deredactie.be - OPINIE

Categorie: 'Jan Nolf'

Had u erfenis gezegd?

29 / 01 / 2013

Stichtingen en schenkingen krijgen nu een gouden kans

Het overlijdensbericht van de Stichting van koningin Fabiola viel samen met het geboortekaartje van een andere. Daags na de krantenkoppen over Fons Pereos stemde de Senaat immers nog twee straffere versies van ‘vermogensplanning’.

Even terugspoelen

Wat vandaag vermogensplanning heet, heeft een boeiende geschiedenis. Vroeger stond daarin niet het leven, maar de dood centraal. In heel wat culturen werden de doodskisten van vandaag – de sarcofagen van gisteren – volgestopt met voedingswaren, geld en kostbaarheden om te helpen overleven in de eeuwigheid. Ook dienaren en dieren gingen gedwee de grafkelder voor goed mee in. Of zoals de echtgenote in het oude India: als teken van trouw levend mee op de brandstapel bij de crematie van haar man.

In een meer nuchtere cultuur werd veeleer voor het leven en het heden gezorgd. Een geur van idealisme kon nog altijd helpen als een soort ‘aflaat’ voor het hiernamaals. De ‘Foundation’ geldt als voorbeeld van hoe de financiële farao’s van Wall Street een vorm van overleving zoeken. Kleine spaarders hebben hun levensverzekering. Stinkend rijke stichters doen het met een ‘overlevensverzekering’: het liefdadig doel waarmee ze bij leven aan public relations doen en nadien herinnerd hopen te worden. Remember Bill Gates.

De nieuwe wet op de bewindvoering van kwetsbare personen

‘Bewindvoering’ beoogt de bescherming van kwetsbaren zoals gehandicapten en dementen die hun centen niet zelf kunnen beredderen: hun belangen worden waargenomen door een ‘bewindvoerder’. De nieuwe versie van die wet pendelt sinds juli vorig jaar tussen Kamer en Senaat.

Twee nieuwe technieken daarin doen alles verbleken wat we Fabiola verweten.
Eén: vanaf nu zullen stichtingen geen naastenliefde meer moeten beogen maar enkel een broekzak-vestzak operatie van de stichters zelf.
Twee, als troostprijs voor wie geen stichting heeft: het wordt eenvoudiger dan ooit een ziek familielid wat lichter te maken voor die aan de laatste reis begint.

Twee kassa-kassa technieken als teken des tijds ? Alleszins twee projecten die niets meer te maken hebben met onthechte liefdadigheid, maar alles met aardse gretigheid.

Rode loper voor stichtingen

De eerste wetswijziging rolt voor stichtingen de rode loper uit. De nieuwe wet maakt een bocht van 180° met de rechtspraak waarin tot nu toe alle rechtspersonen (V.Z.W., stichtingen…) door de meeste vrederechters van een opdracht als bewindvoerder uitgesloten werden. Terechte vrees immers voor een onpersoonlijk bestuur zonder transparantie en echte controle – herinner u de ‘Dode Hand’ waar de Franse Revolutie een einde aan stelde.

In de toekomst zullen stichtingen wél bewindvoerder mogen spelen “op voorwaarde dat zij uitsluitend in het belang van de beschermde persoon handelen”. Vermits die stichtingen in veel gevallen door gefortuneerden zelf opgericht zullen worden in functie van de eigen oude dag, zal zo’n stichting per definitie rechtstreeks en exclusief hun persoonlijke belangen dienen. Met als kers op de taart een fiscaal voordeel bij leven van zodra die ‘vermogensplanning’ al in de startblokken schiet.

Dat is dus nog een stuk sterker dan wat Fabiola wou: niet voor zichzelf maar voor een selectie van familie en vrienden zorgen.

Daarbij verzekert de oprichter nu niet alleen zijn toekomst voor het geval van eigen mentale gezondheidsproblemen maar in een latere fase meteen ook zijn nalatenschap voor vele generaties lang.
Dat zal de fiscus het veelvoud kosten van veel pensioenuitgaven. Nee, geen notionele, maar een eeuwige aftrek.

