deredactie.be - OPINIE

De ondraaglijke lichtheid van excuses

12 / 09 / 2012

 

Afgelopen zondag vond de jaarlijkse herdenking plaats van de Jodendeportaties tijdens de tweede wereldoorlog aan de Dossin-kazerne in Mechelen. Premier di Rupo sprak er excuses uit omwille van het aandeel dat de Belgische overheden daarin zouden gehad hebben, gaande van verplichte registratie tot het organiseren van razzia’s.

Uiteraard heeft de historische waarheid haar rechten, ondergetekende is voor een constante revisie van de geschiedenis. Maar net daarom valt over het concept van het gloednieuwe Mechelse Holocaustmuseum, dat wellicht in december zijn deuren opent, heel wat te zeggen. Het focust namelijk uitsluitend op de Jodenvervolging door de nazi’s, en bijvoorbeeld veel minder op de deportatie van politieke gevangenen. Historici zoals Gie Van den Berghe wezen daarbij al op de grote betrokkenheid van Joodse drukkingsgroepen in de opbouw van het Memoriaal, waardoor bv. een actualisering naar hedendaagse pijnpunten zoals de Palestijnse kwestie onmogelijk was. Een actualisering en verbreding die absoluut nodig is.

Ook de referentie die in het “mission statement” van het museum gemaakt wordt naar zogenaamd extreemrechts in Vlaanderen, ruikt naar partijpolitieke recuperatie, want daarmee wordt het Memoriaal ook een wapen tegen een bestaande politieke partij, het Vlaams Belang (dat, merkwaardig genoeg, overigens eerder pro-Israël georiënteerd is).

Aboriginals

Jammer dus dat ook dit cruciaal project, met zijn grote pedagogische draagwijdte, weerom door de politieke rekenkunde geüsurpeerd wordt. Wat me echter vooral dwars zit zijn de excuses zelf, en hun halfslachtige retoriek. Wat betekenen ze, en wat is hun morele draagwijdte? Het is opvallend hoe snel hedendaagse politici met dat woord “sorry” uitpakken, en dan liefst in een ceremoniële omgeving met de nodige camera’s op hen gericht. Daar zijn notoire voorbeelden van.

Op 13 februari 2008 “verontschuldigde” de Australische regering zich plechtig tegenover de Aboriginals omwille van de begane moordpartijen door Britse kolonisten in de 18de en de 19de eeuw. De toon in de media was vrij unaniem, dat hiermee “een tijdperk was afgesloten” en “Australië met zijn verleden in het reine was gekomen”. Inderdaad waren de massamoorden van Pinjarra (1834), Myall Creek (1838), Battle Mountain (1884) en Coniston (1928) lang onder de mat geveegd, maar de laatste tien jaar groeide de wetenschappelijke belangstelling voor deze donkere bladzijden van de Australische vaderlandse geschiedenis. De nazaten zouden maar eens kunnen gaan processen en een schadevergoeding eisen. Dus moest er geëxcuseerd worden, letterlijk “verontschuldigd”, waardoor die donkere bladzijden eigenlijk uit het collectief geheugen konden verdwijnen, en de Aboriginals in alle vrolijkheid verder de openingsplechtigheden van grote sportevenementen mochten opluisteren. Case closed.

We herinneren ons zeker ook het moment in oktober 2007, toen de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens plots de tijd rijp vond om zich te “verontschuldigen”, tegenover het Forum van Joodse Organisaties, voor de deportaties van Antwerpse Joden tijdens de 2de wereldoorlog. Bart De Wever had helemaal gelijk toen hij stelde dat dit soort excuusgebaren lachwekkend en vrijblijvend was, maar verontschuldigde zich vervolgens zelf voor die opwelling van politiek-incorrecte eerlijkheid, nadat de “Joodse Gemeenschap” hem op de vingers had getikt.

Sorry-cultuur

De ondraaglijke lichtheid van dit soort door politiek opportunisme geïnspireerde excuses, die een serene en intellectueel eerlijke geschiedschrijving juist hypothekeren, doet ons nadenken over de essentie van schuld, (individueel of collectief) schuldbesef, wroeging, en de wens om iets te herstellen.

