deredactie.be - OPINIE

Pers en oorlogstijd

22 / 02 / 2012
Op een dag, niet zo lang voor ik afscheid nam van de omroep, vroeg een jonge collega of ik hem mijn dossiers, bronnennetwerk en plaatselijke contacten wilde overdragen. Het was niet voor het eerst dat mijn adressenboekje werd gevraagd en weer moest ik de verzoeker met lege handen terug sturen. Ik had in al die jaren nooit zelfs maar een fixer, de duivel-doet-al die de modale journalist in wilde streken voorziet van alles wat hij of zij behoeft: een droogje en een natje, contacten, introducties en, bovenval, verhalen. De Golfoorlog van 1991 had me wantrouwig gemaakt. Alle fixers die ik toen, tijdens mijn verblijf van tien weken in Amman, observeerde waren Palestijnse sympathisanten van Saddam Hoessein. Ze vormden, zoals elders, een hecht, informeel syndicaat. Het is een lucratief bedrijf waarin wordt geanticipeerd op de vraag.

Het belang van de publieke opinie

Het is een gemeenplaats dat de pers in elk conflict een belangrijk wapen is en dat de strijd niet alleen op het slagveld wordt gevoerd, maar ook in de ether en met de pen. De strijdende partijen proberen de publieke opinie voor zich te winnen, want daar hangt veel van af. In tijd van oorlog zijn alle middelen gewettigd en bijgevolg vieren propaganda en desinformatie hoogtij. Naar het woord dat wordt toegeschreven aan de Amerikaanse senator Hiram Warren Johnson, ‘the first casualty when war comes is truth’.

Dat Saddam in 1991 op aanzienlijk meer sympathie kon rekenen dan zijn Syrische ambt- en partijgenoot Assad vandaag lag aan de overmacht van de tegenpartij en de verdenking dat die de controle beoogde over de olie en de onderwerping van de Arabische wereld. Saddam zou in de jaren die volgden zijn underdogpositie met veel succes blijven exploiteren. Voor de oorlog om Koeweit had hij een afschrikwekkend voorbeeld gesteld door een buitenlands journalist te laten opknopen. Hij liet de bezoekende pers flankeren door zijn agenten die alles zorgvuldig in de gaten hielden en gidsten naar de gewenste verhalen. Het Saddam Children Hospital in Bagdad was een van die voorspelbare bestemmingen. Het toppunt was dat deze officiële fixers voor hun ‘diensten’ moesten worden betaald a rato van 100 dollar per dag. De tegenpartij was niet veel beter. Journalisten werden ‘ingebed’ in legereenheden of alleen de ‘goeden’ mochten mee, zoals in de Falkland-oorlog.

al-Jazeera als politiek instrument

De satelliettelevisie maakte een einde aan de controle van potentaten over het nieuws, al was die nooit waterdicht geweest want zelfs in Irak of het Afghanistan van de Taliban werd stiekem geluisterd naar radio Montecarlo of de BBC. De satelliet veroverde de huiskamers van de laatste gesloten bastions met programma’s die eindelijk spannend waren en verspreidde er het afgelopen jaar het vuur van de revolutie De zender in kwestie, al-Jazeera, is niet alleen immens populair maar ook het politiek instrument van het kleine maar bodemloos rijke Qatar. Aangezien de zender opkomt voor de goede zaak schijnt het onbelangrijk dat zijn broodheer een absoluut monarch is die op geen enkel moment door revolutie werd verontrust.

Het viel ook niet echt op dat de revoluties succesvol waren in landen waar de heersers onder Westerse druk de teugels van de persvrijheid enigszins hadden gevierd. Moebarak leefde al tien jaar met sporadische kritiek in de Egyptische pers toen hij door de omwenteling werd verrast. Toeristen konden na een duik in de Rode Zee of het bezoek aan een tempel naar Westerse zenders kijken. De camera’s zouden nooit in bosjes op Tahrir hebben gestaan zonder de piramides. In Iran, waar het gevaar van de internationale media-aandacht goed werd begrepen, werd het buitenlands perskorps de deur gewezen bij het begin van het protest tegen de frauduleuze herverkiezing van Ahmadinejad in juni 2009. Door de media te verdrijven slaagden de ayatollahs uiteindelijk in de onderdrukking van de oppositiebeweging. Syrië, Iran’s enige Arabische bondgenoot maakt vandaag dankbaar gebruik van hun expertise.

Strijd tussen reële machten

Het verhaal van de revolutie had van bij het begin manicheïstische trekken. Er woedde een strijd tussen Goed en Kwaad, tussen onderdrukker en onderdrukte, macht en machteloosheid. Zo was het zeker in de aanvang en daardoor voelde de pers, die zich oriënteerde op al-Jazeera, zich ontslagen van de plicht tot onpartijdigheid. Maar toen de Moslimbroederschap, die zich afzijdig had gehouden, op de wagen sprong werd de revolutie een confrontatie tussen reële machten. De verhaallijn van de revolutie veranderde nochtans niet wezenlijk en dat effende het pad voor een militaire interventie in Libië. Dat was een andere ingrijpende factor, maar ook die wijzigde de perceptie nauwelijks. Nu de NAVO officieel succesvol is geweest kijken we wat weg van het niet zo verkwikkend resultaat in Libië. We kijken ook niet overdreven aandachtig naar Jemen of Bahrein. Dat komt ondermeer omdat de grote internationale netwerken bepalen waar de focus op staat.