De geldbeugel van kwetsbare patiënten

De tweede wetswijziging trekt de geldbeugel van kwetsbare patiënten al onmiddellijk open: een stichting is dan niet eens nodig.
Tot dusver voorzag de Bewindvoering dat die wilsafhankelijke patiënten zélf enkel nog een testament konden maken en schenkingen uitdelen wanneer de vrederechter daarvoor hun resterende ‘gezondheid van geest’ vaststelde – een delicate oefening.

Nu zal de wet toelaten dat de bewindvoerder ook “plaatsvervangend” schenkingen zal kunnen uitdelen: zelfs aan zichzelf. Uitgerekend het familielid dat moet waken op de bescherming van de belangen van bv. een Alzheimer patiënt, zal die dus kunnen uitkleden. Ook voor netwerken van stichtingen onderling geeft dat eindeloze perspectieven: inderdaad opnieuw die van voor de val van de Bastille.

Graaicultuur lijkt dus wel geofficialiseerd. Erfenisbejaging wordt de nieuwe olympische sport in familieverband: sneller in tijd, hoger in bedrag, sterker in macht.

Deze wet perverteert het hele systeem van bescherming dat niet om potentiële erfgenamen moet draaien maar om de patiënt in leven. Het riskeert daardoor ook alle familiale bewindvoerders als belanghebbenden verdacht te maken en vrederechters nog meer onder druk te zetten.

Het vergif van dat systeem – in families en in justitie - zal zich slechts met tijd verraden. Verklaar ondertussen de levenden voor dood en begiftig u zelf.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter en is auteur van het in 2012 bij UGA verschenen boek ‘Kwetsbaren in het recht’.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

De Raad van State gekortwiekt?

23 / 12 / 2012
Toen de Raad van State in 1946 opgericht werd om de burger te beschermen tegen de overheid schreef een jong advocaat churchilliaans dat nooit zoveel rechtzoekenden in een zo klein aantal rechters zo grote verwachtingen hadden gesteld. Politici bereiden nu een hervorming voor nadat zelden zo velen onder hen zo boos werden op zo’n klein clubje scheidsrechters.

Waar iedereen het eens over is

De vernietiging van de bouwvergunning voor het tramproject Deurne – Wommelgem was verleden jaar de druppel die de emmer deed overlopen. Kort daarna nam de Raad van State nog eens de bouw van een nieuwe gevangenis in Dendermonde in de tang. Allemaal openbare projecten die in een ruim kader bekeken, valabel lijken.

Niet zo voor de Raad van State die tot nu toe enkel een rode kaart kan uitdelen. De boodschap luidt dan ‘trek uw plan’, met hoogstens een paar suggesties in de marge van het arrest. Daarna struikelt diezelfde overheid nog wel eens over een andere steen.
Aan zo’n carrousel van procedureslagen moet inderdaad een einde gesteld. Justitie dient overal bij te dragen tot oplossingen in plaats van confrontaties op de spits te drijven.

Het besluit en de gevolgen

De nieuwe Raad van State zou volgens het regeerakkoord bevoegd worden om bij vernietiging van een besluit ook meteen de gevolgen daarvan te kunnen aanpakken. Voor schadevergoeding moet dan niet meer afzonderlijk geprocedeerd bij de gewone rechtbanken. Op suggestie van de Raad zelf zou zij nu ook over een bredere waaier van mogelijkheden beschikken in plaats van een loutere vernietiging of schorsing.

Een overheid met kwaliteit

De afdeling Wetgeving van de Raad van State adviseert de regering over wetgeving in de maak. Al zolang ze bestaat kreunt die onder het misbruik dat kabinetten maken van de uitzondering die de regel wordt: bij hoofdringendheid adviseren. Wie kwaliteitscontrole wil vooraleer wetten in productie gaan, moet daar ook in investeren.

De ongeBreydelde Vlaamse regeldrift is in eerste instantie zelf de oorzaak van de rechtsonzekerheid voor burgers en bedrijven.

Daarbij komt dat de wetgever vaak bij de start niet eens lering trekt uit zelfs vernietigende vingerwijzingen van de Raad van State. Wetsvoorstellen zoals de familierechtbank en voorwaardelijke invrijheidstelling – om van GAS nog te zwijgen - zijn daar bedroevende demonstraties van.

