deredactie.be - OPINIE

Topprestaties en gelijke kansen gaan wél samen

24 / 06 / 2012

 

Deze week formuleerde oud-rector Oosterlinck van de KULeuven, ondermeer in De Morgen, een striemende kritiek op de plannen tot onderwijshervorming. We zijn bereid Baron Prof. dr. Ir. Oosterlinck te geloven in zijn expertise inzake elektro-werktuigkunde. Wat zijn deskundigheid inzake de hervorming van het secundair onderwijs betreft, hebben we echter grote twijfels. De angst ten aanzien van een brede eerste graad is wetenschappelijk gezien manifest onterecht. Bovendien is zo’n houding ook sociaal en economisch contraproductief.

Laten we beginnen met de wetenschappelijke kant van de zaak. In tegenstelling tot wat Oosterlinck beweert, toont zowat alle internationaal en Vlaams wetenschappelijk onderzoek aan dat een snelle definitieve studiekeuze nefast is voor kansarme leerlingen. Dat is een torenhoog probleem in Vlaanderen, waardoor we massaal talent verkwisten. De vroege schooloriëntatie versterkt sociale ongelijkheid. We weten dat hoe later de studiekeuze valt, hoe minder reproductie van sociale ongelijkheid er optreedt.

Leeftijd studiekeuze

Bovendien weten we dat een uitstel van de studiekeuze allerminst nadelig is voor de cognitief sterke leerlingen waarover Oosterlinck zo bezorgd zegt te zijn. Landen als Finland, maar ook meer recent Polen en Canada, hebben bewezen dat een brede basis in het secundair onderwijs allerminst leidt tot grijsheid, niveauverlaging of vervlakking. Wie de moeite doet recent onderzoek te consulteren, kan niet om de evidentie heen dat topprestaties en gelijke kansen perfect combineerbaar zijn. Een belangrijke sleutel daarbij is een latere studiekeuze. Niet alleen wij, ook de OESO wijst daar al jaren op.

Trouwens, het Metaforum Leuven, een interdisciplinaire denktank van de KU Leuven heeft op 20 januari 2012 op een symposium haar denkwerk over de hervorming van het secundair onderwijs voorgesteld. Daarin pleiten de professoren voor een uitstel van studiekeuze tot de leeftijd van 15-16 jaar (nog later dan de eerste graad dus!). In hun visietekst stellen ze expliciet: ”Het uitstel van de studiekeuze tot 15-16 jaar impliceert meteen dat B-attesten tot op die leeftijd gebannen worden.” Volgens Oosterlinck slaan deze 14 professoren van de eigen universiteit, waarvan velen al hun hele loopbaan onderwijsonderzoek verrichten, de bal helemaal mis? Sta ons toe daarover verbolgen te zijn.

Uiteraard zal ook in een gemeenschappelijke eerste graad aandacht moeten blijven voor verschillen tussen jongeren. Cognitief sterkere en zwakkere leerlingen moeten differentiële aandacht krijgen binnen de klas en op hun niveau uitgedaagd worden. In hogergenoemde landen, met een mooi palmares wat betreft schoolprestaties én gelijke kansen, slagen scholen en leerkrachten er perfect in dat waar te maken. Je moet het alleen natuurlijk wel willen bereiken.

Verschillen en kansen

Het debat over de onderwijshervorming krijgt de laatste weken immers een maatschappelijk zuur kantje. Volgens Oosterlinck is het huidige beleid gericht op het instellen van “gelijkheid bij decreet”. Dat is stemmingmakerij. In geen enkele visietekst over de hervorming (van de Minister, VVKSO, GO! of het Metaforum) staat te lezen dat verwacht wordt dat alle jongeren gelijke uitkomsten zouden bereiken. Dat zou onzin zijn. Uiteraard verschillen kinderen en hebben ze niet allemaal dezelfde capaciteiten en interesses. Het is wel de taak van het onderwijs alle kinderen dezelfde kansen te geven om hun talenten te ontdekken en te ontplooien. Vandaag gebeurt dat onvoldoende. Dat is niet alleen fundamenteel oneerlijk, het leidt ook tot een enorme verspilling van talent.

Oosterlinck eindigt zijn betoog met een waarschuwing de toekomst van onze kinderen niet te verkwanselen. We mogen niet onbezonnen en ongevraagd tewerk gaan, zo stelt hij. Dat klopt. Net daarom is men al van in 2008 bezig met onderzoeks- en denkwerk, met het zoeken van draagvlak. Dit resulteerde in een maatschappelijk debat in 2009 rond de nota van de commissie Monard, in 2010 rond de oriëntatienota van minister Smet en in 2011 rond de visieteksten van de onderwijskoepels.

Vandaag grijpen sommigen naar het spook van de “dreigende vervlakking” om al dit werk met enkele pennenstreken neer te sabelen. Vaak door mensen die duidelijk geen kaas gegeten hebben van de wetenschappelijke literatuur over onderwijssystemen. Dat is pas onverantwoord en lichtzinnig. Meer nog, tevreden zijn met het huidige Vlaamse onderwijsveld dat extreem sociaal gesegregeerd is, staat gelijk aan schuldig verzuim. Als men echt begaan is met de toekomst van alle kinderen en niet alleen met die van de eigen (klein)kinderen, is een hervorming een absolute prioriteit.

We herhalen het desnoods tot vervelens toe: Finland staat aan de wereldtop qua prestaties en gelijke kansen. Alle scholen zijn er goede scholen en studiekeuze wordt er gemaakt op basis van interesse en competentie, niet op basis van sociale achtergrond. Waarom willen sommigen in Vlaanderen kost wat kost vasthouden aan een systeem waarin de school vooral sociale ongelijkheid reproduceert? Talent verkwisten is dom. Maak van dit debat geen politiek of ideologisch spelletje maar leer uit de onderwijssociologie en de goede voorbeelden van andere landen.

Dimokritos Kavadias, politicoloog en onderwijsonderzoeker, Vrije Universiteit Brussel - Universiteit Antwerpen
Dirk Jacobs, onderwijssocioloog, Université Libre de Bruxelles
Mieke Van Houtte, onderwijssociologe, Universiteit Gent

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

45 Antwoorden op “Topprestaties en gelijke kansen gaan wél samen”

  1. zoedt frieda Zegt:

    Oef… toch nog een zinvolle tekst over het onderwijs.
    Alle artikels en reacties op de fora komen natuurlijk wel van een bepaalde groep…
    Het was al dagenlang een vraag die bleef hangen… “Mogen de kinderen uit het BSO en hun ouders ook iets zeggen of zijn ze niet intelligent genoeg?” Deze mensen zijn het immers gewend om niet alleen te zwijgen, maar ook om een bombardement van kritiek en verwijten te incasseren.
    Toch zal het nodig zijn om ook naar hen te luisteren.
    Wie in het BSO terechtkomt wegens een onvoldoende voor taal of wiskunde, kan toch wel veel interesse hebben voor aardrijkskunde, biologie of chemie… deze leerlingen wordt heel veel algemene kennis ontzegd. Omgekeerd zou het ook kunnen dat velen hun artistieke talenten nooit ontdekken.
    Zeker vandaag hebben we de mogelijkheid alles veel aanschouwelijker voor te stellen. Interesse kan verschuiven, een andere leerkracht doet soms wonderen…
    Waarom zijn hoger opgeleiden zo bang? Bang dat hun status en hun veel beter inkomen naar beneden gaat tov niet of laag geschoolde arbeiders?
    In ons systeem , het zoedtisme is er geen vervlakking … wie niet meekan voor een bepaald vak, hoeft alleen voor dat vak een niveau lager te volgen. Vanaf 14 jaar kan men kiezen om een bepaalde module opnieuw te volgen indien men niet slaagde.

  2. brecht Zegt:

    “We herhalen het desnoods tot vervelens toe: Finland staat aan de wereldtop qua prestaties en gelijke kansen. Alle scholen zijn er goede scholen en studiekeuze wordt er gemaakt op basis van interesse en competentie, niet op basis van sociale achtergrond. Waarom willen sommigen in Vlaanderen kost wat kost vasthouden aan een systeem waarin de school vooral sociale ongelijkheid reproduceert?”

    Ik hoop dat men hierop tot vervelens toe zal inbrengen dat Finland een etnisch héél homogeen land is. In dit land is armoede sterk gekleurd en is slecht presteren in het onderwijs zeer sterk gebonden aan taalachterstand.

  3. kristina elsen Zegt:

    dat het niveau in Vlaanderen zo hoog is geeft enkel de PISA studie aan
    kijk ook een naar ‘Peiling wiskunde in de tweede graad algemeen secundair onderwijs ‘
    Een elektronische versie van deze brochure is beschikbaar opwww.ond.vlaanderen.be/curriculum/peilingen als je dit doorleest haalt 2/3e van de Vlaamse leerlingen een onvoldoende voor de eindtermen wiskunde

    Stilstaan en laueren op behaalde resultaten van 1 studie is achteruitgaan
    Iedereen weet dat een jaarsysteem met B en C attesten (overdoen of zakken naar de volksmond)achterhaald is
    iedereen weet dat de keuze richtingen in SO ook achterhaald is
    Kan een Rector niet werken vanuit zijn achterban in plaats van paniekvoetbal te spelen?
    De beweging hervorming SO is al vele jaren stilletjes zijn weg aan het gaan in de onderwijswereld
    en dat de verschillen tussen technisch onderwijs en algemeen onderwijs moeten verdwijnen
    Er zijn zeer sterke richtingen in het technisch onderwijs (de leerlingen zijn hier ook klaar om universitaire studies te starten)

    Tin Elsen- vertegenwoordiging ouders in de VLOR commissie ASO SO - commissie leerzorg

  4. Jan Zegt:

    De hele discussie wordt, zoals meestal, gevoerd door mensen die vooral NIET in het onderwijs maar langs de kant staan en met alle mogelijke en onmogelijke studies allerlei statistische bewijsvoering aanhalen die absoluut niets met de praktijk te maken hebben.
    Het gaat om het bewaken van de kwaliteit van ons onderwijs. Deze is door ALLE, zonder uitzondering, hervormingen beginnend met het VSO, steeds verder afgevlakt.
    Bovendien gaan al deze “onderwijsspecialisten” voorbij aan een heel belangrijk gegeven. De toekomst is niet aan het ASO, maar aan het TSO dat met voornamelijk technologische opleidingen, zoals Industrieel-Wetenschappen en Elektronica , enz. onze toekomst kan verzekeren. De keuze voor het TSO zal door de leerlingen en hun ouders niet gemaakt worden omdat er een uitstel van keuze wordt ingevoerd, de keuze zal niet optimaliseren omdat ze pas voor het 3e jaar moet gemaakt worden en de keuze zal niet leiden tot een betere oriëntering van onze jongeren of een einde aan het “watervalsysteem”.
    Als de dames en heren politicologen, sociologen en andere -ogen echt het probleem willen bestuderen, wil ik ze uitnodigen om eerst enkele jaren mee te draaien in de klas, als leerkracht in al onze onderwijsvormen. Pas na echt ervaren te hebben wat er leeft in het onderwijs en vooral bij onze jongeren, kan je maar beginnen een beeld te vormen van de omvang van het probleem. Enquêtes en statistieken daarentegen zijn wat ze zijn, voer voor wereldvreemde theoretici.

  5. brecht Zegt:

    “We herhalen het desnoods tot vervelens toe: Finland staat aan de wereldtop qua prestaties en gelijke kansen. Alle scholen zijn er goede scholen en studiekeuze wordt er gemaakt op basis van interesse en competentie, niet op basis van sociale achtergrond. Waarom willen sommigen in Vlaanderen kost wat kost vasthouden aan een systeem waarin de school vooral sociale ongelijkheid reproduceert?”

    Ik hoop dat men hierop tot vervelens toe zal inbrengen dat Finland een etnisch héél homogeen land is. In *dit* land is armoede sterk gekleurd en is slecht presteren in het onderwijs zeer sterk gebonden aan taalachterstand.

    Of zoals cognitief psycholoog Wouter Duyck zegt op Twitter, naar aanleiding van het debat in De Zevende Dag:

    “Als sp.a iets wil doen aan sociale ongelijkheid moet ze beginnen met VDB’s taaltoets toe te passen + vroegere leerplicht #7dag”

    Gehoord? Taaltoets. En vroegere leerplicht. Willen en durven we toegeven dat die beide in héél sterke mate te hebben met “allochtonen”?