Ziften als een goudzoeker

Bovendien woedt de revolutie nu volop in Syrië, een land dat zich sluit voor de internationale pers. Wie ooit ‘Israël’ had verslagen kwam er ook in het verleden niet in. Het regime wantrouwt de internationale media en moet van hen bijgevolg niet veel sympathie verwachten. Al snel veranderde Bashar al-Assad van een ‘hervormer’ in een bloeddorstige tiran. Zijn weinig verrassend discours over wat in zijn land gebeurde (‘een gewapende opstand’, een ‘buitenlandse samenzwering’) werd als totaal ongeloofwaardig afgedaan omdat dictators nu eenmaal ook leugenaars zijn. Toch loog hij niet over de hele lijn en werd hij in sommige belangrijke wereldhoofdsteden geloofd. Voor de pers komt het er in zo’n situatie op aan om als een goudzoeker te ziften, maar dat gebeurt niet altijd nauwgezet en over de Syrische revolutie worden nogal wat appelen voor citroenen verkocht. Er is niet altijd een bekommernis om evenwicht of waarheid en desinformatie, propaganda, halve en hele onwaarheden vermomden zich als nieuws.

Doordat het conflict zich afspeelt ‘achter gesloten deuren’ is de situatie bovendien ideaal voor intriges en (geheime) buitenlandse inmenging. Dat roept om een duiding vanuit een breed internationaal perspectief. Veel meer nog dan in Libië dreigen noodlottige gevolgen bij een ondoordachte militaire actie, gebaseerd op zuiver emotionele, al dan niet door de media aangewakkerde gronden. Het is niet makkelijk om aan de verleiding te weerstaan. De voorbije twintig jaar hebben de media onder commerciële druk toenemend ingezet op people, anekdotiek, sensatie en sentiment. Onvermijdelijk kwijnde de interesse weg voor de brede samenhang tussen wat Donald Rumsfeld verrukt de ‘schijfjes werkelijkheid’ noemde. Toch blijven de implicaties van de Syrische revolutie zo zwaarwichtig dat van de journalist grote omzichtigheid en kritische zin wordt vereist, naast inzicht en perspectief. Het is niet zeker of die kwaliteiten het voorbije decennium altijd met overgave zijn gecultiveerd.

De toekomst van de media op het spel

Een journalist kan alles bewijzen en elke snaar betokkelen, maar wat als het publiek weten wil wie precies in dit strijdperk staat, welke oorlog er onder deze confrontatie schuilgaat, wie welke diepere dynamiek manipuleert en waarom? Met de voorlichting over het Syrisch schimmentheater staat ook een beetje de toekomst op het spel van de media zelf. Ook bij de media speelt een diepere dynamiek en een breder conflict. Men zou kunnen spreken van een oorlog tussen beeld en woord, die sinds enige tijd in het voordeel van het beeld schijnt te zijn beslecht.

De verslaggever staat vandaag voor het dilemma. Men kan inderdaad het hoogste zien in de mens tijdens een oorlog, maar helaas viert vooral het laagste dan hoogtij. Waar de wapens spreken is er zelden rechtvaardigheid en vervagen de grenzen tussen goeden en slechten meteen. Dat bemoeilijkt het werk van de verslaggever die zijn geloofwaardigheid alleen behoudt wanneer hij aan de veilige kant blijft van de gevaarlijke grens waar informatie kantelt en propaganda wordt. Het spreekt voor zich dat de jonge burgerjournalistiek zich over dit soort kwesties minder of nog niet bekreunt, dat ze geëngageerd is en onbeschroomd propaganda bedrijft. Even vanzelfsprekend is dat het leugenachtig discours dat dictaturen eigen is, soms waarheden bevat. Het is dus zaak om het kind niet weg te gooien met het badwater, valkuilen aan te voelen, zich ver te houden van manipulatoren en te vechten voor een ongebonden positie. Dat is veel gevraagd, maar het is wat van een volwassen pers wordt verwacht. Het publiek verlangt nooit de onfeilbare waarheid maar wél een eerlijke poging om die zo dicht mogelijk te benaderen. Journalisten die de stemming van het publiek willen bepalen zijn ontrouw aan hun roeping. Ze nemen ook teveel hooi op de vork. Het volstaat ruimschoots om in eer en geweten het materiaal aan te reiken waarmee het publiek zelfstandig een mening kan vormen. Of ben ik nu ouderwets?

Jef Lambrecht

(De auteur is oud-journalist bij de VRT en kenner van het Midden-Oosten.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Plaats een antwoord op het bericht