Schuldbesef is iets dat je meedraagt en probeert te verwerken, in die zin zijn er parallellen met het rouwproces (de vandaag verguisde Sigmund Freud vatte trouwens het rouwen op als een soort schuldgevoel, tegenover de overledene dan). In het gereformeerde christendom, het calvinisme en protestantisme, leeft dat veel sterker dan in het katholicisme, waar het sacrament van de biecht een toch wel elegante oplossing biedt voor mensen met gewetensproblemen en schrik voor de hel.

Ik heb de indruk dat die katholieke tactiek om het op een akkoordje te gooien met God en de schuldeisers, en de uitstaande schuld naar een soort restbank te draineren, aan de grondslag ligt van de huidige crisis van het kapitalisme en de immoraliteit van het bankwezen, maar dus ook van de alomtegenwoordige sorry-cultuur. We kunnen niet meer om met schuld, omdat het verleden niet meer tot het heden wordt toegelaten, als iets dat ons bewustzijn bepaalt. Alles is afwasbaar en uitwisbaar, niets plakt nog. We geven iemand een elleboogstoot, en mompelen nadien “sorry”, waarmee de zaak geklaard is. Van Michèle Martin wordt verwacht dat ze eindelijk eens haar excuses zou formuleren aan de nabestaanden, wat uiteraard compleet belachelijk is: ze moet dat net niét doen, maar met een onaflosbare schuld leren leven.

De zaak Lumumba

In die zin is zelfs elke strafmaat een maat voor niets, en is elke poging om eigenmachtig de omvang van het herstel af te bakenen, een Machiavellistische poging tot omkoop en aflaat. De moord op Lumumba, de eerste premier van het onafhankelijke Congo in 1961, die koning Boudewijn tijdens zijn historische onafhankelijkheidsspeech de mantel had uitgeveegd, behoort tot een van de meest onzindelijke pagina’s van onze vaderlandse geschiedenis. Socioloog Ludo De Witte heeft in 1999 onweerlegbaar de betrokkenheid aangetoond van de toenmalige regering Eyskens én van het Koninklijk Hof. Door de deining die de studie veroorzaakte, zag de regering Verhofstadt zich in 2002 verplicht om haar excuses aan te bieden aan de familie Lumumba, en daar bovenop een “Stichting Patrice Lumumba” te financieren, die moest bijdragen tot de “democratische ontwikkeling” van Congo.

Oordeel zelf of het hier gaat om oprechte spijtbetuigingen, dan wel om het cynisme van de macht, en manoeuvres om zich op een gemakkelijke manier van een ongemakkelijk verleden te ontdoen. Terecht eisen de zonen van de doodgemartelde en in zwavelzuur opgeloste Lumumba een proces tegen de Belgische staat. Maar ook z’n juridische afwikkeling is op zijn best niet meer dan een gemediatiseerd biechtverhaal en een schuldbekentenis, gevolgd door een penitentie. Case closed.

Opheldering

Schuld is een juridisch begrip, maar schuldbewustzijn is bij uitstek een morele categorie die elk individu afzonderlijk aangaat. Met de notie “collectieve schuld” moet met zorg omgesprongen worden. Persoonlijk voel ik me niet aangesproken in de zaak Lumumba, ik was toen zes jaar oud, en er waren sowieso maar een handvol burgers van dit koninkrijk op de hoogte. Ook de Holocaust is existentieel niet mijn zaak, premier Di Rupo hoeft niet in mijn naam te spreken. Mijn persoonlijke fouten (ik schreef bijna: “zonden”),- daar moet ik wél mee leven, in het besef dat het verleden niet ongedaan kan gemaakt worden. Elke dag laat ik de film nog afspelen, en elke dag is er de schaamte. Geen biechtvader die hier uitkomst biedt, geen beleefdheidsformule die het ongemak kan exorciseren.

Voor de rest is de wens om het verleden zich niét te laten herhalen, het ethisch fundament van de betere geschiedschrijving. De totale opheldering moet niet alleen schuldigen aanwijzen maar, veel meer nog, leugens ontmaskeren en mechanismen blootleggen.