    Ik zie nu ook dat Duyck al eerder een stuk schreef over deze materie op deredactie.be: http://opinie.deredactie.be/2011/08/06/too-little-trop-tard/

  6. m ki Zegt:

    Een dikke 30jaar geleden wou men exact hetzelfde bereiken met het VSO. Dat heeft gefaald.
    Hoe weten we nu zeker dat we niet nog eens eenzelfde probleem gaan hebben?

  7. Janssens E Zegt:

    De standpunten die in dit opiniestuk naar voor komen snijden zeker hout en getuigen van een visie op de toekomst. De situatie is vandaag eerder zorgwekkend te noemen: ons onderwijs mag op wereldvlak nog goed scoren inzake kwaliteit: als die kwaliteit alleen maar mogelijk is door de sociale ongelijkheid in stand te houden dan kan men zich vragen stellen.

    De auteurs van dit opiniestuk moeten zich wel afvragen hoe je op het terrein zo ver kunt geraken. Zij geven zelf aan met welke giftige tegen reacties zij reeds te maken kregen. Het zal niet volstaan om met tegenargumenten en/of campagnes daar tegen in te gaan: percepties veranderen is zeer moeilijk. Het bekendste voorbeeld daarvan is de nog steeds gangbare opvatting dat TSO en BSO bestemd is voor zwakkere leerlingen. Terecht of niet: probeer die taaie opvatting maar eens om te buigen. Indien men de hoger beschreven weg wil bewandelen moet op deze vraag - vooraf ! - een duidelijk zichtbaar én werkbaar antwoord gevonden worden of de hervorming is weer eens een maat voor niets.

    Gelet op de enorme imagoverschillen in ons land én de tekortkomingen - ook in het ASO (u leest het goed) - lijkt het aangewezen om de organisatie van de eerste jaren secundair onderwijs (2 of 3 jaar, dat laat ik over aan vakspecialisten) te laten organiseren door meerdere instellingen. Geef het pakket talen aan een humaniora, het pakket wiskunde en technologie aan een technische school, enz. Alleen op deze wijze kan in het bijzonder TSO tonen wat die in hun aanbod hebben (dat zijn heus niet allemaal “gemakkellijke” richtngen: een afdeling zoals industriële wetenschappen bv moet inzake moeilijkheidsgraad niet onderdoen voor ASO). Bovendien zijn zij veel beter geplaatst om de leervakken die met technisch inzicht te maken hebben te onderwijzen. ASO scholen hebben daarvoor niet steeds de kennis in huis. Ik heb het zelf gehoord van een leerkracht ASO bij de invoering van het eenheidstype: de directie zocht voor dit leervak een (al dan niet Chinese) vrijwilliger uit hun eigen school - gewoonlijk een leraar wiskunde - die dan snel-snel een zomercursus ging volgen om dit vak te kunnen geven.

    Dit voorstel klinkt misschien ver gezocht en het zal wel wat organisatie inzake opbouw van uurroosters vragen, maar dat mag geen alibi zijn om alles bij het oude te laten. Een hervorming in deze richting kan ook in stapjes verlopen. Als eerste stap is bv toch denkbaar dat een klas met leerlingen uit het ASO voor technologische opvoeding en/of wiskunde les krijgen in een lokaal dat in een TSO school is gelegen, of is dat ook al te veel gevraagd ?

  8. H. Coopman Zegt:

    Houdt dat recent onderzoek rekening met het radicaal verschil tussen België en bijv. Finland: (1) veel minder allochtonen, (2) zeer selectieve en zware lerarenopleiding, en (3) zeer intensieve en vroege individuele remediëring?
    (1) Wordt de onderwijshervorming omgekeerd niet gebruikt om zich aan maatschappelijke keuzes te onttrekken? Onderwijs heeft geen impact op het migratiebeleid, maar kan wel samenwerken op het vlak van inburgering.
    (2) Het hoofdstuk “Kansen voor leraren” lijkt me zeer vrijblijvend in het rapport Monard. Waarom wordt dat niet eerst uitgewerkt en gecommuniceerd?
    (3) In datzelfde rapport zijn ook de “structureel ingebouwde” differentiatie en remediëring nog niet uitgewerkt, laat staan gecommuniceerd.
    Het actuele debat in de pers en wellicht ook in het parlement lijkt er op te wijzen dat het maatschappelijk debat onvoldoende gevoerd werd.
    R.h.m. de zekerheid dat tewerkstelling de beste integratie oplevert, zou men dan in de huidige maatschappelijke situatie niet beter ingrijpen in sommige hogere graden? En Duitsland - dat beter op Vlaanderen lijkt dan Finland - als voorbeeld nemen?

  9. Rudy Flameng Zegt:

    Indien u een “schone lei”-aanpak voorstaat, een aanpak waarbij zonder vooringenomenheid wordt gezocht naar de studierichting, die de wensen en interesses van de individuele leerling zo veel mogelijk verzoent met zijn / haar objectief vastgestelde capaciteiten, ben ik het 100% met u eens. Indien u bereid bent dit verder te koppelen aan de verwachte noden van de maatschappij, ben ik het zo mogelijk nog méér met u eens. Indien u stelt dat het essentieel is om deze doelstelling te halen, dat het secundair onderwijs de betrokkene op zoveel mogelijk vlakken de kans moet bieden om zijn / haar vaardigheden af te toetsen, lijkt mij dit een evidentie.

    Indien u al het voorgaande stelt, moet u natuurlijk eveneens aanvaarden (1) dat dit enkel kan lukken indien de betrokken leerling bereid is zich in te zetten en dat gebrek aan inzet onvermijdelijk en onherroepelijk moet leiden tot een negatief oordeel en (2) dat, zelfs wanneer die inzet er is, het vaak zal blijken dat de persoon in kwestie NIET beschikt over de capaciteiten die, objectief ingeschat, noodzakelijk zijn om zijn / haar ambities te realiseren.

    Hoe u het ook draait of keert, op de ene of de andere manier zal het metaforische kaf van het metaforische koren gescheiden worden. Dit doen zonder a priori’s, zoals nu al te vaak niet gebeurt, is een stap in de goede richting en zal, wellicht, voor velen kansen bieden die hen nu ontzegd worden, maar de triage zal sowieso plaatsvinden. Onderwijs kan en moet kansen bieden, onderwijs moet steunen en motiveren, maar het kan geen resultaten vooropstellen.

  10. Paul Vth Zegt:

    Het zal misschien als een schok overkomen voor sommigen maar het is niet het onderwijs dat de sociale ongelijkheid veroorzaakt. Sociale ongelijkheid is een gevolg van de manier waarop we met zijn allen onze maatschappij inrichten. Onderwijs is daar een element van maar het is niet voldoende om het onderwijs te hervormen en zo te denken dat men de problematiek van de sociale ongelijkheid zal oplossen. “Education cannot change society” zei Eisner en gelijk heeft hij.

    De mensen die verwijzen naar FInland wat betreft de prestaties moeten volgens mij dringend eens die gegevens grondig analyseren. Dan zullen ze ontdekken dat FInland niet het mekka is voor wat onderwijs betreft, integendeel. Weet dat daar de leerlingen vanaf 16 jaar zwaar betalen voor hun onderwijs en dat er van democratisering maar weinig of geen sprake is. Ik vind het verschrikkelijk dat men op dogmatische wijze verwijst naar “andere” landen waar het zoveel beter zou zijn maar dat men zich louter baseert op foute interpretaties of … Wie wil weten hoe het echt gesteld is in Finland leest beter eens “onderwijskrant”.

    Voor mij is het zo intriest te zien dat we denken dat een maatschappelijk probleem (ongelijkheid en kansarmoede is een maatschappelijk probleem met zeer veel facetten) in één pennetrek door het onderwijs zal opgelost woorden. Geef iedereen de kans om zijn talenten te ontwikkelen maar denk niet dat je dat doet door er een eenheidsworst van te maken - er van uit gaande dat iedereen gelijk is-. We zijn (helaas) niet allemaal gelijk qua talenten en als je dat accepteert, dan moet je iedereen gelijkwaardig behandelen maar niet gelijk. Zolang de maatschappij er van overtuigd is dat het beter is om achter een bureau te zitten dan in een fabriek te werken en dat ook zo verloont, zullen er ouders zijn die hun kind liever niet naar het beroepsonderwijs zenden. Het is aan het onderwijs om te zorgen dat de leerlingen uiteindelijk goed geörienteerd worden - soms dus tegen de wil van ouders in- maar eenvoudig is het niet. Leerlingen die echt niet op de juiste plaats zitten, kunnen niet slagen zelfs niet met de beste begeleiding.

    En dan lees je zo’n totaal ongefundeerde bewering die plots een eigen leven leidt, nl. dat B- en C-attesten niet meer van deze tijd zijn… Dat zijn integendeel belangrijke middelen tot oriëntering want helaas willen veel ouders niet altijd accepteren dat een bepaalde studierichting niet echt haalbaar is voor hun kind. En precies dat instrument wil de minister nog eens wegnemen? Met een B-attest slagen we er in het onderwijs immers leerlingen zonder verlies van schooljaar op het juiste spoor te zetten. Watervalsysteem noemt men dat?? Dat is het maar omdat de maatschappij technisch en beroepsonderwijs als “minder” beschouwd. Wanneer we een leerling naar het TSO/BSO oriënteren, is het omdat wij denken dat hij of zij via dat onderwijs tot de voor hem of haar beste vorming komt. En dat heeft niets te maken “met minder waard”. Dat is dus geen probleem van het onderwijs maar wel van de maatschappij. Leerlingen op de juiste plaats laten terechtkomen, heeft alles te maken met de erkenning van zijn/haar talenten. Dus aub…. geef iedereen de kans zijn talenten te ontwikkelen maar daarvoor hoeft u ze niet allemaal op een hoop te gooien tot de grijze middelmaat te herleiden omdat dit nu eenmaal de standaard is voor eenheidsworst.

    Dat een minister zijn socialistisch dogma (iedereen gelijk) zomaar als blauwdruk voor het hele onderwijs mag opleggen, doet veel mensen die elke dag opnieuw in het onderwijs staan (en die, in tegenstelling tot de studaxen van de universiteit en de VLOR en de knappe koppen van de kabinetten, het onderwijs kennen vanuit de dagelijkse praktijk) huiveren. Kom even van de ivoren toren en laat de statistieken en de vergelijkende studies voor wat ze zijn en kom eens kijken wat wij in het onderwijs dagelijks doen (met beperkte middelen want de minister bespaart voort) om het beste te doen voor de leerlingen….

  11. Hilde Zegt:

    De auteurs verwoorden enkele nobele doelstellingen, maar ik lees nog nergens hoe dat allemaal in de praktijk concreet kan vertaald worden. Hoe moet bv. een leerkracht wiskunde geven in een klas waar het ene uiterste met moeite de breuken gesnapt heeft en het andere uiterste al bezig is met algebraïsch rekenen? Dat kan eventueel lukken in kleine klassen en met uiterst bekwame leerkrachten, en daar is - als ik het goed begrijp - geen geld voor.
    Ik denk ook dat de focus meer moet verschuiven naar het basisonderwijs. Zoals het woord het zegt, wordt daar de basis gelegd. Daar moet je taalachterstand wegwerken, remediëren, talent zoeken en laten ontwikkelen en last but not least, samenwerken met het thuisfront. Daarom heb je daar de meest bekwame leerkrachten nodig en kleinere klassen.

  12. René Lenaerts Zegt:

    De wijze mensen die dit artikel “gepleegd” hebben gaan volgens mij aan een paar simpele vaststellingen voorbij.

    Als men met het afschaffen van het B attest het overzitten wil vermijden ontneemt men vitale kansen aan laatbloeiers om alsnog een gekozen richting af te maken.

    Anderzijds moet men af van het idee dat technisch onderwijs een trapje lager dan ASO in de “waterval” is. Als product van de klassieke humaniora heb ik al dikwijls bewondering gehad voor de wiskundige en wetenschappelijke onderlegdheid van de A2 gediplomeerden. Wie dus geen zin of talent heeft voor talen en letteren, maar wel een talent voor redenering schakelt beter zo vroeg mogelijk over naar het tecnische zonder een attest af te wachten.

