Het ligt al weer een paar dagen achter ons, maar filosofen houden zich per definitie niet met de waan van de dag bezig, dus liet ik het nieuws wat besterven: dat van de gedreven Dendermondse politierechter Peter D’Hondt, die een verkeerszondaar veroordeelde tot het lezen van het boek Tonio van A.F.Th.van der Heijden. Geeft de 30-jarige dader daar geen gevolg aan, dan is hij zijn rijbewijs voor drie jaar kwijt.
Moeder, waarom lezen wij?
Een gamma van meningen hierover vulde zoals steeds de opiniebladzijden: goedkeurend geknor viel te noteren bij de bibliofielen (“Eindelijk wordt de opvoedkundige waarde van literatuur erkend!”), terwijl sceptische geluiden weerklonken bij… andere bibliofielen (“Een boek moet een geschenk zijn, geen straf!). De schrijver zelf etaleerde een gepaste trots, of dacht misschien gewoon aan de meerverkoop dankzij het vonnis.
De uitspraak van Peter D’Hondt raakt hoe dan ook een cultuurthema van de eerste orde: moeder, waarom lezen wij? Maakt het boek ons vrij, of is het een instrument van verknechting, manipulatie, indoctrinatie? Zijn boeken niet altijd al objecten geweest die ons tamelijk dwingend tot de orde roepen en bij de les houden? Van de bijbel, over het wetboek, tot het kookboek. O ja, op school heb ik nog, bij wijze van straf, met een encyclopedie op mijn hoofd een uur stil moeten staan: dat dit mij verstandiger zou maken, bleek ijdele hoop.
En hebben we niet allemaal die vervloekte “schoolauteurs” tot ons genomen, verplichte literatuur die we trachtten te ontlopen via geleende samenvattingen? En, algemener nog, lezen wij niet vooral omdat we moéten lezen,- de krant (om bij te blijven), reglementen (om ze te respecteren), handleidingen (om apparaten te doen werken), facturen (om ze te betalen),… boeken (om verstandig te lijken)?
Het Boek der Boeken
Politierechter Peter D’Hondt keerde dus, wellicht zonder het te beseffen, terug naar de oorspronkelijke missie van het boek,- een missie die door de roman en de poëzie werd verdoezeld: het gaat om gebods- en verbodstekens, die omslaan in straf en kwelling als ze overtreden worden. We vergeten al te licht dat Johannes Gutenberg omstreeks 1450, na een paar opwarmoefeningen (zoals het drukken van aflaten voor de Kerk), de lettergieterij op punt stelde om de Bijbel beter te verspreiden. Ondanks alle euforische beschouwingen rond de Europese boekdrukkunst, als “hoogtepunt van de renaissance”, “aanloop naar de Verlichting”, “absoluut beginpunt van de moderniteit”, en dies meer, gaat het dus eigenlijk om de technische perfectionering van een religieus dogma.
De drie zogenaamde” boekgodsdiensten” (Jodendom, Christendom en Islam) zijn historisch en inhoudelijk met elkaar verbonden. Ze onderscheiden zich van alle andere religiën door hun onderwerping aan één oppergezag (het monotheïsme) en een tekstuele obsessie (het Boek bevat alle waarheid én alle voorschriften). Dat is een enorme last die we nog steeds met ons meesleuren, en die aan elk boek kleeft, fictie of non-fictie: we lezen om te leren, te onthouden, en te gehoorzamen. De Thora, de Bijbel, de Koran: verschrikkelijke teksten zijn het, waarachter een monarch schuilgaat die zich alleen in schaduwen toont, om ons beter te terroriseren. Een van die schaduwen is het Boek der Boeken.
Het boek als depressivum
Nooit heeft het boek zich van die oorsprong kunnen ontdoen: de gedrukte tekst is in se prescriptief, elk boek is, ongeacht de inhoud, een handboek voor de lezer én een inprentingsmachine. Het laat zich niet zomaar doorbladeren,- het bevat integendeel instructies, een gebruiksaanwijzing die ons moet beletten om de tekst te mislezen. Met de bijbel als absoluut model, pretendeert het boek ons leven een richting te geven, te beleren, al was het maar over de manier om een soufflé te maken, en dat vergt een lecturale onderwerping, een lees-discipline die ons vanaf het eerste studiejaar wordt ingelepeld.
Daarbij horen sancties. De nagel van onze scherprechter snijdt hout: wie niet horen wil, moet voelen. Wie niet lezen wil, zal het toch doen, en dan liefst zo pijnlijk mogelijk. Tonio is dan ook helemaal geen aangenaam boek, integendeel. Het is een depressivum, een rouwdagboek van een man die door schuldgevoelens wordt verteerd: het is een kwellend relaas van een zelfkweller. Het gaat ook niet over het verkeer of verkeersslachtoffers, noch over snelheidsduivels. Het is veeleer de zelfbeschrijving van een tristesse die besmettelijk blijkt. Ik ben in de helft gestopt, ik kon het niet meer aan, het deprimeerde me. Tonio is een marteltuig. Zwevend tussen fictie en non-fictie (zoals de Bijbel trouwens), ervoer ik het steeds meer als een virale aanval op mijn mentale integriteit.
