deredactie.be - OPINIE

De Arabische lente en de les van Irak

24 / 01 / 2012
Een jaar na het uitbreken van de zogenaamde Arabische lente vertoont het midden oosten een verbijsterende aanblik van allesoverheersende chaos terwijl op sommige plekken zelfs complete burgeroorlogen woeden die vreemd genoeg door niemand als zodanig worden betiteld. Terwijl van Tunesië tot Bahrein de vlammen van onrust en geweld uitsloegen werd in Irak door de Verenigde Staten vrijwel geruisloos de volledige terugtrekking voltooid van hun militaire apparaat. In het voor de Arabische regio turbulente jaar 2011 werd de berichtgeving over Irak ondergesneeuwd door ontwikkelingen in buurlanden die door velen in het westen werden geïnterpreteerd als democratische openingen.

Het is precies in deze contekst dat het grote belang van net Irak moet worden geplaatst omdat vele Arabische opinieleiders de oorsprong van de Arabische revolte van 2011 terugtraceren tot de omverwerping van het regime van de Irakese president Saddam Hoessein in 2003 dat vervolgens vervangen werd door een parlementaire democratie. De stand opmakend van de huidige situatie in Irak krijgt daardoor de functie van een politieke barometer die ons aanwijzingen kan geven over wat we in andere landen van de regio kunnen verwachten.

Democratisch proces verlamd

Terwijl de Amerikanen afgelopen jaar overal in Irak met veel officiëel vertoon hun vlaggen streken begonnen allerlei groeperingen in Irak alvast het vuur van de sektarische strijd op te stoken. Een dodelijke coctail van religieuze en ethnische passies, op sinistere wijze verweven met politieke ambities waarbij de democratisch gekozen Irakese politici eerder olie op dit gevaarlijke sektarische vuur lijken te gooien dan dat ze trachten de vlammen ervan te doven. Het democratisch proces in Bagdad lijkt verlamd en in de afwezigheid hiervan worden politieke geschillen om de macht wederom uitgevochten op straat. Deze situatie wordt nog verergerd doordat de Arabische lente in allerlei buurlanden sluimerende religieuze en ethnische geschillen aan de oppervlakte heeft gebracht waarmee zich het Irakese scenario lijkt te herhalen van ná 2003.

Gevaarlijk politiek vacuüm

In 2003 verdween het regime van Saddam Hoessein dat in essentie onder het vernis van de seculiere Baath-ideologie een soennitisch minderheidsregime was geweest dat de Irakese staat volkomen gecentraliseerd had omdat dit de absolute macht en controle van het regime garandeerde. Met het wegvallen van dit regime ontstond een gevaarlijk politiek vacuüm en werd de beerput geopend van onderlinge religieus-ethnische rivaliteit en haat. In een dergelijke situatie dient het leger in hoogste staat van paraatheid te worden gebracht maar de V.S. maakten de kapitale fout het Irakese leger net te ontbinden waardoor er ook nogeens een veiligheidsvacuüm ontstond dat al snel werd opgevuld door gewapende milities die elkaar op leven en dood bestreden. Wat tussen 2004 en 2007 ontaardde in een complete burgeroorlog die de in 2005 gekozen regering van Nuri al-Maliki volkomen vleugellam maakte.

Deze burgeroorlog werd uiteindelijk niet door Amerikaans vernuft beëindigd maar doordat de soennitische stammen in het noorden en oosten van Irak zelf al-Qaida begonnen te bestrijden die in hun soennitische regio’s een islamitisch emiraat had uitgeroepen. De soennitische stammen richtten de zogeheten “ Sahwas” op en begonnen met de Amerikanen samen te werken in hun strijd tegen al-Qaida en in het kader van het programma “ Zonen van Irak” werden honderdduizenden soennitische jongeren gerecruteerd die in ruil hiervoor van de V.S. maandelijks een financiële toelage kregen met de belofte dat ze na de burgeroorlog zouden worden geïntegreerd in het Irakese leger. De rust aan het noordelijke front stelde vervolgens de regering in Bagdad in staat om zelf militair af te rekenen met gewapende sjiietische milities in het zuiden waaronder het al-Mahdi leger van de radicale sjiietische geestelijke Muqtada al-Sadr.