De politieke vreugdedans is voorbarig

Een ruimere bevoegdheid van de bestuursrechtbank was al een jarenlange denkpiste van die magistraten zelf. Dat illustreert dat het de politiek is die zich tot voor kort heel defensief heeft opgesteld: de schrik voor een rechter die zou zetelen op de stoel van het beleid zat er diep in.

De hervorming kan wel eens tot verrassingen leiden. Herinner u de bergen kritiek die de Raad van State recent over zich heen kreeg toen ze een Limburgse klassenraad verplichtte aan een leerling een A-schoolattest uit te reiken.

Nu had net die procedure veel weg van een laboratorium voor de “finale geschillenbeslechting” waar nu voor gekozen wordt. Op twee maanden tijd volgden daarin vijf arresten elkaar op als een snel stappenplan om de betrokken school en leerling bij te sturen en tot een voor iedereen aanvaardbare en correcte oplossing te komen.
De school bleek echter hardleers in het eigen huiswerk, en kreeg finaal een bevel tot aflevering van het gunstig schoolattest aangesmeerd, op straffe van een onverteerbare dwangsom.
Dat is precies wat ook onze politici riskeren en maar goed zo.

Bulldozermentaliteit

De kans tot remediëring aan ‘mineure’ fouten om een globaal valabel project tot een goed einde te brengen is het probleem niet.

Megamanagers en politici, verenigd onder het banier van ‘right or wrong, my project’ koesteren echter de illusie van een ‘carte blanche’ met een arrogantie op het niveau van het betrokken budget: niet ‘Just Under The Sky’, maar er ver over.
De vraag blijft dan of de nieuwe beoordelingsmethode wel zal kunnen optornen tegen die bulldozermentaliteit. Wat bij de start van de nieuwe rechtspraak een onoverkomelijk bezwaar is kan later ‘mineur’ worden, leert het Nederlandse voorbeeld wel eens.

Daarenboven wordt het afwachten of minister Milquet, hetzij nu of op termijn, de Raad van State bv. ook bevoegd zou maken voor de toekenning van schadevergoeding in plaats van vernietiging van een besluit. Noem dat een ruil- of koehandel. Dat begint dan veel weg te hebben van een afkoopsysteem voor overheidsmisbruik. Willen wij dat wel ?

Tot slot: als minister-president Kris Peeters efficiënte bestuursrechtbanken wil, moet hij op zijn beurt eens durven denken aan een stukje de-regionalisering. Immers lijkt de hervorming van justitie het perfecte momentum om de Raad van State onder te brengen in de nieuwe federale structuren met de provincie als solide basis.

Daar is dan meteen plaats voor twee Vlaamse miskleunen: de Raad voor Vergunningsbetwistingen met haar gigantisch achterstal, en het Milieuhandhavingscollege dat een Vlaams parlementair de “best betaalde kaartersclub van Vlaanderen” noemde.

Efficiëntie zei U toch ?

Jan Nolf

(De auteur is ere-vrederechter. U vindt zijn kritische bedenkingen over justitie op www.JustWatch.be en op Twitter@NolfJan )

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Privacy versus misdaadbestrijding

13 / 11 / 2012

Wanneer een ex-kabinetschef van een Minister van Justitie het over ‘politieke keuzes’ voor justitie en politie heeft, luisteren we daar nauwlettend naar. Volgens de Antwerpse procureur des Konings Herman Dams kan de ophelderingsgraad van diefstallen beter, maar “dit zal wel ten kosten gaan van een stukje privacy. Als je betere cijfers wil, moet je andere politieke keuzes maken” (VRT-radionieuws van 6 november jl.). Maar is die suggestie zelf niet al een politiek signaal ?


Cijfers en cijfers

Dat “7 op 10 gewelddadige diefstallen onbestraft” blijven roept om een antwoord van zowel politie als justitie. Politie moet klissen, justitie moet straffen. Dieven die niet gevat worden zijn niet altijd, maar toch meestal onbekend. Welke tools reik je de politie dan aan voor snellere identificatie en aanhouding. Daarvoor worden DNA-onderzoek en nummerplaatidentificatie als wondermiddelen opgevoerd. De inzet van een grote nieuwe industrie, die echter ook op ethische bezwaren stuit: voor welke samenleving kiezen we ?.