Met Tonio heeft A.F.Th.van der Heijden trouwens zijn critici definitief de adem afgesneden: niemand kon of durfde iets onheus zeggen over dit requiemboek, uit respect en piëteit. Noemen we dit emotionele chantage? Een ultieme psychologische usurpatie van de lezer?
En… is er een boek denkbaar dat de status van dwangmatig depressivum en marteltuig overstijgt?
Het boek-van-plezier
In 1973 publiceerde Franse filosoof Roland Barthes zijn essay “Le plaisir du texte”, waarin de genotsfactor van schrijven én lezen wordt gereleveerd. Barthes verwerpt het academisme en elke leerstelligheid, en pleit voor een autonome tekst die zweeft, connecties maakt met andere teksten (tot een “intertekst”), ruimte laat voor dubbelzinnigheid, verdraaiingen, verdichtingen, variaties. Dat is pure poëzie, hoor ik u zeggen. Juist: zijn teksthedonisme voert ons naar een anti-bijbel die niet meer dient om gelezen of begrepen te worden, maar om rechtstreeks de G-zone in de hypofyse aan te spreken, het hersendeel waar de endorfine wordt aangemaakt, alias het gelukshormoon.
Op dat moment verliest het boek elke symbolische waarde van bijsluiter, het wordt puur genotsmiddel. Als we de lijn van Barthes doortrekken zou een boek best van speculoos en marsepein kunnen gemaakt worden. We zouden het dan letterlijk kunnen verslinden, in plaats van metaforisch. Ook allerlei zogenaamde tekenen van barbarij, zoals de boekenverbranding, vallen dan onder dat streven naar onmiddellijke consumptie: een verbrand boek geeft warmte, en dat komt ons in koude tijden goed van pas. Al bij al is het boek slechts een versneden Buche, namelijk een stuk brandbaar beukenhout.
Het boek-van-plezier is uiteindelijk ontploft –al zal dat nooit de bedoeling van Barthes geweest zijn- in de pornografie, een lelijk woord voor een anti-genre dat enkel en alleen nog genot wil opwekken. Gezonder dan drugs, verteerbaarder dan Prozac,- wie kan er tegen zijn, behalve uiteraard de verspreiders van het Boek der Boeken?
De rotonde van Zele
Wie nog verder wil gaan dan de pornografische gelukslectuur, en zou opperen dat ook dit een vorm van manipulatie is, kan ik enkel nog de ont-lezing aanbevelen. Het boek weigeren in al zijn vormen: wetboek, handboek, krant, kookboek, boekske, zelfs aftrekboek.
Het eeuwige gezeur over de jeugd die “niet meer leest” of “niet zonder fouten kan schrijven”, gaat misschien wel over een ontlettering die ons losmaakt van een eeuwenoude tekstfixatie met een religieuze achtergrond. Een heidens-orale cultuur zou veel zuurstof brengen in deze verstikkende boekenmaatschappij. Het internet kan ons losmaken van het boek als object, maar de ontlezing gaat veel verder: teksten zijn op zich maar dwaaltekens die ons van het leven afleiden, ook als ze op een computerscherm staan.
In die zin zie ik de zondaar, berecht door Peter D’Hondt, meer als een slachtoffer dan als een dader. Meer als een symptoom van een ontregeld, neurotisch convivium van dwangarbeiders, dan als een verbreker. Want wat was nu eigenlijk het misdrijf van die onbenoemde verkeerscrimineel? Heeft hij een kind doodgereden, pleegde hij vluchtmisdrijf? Neen, hij reed rondjes op de rotonde van Zele! Iets tussen joy-riding en de gekke sprongen van een kat in een kooi. Zo iemand een treurdicht van 632 bladzijden laten lezen, dat is als een drenkeling een handboek zwemmen toegooien. Een zinloze kwelling.
De straf is pervers, niet de zonde. De rotonde is waanzinnig, niet de rondjesrijder. De verkeerscode is een verre afgeleide van de Goddelijke wet, dus is het aan de libertijn om hem te ontlezen. Over die clash zal het gaan, de komende decennia. Daar zal ook bovenstaande tekst niets aan veranderen.
Johan Sanctorum
(De auteur is filosoof en publicist.)
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod






02/02/2012 om 12:46
Onbegrijpelijk hoe sommigen een lange tekst kunnen uitschrijven. In elk geval begrijp ik er niet veel van. Ce qui se … aisément.