    En dan zijn er natuurlijk de onfortuinlijke minder sterk begaafden, die meestal ook snel schoolmoei zijn. Die kan men niet snel genoeg aan een beroepsbekwaamheid helpen om te vermijden dat ze uiteindelijk weglopen zonder professionele toekomst.En als dat via attesten moet weze het zo. Niets is pijnlijker voor iederen dan van een muilezel een volbloed willen maken, of omgekeerd.
    Dat leidt niet tot gelijke kansen maar tot kansloosheid.

  13. nicolas Zegt:

    Hervormingen school!!!!!
    Gevolg: Allerlei scholen met dure toegangsgelden die enkel de rijken zich kunnen permitteren.

    Nog 1 bemerking inzake het TSO en BSO. Ik laat mijn zoon of dochter daar niet naartoe gaan vanaf het eerste middelbaar omdat daar gewoon veel crapuul tussenzit. Iedereen weet welke school ” goed” is en welke slecht is in eigen streek.

    Als je het onderwijs wil gelijkschakelen, graag ook overal dezelfde testen. die niemand op voorhand krijgt; Want de verschillen tussen sommige scholen inzake niveau zijn groter dan de verschillen tussen ASA en TSO en BSO;

    Nu schakelen ouders al call centra’s in of huren ze mensen in 2 dagen op voorhand in om op stoeltjes te gaan zitten om binnen te geraken in de ” betere scholen”.

    Ik denk dat er op zich zeer weinig verschil zou zijn tussen kinderen als ze dezelfde ouders zouden hebben. Maar daar zit een veel groter probleem. De ouders, de mensen die ervoor zorgen dat het kind studeert, beleefd is, wil slagen, mentaliteit toont. Ouders die al eens ondervragen, die zelf al eens naast het kind zitten om te helpen.
    Mijn analyse:

    Van baby “werkloos” zou je een baby “werk” kunnen maken. Niet door het onderwijs te hervormen maar door de ouders te wisselen.

  14. T.U. Zegt:

    De hele discussie rond de geplande of vooropgestelde hervormingen start vanuit de wens om - eindelijk - iets te veranderen aan het watervaleffect. Maar ik mis iets in de discussie.

    Bij de meeste leerlingen is na het zesde leerjaar lagere school duidelijk welke ’stroom’ ze in het secundair aankunnen. Alleen is de druk in ons onderwijssysteem te hoog. We verwachten van 12-jarigen veertig uren weken, met voortdurende stress, onaangekondigde toetsen, bergen huistaken, een belachelijk groot archiveringssysteem in orde houden, boekentassen van 10 kilo, … . Dàt kunnen leerlingen niet aan. Tijd voor naschoolse activiteiten combineren met een gemiddelde aso en/of tso richting… . De agenda’s van onze jongeren zijn te vol! Daarom zakken ze van richting. Dit heeft niets te maken met intelligentie, met keuzemogelijkheden, met kwalitatief onderwijs.

    Maak die vergelijking met het Finse onderwijssysteem en je komt al heel wat verder. Tot en met hun 15e levensjaar doen leerlingen er geen gestandaardiseerde toetsen en examens. Leerlingen kunnen daardoor leren in een angstvrije omgeving waarin creativiteit en eigen initiatief worden aangemoedigd.

  15. Wimb Zegt:

    Bij het lezen van dergelijke artikels die de hervormingswaanzin van minister Smet toejuichen, keert mijn maag.

    Ik krijg hierbij ook een ongelooflijk déjà-vu gevoel.
    Laat ik u even mee terug nemen naar 1980 of de beginjaren van het als ultieme vernieuwing in het onderwijs geldende VSO.
    Ik hoor een bevriende leerkracht met een zoon van 12 jaar nog mijn vader overtuigen om mijn oudere broer van 12 naar dit type onderwijs te sturen. Want dit was toch wel even de grote vernieuwing, het neusje van de zalm.

    Twee jaar later was het mijn beurt om de stap naar middelbaar onderwijs te zetten.
    Ditmaal kwam diezelfde bevriende leerkracht weer langs met studie-advies voor mij. Deze keer smeekte hij mijn vader letterlijk op zijn blote knieën om mij toch absoluut naar een school met het klassieke onderwijs te sturen! Op twee jaar tijd was hij van grote voorstander van VSO veranderd in de grootste tegenstander en bepleiter van klassek onderwijs.
    Ikzelf heb mij de keuze voor klassieke humaniora dan ook voor geen meter beklaagd.

    Nu vele jaren later krijg ik hetzelfde gevoel bij deze eenheidsworst die minister Smet ons door de strot wil rammen.
    Als hij nu echt denkt dat hij de ’slimme’ kinderen een plezier gaat doen met hen eerst een aantal jaar in slaap te wiegen en met een minimum aan inspanning door de eerste jaren laat vlinderen om dan, wanneer ze volledig aan het puberen zijn, een richting te laten kiezen waarbij ze wel inspanningen moeten leveren en hun grijze hersencellen moeten laten werken, slaat hij de bal volledig mis!

    Volgens mij kan de achterstand die in die eerste jaren opgebouwd werd nog onmogelijk opgehaald worden om iemand tegen het zesde jaar dezelfde bagage mee te geven als iemand van de vroegere Latijn-Wetenschappen of Wiskunde-Wetenschappen.
    Zelfde geldt voor de technische richtingen. Daar probeert men momenteel een eerste jaar vrij algemeen te houden zodat de leerlingen daarna kunnen kiezen welke richting hun het meeste aanspreekt.
    Doet men dat pas na een aantal jaren, kunnen zij niet meer dezelfde beter technisch geschoolden worden die ze nu worden.

    Als deze eenheidsworst enkel dient om minder kans te creeëren op verkeerde keuzes van jonge studenten of om de kansarmen meer kansen te bieden, gaat men volledig voorbij aan de essentie van onderwijs, namelijk kinderen op jonge leeftijd, wanneer ze nog het meeste kunnen opnemen, te leren studeren en klaar te stomen voor eventueel hoger onderwijs.
    Kinderen zijn nu eenmaal niet allemaal even slim en de kunst bestaat erin om ieder met zijn talent aan een degelijk of universitair, of hogere school, of technisch of vakdiploma te helpen.
    Onderliggende sociale gedachten zijn hier echt wel van ondergeschikt belang.
    Verder geloof ik er nog steeds in dat er genoeg kennis aanwezig is in de lagere scholen om elk kind vrij gericht naar een geschikte middelbare school te sturen, is dat nu ASO, TSO of BSO. Steeds met de gedachte in het achterhoofd dat men de lat niet te laag legt om te beginnen zodat indien nodig nog kan bijgestuurd worden.

    Tot besluit hoop ik dan ook dat er binnen 2 jaar wanneer mijn zoon naar een middelbare school mag, nog scholen bestaan waar de meer traditionele manier van werken zoals die nu bestaat nog kan gevonden worden zodat hij gericht een ASO of TSO opleiding kan kiezen.

    Let op, ik sta volledig achter de kracht van verandering, maar enkel als dit een verbetering betekent!

    Een zeer verontruste ouder

  16. stefaan Zegt:

    Als mijn dochter moet kiezen tussen een vetbetaald doctaraatspostje of een onderbetaald verpleegsterpostje dan weet ik onmiddellijk wat ik droom voor mijn dochter.
    Als mijn zoon moet kiezen tussen vetbetaalde CEO of zelfstandig loodgieter met werkweken van 70 uur om zijn zaak te laten overleven, dan weet ik onmiddellijk wat ik droom voor mijn zoon.
    Het probleem zit hem niet in perceptie, het probleem zit hem in de loonkloof, alleen hebben alle dik (betaalde) professoren en denkers op vlak van onderwijs daar nog nooit bij stil gestaan.
    En toch kom ik deze bedenking regelmatig tegen als bezorgde ouders samen zitten en kletsen over de toekomst van hun kinderen: “Je laat ze toch zo hoog mogelijk beginnen; gaan poetsen voor een hongerloon kan daarna nog altijd.”
    Durven de heren deze problematiek aan te kaarten, hard te maken en mee te nemen in deze discussie?

  17. Elisabeth Zegt:

    Enkele citaten uit het rapport Metaforum Leuven spreken voor zich :

    “Volgens TIMSS blinken we net uit in sociale gelijkheid. (…)

    In de lijn van het rapport-Monard wordt daarom voorgesteld om het denigrerende onderscheid tussen ASO, KSO, TSO en BSO af te schaffen en leerlingen voortaan te differentiëren op basis van hun belangstelling. Daarbij wordt uitgegaan van de vooronderstelling dat wanneer men het denigrerende frame van waaruit onderwijsuitkomsten worden gepercipieerd,
    vervangt door een frame waarin verschillen als verrijkend worden voorgesteld, men meer
    gelijke waardering voor verschillende onderwijsuitkomsten zal opbrengen. Die veronderstelling is weinig
    realistisch. (..)

    Om efficiënt in te grijpen op sociale ongelijkheid via het onderwijs komt het secundair onderwijs
    eigenlijk te laat. Het is essentieel om vooral naar het begin van de schoolloopbaan te kijken en
    zelfs naar de voorschoolse opvang (…)

    Leerlingen moeten kunnen kiezen op basis van interesse.”

    In Frankrijk, waar deze ideeën werden doorgevoerd, en demografisch vergelijkbaar met België (in tegenstelling tot Finland waar er quasi geen immigratie is, en in tegenstelling tot Canada waar er een intellectueel selectieve immigratie bestaat) faalt het systeem … de privéscholen scoren merkelijk beter dan de publieke scholen. Méér, de “politieke elite” wordt gevormd door privéscholen.

    Tenslotte : als er heel veel vakken worden aangeboden (breed algemeen vormend om het politiek correct te zeggen), kan men bezwaarlijk nog spreken van “kiezen uit interesse” maar is er eerder sprake van een gedwongen keuze van een bepaald pakket waar met een beetje geluk een uurtje een vak gedoceerd wordt waar men echt interesse in heeft. Méér, geen enkel vak kan grondig worden aangepakt (een schooldag bestaat nu eenmaal uit een gelimiteerd aantal uren)

  18. Jan Vandenberghe Zegt:

    Dit is weer een hervorming om de hervorming ingegeven door sociologen die het denken beter te weten. De titel van dit artikel alleen al is onzinnig. Ook in het huidige systeem heeft iedereen evenveel kansen. Iedereen heeft immers het recht een ASO-richting te beginnen. Dat kost niets meer dan een BSO of TSO-richting. De enige reden waarom kansarme kinderen meestal in BSO eindigen komt omdat door de taalachterstand. Daaraan zal deze hervorming niets verhelpen.

    Ik kan de kritiek van de N-VA dus prefect begrijpen en ik hoop dat de hervorming er nooit komt. Men zegt wel eens dat stilstaan achteruitgaan is maar in sommige gevallen geldt ‘beter niets doen dan iets slecht doen’.

  19. Luc Vanhaverbeke Zegt:

    In de ganse discussie lees ik nergens dat het noch de school, noch de leerlingen zijn die beslissend zijn bij de beginkeuze in het middelbaar onderwijs, maar de ouders!

  20. Jeroen Zegt:

    Landen als Nederland, maar ook Engeland hebben bewezen dat hun soortgelijke hervormingen wel leiden tot grijsheid, niveauverlaging of vervlakking. Wie de moeite doet recente ontwikkelingen te bekijken, kan niet om de evidentie heen dat deze landen op hun hervormingen schoorvoetend aan het terugkomen zijn.

    Amerikaanse secundaire scholen hebben ook geen onderscheid tussen ASO, TSO, KSO en BSO. Nog zo’n prachtig voorbeeld.

    If it isn’t broken, don’t fix it!