Vooreerst toch dit onderscheid. Dat bepaalde types misdrijven toenemen staat vast. Dat betekent nog niet dat de ophelderingsgraad ervan daalt. De 7/10 verhouding die nu de krantenkoppen haalt, vind je ook in de jaren 90 terug. De ophelderingsgraad van diefstallen lijkt nu zelfs licht verbeterd. Immers vallen onder de rubriek ‘onbestraft’ ook dossiers die ‘zonder gevolg’ geklasseerd worden na betaling van boete of probatie onder toezicht van het Parket. Die door de pers vaak vergeten subcategorie betekent nochtans bij uitstek het succes van een ‘hersteljustitie’. Mits die nuance komen we maar tot 6 op 10 echt onbestraft. Nog veel te veel, maar toch beter.

Het falen van het afschrikkingsbeleid

Zelfs als de ophelderingsgraad dus eerder klimt, illustreert de stijging van de gewelddadige misdaad op zich vooral het falen van de afschrikking die bij uitstek in dat crimineel segment deel moet uitmaken van preventie.

Met een consequent gevangenisbeleid zou de daadwerkelijke uitvoering van straffen alvast gestegen zijn in plaats van gedaald. Nu blijft het bij wachtlijsten voor enkelbanden en de noodoplossing in Tilburg. In welke overbevolkte cellen zouden we nu nog meer gekliste boeven op elkaar pakken, en met welke tralies kunnen we anderen ontraden ? Een drijvend Casino maakt in Antwerpen meer kans dan een gevangenisboot: “not in my backyard”. We weten dus echt niet wat we willen.

De plotse vergetelheid over het echte werk

De suggestie om veiligheidshalve onze bloedeigen DNA als een soort Belgische nummerplaat aan te maken, staat helemaal haaks op alle traditionele alarmbellen over rondtrekkende buitenlandse dievenbendes en grenscriminaliteit: die staan niet als schaapjes in de rij voor een schraapje op de binnenwang.

In de ambitie voor betere pakkansen bestaan er nochtans wel prioritaire projecten. Zoals het vernieuwende RODA-project: de aanpak van ROndtrekkende DAdergroepen, door de Europese JBZ-raad (ministers van Justitie & Binnenlandse Zaken) als internationale prioriteit aangewezen. Of het overlegplatform ‘BIRD’ (Bandes Itinérantes – Rondtrekkende Daders). Dat is het échte werk om de misdaad in kaart te brengen.

Tussenbesluit: de cijfers kloppen niet echt, de politiek deugt niet, en de logica ontbreekt.

“Aanwijzingen van schuld”

De strijd voor DNA ligt dus elders en de commentaar van de ex-kabinetschef leek wel een duwtje in de rug van het wetsvoorstel van NV-A senator Inge Faes dat een nieuwe gegevensbank voor ‘verdachten’ voorstelt naast de huidige voor veroordeelden. Voortaan zouden “aanwijzingen van schuld” volstaan.

De rechtstaat krimpt dus opnieuw, want voor die aantasting van het vermoeden van onschuld zou een beslissing van het Parket volstaan in plaats van een vonnis van onafhankelijke rechters.

Slechts schijnbaar geruststellend luidt het dat voor die 30 jaar bewaring maar een beperkte categorie van verdachten in aanmerking komt, en dan nog enkel voor een beperkte lijst van zware misdrijven.

Dat is zonder de waard van de Hoge Raad voor de Justitie gerekend. Die zag in haar rapport over de zaak Van Uytsel geen graten in het functioneren van magistraten maar noteerde met nauwelijks verholen tegenzin dat “massa-identificaties niet verenigbaar lijken met de filosofie van de wet”. Vanuit juridisch oogpunt een heel merkwaardig understatement.

In één adem betoogde de HRJ dat een “algemene DNA afname strategie niet noodzakelijkerwijze zou geleid hebben tot een eerdere arrestatie van Ronald Janssen”. Nochtans waren op bevel van de onderzoeksrechter van 36 andere verdachten DNA-afnames uitgevoerd. Enkel niet de juiste dus. Dan maar iedereen ?