02/02/2012 om 17:14
Vreemde gedachtengang die ik niet kan volgen en niet begrijp.Het zal wel aan mij liggen.
02/02/2012 om 19:44
Geachten, wat de vorige commentatoren niet is gelukt. Mij wel. Eindelijk lees ik iets over de straf van rechter Dhondt, wat ik van het eerste moment zelf al dacht; Ik heb het boek Tonio niet gelezen, ik had een sterk vermoeden wat het was, had trouwens de recencies gelezen. Wat ik van anderen hoorde heeft het niets met verkeersopvoeding te maken, nog met verkeeersovertreders, de chauffeur had geen schuld. Mijn eerste idee was, een straf moet uitvoerbaar zijn. Een derdigjarige die rondjes rijdt op een rotonde is geen lezer en hij zal dus het boek niet lezen. Een samenvatting kan hij overal vinden.
02/02/2012 om 22:08
Als vader van een overleden kind door verkeersagressie heb ik het heel moeilijk met zulk intellectueel gebazel. Rechter D’Hondt heeft de aartsmoeilijke opdracht om de vele eikels in het verkeer krachtdadig te berechten. Dat blijft in onze moderne maatschappij een aftasten en zoeken naar een gepaste sanctie. De auteur en alle lezers van dit bericht kennen allicht enkele van die verkeersidioten in hun buurt die vroeg of laat ravages aanrichten.
Acht jaar geleden werd mijn enig kind weggemaaid door zo’n verkeers-agressor, een gekende joy-rider uit het dorp !! Zullen we de definities van ’slachtoffer’ en ‘dader’ toch maar even op z’n plaats houden voordat ik hier helemaal misselijk word…
02/02/2012 om 23:16
Hoed af voor deze bijdrage, én Peter D.. Maar ik wou dat ik de hoed van Merlijn ophad en ophield. Met een boek tover je geen mensen om, want ‘begrijpend lezen’ zal hier wel moeilijk te testen zijn. Misschien moeten we het signaal van de politierechter wel begrijpen als een eerbetoon aan alle slachtoffers, en een uitnodiging daartoe. Beschaving sla je er niet met stokken in, ook niet in het verkeer. Dit vonnis was vooral een uitnodiging tot pedagogie en empathie - denk ik toch. De trage weg, maar misschien de betere, want gevangenissen bij bouwen zal hier ook niets verbeteren. Het “oud ijzer” - die stoere auto’s in beslag nemen en verbeurd verklaren, dàt lijkt me wél een afschrikking voor wie het boekje te buiten gaat.
Eén voorbehoud: een boek lezen zou eigenlijk nooit een straf mogen zijn. Dus was het enkel als “huiswerk” bedoeld ?
04/02/2012 om 07:48
Inhoudelijk stelt deze bijdrage niets voor - ze zwelgt alleen maar van werkwoorden én taalfouten. Typisch Sanctorum. Oeverloos. Maakt geen punt. Bijna altijd onleesbaar. Gesjeesd filosoof van het derde knoopsgat. Ontlettering die leidt naar een ‘heidens-orale’ cultuur (sic)? Het heidendom zoals anderen dat ooit beleden hebben, bedoelt u?
04/02/2012 om 17:24
Ik snap eerlijk gezegd niet wat er zo moeilijk en onbegrijpelijk is aan de tekst van Johan Sanctorum. In tegenstelling: zoals altijd gaat de man ferm rechtdoor en (soms) zeer kort door de bocht.
In essentie haal ik dit eruit: het idee om een lang en treurig boek als verplichte lectuur op te leggen aan een “crimineel” (nu ja), herinnert ons eraan dat boeken nu eenmaal altijd autoriteit uitstralen, en dat libertijnen (sic) dus niet anders kunnen dan het boek an-sich met groot wantrouwen bejegenen.
Moeten we daarom boeken verbranden? Ik betwijfel het. Om te beginnen is JS ook een schrijver, en zelfs een met een gesofistikeerde stijl en gedachtegang. Gaat hij zijn eigen geschriften op de brandstapel gooien? Welke maatschappijkritiek gaan we nog kunnen formuleren zonder de schriftuur? Voorts ben ik dan meer voor de piste van Roland Barthes: er bestaat ook zoiets als een plezier aan de tekst, die men als schrijver én als lezer kan hebben.
Alle begrip voor Luc Lowel: wie een kind heeft verloren aan het autoverkeer, zal weinig boodschap hebben aan de nauwelijks verholen sympathie van Sanctorum voor de rotondeheld (of moet ik zeggen: martelaar?).
Toch is dit stukje een eye-opener en doet het nadenken. Waarmee het nut van geschreven teksten onomstotelijk bewezen is. En van een blog zoals deze.