  21. Tom Daneels Zegt:

    Eigenlijk is dit weer eens gebazel in de ruimte. De premisse is verkeerd en die is zes jaar lager en zes jaar secundair. Elke specialist weet al veel langer dat de seizures beter 4-4-4 zou zijn, 4 jaar lagere school waarin de basisvaardigheden(taal en wiskunde) worden aangebracht, dan 4 jaar waarin de leerlingen een waaier wordt aangeboden van alle soorten(zoals techniek, aardrijkskunde, geschiedenis, Frans, Engels, Plastische opvoeding, muzische opvoeding, enz…) naast een verdere uitdieping van taal en wiskunde. Daarna 4 jaar voor de vervolmaking. De ‘middenschool’ die nu slechts 2 jaren omvat zou dan 4 jaar worden, op gelijke hoogten komen te staan met de anderen. De leerlingen zouden langzaamaan overgaan van een systeem dat nog sterk lager onderwijs is in het eerste jaar tot een secundair onderwijssysteem in het vierde jaar. De vakken zouden via modules moeten aangebracht worden waarbij leerlingen kunnen zien wat hun interessesfeer is maar dan moet hier ook kunnen afgeblokt worden! Als iemand bvb latijn neemt als module maar blijkt dat absoluut niet te kunnen na 1 jaar dan moet het toch mogelijk zijn om die leerling voor de eigen bestwil de verdere keuze van latijn te ontzeggen. Want het is nog té vaak dat die keuze wordt bepaald door ouders.
    Ik geef zelf les op een school waarbij we leerlingen niet té vlug gaan sanctioneren (B-attest) maar eerder gaan adviseren (A-attest mét advies). Spijtig genoeg zien we al te vaak dat niet het kind maar de ouders ons advies in de wind slaan met drama’s tot gevolg; het gevolg is voor ons ook dat we vlugger die sanctionering gaan toepassen want er wordt toch niet gekeken naar adviezen. Schaf de attesten af, akkoord maar maak de adviezen op én of andere manier bindend of het watervalsysteem blijft behouden.

  22. Tom Daneels Zegt:

    @ nicholas

    Alleen spijtig dat die visie van slecht school vaak totaal verkeerd is. Een voorbeeldje : een college wordt opgehemeld terwijl daar iedereen leerling nummer X Y of Z is tussen de massa, kan je niet mee, pech gehad, ga maar weg, we hebben er toch genoeg. Van die leerling te helpen met extra uitleg of zo daar doen we niet aan mee want we hebben al werk genoeg Als dat het idee is van een goede school, alstublieft zeg!
    Een kleine school in de buurt krijgt feedback van de doorlichting dat ze briljant zijn, komt regelmatig in het (lokale) nieuws met pedagogische projecten maar heeft een slechte naam want daar gaat ‘het krapuul’, korter gezegd zij die het astronomische boekengeld van het college niet kunnen (willen) betalen. En als je gaat kijken naar de resultaten van de leerlingen na het secundair loopt dat gelijk, eigenaardig, met zelfs een licht voordeel voor de kleine school want de afgestudeerden van het college zijn vaak de school zo kotsbeu dat ze zich voor hoger onderwijs niet meer kunnen opladen; hoe zou dat toch komen? Ik weet naar welke school ik mijn kind zou sturen….

  23. Gie Zegt:

    Vreemd…
    De aangehaalde voorbeelden (Finland, Polen, Canada) hebben niks gemeenschappelijk en verschillen onderling grondig. Hoe kan je dat dan op een hoop gooien ?
    Finland levert inderdaad uitstekende prestaties. Het is echter een ongelooflijk egalitaire samenleving. Niet te vergelijken met onze situatie. En mijn Finse collega’s vertellen me ook dat het Fins zo simpel is dat kinderen in het eerste jaar al vlot kunnen lezen en schrijven. Men vertelt mij dat er namelijk geen enkel verschil is tussen de gesproken taal en de geschreven taal. D-T fouten zijn daar dus onbekend. De vrijgekomen tijd wordt door de leerkrachten dan ook gebruikt om te differentieren.
    Polen dan - nationaal examen op 13 jaar en dan de eerste “schifting” naar richtingen vergelijkbaar met Aso, Tso, etc. En een paar jaar later nog eens een nationaal examen om hetzelfde te doen. Waterval - zoiets ja - schifting - zeker en vast.
    Tenslotte Canada….. Daar is het onderwijs per provincie georganiseerd. Er zijn heel wat verschillen tussen de provincies. Verwijzen naar “Canada” als voorbeeld is zinloos. En er zijn ook “public schools” - private scholen dus. Heb je geld dan stuur je je kinderen naar een dergelijke school.
    Ik werk voor een multinational en kom op nogal wat plaatsen - de obsessie met onderwijs en sociale ongelijkheid is iets typisch Europees. Ik heb zo mijn twijfels over wat dat gaat opleveren in een internationale context.

  24. Johan Blaekdal Zegt:

    Allemaal in dezelfde klas tot 14 jaar, mij best. Maar dan ook de topsporters, want als voor ‘academisch’ talent geen uitzonderingen of speciale scholen worden opgericht, dan hoeft dat voor topsport evenmin. Zet ons zwemtalent maar in de klas naast hen die half verzuipen na 50 meter of watervrees hebben, tot hun 14, en zie vanzelf hoe ze olympische medailles gaan halen met een voorbereiding van 2 uurtjes watertrappelen per week.

    Nee, onderscheid moet er altijd zijn, want je kan een vis niet beoordelen op basis van hoe goed die in bomen kan klimmen. Dat ideetje van alles uitstellen tot 14 zou eigenlijk omgedraaid moeten worden: je moet al beginnen orienteren op 10. Als je dan ergens je draai niet vindt, kan je herorienteren, enkele keren, en zit je tegen je 14 op je plaats. Een kind van 10 kan zich daar nog gemakkelijk aan aanpassen, pikt sneller een draad terug op en herpakt zich in een nieuwe omgeving. Iemand van 14 is veel te eigenzinnig, en eigenlijk al veel te vastgeroest, om nog te gaan herorienteren naar iets helemaal anders. De 14-jarige voelt zich tekortgedaan als dat gebeurt of raakt gedesillusioneerd.

    Als iedereen dan toch in hetzelfde klasje moet, is er maar een oplossing om kwaliteit te behouden en desillusie van toptalent, elk talent, te vermijden: het invoeren van Advanced Placement klassen over elk onderwerp vanaf vroeg in de lagere school, waar stof aan een hoger tempo wordt behandeld, en waar leerlingen die Olympiades willen meedoen terecht kunnen. Naar Amerikaans model, waar dat vrij goed werkt in de middle schools. Organiseer dan ook een Advanced Placement in hout, metaal, koken etc, en zie dat soort model als een vorm van individuele begeleiding. Want het is dat wat nodig is voor maximaal succes.

    Een andere mogelijkheid is natuurlijk om naar het voorbeeld van de topsport, ook de topeducatie maar in buitenschoolse verenigingen te doen plaatsvinden…

  25. Tom C Zegt:

    Wat nicolas zegt is misschien redelijk grof maar het is zo dat TSO en BSO gekend staan om een groter gehalte aan “crapuul”. Dat komt natuurlijk niet alleen omdat ASO zoveel beter is maar ook om andere redenen. ASO-scholen werken het “crapuul” buiten met B- en C-attesten. Maar het “crapuul” komt dikwijls ook uit sociaal kwetsbaardere groepen waar bijvoorbeeld ouders nooit of slechts een laag diploma hebben gehaald of waar er om een of andere reden een moeilijk te overbruggen taalachterstand is of een combinatie van beide. Smet zou beter werken aan de houding van bepaalde groepen ouders en aan taalproblemen bij leerlingen maar dat is natuurlijk minder evident. Het resultaat zou nochtans voor een groot deel van het crapuul - en voor de rest van de samenleving - wel eens positief kunnen uitvallen.

    En natuurlijk ook de sterkere leerlingen niet vergeten die zich stierlijk zitten te vervelen bij gebrek aan uitdaging want voor hén is er geen tijd. Die wordt nog te dikwijls verkwanseld aan leerlingen waar de ouders thuis zelf niet willen werken aan de toekomst van hun kinderen. Dan kan je veel tijd steken in extra begeleiding maar veel gaat dat niet opbrengen.

  26. Stefan Noppen Zegt:

    Mag ik de heren kritikasters die menen dat er niets moet gebeuren even opmerken dat als men de situatie nu laat lopen zoals ze is men over 5 of 10 jaar mag verwachten dat het hele Vlaamse onderwijsniveau zal zakken als een pudding. Momenteel moet men volop investeren in kinderen en jongeren die getroffen worden door kansarmoede. Maar men zal meer moeten doen dan enkel investeren in onderwijsvernieuwing dat meer op maat wordt geschreven van kinderen en jongeren. Men zal ook daarnaast maatschappelijke inspanningen moeten leveren dat die onderwijshervorming ook later kan leiden tot meer werk en toekomstmogelijkheden van die kinderen en jongeren. Anders zullen de onderwijsinspanningen enkel leiden tot een vervlakking van de gewenste effecten op termijn.
    Wie meent dat werken met heterogene groepen leidt tot slechtere prestaties bij de sterkere leerlingen, heeft het mis. Mijn eigen onderwijservaringen spreken dat tegen en ik kan dat ook cijfermatig aantonen. Maar het vergt natuurlijk wel een andere manier van lesgeven en ingesteldheid tegenover kinderen en jongeren en een andere manier van samenwerken met collega’s. Bovendien zullen ook directies meer en meer moeten inzien dat een zuiver top-down beleid niet zal leiden tot de gewenste inspanningen. Leerkrachten zullen meer en meer met elkaar een team moeten vormen en samenwerken en gestimuleerd moeten worden bottom-up te werken.
    Nu wordt zo’n samenwerkingsproces al in vele scholen mogelijk en leveren al vele leerkrachten schitterende prestaties. Bovendien wordt het hoog tijd dat ouders leren kijken naar de ontwikkeling van hun kind, alvorens te beslissen in hun plaats. Ikzelf heb twee zonen die nu voortstuderen zonder problemen, maar het heeft lang geduurd tot het einde van hun middelbaar onderwijs, alvorens zij wisten wat ze werkelijk wilden. Studiekeuze ‘forceren’ op jonge leeftijd werkt niet. Geef kinderen en jongeren de tijd en de nodige structuur en ondersteuning. Hun hersenen maken heel wat veranderingen door en de ontwikkeling van kinderen en jongeren lopen helemaal niet zo gestroomlijnd volgens een Gausscurve. De gemiddelde leerling bestaat niet. Geef ze daarom ook de kans hun eigen ontwikkelingstraject zo te doorlopen dat ze kunnen ontdekken waar ze goed in zijn, zonder dat ze verplicht worden al te vroeg definitieve keuzes te maken die ze nooit meer kunnen goedmaken of inhalen.
    Talenten ontwikkelen begint eerst bij talenten leren ontdekken en kinderen en jongeren aanmoedigen die verder te ontwikkelen. Wat men graag doet en gemotiveerd, dat doet men beter. Wat belet ons kinderen en jongeren succes te laten ervaren! Ons onderwijs moet afstappen van negatieve selectie. Als men de onderwijsvernieuwingen regelmatig evalueert en bijstuurt ben ik ervan overtuigd dat ze vruchten zal afwerpen, op voorwaarde dat ook de samenleving haar steentje wil bijdragen. De vergrijzing kan enkel opgevangen worden als men ervoor zorgt dat de ontgroening van onze jongeren lukt, want zij zullen later de samenleving moeten vormgeven.

  27. J.V. Zegt:

    de minister verward gelijke kansen met eenheidsworst

  28. Dirk.De Vrieze Zegt:

    Wie het onderwijs gebruikt om de maatschappij te hervormen misbruikt het onderwijs. Wie de onderwijsnormen verlaagt om de maatschappij te hervormen zal ze weliswaar hervormen maar niet de richting die men nastreefde.

  29. Bernard Verstraete Zegt:

    Ik eindig straks na 43 jaar onderwijs (in het ASO) en in feite lees ik in de reacties op dit opiniestuk maar één idee: behoud het systeem waarin wij ons goed voelden voor onze kinderen. Wie niet mee kan, heeft pech - als ze onze kinderen maar geen blok aan het been zijn. In die lange carrière heb ik ook altijd meer leerkrachten gevonden die zwoeren bij de methode ” die altijd al succesvol geweest was” en die terug deinsden voor verandering “die nog niets bewezen had”. Ik heb vaak de souplesse gemist om in te spelen op de veranderde situatie/de diversiteit van de leerlingen - een gebrek aan souplesse dat in de bedrijfswereld waarschijnlijk/zeker al lang zou zijn afgestraft. Natuurlijk zijn die leerkrachten bang voor de verandering omdat zij dan anders zullen moeten les geven. Dan zetten ze zelfs hun geloof in “de kracht van verandering” on hold, omdat niets doen beter is dan iets slecht doen.

