevingsetiquette”. Nu blijven teveel jongeren zonder begeleiding en correctie op wangedrag omdat beide ouders ofwel afwezig zijn door hun werk ofwel volkomen opgebrand zijn door de altijd maar steeds opgevoerde werkdruk. De scholen blijven te ver af van het samenlevingspatroon van een gezin en kunnen hier niet positief in bijdragen. Daar komt dan ook nog bij dat een school in veel gevallen zelfs door de ouders tegengewerkt wordt als het er op aan komt om een beetje “beschaving” bij te brengen. We blijven de grenzen verleggen en we moeten mee “modern” worden maar geloof me de enige goede richting is een stapje terug zetten in de tijd…Terug naar “opvoeden” en “het meegeven van waarden” ipv van “alles kan en alles mag”…

  7. David Schoonbaert Zegt:

    Waar ik mij meer aan erger is mensen die zich met futiliteiten bezighouden ipv met belangrijke zaken zoals armoede, hongersnood en ga zo maar door.

Plaats een antwoord op het bericht