Function creep

Dat is zoals altijd maar een begin, want net zoals in de ontspoorde ‘War on Terror’ en de booming business van camera’s met nummerplaatherkenning krijg je vervolgens “function creep”: steeds meer informatie raakt opgeslagen en via allerlei databanken gekoppeld en verspreid. “It never stops” waarschuwde de Washington Post daarover.

En inderdaad: Advocaat-Generaal Cottyn, 8 jaar lang voorzitter van de HRJ, wond er geen doekjes om. Weliswaar “ten persoonlijken titel” (lees: niet als HRJ-voorzitter, maar als parketmagistraat) stelde hij in de Senaatscommissie Justitie onomwonden voor dat “men” bij de geboorte DNA zou moeten afstaan. “Men” betekent de pasgeborene, en meteen iedereen.

Dat is pas klare taal voor een typisch autoritaire gemaksoplossing. De prijs daarvoor is de onteigening van ieders intiemste privacy maar méér nog, de fundamenteel foute boodschap: je wordt als verdachte geboren.

Welkom aan iedere Belgische boorling in onze Brave New World.

Jan Nolf

(De auteur is ere-vrederechter en publiceert over justitie op www.JustWatch.be en op Twitter@NolfJan.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

De Sme(d)t op de eer van justitie

29 / 09 / 2012
De Antwerpse strafrechter Walter De Smedt mag gerust een buitenbeentje van justitie genoemd worden. Als enige Belg zetelde hij zowel in het Comité P dat de politiediensten controleert, als in het Comité I dat de inlichtingsdiensten onder de loep neemt. Een uitgesproken liberaal, maar met nuances: hij sprak zich uit tegen de Bush methodes van ‘War on Terror’ die ook België besmetten, maar vindt ook dat we de lessen van het Dutroux-drama niet voldoende geleerd hebben. Niet eender wie dus, en niet zomaar in een hokje te drummen: altijd zijn averechtse zelf.

Controversieel

Als Walter De Smedt ooit een Wikipedia bladzijde krijgt, zal hij uiteraard ook achtervolgd worden door andere passages in in zijn zeer diverse biografie. Met zijn ‘keppeltjesvonnis’, kaartte hij – vruchteloos - bij het Grondwettelijk Hof de mogelijke discriminatie aan van hoofddeksels van joodse en andere burgers in zijn rechtszaal. Zijn interview (GvA 12 02 2008) dat rechters geen lidkaart zouden mogen hebben van het Vlaams Belang, omdat “die partij tot doel heeft om de instellingen kapot te maken” zou volgens de nu net verschenen Deontologische Gids voor Magistraten alvast niet beantwoorden aan de vereiste van ‘terughoudendheid’. Maar hij sprak zich ook uit voor ‘onsamendrukbare straffen’ die nu in de nasleep van de affaire Martin opnieuw aangekaart worden. In een recente column (Knack 18 08 2012) kwam hij op voor het menselijk aspect van het rechterlijk werk: “het is geen kruiswoordraadsel, waarin enkel gezocht wordt alles volgens de regeltjes te laten kloppen”.

Loop eens de rij af van de huidige politieke programma’s over justitie, en je zult overal op een paar punten wel een partij vinden die het met een standpunt van Walter De Smedt eens is. Hij is een geboren debater, een beetje BDW in toga, die iedereen tot op – of over - de grens van een bepaalde logica brengt.

Moderne rechters moeten volgens de wet zelf (art. 756ter Gerechtelijk Wetboek) “actieve rechters” worden, die ter zitting niet zomaar onbewogen luisteren, maar ook geïnteresseerd interpelleren. Rechter De Smedt deed die laatste vereiste alle eer aan. Soms iets te veel eer misschien. Maar zoveel collega’s waren daar dan weer triest ondermaats in: hun veilige keuze.

De ultieme uitdaging

Vooral zijn uitdagende vrijspraak van een gsm-diefje, uit ergernis over de niet-uitvoering van gevangenisstraffen zal de annalen blijven halen. Een woedende minister van Justitie eiste sancties. Dat “protestvonnis” was echter inhoudelijk wel degelijk een vonnis, vond het Hof van Beroep dat De Smedt vrijsprak van rechtsweigering, en ook het Hof van Cassatie zag daar geen juridische graten in.