Geen ontwapening van de milities

In deze jaren ontstond er binnen de Irakese democratie een gevaarlijke tendens die de verdere toekomst ervan zou bepalen. De gewapende milities, die elkaar tijdens de burgeroorlog genadeloos hadden afgeslacht leverden hun wapens niet in maar borgen ze tijdelijk op waarbij deze milities zichzelf ná de burgeroorlog transformeerden tot politieke partijen om in het parlement op verbale wijze hun oude strijd om de macht voort te zetten. Al deze jaren was de bange vraag of deze politici daadwerkelijk tot democratische inzichten waren gekomen of dat ze zich slechts “ democratisch gedroegen” onder druk van de zware Amerikaanse militaire presentie om na het vertrek van de laatste Amerikaanse soldaat het parlement weer onmiddellijk te verruilen voor de gewapende strijd.

Onmogelijkheid tot compromis

De soennitische minderheid had in 2005 de parlementsverkiezingen geboycot maar tijdens de verkiezingen van 2010 participeerden ze massaal wat terecht werd geïnterpreteerd als een stem van hoop en vertrouwen in de prille Irakese democratie. De verkiezingen werden echter gevolgd door een tien maanden durende politieke patstelling waarbij de diverse facties het maar niet eens konden worden over de nieuw te formeren regering. De gevoelige demografische situatie in Irak maakte het onmogelijk dat de winnende partijen samen een meerderheidsregering zouden vormen waarbij de andere partijen in de oppositiebanken zouden verdwijnen. Naar het voorbeeld van Libanon diende er een “ nationale” regering te worden gesmeed waarin alle partijen waren vertegenwoordigd wat van deze regering reeds bij haar geboorte een dood kindje maakte omdat de deelnemende partijen er totaal verschillende agenda’s op na hielden die compromissen sluiten praktisch onmogelijk maakten. Met als gevolg dat alle factoren, die in 2004 hadden geleid tot een burgeroorlog weer opdoken met thans als enige verschil de totale afwezigheid van Amerikaanse troepen.

Machtsconcentratie

De hele situatie werd nog verergerd door het gedrag van de Irakese minister-president Nuri al-Maliki die tevens de portefeuilles van Defensie, Veiligheid en Binnenlandse Zaken beheert wat een gevaarlijke concentratie van macht vormt in de handen van één man omdat hierdoor zowel leger, veiligheidsdiensten als politie onder de directe controle staan van de sjiietische al-Maliki. Deze al-Maliki is recentelijk een ware heksenjacht begonnen tegen hooggeplaatste soennitische politici waarvan een aantal naar de Koerdische autonome provincie zijn gevlucht om berechting in Bagdad te voorkomen. Sindsdien boycotten soennitische politici de parlementszittingen en in deze politieke impasse is het geweld op straat weer opgelaaid. Drie soennitische provincies hebben reeds aangekondigd autonomie na te streven naar het voorbeeld van Irakees Koerdistan terwijl er in enkele olierijke sjiietische provincies in het zuiden over gelijke stappen wordt nagedacht.

Irak veranderde na 2003 in een democratie waarin vele politici geen democraten maar voormalige militieleden waren. Het hieruit voortvloeiende politieke machtspel verlamde de staat omdat de nieuwe machthebbers de neiging bleken te hebben het gedrag van voormalig dictator Saddam Hoessein te imiteren. Diens dictatoriale regime bleek in staat Irak met harde hand bijelkaar te houden maar de democratische openheid na 2003 leidde tot een politieke impasse die weleens de voorbode zou kunnen zijn van een geleidelijke desintegratie van de Irakese staat. Omdat democratie de aanwezigheid veronderstelt van de moeilijk definieerbare “ democratische gezindte” bij afwezigheid van welke vrije verkiezingen resulteren in de paradoxale situatie van parlementen zonder democraten. Het is de les van Irak voor de rest van de regio.

Martin Janssen

(De auteur is arabist en woont in Damascus.)

éAllen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Plaats een antwoord op het bericht