deredactie.be - OPINIE

Extreemlinks onder Duits vergrootglas

02 / 02 / 2012

De kritiek op de Duitse veiligheidsdienst is niet mals. Hij heeft al zoveel steken laten vallen dat sommige politici in Duitsland zelfs voor de afschaffing ervan pleiten. Kwijt hij zich nog wel van zijn taak, de grondwet beschermen, zoals zou moeten blijken uit zijn officiële naam ‘Verfassungsschutz’?

Neonazi’s

Een schreeuw van verontwaardiging steeg in november van vorig jaar op in Duitsland en tot ver voorbij de landsgrenzen toen bleek dat de Verfassungsschutz de leden van een neonazistische terreurcel jarenlang ongehinderd hun gang had laten gaan. De neonazi’s hadden met het vermoorden van tien Duitse Turken een bloedig spoor getrokken door de Bondsrepubliek. De Verfassungsschutz kreeg de terroristen wel in het vizier, maar had verzuimd een link te leggen met de slachtoffers. Het falen van de veiligheidsdienst in de strijd tegen extreemrechtse terreur bracht het imago van Duitsland wereldwijd zware schade toe. Een parlementaire onderzoekscommissie moet nu opheldering verschaffen over wat en waar het fout liep bij het Bundesamt für Verfassungsschutz, zoals de dienst voluit heet.

Uitgedaagd

In januari was het weer prijs, toen aan het licht kwam dat de veiligheidsdienst 27 federale en 11 regionale parlementsleden van ‘Die Linke’ in de gaten hield. Die partij reageerde furieus op het nieuws. Ook politici van meer ‘gevestigde’ partijen stellen zich vragen over zin en onzin van de observatie van Die Linke door de veiligheidsdienst. Sommige commentatoren en analisten vinden dat de dienst beter wat meer aandacht zou besteden aan het extreemrechtse gevaar dan Die Linke als parlementaire uitdrukking van extreemlinks onder een vergrootglas te leggen.

De Verfassungsschutz ‘observeert’ zowel extreemlinks als extreemrechts – misschien het ene al wat meer dan het andere, ook daarover gaat de discussie – en dat valt te verklaren vanuit de ontstaansgeschiedenis van de Bondsrepubliek. Toen ze in 1949 opgericht werd, was de oorlog nog maar vier jaar voorbij. Het misdadige naziregime lag nog vers in het geheugen. Pogingen tot een nieuwe extreemrechtse ‘Machtergreifung’ moesten in de kiem gesmoord worden (ook al ging het in 1933 niet zozeer om een greep naar de macht door Hitler, maar om een onstuitbare machtsverwerving na zijn benoeming tot rijkskanselier). Tegelijk voelde de Bondsrepubliek zich als ‘vertegenwoordiger’ van Duitsland en als democratie naar Westers model uitgedaagd door de DDR, die andere Duitse staat op het territorium van het opgedoekte Rijk, een staat die op de koop toe het socialisme in het vaandel droeg.

De stichters van de Bondsrepubliek wilden daarom niet alleen de extremisten van rechts bestrijden die hun inspiratie bij het Derde Rijk haalden, maar ook extremisten van links die als vijfde colonne van de DDR golden. De Bondsrepubliek moest een ‘streitbare Demokratie’ zijn, een ‘wehrhafte Demokratie’, die zich weert tegen haar vijanden van uiterst rechts en van uiterst links. In de jaren ’50 voegde ze de daad bij het woord door de extreemrechtse Sozialistische Reichspartei (SRP) en de extreemlinkse Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) te laten verbieden. Sindsdien zijn er weer nieuwe extremistische partijen opgedoken zoals de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD), een partij van neonazistische signatuur zelfs.

Verschillende politici pleiten voor een verbod van de NPD, maar dat kan alleen onder strikte voorwaarden zoals de rechtsstaat die oplegt. Als die niet gerespecteerd worden, brengt een partijverbod de democratie meer schade toe dan het voortbestaan van de partij zelf, hoe verwerpelijk haar gedachtegoed ook moge zijn.

Donkerrood

Bestaat er aan de extreme linkerzijde een equivalent? Hier duikt de naam van ‘Die Linke’ op. Maar de meningen over het extreme karakter van deze linkse partij zijn verdeeld. In de ogen van vooral christendemocratische politici (CDU en CSU) is Die Linke zonder twijfel extreemlinks, zeker omdat ze in haar schoot een aantal radicale organisaties herbergt of omdat sommige van haar mandatarissen zich al eens durven bezondigen aan extremistische uitspraken. Centrumlinkse politici zoals we die vinden bij de sociaaldemocratische partij (SPD) koesteren niet veel sympathie voor hun donkerrode concurrent, maar zijn niet geneigd Die Linke als een gevaar voor de grondwettelijke orde te beschouwen omdat ze tenslotte toch haar oorsprong vindt in een humanistische filosofie.