Daarna volgde nog een tuchtonderzoek. In Justitie gebeurt dat door je eigenste hiërarchische overste, dus bijna per definitief iemand waarmee je dan vast al jaren in de clinch ligt. De Antwerpse rechtbankvoorzitter – legendarisch initiatiefnemer van het Indisch tempelbezoek in volle Diamantgate – raakte niet gewraakt. Diens wel héél bijzonder besluit werd breed uitgesmeerd in alle pers: geen tuchtstraf omdat…”rechter De Smedt reeds aan het misprijzen van publiek en vele collega’s onderhevig was of is”.

Wel publiek aan de schandpaal genageld dus: er zijn straffen waarmee je die zou willen ruilen. Op z’n Amerikaans met een bord om je hals moeten rondlopen ‘misprijs mij’, wordt misschien ooit een nieuw soort tuchtstraf.

Hoofd op het blok

Hou zo’n Belgische tuchtprocedure eens tegen het licht van eigentijdse normen voor een ‘eerlijk proces’, en dan kom je tot een pak vragen. De ‘case WDS’ illustreert vooral de bijna potsierlijke aanpak door justitie van zowel haar eigen dysfuncties als interne tegenstellingen. “Wie in Justitie z’n nek uitsteekt, legt ‘m op het blok”, grapt een ex-collega altijd.

Nu de echte straf die uitgesteld werd ?

Na die publieke uitbrander – het omgekeerde van een Antwerps lek dus – bleef het stil tot strafrechter De Smedt nu zijn pensioenaanvraag indiende. Daarbij hoort volgens de traditie de vraag om “de titel van het ambt eershalve te mogen voeren” Excuus voor dit letterlijk ambtenarees: een rechter die deze passage verzuimt te vermelden in zijn pensioenaanvraag wordt attent door FODJustitie opgebeld om zijn A4-tje te herschrijven. Zo automatisch werkt het systeem, en de vanzelfsprekende inwilliging ervan.

Die eretitel kost aan de overheid niets en heeft voor de gepensioneerde magistraat geen enkel financieel gevolg. Maar ook die louter ceremoniële eretitel blijkt deze unieke Antwerpse rechter niet gegund: zijn pensioenaanvraag werd – wellicht maar al te graag - ingewilligd, maar niet als ere-magistraat.

Deze uitzondering is een unicum. Laat staan bij een rechter zonder strafblad of tuchtsanctie. Een rechter mét strafblad blijft nu overigens ingezet in de Brusselse rechtbank. Ook elders hebben rechters wel eens, zelfs meer dan eens tegen de lamp gelopen, of functioneren ze na een tuchtstraf verder.

Houden we het bij het voorbeeld van een andere schrandere én bevlogen jurist, de vroegere Gentse raadsheer van het Hof van Beroep Jan Beirens, nog recent in de media als ervaringsdeskundige over de schandalige gevangenistoestanden in Vorst die hij 87 dagen lang in voorhechtenis ondervond. Na een monsterproces vrijgesproken van corruptie, werd hij – in tegenstelling tot De Smedt - een jaar lang geschorst. Hij herpakte zijn carrière en ontving bij zijn vervroegd pensioen in 2006 de decoratie die daar bij hoorde, en ook de “eretitel van het ambt’.

Die eretitel is geen recht, en slechts een “gunst”, zal de minister pleiten voor de Raad van State. Nee, veeleer een formaliteit, die de facto iedereen toekomt. Daarom lijkt het wel op een antiquiteit die beter helemaal afgeschaft wordt. Al zijn er in justitie gunstregimes die een meer prioritaire aanpak verdienen.

De justitie binnen Justitie deugt dus niet

Tucht in justitie lijkt wel iets als ten tijde van het leger in de Diksmuidse loopgraven. Oversten bevelen, oordelen, en veroordelen. Ze zijn rechter en partij, want ze creëren zelf het kader waarin magistraten willens nillens functioneren – of niet meer.

Het Belgisch palmares van Justitie sluit enkel en alleen al deze week op twee per abuis vrijgelaten verdachten van (poging tot) moord, en een veroordeling van België door het Straatsburgse Hof wegens een oneerlijk proces tegen een vermeende terrorist. In het geval van de hallucinante vrijlating in Hasselt hebben zowel griffie, parket als rechter boter op het hoofd, want op alle echelons liep het fout.