  30. Christophe B Zegt:

    Dat er iets serieus misloopt in het onderwijs is een understatement. 40% Gok-leerlingen terwijl dat eigenlijk men wou ombuigen.
    Ikzelf geef les in een school met meer dan 80% GOK-leerlingen. Ik heb lesgegeven in ASO in Brussel en in Gent en geef nu al 5 jaar les in een TSO/BSO-school. Steeds in scholen waar minstens 35% geen autochtone jongen deel uitmaken van de leerlingenpopulatie. Er schort op verschillende momenten iets aan het onderwijssysteem. Ten eerste bepaalt het gezin waar je in geboren wordt al heel veel, ten tweede wanneer je actief in het kleuteronderwijs binnenstapt, ten derde de thuistaal, ten vierde het cultureel kapitaal dat in het gezin wordt opgebouwd en ten vijfde de lagere school en wat er daar allemaal gebeurt. Wij krijgen te veel leerlingen die instromen op leeftijd en die nauwelijks kunnen lezen en schrijven. In deze tijd is dat ongehoord en dit zijn geen uitzonderingen in 3BSO, integendeel.
    Onderwijssociologen gaan wel aan een belangrijk ding voorbij: als ouder heb je zeer veel invloed op het opvoedingspad van je kind, zeker in het succesverhaal van je kind (of dat nu ASO/TSO/BSO is). Maar daar wringt ook het schoentje: cultureel kapitaal heeft de arbeidersklasse in de jaren ‘60, ‘70 en ‘80 juist kunnen helpen om te klimmen op de sociale ladder en in hoger onderwijs zijn kansen kunnen benutten.
    Ikzelf als leraar zou enkele voorstellen doen die niet zo drastisch zijn als de huidige hervorming maar of we dat wel willen, dat is een ander paar mouwen. Ik zou de zomervakantie inkorten ipv 9 weken, zou ik daar 6 of 7 weken van maken. De eerste drie weken worden de zwakkere leerlingen bijgewerkt op een intensieve manier. De sterke leerlingen worden in deze periode uitgedaagd in een zelf te kiezen vak (of zelfs twee vakgebieden). Wie dan nog een probleem heeft zit structureel fout in een bepaalde richting. Wachten tot 14 jaar, an sich heb ik er geen bezwaar tegen maar een praktische analyse: wat als een kind in dezelfde klas 11% haalt voor Nederlands waar een sterk kind 95% haalt, hoe moet dat kind van 11% zich wel niet voelen?
    Elk kind moet zijn talenten kunnen ontplooien en inderdaad links en rechts loopt er wat fout, de school kan een foute en onverantwoorde keuze maken (bvb door een B-attest te geven aan iemand met 68% voor wiskunde en Latijn om Sint-Barbaracollege uit Gent maar niet te noemen, of iemand met een tekort van 48% voor twee vakken op 12 vakken een C-attest), maar ik heb ook ervaring met ouders die steeds tegen de keuze in van het kind handelen om toch maar perse in ASO te zitten terwijl heel duidelijk is dat de jongere andere talenten heeft (vb, technisch, verzorgend, informatica, bouw, creatief, …). Ouders hebben zeer veel vrijheid en kunnen uit koppigheid ook foute keuzes maken. Er zal dus wel links en rechts moeten aangepast worden.
    Ik pleit voor een parkeerklas als overgang tussen het lager onderwijs en het middelbaar om leerachterstand van 2 jaar in te halen en ook nog eens een systeem met graden. Dus de gewone jongere kan gewoon overgaan. Kinderen mogen niet teveel met falen te maken hebben (niet meer dan twee keer anders treed schoolmoeheid op). Een jongere die alleen voor Frans en wiskunde een onvoldoende heeft zou mogen overgaan maar voor die twee vakken de lessen volgt van het jaar waarin hij of zij gefaald heeft.

    Alleen zijn de uitdagingen in het onderwijs niet alleen didactisch of pedagogisch van aard. Maar komt er een enorme crisis op ons af: massaal veel leerkrachten gaan op pensioen en je kan dat wel efkes uitstellen door die TBS en zo af te bouwen. Deze maatregel lost wel het grondprobleem niet op van een tekort van 20 000 leekrachten tegen 2020 (dat is binnen 8 jaar).
    Een nog groter probleem is de demografische groei in de grootsteden Antwerpen en Brussel, er moeten zoveel scholen bijkomen dat dat alleen al een titanenwerk zal vereisen van ambtenarij en alle netten die in België actief zijn, of die nu Vlaams of Franstalig zijn.
    Ik hoop niet dat die sociologen Finland en Vlaanderen met elkaar willen vergelijken want elk land heeft zijn speficiteit. In denk niet dat je in Finland 40% GOK-leerlingen hebt, of dan moet ik mij enorm vergissen. In centrumsteden zijn er scholen met meer dan 80% GOK-leerlingen. Ik vraag me werkelijk af of je dat van een lerarenteam zomaar kan eisen dat die allemaal om te vormen zijn tot perfecte én superintelligente burgers. Ik zet me al jaren in samen met zoveel collega’s in scholen waar voor elke leerling op een positieve manier gevochten wordt, waar het talent van elk kind centraal staat. Ook heb ik me vaak boos gemaakt als ik weer eens een zeer intelligente leerling tegen ben gekomen in het BSO die door een bepaalde school of leerkracht naar het BSO werd afgeleid. Daarin kan ik de mensen nog volgen, maar je gaat toch niet het fundament an sich afbreken omdat er enkele vensters mat zijn of scheef zijn gebouwd?
    Want als je eens goed nadenkt welke knelpuntberoepen zijn er? De zorgsector, de bouw, de chemie, onderwijs, … Dan zijn er toch wel heel veel opleidingen die in BSO en TSO terug te vinden zijn. Maar ik moet eerlijk zijn zoveel intenvieve campagnes voor die beroepen heb ik toch nog niet op de vele media die er zijn nog niet gezien. De Vlaamse regering is in deze zeer nalatig om veel meer in te zetten op die knelpuntberoepen.
    Naast al die kleine aanpassingen zou ik ook vragen om huiswerkklassen voor ouders in te richten voor wie daar echt nood aan heeft. Je benadeelt als ouder je kind enorm als je daar je tijd niet voor neemt om hem of haar uit te dagen of het nu intellectueel, technisch, creatief of op ander vlak is. Ik zie veel te veel ouders die hun functie als ouder op zijn zachtst gezegd niet vervullen en de maatschappij met hun probleem opzadelen. Waar is de verantwoordelijkheid van volwassenen in deze?
    Ik bouw al jaren samen aan deze maatschappij, ik hoop alleen niet dat Pascal Smet het kind niet met het badwater wil weggooien.
    Ik raad daarom aan om eens een superinteressant doctoraat bij te wonen van Alexandra da Pinto ivm het beroepsonderwijs tussen Portugal en Vlaanderen of het te lezen: er zal op verschillende manieren bijsturing nodig zijn en een algemene eerste graad zal niet de ongelijkheid qua kansen tussen de kinderen wegnemen.

    Dat een kind naar waarde moet geschat worden is een werk waar ieder van ons, van kleuterjuf tot prof elke dag werk wil van maken, we gaat dat niet doen door dezelfde discussie van begin jaren ‘70 opnieuw te voeren. Ik raad de beleidsmakers aan om eerst eens in die scholen te gaan kijken waar er zoveel gok-leerlingen zitten. Daar kan je uittesten of het werkt. Helpt het daar dan kan dat overal ingevoerd worden maar niet eerder.

  31. Wouter Zegt:

    Ik hou m’n hart vast als ik het voorstel van het studieprogramma zie van de vernieuwde eerste graad. 2u Nederlands, 2u wiskunde en 2u Frans? Pouha! Dat is wel erg weinig!
    Ik heb zelf enkele jaren les gegeven in een 1e graad BSO aan ’sociaal zwakkere leerlingen’. Concreet betekende dit twaalf-dertien-veertienjarige semi-analfabeten! De helft van de klas kende het alfabet niet eens (tot de R ging het meestal goed, dan begon de discussie)! Een werkwoord vervoegen lukte niet, zelfs na drie weken ‘training’. En geloof me, het was lang niet altijd van dommigheid, meestal was het onwil! En deze groep moet samenzitten met ‘begaafde’, gemotiveerde kinderen? Ik ben terecht bezorgd om de toekomst van mijn dochter!
    Sociologisch onderzoek heeft meermaals uitgewezen dat de groep een individu overheerst. Een zwakke leerling in een sterke groep wordt omhooggetrokken. Omgekeerd echter wordt het niveau van een sterke naar beneden gehaald door een groep zwakkeren. We weten allemaal welke groep het grootst is.
    Welke uitdaging gaan ’slimme’ kinderen nog krijgen? Dat ze de leerstof aan de anderen mee mag helpen uitleggen? Schermen met onderwijsvormen uit andere landen met andere maatschappelijke contexten heeft weinig zin. Kijk eens naar de evolutie die het niveau doormaakt in eigen land. Als ik vergelijk wat ik moest kennen 20 jaar geleden, en wat mijn stiefzoon nu ‘maar’ moet kennen nu, is dat een erg groot verschil! En mijn moeder klaagde 20 jaar geleden al toen ze zag wat ik ‘maar’ moest kennen!
    Nu gaat het om vaardigheden, tja het is een vaardigheid om een rekenmachine te kunnen gebruiken, ja, maar als dit rekenmachine al bovengehaald wordt om 8X4 uit te rekenen, maak ik me terecht zorgen. Als ik zie dat de leerlingen in een 5e jaar ASO, de zo gelauwerde richting van de ‘begiftigde’ kinderen nog maar 3 boeken moeten lezen, tegenover 10 vroeger, is dat ook geen gunstige evolutie. Een werkje maken, is synoniem geworden met ‘copy-pastegedrag’ van het internet.
    Gelijke kansen gelijkstellen aan iedereen gelijk, lijkt me nefast voor onze toekomst. Kinderen een uitdaging geven lijkt me essentieel. Het klopt wel dat er veel moet veranderen. Misschien moet men maar eens afstappen van jaargericht onderwijs en het onderwijs nog meer toespitsen op niveau, zodat iedereen aan eigen tempo kan leren. Dus in plaats van te verbreden, zou ik nog meer gaan specifiëren. Les krijgen op eigen niveau en met aangepast leertempo, lijkt me voor elke leerling beter. Zo ga je iedereens kwaliteiten optimaal benutten. Dat kan enkel door niveauverschillen te erkennen en daar rekening mee te houden. Gelijkheid in het verschil!

  32. jan Zegt:

    Als deze hervorming door de minister worden doorgevoerd, ga ik toch eens serieus nadenken en investeerders zoeken om een privé-school op te richten. Geen subsidies en dus ook geen “opgelegde eindtermen”, wel kwaliteitsonderwijs
    .