Die Linke heeft haar verleden niet mee. Ze is eigenlijk de opvolgster van de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED), de ‘leidende partij’ van de DDR. Niet lang na de val van de Muur veranderde de SED onder impuls van hervormingsgezinde krachten haar naam in ‘Partei des Demokratischen Sozialismus’ (PDS). Die partij bleef wel trouw aan de marxistische beginselen en zette vanaf 1990 sterke resultaten gaande tot 20 % neer bij de verkiezingen in de Oost-Duitse deelstaten. Maar intern werd ze verscheurd door de strijd tussen realo’s en ‘fundis’, tussen respectievelijk hervormers en fundamentalisten.

Maatschappijmodel

In 2007 fusioneerde de PDS met het West-Duitse WASG, een verzamelbekken van linkse groeperingen, tot Die Linke. Volgens centrumrechts is Die Linke nog altijd een doorslag van de SED, een ‘Schutzraum für die alten Kader’ (‘beschermruimte voor de oude kaders’), aldus Volker Kauder, voorzitter van de Bondsdagfractie van de CDU/CSU. Verschillende functionarissen van Die Linke treuren nog altijd om het verdwijnen van de DDR of verdedigen zelfs de bouw van de Muur in 1961. Dat zijn natuurlijk uitspraken die in het verkeerde keelgat schieten bij de vertegenwoordigers van het establishment. Maar er zijn ook meer gauchistische krachten die bijvoorbeeld als lid van links-radicale groeperingen binnen Die Linke zoals Kommunistische Plattform of Marxistisches Forum, oproepen lanceren om ‘het systeem omver te werpen’ of ‘de heersende klasse haar economische hefbomen te ontnemen.’ Voor Jochen Bittner (Die Zeit, 25.01.2012) een afdoende reden om alleen al als preventieve maatregel ‘tegen de grondwet gerichte streefdoelen’ op tijd op te sporen. Mariam Lau spreekt haar collega tegen: ‘Gekozen volksvertegenwoordigers van een toegelaten partij hebben het recht om op vreedzame wijze naar een ander maatschappijmodel te streven.’ (Die Zeit, 26.01.2012).

Klacht

De Verfassungsschutz verdedigt zichzelf met het argument dat hij geen spionageactiviteiten zoals het aftappen van telefoons verricht, maar zijn gegevensbank slechts voedt uit ‘open toegankelijke bronnen’ zoals artikels en toespraken van de bewuste parlementsleden. De Wet op de Veiligheidsdienst laat hem toe deze informatie te verzamelen wanneer hij meent ergens een bedreiging te bespeuren voor de ‘freiheitliche demokratische Grundordnung’ van de Bondsrepubliek. De Verfassungsschutz beroept zich verder op een arrest uit 2010 van het Federaal Administratief Gerecht van Leipzig. Daarin werd gesteld dat het observeren van een bepaalde mandataris van Die Linke toegelaten was voor zover dit niet sloeg op zijn parlementaire activiteiten en voor zover de informatie inderdaad geput werd uit ‘open bronnen’. Hans-Peter Friedrich (CSU), de federale minister van Binnenlandse Zaken, wil de criteria voor het toelaten van observatie verfijnen. Alleen parlementsleden met een ‘buitengewone positie’ of die lid van extremistische onderdelen van de partij zijn, zouden er nog voor in aanmerking kunnen komen. Die Linke vecht de observatie aan en wil een klacht indienen bij het Grondwettelijk Hof in Karslruhe.

De hele kwestie toont aan het niet zo vanzelfsprekend is in Duitsland om op evenveel afstand te gaan tegenover extreemlinks als tegenover extreemrechts zoals sommige conservatieve academici als een Eckhard Jesse stellen (theorie van de Äquidistanz). Boude uitspraken op het kantje van het gevaarlijke af worden er ook gedaan door extreemlinkse politici. Misschien ligt de grens daar waar geweld begint, zoals Mariam Lau meent? Maar sommige uitspraken kunnen ook – figuurlijk - geweld zijn waar ze tot geweld aanzetten.

Dirk Rochtus

(De auteur doceert Duitse culturgeschiedenis aan Lessius Antwerpen.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

1 Antwoord op “Extreemlinks onder Duits vergrootglas”

  1. Joseph Zegt:

    Na 1918 was er in D en in heel Europa een sympathie voor extreemrechts.In een 10 tal landen was radicaal-rechts aan de macht.In D waren er wel een 200 tal politieke moorden van zowel links als rechts.Linkse moordenaars werden gemiddeld 5 maal harder gestraft als rechtse misdadigers.Hitler kwam na zijn mislukte staatsgreep in 1923 voor 25 jaar in de gevangenis maar werd reeds na 9 maanden vrij gelaten wegens goed gedrag.In het pro rechtse klimaat van die tijd werd de weg voor Hitler geeffend.De politieke instabiliteit tijdens de Weimar republiek deed de rest.De gemiddelde duur van een regering bedroeg er slechts 8 maanden.
    Na de oorlog is het de rechtse NPD een 10 tal keer gelukt om in een deelstaatparlement de 5% drempel te nemen maar geen enkele keer zijn ze erin geslaagd om na 5 jaar er bij de volgende verkiezing weer in te geraken.De Duitsers hebben van rechts genoeg gehad.Ze zijn nog altijd voldaan.

Plaats een antwoord op het bericht