Misschien moeten we eens decoraties voor blunders uitvinden, uitgereikt op een podium op het Poelaertplein.

Dan zijn er in vergelijking toch juridische opdoffers waaraan “niet-ere-rechter” De Smedt zich alleszins niet bezondigd heeft. Als de Raad van State dat flauwe natrappen binnen een paar jaar rechttrekt, zal de begroting van Justitie misschien het verschil mogen ophoesten tussen de nu doorgelopen wedde van WDS en zijn pensioen. Dat wordt dan wel de echte smet op Justitie.

Jan Nolf

(Ere-vrederechter Jan Nolf is licentiaat in de rechten en de criminologie. Hij was 10 jaar advocaat en bijna 25 jaar vrederechter. U vindt zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn Law Blog www.JustWatch.be en op Twitter@NolfJan ).

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

De nieuwe wet Le Jeune zal snel verouderen

10 / 09 / 2012

In ons land dat zo sterk is in opsplitsen, heeft de regering een nieuwe grens getrokken: de wet Le Jeune werd opgesplitst in een light versie, en een strong versie: voor straffen onder 30 jaar de oude regel (vrijlating mogelijk vanaf een derde van de straftijd), en vanaf 30 jaar de strengere uitzondering (minstens de helft brommen, en recidivisten ¾). De vraag is hoe lang die eenvoudige menukeuze stand zal houden.

Die justitie à la carte zal zonder twijfel in een mum van tijd verveelvoudigd worden in functie van andere misdrijven en straffen. Net zoals we nu al maandenlang bezig bleven met het uitvinden van hogere straffen voor telkens nieuwe soorten misdrijven: een permanente zoektocht naar de aanpassing van bestraffing volgens de publieke verontwaardiging. Maar wat helpen straffen als daders toch zo vroeg vrij raken ?

De uitzondering zal snel de regel worden

Waarom inderdaad, zou de minimumtijd van de helft in plaats van een derde van de gevangenistijd niet veel meer toegepast worden ? Snel zullen we in overdrive gaan: de olievlek van wat we nu voor Malonne gestart zijn.

Een paar voorbeelden, voor elk wat wils. Racisme en pesterij ondermijnen het zorgzaam weefsel van een zachte samenleving. Fiscale en sociale fraude bestelen onze solidariteit. Schriftvervalsers saboteren gerechtsonderzoeken. Financiële manipulatoren ruïneerden onze banken.

Allemaal bij veroordeling tot – natuurlijk ! – minder dan 30 jaar, vrij na een derde ? Vergeet het wanneer de massale volkswoede van miljoenen verpauperden na een Europees failliet zal toeslaan. In ‘La mise en examen’, de recente roman van Bernard Attali die zich afspeelt in … 2013 heeft een bankier een lang gesprek met zijn advocaten. Die willen wel alles van hem weten, maar hun vragen – om hem beter te kunnen verdedigen – worden een plaatsvervangend inquisitoor. Met die ontredderde man die in de bankcrash-stijl van de 30-er jaren zelfmoord boven een proces verkiest, zullen weinigen compassie hebben.

Maar in een zelfde sociaal rumoerig verhaal zijn er veel meer en onmachtiger slachtoffers. Wanneer de mogelijke ‘verbetering’ van een veroordeelde als norm verdwijnt, maar enkel vergelding nagestreefd wordt, zal die nieuwe cachotkalender iedereen treffen. De woedende vakbondsman of betogende student die een ruit ingooit, een nieuwe Gentse muffin-”dief”, of de vader die naliet onderhoudsgeld te betalen, hetzij de echtgescheiden moeder die hem zijn kinderen niet meegaf voor het omgangsrecht.

Als kwaaie krantentitels en driftige proteststemmen volstaan, zijn ze allemaal de volgenden in de rij.

De oorsprong van de wet Le Jeune: een katholiek, een socialist en een liberaal

De katholieke minister Jules Le Jeune pakte het anders aan: zonder geestdrift, maar pragmatisch.