Beter vandaag dan morgen, en hoe sneller de opheldering, des te meer kans hebben we om het verleden in te halen. Snelheid is zo belangrijk als grondigheid, zo leert ons Julian Assange.

Johan Sanctorum
(De auteur is filosoof-publicist en onafhankelijk consultant)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

7 Antwoorden op “De ondraaglijke lichtheid van excuses”

  1. erbert Zegt:

    Ja die cultuur van flut-excuses over zaken waar iedere jongere van minder dan negentig jaar niets mee te maken heeft, komen zo onwaarachtig over. Ik biedt mijn oprechte excuses aan voor het verdwijnen van de dinosaurus 65 miljoen jaar geleden, in naam van om het even welke natie.
    Voila zie, daar is de wereld dan ook vanaf.

  2. Joseph Zegt:

    “Voor de rest is de wens om het verleden zich niét te laten herhalen, het ethisch fundament van de betere geschiedschrijving. De totale opheldering moet niet alleen schuldigen aanwijzen maar, veel meer nog, leugens ontmaskeren en mechanismen blootleggen.”
    Deze alinea vind ik heel belangrijk.Dit is ook de drijfveer waarmee de duitsers zich laten leiden om met hun verleden van de laatste 100 jaar om te gaan. Zij gaan veel verder dan alleen zich “excuseren”.En het siert hen.

  3. igor de rycke Zegt:

    Wat is het alternatief? Alles vergeten? Geen verbanden zien met het heden?

  4. René Lenaerts Zegt:

    @ igor de rycke

    Vergeten mogen we nooit, want wie de geschiedenis net (meer) kent is gedoemd hem te herbeleven. Maar zoals de schrijver zegt moeten we oppassen met collectieve schuld. Ik wil niet horen dat iemand in “onze” naam verontschuldigingen aanbiedt voor iets waar ik niets mee kon te maken hebben. Hoe zeer ik het gebeurde ook betreur, ik ben bezorgd dat het zich nooit meer zou herhalen, en dat is het beste wat ik kan doen.

  5. willy goossens Zegt:

    Ik kan mij aansluiten bij de grondgedachte van dit artikel. De ware schuldigen moeten aangeduid worden en de “mechanismen “blootgelegd. Ik denk trouwens dat de vertoning rond dit soort “excuses” één van de redenen is waarom burgers zich keren tegen de politiek. De laatste tijd zijn zij constant in “shock”. Wanneer iemand die zich een BV waant van zijn paard valt dan zijn de politici in “shock”. Ik ben in “shock” van het gebrek aan sérieux bij die mensen als gevolg van hun electorale ambities.

  6. miel de bruyn Zegt:

    Volgens de katholieke leer zitten we toch allemaal met de erfzonde ?
    Hoeveel geld heeft Di Rupo klaar liggen om zijn excuses te kunnen verzilveren?
    Nabestaanden worden logischgewijs toch vergoed ?

  7. Willy Vandenbrande Zegt:

    In de inleiding van deze opinie staat “die de Belgische overheden zouden gehad hebben” wat meteen massaal historisch bewijs subtiel in twijfel trekt. Het zet de toon voor de rest van het artikel.

    Elio Di Rupo heeft zich verontschuldigd in naam van de Belgische overheden die wel degelijk een rol gespeeld hebben in de Jodenvervolging in België. Bovendien werd helemaal niet gezegd dat elke Belg schuld treft en/of zich schuldig zou moeten voelen, dat is iets wat de auteur er van gemaakt heeft en wat feitelijk onjuist is. Het enige wat werd gesteld is dat dit een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis is en een die we nooit mogen vergeten en die ons altijd waakzaam moet houden.

    Als die woorden bij het openen van een Holocaust museum niet meer mogen uitgesproken worden dan moeten we zeker op onze hoede zijn. En als de auteur vindt dat deze woorden kunnen afgedaan worden als gratuit en van een ondraaglijke lichtheid getuigend, dan spreekt hij in ieder geval niet in mijn naam!

Plaats een antwoord op het bericht