  33. Sibylle Zegt:

    Dat niet alle kindereen de nodige kansen krijgen ligt voor een groot deel aan de ouders: spoor die geregeld met spotjes aan langs de media,om meer interesse te tonen voor het belang van de schoolprestaties.
    In de scholen probeert men de taalachterstand van allochtonen in te halen, maar na school spelen ze met vriendjes van dezelfde origine en thuis kijken ze met schotelantennes naar programma’s in hun taal en in de zomer gaan ze voor een maand naar hun thuisland…

  34. Lieve Huyghe Zegt:

    Wat een vreemde redenering: het watervalsysteem tegengaan door studiekeuzes af te schaffen. Zouden we niet beter leerkrachten en scholen beter opleiden om ouders de juiste boodschappen te geven. Heel vaak worden ouders gevolgd in: probeer het maar in het ASO, je kan altijd nog afzakken…..
    Want… voor heel wat kinderen is het maar al te goed dat er BSO en TSO bestaat, en dat vanaf hun twaalfde. Heel wat kinderen die niet zoveel capaciteiten hebben, zijn maar al te blij dat ze eindelijk iets ‘zinvol’ kunnen leren. Ik sta al 20 jaar in het buitengewoon onderwijs en zie elk jaar kinderen de stap zetten naar het BUSO, maar ook naar het BSO. Die kinderen zijn zo fier als een gieter omdat ze een keuze kunnen en mogen maken. Ze zijn er meer dan aan toe om te kiezen, om die stap in hun ontwikkeling te maken. Het is best mogelijk dat een wetenschappelijk onderzoek uitwijst dat jongeren best hun keuze maken op de leeftijd van 14. Maar het is een wetenschappelijk onderzoek…. en dat toont a priori hoe het voor de meeste kinderen is… Maar niet elk kind is zoals de meeste kinderen. En heeft elk kind niet het recht op een onderwijs dat aan zijn noden en wensen voldoet?
    Ik wil zelf ook niet behandeld worden, zoals de meeste mensen… omdat ik mezelf ben, en niemand anders! Snappen die heren politici dat niet? We kunnen geen eenheidsworst maken, we moeten blijven zoeken naar hoe we zo goed mogelijk aan ‘al’ onze kinderen kunnen tegemoet komen: de hoog begaafden, de minder begaafden en de zwakker begaafden… Als dit wordt doorgevoerd, hoe kunnen die kinderen uit het buitengewoon onderwijs (type 8 en ook type 1), dan ooit nog kansen krijgen in het gewoon onderwijs? En is dat ook niet één van de prioriteiten van onze minister, dat er minder kinderen naar het buitengewoon onderwijs gaan… Deze maatregel zal dat zeker niet bewerkstelligen, wel integendeel. Wie heeft het hier dan over gelijke kansen???

  35. elisabeth Zegt:

    Enkele citaten uit het rapport Metaforum Leuven spreken voor zich :
    “Volgens TIMSS blinken we net uit in sociale gelijkheid. (…)
    In de lijn van het rapport-Monard wordt daarom voorgesteld om het denigrerende onderscheid tussen ASO, KSO, TSO en BSO af te schaffen en leerlingen voortaan te differentiëren op basis van hun belangstelling. Daarbij wordt uitgegaan van de vooronderstelling dat wanneer men het denigrerende frame van waaruit onderwijsuitkomsten worden gepercipieerd,
    vervangt door een frame waarin verschillen als verrijkend worden voorgesteld, men meer
    gelijke waardering voor verschillende onderwijsuitkomsten zal opbrengen. Die veronderstelling is weinig
    realistisch. (..)
    Om efficiënt in te grijpen op sociale ongelijkheid via het onderwijs komt het secundair onderwijs
    eigenlijk te laat. Het is essentieel om vooral naar het begin van de schoolloopbaan te kijken en
    zelfs naar de voorschoolse opvang (…)
    Leerlingen moeten kunnen kiezen op basis van interesse.”
    In Frankrijk, waar deze ideeën werden doorgevoerd, en demografisch vergelijkbaar met België (in tegenstelling tot Finland waar er quasi geen immigratie is, en in tegenstelling tot Canada waar er een intellectueel selectieve immigratie bestaat) faalt het systeem … de privéscholen scoren merkelijk beter dan de publieke scholen. Méér, de “politieke elite” wordt gevormd door privéscholen.
    Tenslotte : als er heel veel vakken worden aangeboden (breed algemeen vormend om het politiek correct te zeggen), kan men bezwaarlijk nog spreken van “kiezen uit interesse” maar is er eerder sprake van een gedwongen keuze van een bepaald pakket waar met een beetje geluk een uurtje een vak gedoceerd wordt waar men echt interesse in heeft. Méér, geen enkel vak kan grondig worden aangepakt (een schooldag bestaat nu eenmaal uit een gelimiteerd aantal uren)

  36. Wimb Zegt:

    @Jan

    Doen Jan, die privé-school.
    Ik hoop dat je binnen 2 jaar klaar bent om te starten.

    Ik zorg al voor een eerste leerling en als je wil zelfs een leerkracht.

    Mijn maag draait om, zoals ik hierboven al eens aangehaald heb, over zoveel onkunde van de minister, zodat een privé initiatief alleen maar volmondig kan toegejuicht worden.

    veel succes met uw nieuwe onderneming

  37. L. Van Emelen Zegt:

    Beste

    Persoonlijk vind ik de hervormingsplannen van minister Smet nogal onzinnig. Hij wil er alles aan doen om die vijf procent “onmogelijke” gevallen aan boord te helpen, maar lijkt te vergeten dat hij daarom zonder de 95 procent anderen weggevaren is.

    Een perfect, waterdicht onderwijssysteem bestaat niet. We kunnen het beter maken en zoveel mogelijk afstemmen op de leerling, maar er zullen, hoe dan ook, altijd leerlingen zijn die eens niet meekunnen, die - om het grote, boze woord toch maar te gebruiken - falen. Misschien is dat wel het probleem: men wil er vandaag alles aan doen om toch maar niet te hoeven zeggen dat iemand gefaald heeft. Als je nooit kan mislukken, waarom zou je dan als leerling nog moeite doen om te slagen? Recentelijk kwamen enkele zelfverklaarde onderzoekers nog in het nieuws met hun resultaten die zouden uitwijzen dat zittenblijven geen goede oplossing is. Dat kan wel zo zijn, maar is het verantwoord ten opzichte van de leerlingen die wel geslaagd zijn om die personen die de eindtermen niet gehaald hebben ook een attest te geven? Eens met je kop tegen de muur knallen kan en mag blijkbaar niet meer: die ongeschreven regel is een vrijgeleide voor losbandigheid en ongedisciplineerd gedrag. Schaf B- en C-attesten dus niet af: het zijn tenminste duidelijke signalen voor de leerling waarmee aangegeven wordt: “Stem uw keuze beter op je talenten af!” of “Doe nou toch eens wat moeite!” En net heb je nodig als je het noorden kwijt bent. De angst (voornamelijk van volwassenen) om te mislukken zit er zelfs zo diep in dat leerlingen nu geen herexamens meer krijgen, maar wel een “toegevoegde proef”. Dat laatste valt toch wel te verkiezen…

    In plaats van iedereen zo snel mogelijk probleemloos op de juiste plaats in het schoolsysteem te duwen, lijkt het me beter om zij die de neiging hebben om te mislukken, ook eens te laten falen (ook al betekent dat zittenblijven of van richting veranderen). Tegenwoordig moet alles in de maatschappij onmiddellijk geregeld zijn en dat kan gewoon niet. Geef leerlingen tijd om een leerproces door te maken. Mislukken is soms een onvermijdelijk element van een leerproces. Veroordeel dat falen niet door het verhullende naampjes (afkortingen waarvan niemand weet waarvoor ze staan) op te kleven, maar stel het zeker niet als ideaal of normaal voor, aangezien de meerderheid van de leerlingen deze stap overslaat. Des te groter zal de voldoening zijn als het wel lukt.

    Aan je schoolprestaties moet iets vasthangen en mislukken heeft dus een consequentie. Wel lijkt het me aangewezen om het volwassenenonderwijs meer te promoten of meer belang toe te kennen: wie later een extra opleiding wil volgen die destijds door bepaalde kronkels in zijn/haar studietraject onmogelijk bleek, kan dat alsnog.

    Vervolgens vind ik het belangrijk dat het huidige systeem TSO - ASO - BSO - KSO behouden blijft. De kracht van dit systeem is net dat op deze manier het leeuwendeel van de leerlingen heel snel een studierichting volgt die op zijn of haar talenten aansluit. Hoe sneller iemand een vak mag volgen waar hij of zij goed in is, hoe meer een leerling gemotiveerd raakt en hoe beter opgeleid hij of zij uiteindelijk de school verlaat, met alle troeven in handen om in de maatschappij goed te functioneren. Verleng de lagere school niet nog twee jaar: dat heeft weinig zin. Iemand die naar TSO wil, heeft geen boodschap aan nog méér taal of wero. Wie BSO wil volgen, heeft de passé composé toch ook niet nodig? Zij die het KSO in willen, blijven intussen op hun honger zitten met één uurtje plastische en één uurtje muzische opvoeding, terwijl de toekomstige ASO’ers zich tevens doodvervelen.
    In het huidige systeem bestaat zoiets als een B-jaar, zodat je niet nodeloos je broek slijt in de basisschool, maar vanaf een bepaalde leeftijd naar het BSO kan doorstromen.

    Desondanks vind ik niet dat men de basisschool drastisch moet inkorten: deze periode moet gebruikt worden om basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen…) aan te leren en bovendien vormt het een stabiele omgeving voor kinderen in volle ontwikkeling. Wel moet men trachten om het voor iedereen uitdagend te houden. Wie goed presteert (op welk vlak dan ook), moet gestimuleerd worden om dat te blijven doen. Misschien kan men bepaalde educatief onverantwoorde schooluitstapjes te vervangen door “keuzenamiddagen”, tijdens dewelke leerlingen kunnen kiezen uit een aantal activiteiten die eerder technisch, plastisch… zijn.

    De meerderheid van de leerlingen slaagt er wel in om een goede studiekeuze te maken en daarom ben ik van mening dat zij waar voor hun geld moeten krijgen: wie een technische richting krijgt, moet niet opgezadeld worden met Latijn, maar moet zich in techniek kunnen uitleven. Wie ASO kiest, zal allicht weinig interesse tonen voor snit en naad. Heden ten dage bestaat er een brede waaier aan studiemogelijkheden en aldus lijkt het me normaal dat iedereen wel ergens zijn of haar gading in vindt. Door leerlingen de studierichting te laten volgen die zij aankunnen en die aansluit op hun talenten, vorm je een goed opgeleide (en dat betekent daarom niet alleen ASO, beste volwassenen) generatie jongeren met alle kansen op de arbeidsmarkt.

    Ik ben ervan overtuigd dat 95 % van de leerlingen wel op één of ander vlak getalenteerd is. Als de Vlaamse Regering ons naar een kenniseconomie wil laten evolueren, dan moeten we op alle mogelijke manieren proberen om dat talent tot ontwikkeling te laten komen en het vooral niet te miskennen. “Iets kunnen of kennen” moet opgewaardeerd worden: je bent nuttig in de maatschappij als je iets kan of kent. De gemeenschap geeft jongeren de kans zich te scholen, aan hun om de maatschappij iets terug te geven (door dat talent in de praktijk te brengen). Men moet niet zozeer een onderscheid tussen de verschillende opleidingen maken, maar wel tussen niet en wel opgeleid.

    Dan zijn we bij de ouders aanbeland. Ach, wat is het schrijnend dat kinderen niet zelf hun ouders kunnen kiezen. Het ontzeggen van een rechtvaardige, strenge en verantwoordelijke opvoeding creëert een hoop maatschappelijke problemen die ook in het onderwijs weerspiegeld worden. Een totaal gebrek aan normen, waarden, respect, structuur en discipline thuis staat haaks op het gewenste gedrag in de klas. De leerkracht hoort echter de taak van de ouders niet op zich te nemen. Het is nou eenmaal zo gesteld dat kinderen daarom ouders hebben. De school moet eenzelfde, duidelijke structuur bieden, maar kan dat niet alleen. Als de regering het ouderprobleem wil oplossen, zal ze toch zéér vergaande maatregelen moeten treffen (niet alleen op vlak van onderwijs), want het toegepaste softe beleid blijkt niet effectief.

    Vervolgens stel ik je aan de tweede categorie ouders voor: zij (die vroeger soms zelf gefaald hebben) dringen hun eigen toekomstdromen op aan hun kinderen en beschouwen alles wat niet ASO is als minderwaardig. Bijgevolg duwen ze zonder nadenken hun zoon of dochter in het watervalsysteem, met als resultaat een compleet gedemotiveerde achttienjarige zonder diploma. Als veel ouders oren zouden hebben naar het advies van de leerkracht (en eventueel ook het CLB) en hun kind zelf, zou men jongeren heel wat leed kunnen besparen. Adviseringen i.v.m. studiekeuzes mogen daarom volgens mij best wat bindender worden.

    Dan is er nog het probleem met de leerling zelf. Een leerkracht op onze school stelde ooit: “Vroeger waren er goede en slechte leerlingen. Vroeger waren er gemakkelijke en moeilijke leerlingen. Vandaag zijn er gemakkelijke leerlingen en leerlingen die aan (vul zelf een leerstoornis in) lijden.” Veel ouders laten een of andere al dan niet zelf verklaarde -eut of -loog verklaren dat hun kind aan een leerstoornis lijdt (zodat de kinderen die werkelijk met deze hindernissen kampen weer eens miskend worden). Natuurlijk mag je deze arme bloedjes enkel positief stimuleren. Zo komt het dat moeilijke kinderen niet meer bestaan.
    (Voor alle duidelijkheid: ik ontken het bestaan van leerstoornissen helemaal niet, maar vind het absoluut ongehoord dat velen dat etiket gebruiken om het onmogelijke gedrag of de barslechte prestaties van hun eigen onopgevoede kind te vergoelijken. Op die manier wordt weer eens weinig respect getoond voor wie wél met zo’n leerstoornis kampt.)

    Er zijn ook wel nog goede ouders.

    Ik geloof in de gelijkberechtiging en een gelijke behandeling van mensen, maar niet in de absolute gelijkheid van de mens, omwille van de zeer eenvoudige reden dat mensen niet gelijk zijn. Dat toch stellen, is dus een ongelijke behandeling. Daarom vind ik de huidige idee van gelijke kansen ook niet volledig koosjer. Het Vlaamse onderwijssysteem, is - vergeleken met heel wat andere systemen (VS, UK…) - een systeem met een vrij grote sociale gelijkheid. Kansarm is relatief: het gaat erom wat je met de aangereikte kansen doet. Het onderwijs mag niet te ver in die positieve discriminatie gaan, uiteindelijk moet een leerling zelf zijn kansen verwezenlijken. Elke jongere krijgt op school dezelfde mogelijkheden aangeboden en in principe is iedereen mits doorzettingsvermogen in staat om de opleiding te kiezen die het beste aansluit bij zijn of haar capaciteiten. Steun van de ouders en omgeving is daarbij onontbeerlijk. De fout ligt niet bij het systeem, maar bij de ouders die hun kinderen die kansen ontzeggen doordat ze (in hun onvermogen tot opvoeden) andere prioriteiten stellen. En dat heeft zelfs niets meer met armoede te maken, maar met een pertinent verkeerde toekomstvisie.

    Al bij al biedt het huidige onderwijssysteem volgens mij voor de meeste jongeren de beste kansen en is het dus niet zinvol om het volledig te hervormen. Nooit zal men erin slagen om werkelijk elke leerling een ideaal traject te laten afleggen, maar dan is dat maar zo. Het falen van één persoon mag niet ten koste gaan van het slagen van tweehonderd anderen: daar zou de maatschappij aan kapot gaan.

    Als minister Smet dan toch in de kracht van verandering gelooft, dan verandert hij de ouders best. Het maakt niet uit hoe, als het maar gebeurt en snel: elk kind heeft recht op ouders (TWEE mensen die in een stabiele gezinssituatie hun kind goed opvoeden), het omgekeerde is niet altijd waar. Het zijn zij die de sociale (on)gelijkheid in stand houden.

    L. Van Emelen
    Een leerling

  38. Katrien Zegt:

    Lees: de Tijd van 23 juni 2012 “School voor onbegrepen whizzkids”

    Hoogbegaafden en slimme kinderen worden in het huidige systeem al helemaal platgeduwd. Het lijkt dat de politici en de onderzoekers aan één fundamenteel ding voorbij gaan. We zijn nu eenmaal niet geboren met dezelfde hoeveelheid verstand. Onze genetica heeft er voor gezorgd dat we ongelijk verdeeld zijn! het zullen spijtig genoeg ook voor de minder verstandigen, de slimmerikken zijn die de wereldproblemen kunnen oplossen! Geef ze dan aub ook al die kansen om zich te ontwikkelen.

    Het gezin van herkomst speelt ook een grote rol, maar dat zijn de ouders. Ouders willen vaak niet meewerken aan de ontwikkeling van hun kinderen? Geef dan ondersteuning aan de ouders. De verstandigen gewoon laten ziek worden van de verveling is geen optie! Laat het onderwijs niet nog meer eenheidsworst zijn!! Mijn dochter wordt ziek van de verveling in de basisschool!! Leerkrachten kunnen/willen in een klas niet differentiëren met 23-27 LLN.

    Bij zo’n hervormingen wil ik dan één grote Hoera roepen aan privé-scholen die wel slimme kinderen de nodige aandacht willen geven!!

    Verder een tip voor de sociologen van het artikel: Hebt u al eens een statistische test losgelaten op het niveau van de LLN in het BSO en vergeleken met het niveau bij het centrum voor hoogbegaafdheid in Antwerpen? Probeer die kloof dan maar eens te dichten in één klas. Gewoon onbegonnen werk!!! En beide partijen wordt onrecht aangedaan door ze bijeen te plaatsen. Blijft trouwens merkwaardig dat zwakbegaafden en hoogbegaafden beide uiteinden zijn van de Gausiaanse curve en dus in gelijke getallen aanwezig zijn in onze samenleving, maar we kijken enkel met leed naar de zwakbegaafden en gaan ervan uit dat Hoogvbegaafden wel hun plan zullen trekken. Niets is minder waar!!!

    Trouwens in het huidige basisonderwijs zijn de zorgjuffen er enkel om de zwakkeren naar boven te trekken en niet om de slimmerikken blijvend te motiveren. Het resultaat is dat ze dan in het hogeronderwijs komen zonder inspanning en dan kunnen ze zich niet meer inspannen en volgt het drama.

  39. Ruvano Zegt:

    In al die commotie rond onderwijs vergeet men al te gemakkelijk 1 aspect uit het oog,nl het basisonderwijs(kleuter en lager).Als je in kleuterklassen leerlingen ziet van 6,7 en zelfs 8 jaar die niet kunnen overgaan naar lager onderwijs omdat ze de basis missen(lezen,schrijven,tellen) kun je de vraag stellen wat er met deze kinderen gaat gebeuren als ze 12j zijn of ouder.Kinderen die reeds bij voorbaat verloren zijn en wss terechtkomen in de bijstand?Zou het misschien zinvol zijn om de hervormingen daar te beginnen en te zorgen dat deze leerlingen de kans krijgen om keuzes te maken als ze 12 of 14 jaar zijn geworden.Natuurlijk ligt er ook een enorme verantwoordelijkheid bij de ouders die maar al te gemakkelijk ook de opvoeding van de kinderen aan de school overlaten.Hoe kan je waarden en normen aanleren als je nog de discipline niet kan opbrengen om je kinderen op tijd naar school te brengen of ze in de opvang laten tot 18.00 als dat absoluut niet nodig is?Call me old fashioned,maar als we onze kinderen terug zouden leren lezen,schrijven en tellen in het basisonderwijs,zouden we dan geen grote stap voorwaarts zetten?

  40. Feys Raf Zegt:

    De waarheid over PISA en Finland: reactie van Antwerpse prof.-gouverneur Cathy Berx

    De Antwerpse gouverneur Kathy Berx toont vandaag in ‘De waarheid over PISA en Filand’ in de krant De Tijd (en op Knack-website) aan dat de hervormingsvoorstellen vooral gebaseerd zijn op de kwakkel als zou het Vlaams onderwijs wereldkampioen sociale discriminatie zijn. Zij reageert hiermee ook duidelijk en prompt op de bijdrage van de onderwijssociologen Jacobs en Van Houtte.

    Zij toont o.a. uitvoerig aan dat ook de leerlingen uit ‘lagere’ milieus volgens PISA beter presteren dan in veruit de meeste Europese landen. Zij verwerpt tevens de controversiële en nivellerende kloofredenering waarbij niet telt of de zwakkere leerlingen of leerlingen uit ‘lagere’ milieus goed presteren, maar enkel of het verschil met de toppers minimaal is. In Onderwijskrant 161 tonen we aan de hand van een tiental studies op basis van PISA en TIMSS nog eens aan dat we ook inzake sociale gelijkheid de topscore behalen.

    Ook andere uitgangspunten van de hervormingsvoorstellen van Monard & co zijn gebaseerd op kwakkels. De ‘bruuske overgang’ is gebaseerd op de kwakkel dat er veel leerlingen mislukken in het eerste jaar. Volgens het ‘Educatief bestel in België’ (1991) was dit volgens Monard en co 9 à 10 % ,in werkelijkheid 3 %. Van Houtte, Jacobs, Nicaise … beseffen ook blijkbaar niet dat onze hoge PISA-score prcies te danken is aan het feit dat het aantal leervertraagde 15-jarigen in Vlaanderen veel minder is dan in de meeste landen.

    De ongekwlificeerde uitstroom bedroeg in 2009 10 % - stukken minder dan de het Europees gemiddelde van 24 %. Nog steeds verspreiden Monard, Smet, Van Houtte, Nicaise, Jacobs, … dezelfde kwakkels. Berx heeft gelijk als ze stelt dat we vooral moeten aantonen dat de hervormers liegen over sociale discriminatie e.d. De kwakkels die al 20 jaar verspreid worden zijn inmiddels ‘standaardopvattingen’ geworden.

    Berx toont ook aan dat vergelijkingen met Finland mank lopen omdat men b.v. geen rekening houdt met de grote verschillen inzake migrantenpopulatie.

  41. Dries V. Zegt:

    Probleem is dat de commissie alleen maar naar het secondair onderwijs heeft gekeken en in dat kader passen de aanpassingen. Maar de heren hebben geen visie en durven totaal niet out of the box te denken. Het kleuteronderwijs moet voorbereiden voor het basis onderwijs. Maar het basis onderwijs niet voor het secundair onderwijs. Het probleem van de waterval is dat er moeilijke richting in ASO bestaan maar geen makkelijkere varianten en andersom.

  42. L. Van Emelen Zegt:

    Addenda bij een vorige tekst

    - Velen lijken de opdeling in belangstellingsvelden niet zo’n slecht idee te vinden, maar loopt men dan niet het risico om bijvoorbeeld de doodsteek te geven aan Grieks en Latijn? Heel wat mensen zijn van mening dat men dan “talen aan de humaniora” en “wiskunde en wetenschappen aan de technische” moet uitdelen. Tegenwoordig kan je ontzettend veel combinaties maken met Grieks en Latijn en nog wat wiskunde of wetenschappen: Latijn-Wetenschappen, Latijn-Wiskunde (6/8 u wiskunde), Grieks-Wiskunde (6-8 u wiskunde)… Heel wat leerlingen waaronder ikzelf vinden zowel een uitdaging in Grieks of Latijn als in wiskunde en wetenschappen en kiezen daarom voor een pakket met een klassieke taal en tegelijk veel wetenschappen/wiskunde. Niet iedereen die een klassieke taal gevolgd heeft, is daarom van plan om ook Latijn en/of Grieks verder te studeren. Ik weet niet hoe het met het aantal latinisten gesteld is, maar het aantal leerlingen dat Griekse tekstjes tracht te vertalen is nu al zo ontzettend laag (op onze school in het vijfde jaar: 8). Als minister Smet het dan ook nog onmogelijk maakt om Grieks of Latijn te combineren met wiskunde of wetenschappen, zullen velen die nu Latijn-Wiskunde, Latijn-Wetenschappen of Grieks-Wiskunde volgen, overstappen naar wiskunde-wetenschappen, als ze later van plan zijn om de exacte wetenschappen in te duiken. Concreet: van de 8 personen die in het vijfde jaar op onze school Grieks volgen, blijven er dan amper drie over (5 Grieks-Latijn). De andere leerlingen (5 Grieks-Wiskunde b) kiezen dan voor wetenschappen-wiskunde of iets dergelijks.
    - Een gelijkaardig probleem stelt zich voor ASO-richtingen zoals Moderne Talen - Wiskunde en Moderne Talen - Wetenschappen. ASO staat nog altijd voor Algemeen Secundair Onderwijs: specialiseren moet aan de universiteit of hogeschool gebeuren.
    - Zoals anderen al geopperd hebben: sterke leerlingen verdienen evenveel aandacht als de zwakke leerlingen en zijn niet het hulpje van de leerkracht om de zwakkere leerlingen tot vervelens toe alles uit te leggen. Als men de lijn “iedereen op eigen tempo” doortrekt, dan is “sneller dan de rest” ook toegestaan.
    - Vaardigheden tegenover kennis. Van kennen evolueerde het naar “kennen om te kunnen” en uiteindelijk vergat men “kennen” gewoon. Ik ben ervan overtuigd dat je pas iets kan begrijpen als je het eerst kent. Correct Nederlands schrijven kan slechts als je je zin volledig kan ontleden, zodat je de juiste vorm van het werkwoord enz. kan bepalen en als je de spellingsregels kent. Als je die op geen enkele manier aangeleerd krijgt (op een duidelijke en uitgebreide manier), mag men niet verwachten dat een leerling correct spelt. Vandaar ben ik ervoor gewonnen om in de basisschool meer aandacht te schenken aan zinsontleding en spelling. Als dat er moet “ingedrild” worden, dan is dat maar zo: later pluk je er de vruchten wel van. Vaardigheden vloeien voort uit kennis en ze moeten wel geoefend worden, maar je kan pas iets toepassen als je weet over welke toepassing het gaat. Hetzelfde gaat op voor Engels en Frans. Bij Engels gaat men er vaak van uit dat je nog voor de eerste les Engels een ruime woordenschat bezit. Als dat niet het geval is, kan je dus ook niet communiceren in het Engels. Vreemde woorden in een tekst kunnen soms narigheid veroorzaken. Als er één ongekend woord in een zin staat, dan kan je de betekenis makkelijk afleiden, maar als er één gekend woord in een zin staat, dan wordt het nogal ingewikkeld. Dat werkt pas demotiverend: je moet het kunnen, maar je kan er eigenlijk niet voor leren. Bij Frans dreigt met de nieuwe kleurboeken (zo noemen wij de nieuwe leerboeken) net hetzelfde te gebeuren op onze school.

  43. Jan Zegt:

    Het invoeren van de onderwijshervorming 2012 is de klok terugdraaien naar 1970 met het VSO (Vernieuwd Secundair Onderwijs).
    Een flop met nadelige gevolgen op het einde van de humaniora, namelik dat men aan de universiteit mag ontdekken wat studeren betekent.

  44. Christophe B Zegt:

    Het evenwicht tussen kennen en kunnen is inderdaad soms zoek. Vele collega’s vragen zich terecht af waar men eigenlijk naar toe wil. Maar vele mensen hebben totaal geen idee wat het probleem juist is in BSO/TSO in Vlaanderen. Aan de ene kant zitten daar leerlingen die eigenlijk in ASO zouden moeten zitten, maar door vooral sociale omstandigheden om het zacht uit te drukken wordt iedereen gewoon afgeleid die zogezegd niet zo goed Nederlands kan naar deze categorie, evenals leerlingen die met dyscalculie naar de uitgang worden afgeleid. Dit is zeer kortzichtig want zo zou Einstein simpelweg een B-attest gekregen hebben in de eerste graad van de humaniora, is toch wel zonde als er zo een talent geweerd wordt. Maar er zijn ook heel veel leerlingen die totaal verkeerd in ASO zitten maar tegen wil en dank toch alles maar proberen omdat ma en pa dat dramatisch vinden om zoon of dochterlief naar een geschikte TSO/BSO richting te sturen.

    België is het enige land die nog altijd de absurde tweedeling arbeiders en bedienden kent, schaf dat dringend af aub. Kijk hoe andere buurlanden daarmee omgaan en pas hetzelfde toe.

    Bovendien zijn de leerlingen met meer dan 2 jaar leerachterstand op 12 jaar enorm toegenomen, er schort dus iets in het lager onderwijs, het resultaat is vaak uitgebluste en moegetergde jongeren die aan 18 de school zo beu zijn dat alle goede intenties ten spijt die jongeren stoppen zonder diploma. Verder aanmodderen is geen optie.

    Er is een mogelijkheid om vanaf de kleuterklas in te grijpen, maar ook tijdens de lagere school en later in het secundair onderwijs. Maar ik snap met vele collega’s ook niet waarom grammatica an sich niet maar mag gegeven worden. Wat is daar zo verkeerd aan? Hebben wij als jonge kinderen dan alles verkeerd aangeleerd gekregen? De vervoegingen van être en avoir, Engelse werkwoorden, … . Zinsontleding op zich kan zijn nut hebben maar dat wordt ook ten stelligste afgeraden door pedagogen en zogezegde specialisten ter zake in het onderwijs. Uiteraard moet je een hoger niveau hebben wil je woordenschat en grammatica kunnen toepassen maar nooit teruggrijpen of ondervragen van die kennis heeft het onvermijdeijke gevolg dat er veel gaten zitten en veel jongeren enorme fouten maken in schrijfwijze en het gebruik maken van een juist gebouwde zin.

    Enkel ingrijpen in een eerste graad secundair om jongeren beter te laten kiezen is eigenlijk al rijkelijk te laat. Verplicht ieder kind vanaf 3 jaar naar de kleuterschool te gaan, stimuleer huiswerkbegeleiding voor ouders die niet weten hoe je dat moet doen (allochtoon én autochtoon), stimuleer cultureel kapitaal in elk gezin en pas dan ga je vruchten plukken van een onderwijsbeleid.
    Maar ik wil ook wetenschappers die alles mooi theoretiseren ivm onderwijs wel erop wijzen dat in theorie dat mogelijk is een zeer taalzwak kind met drie jaar leerachterstand samen te zetten met een leerling die drie jaar voor , maar nog niet in praktijk werkbaar is. Zeker niet in een klas groter dan 15 leerlingen. Hoeveel van die wetenschappers hebben zelf praktijkervaring? En liefst in centrumsteden en in alle niveaus (ASO/TSO/KSO/BSO/…).

    Sociale gelijkheid is wel degelijk ook een werkwoord, dat gaat niet vanzelf he, talenten moeten ook groeien en dat kan alleen door te oefenen en te studeren (spontaan en/of opgelegd) maar het zit ook vaak in de hoofden verkeerd om schrik te hebben dat alles een eenheidsworst zou worden bij een toekomstige hervorming.
    Ik hoop dan ook, net als vele andere leerkrachten snel duidelijkheid te krijgen over de plannen van minister Smet, want voor zover ik weet is er nog geen echt overleg met het werkveld zelf gebeurd (ik bedoel hiermee gewone leerkrachten en dan vooral daar waar zeer veel GOK-leerlingen zitten). En dat moet dringend gebeuren. Er zijn zeker oplossingen mogelijk zonder de fundamenten te moeten afbreken.

  45. J.V. Zegt:

    Wat is dat nou voor truut om te starten met Oosterlinck’s onkunde inzake onderwijs? Wat voor argument is dat nu? Dat is gewoon aandachttrekkerij! Denkt u dan dat Oosterlinck op deze dag, in zijn huidige functies nog altijd zijn hele dag doorspekt met het zich verdiepen in elektrotechnische literatuur? De man heeft publiceert al lang geen technische artikels meer. Hij publiceert daarentegen wel heel wat artikels inzake onderwijskunde. Overigens is hij ook geen elektro-werktuigkundige (ook al mag het dan ooit zo op zijn licentiaatsdiploma hebben gestaan), maar gewoon elektrotechnicus. Sinds wanneer kunnen hoogleraren niet meer hun discipline uitbreiden of transleren?

    Wat is verder de link tussen angst en houding? Wat is het nu, een angst of een houding??

    De wetenschappelijke kant van de zaak? “We weten dat hoe later de studiekeuze valt, hoe minder reproductie van sociale ongelijkheid er optreed.” Lijkt me nogal een onwetenschappelijke conclusie. Welk onderzoek wijst op deze univariate relatie? Welk onderzoek wijst op een dergelijk deterministische aard van de samenleving? Welk onderzoek wijst op een dergelijk utopische waarheid??? Het zou nogal gemakkelijk zijn de maatschappij in een paradijs te veranderen moesten dergelijke assumpties gegrond zijn !!

    Niemand zegt dat een brede basis leidt tot vergrijzing tout cours. Er wordt enkel gevreesd dat blind kopieren en achteloos implementeren gevaarlijk is. Niets tegen een brede basis, anders zou ik het vlaamse hoger onderwijs niet zo op handen dragen als ik dat doe. En niemand beweert dat topprestaties en gelijke kansen niet samengaan. Maar gelijke kansen zijn niet hetzelfde als een brede basis. Een brede baisis is een (beoogd) middel om gelijke kansen te realiseren. En het verkeerde middel m.i. Gelijke kansen bereik je door te ondersteunen wie ondersteuning nodig heeft, niet door iedereen dezelfde beperkingen aan te brengen. In afrika krijgen alle kindjes ook dezelfde basisleerstof, maar is er daar sprake van gelijke kansen? Is er daar sprake van topprestaties?

    Met uitstel studiekeuze heb ik geen enkel probleem, dat vind ik zelfs een goed idee. Maar dan … “Volgens Oosterlinck … ” Sinds wanneer mag een professor van een universiteit het niet meer oneens zijn met zijn collega’s? Oosterlinck is lang geen rector meer.

    Moeten, moeten, moeten, … We zullen zien of we het kunnen waarmaken zo intelligent te kopieren.

    Fundametele oneerlijkheid, verspilling van talent … Ho Ho Ho. Even pauzeren, even ademhalen. En verder, wat heeft gelijkheid bij decreet te maken met gelijkheid bij uitkomst??? Nogmaals: niets tegen een brede basis, maar wel tegen de roze bril dat gelijke kansen per definitie gelijk staat aan iedereen in een rolstoel te duwen.

    Wie zoekt die vindt (cynisch bedoeld). Hitler heeft ook een maatschappelijk draagvlak gevonden.

    Hervormingen (zij het nu in het onderwijs of elders) kunnen SOMS inderdaad een prioriteit zijn. Maar het zouden vooral OPPORTUNITEITEN moeten zijn. En dat is nu wat socialisten graag doen: zichzelf wijsmaken dat ze alle kansen in het leven grijpen. Ik eet niet graag kaas, men adem ruikt dan altijd zo sterk nadien. Liever kijk ik naar de realiteit. En in de realitiet dwalen soms spoken. Dat wisten de oude Grieken al, de echte, niet-pseudo, wetenschappers.

    Dat er wat te leren valt van de Scandinaviers zul je mij nooit horen zeggen. Deze landen zijn gewoon heerlijk. Maar begin niet argeloos te kopieren, asjeblieft, ik smeek het je. Is een Toyota dan even goed als een Volkswagen? Ik herhaal het desnoods tot vervelens toe: Dit beoogde systeem zal de schoolmoeheid niet wegnemen, het zal het afvallen van sociale minderheden niet wegnemen. Kijk naar de maatschappij vanuit een breed perspectief in plaats van alles te kaderen in onderwijssociologie, simpelweg omdat het er in past; dat is het meest onwetenschappelijke dat je kunt doen. Het zijn wij, tegenstanders niet die vrezen voor eenheidsworst, het zijn jullie sociologen die alle verschillende culturen door dezelfde molen malen vooraleer ze te analyseren.

    Zelf ben ik een kind uit een moeilijke sociale achtergrond. Ik heb ooit een B-attest gehaald omdat men mij weg wilde. Maakte dat mij schoolmoe? Jazeker. Hadden die leraren mij nog steeds weggewild in een kersvers gerevolteerd onderwijssysteem? Jazeker. Ik heb zelf de keuze gemaakt mijn jaar toen over te doen ipv af te zakken. Ik had overigens dat B-attest gehaald toen ik al was ‘afgezakt’ van ASO naar TSO. Let wel dat ik nog steeds in een richting met 8-uren wiskunde zat. Ik wilde immers een uitdagende richting. Maar een algemene richting zei me niet veel, omdat ik technisch ben aangelegd. Momenteel zit ik in mijn laatste jaar hoger onderwijs aan de universiteit.

    Leer kritisch zijn. Net zoals niet alle leerlingen hetzelfde zijn of dezelfde achtergrond hebben, zo hebben ook niet alle landen dezelfde achtergrond of zijn ze hetzelfde. Belgie is niet Finland of Canada.

    En voor alle duidelijkheid, ik ben geen fan van Oosterlinck, of van diens opinies. Lang niet. Maar hij denkt tenminste na vooraleer hij iets zegt.

Plaats een antwoord op het bericht