In 1886 woedde (ook) een wereldwijde economische crisis. Het socialistisch verzet leidde vooral zelfs tot brandstichtingen en werd dodelijk hardhandig onderdrukt.
Stakingsleiders kregen een voorsmaakje van ons huidig ‘lik op stuk snelrecht’, maar dat gooide nog meer olie op het sociale vuur. Le Jeune bedacht dat stakingsleiders nuttiger zouden zijn buiten dan binnen de gevangenis. 
Oscar Falleur, een beetje de Daniel Cohn Bendith van 1886, werd het eerste vrijgelaten proefkonijn van de gloednieuwe wet op de voorwaardelijke invrijheidsstelling van 1888.

In tegenstelling tot de naïviteit die hem postuum toegemeten wordt, was Le Jeune een somber pessimist. Volgens Donald Weber (in ‘Homo Criminalis’, een verslag van het Belgisch parlementair werk over strafuitvoering tussen 1830-1940) stonden bij Le Jeune niet de grote misdaden centraal, maar eerder de voortdurende kleine wetsovertredingen van vagebonden en gewoontemisdadigers.

Wat we aan Le Jeune toedichten zou in 1930 veel positiever geformuleerd worden door de zoon van zijn stagiair, de liberale minister van Justitie Paul-Emile Janson, die een bredere blik voor rechters verdedigde: “het belangrijkste is niet het misdrijf te beoordelen maar de dader ervan”. Daarin weerklinkt veel meer dan een tarief: een perspectief.

Ook in 1930 al stelde de socialist Jules Destrée de voorloper van de huidige strafuitvoeringsrechtbank (SURB) voor: een rechtbank per Hof van Beroep waarin een magistraat, een advocaat en een dokter zouden zetelen om over de sociale gevaarlijkheid van de veroordeelde te oordelen. Zijn uitgangspunt: wat als straf nog overblijft bij voorwaardelijke invrijheidstelling is een betere waarschuwing dan de al uitgezeten straftijd.

Het keerpunt van een socialist en een neoliberale

Het idee dat inzicht beloond wordt, botste begin 2007 frontaal met het voorstel van diens latere partijgenoot Renaat Landuyt. In zijn virtuele afschaffing van de wet Le Jeune “moet een straf een straf zijn punt uit. Keer de wet gewoon om: wie zich misdraagt zal langer moeten blijven zitten” (GvA 20 12 2006). Samengevat: wie in de gevangenis braaf is krijgt geen lekkers, maar wie stout is krijgt een extra portie straf.

Dat is nog veel Texaanser dan de ‘onsamendrukbare gevangenisstraf’ die anno 2012 verdedigd werd door de Franstalige liberalen, maar er nu (nog) niet principieel door raakte. In de praktijk zitten we er wel al dichtbij met 75% minimum gevangenistijd bij recidive.

Als Renaat Landuyt de volgende Brugse burgemeester wordt, zal hij logischerwijs de eerste zijn om in te gaan op een nieuwe brief van minister Turtelboom voor de inplanting van nieuwe gevangenissen. Dat zal met hun beider voorstellen alleszins noodzakelijk worden.

Met welke gevangenen die op termijn mee gevuld zullen raken en of die daarvan beter zullen worden, dat is een andere vraag.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U vindt zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn Law Blog en op Twitter@NolfJan. )

@Allen: reageren op deze bijdage impliceert dt u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

 

Verkleutering of responsabilisering van magistratuur ?

26 / 08 / 2012

De ‘Gids voor de magistraten’ komt er aan, een deontologische code. Een strak receptenboek, want “magistraten lopen nu aan de leiband” luidt het voortaan met een knipoog van de SM-rechter. Brengt dat een wakkere magistratuur vooruit of is hier ‘creeping micromanagement’ aan het werk ?

Artikel 404

Tot dusver keerden alle vragen terug tot het aller-algemeenste artikel van het Gerechtelijk Wetboek. Dat artikel 404 (als geheugensteuntje: het ’Peugeot404-artikel’) voorziet sancties voor wie ambtsplichten verzuimt, afbreuk doet aan de waardigheid, de taak verwaarloost en zodoende de goede werking van Justitie in het gedrang brengt of nog: het vertrouwen in Justitie aantast. Regels van het gezond verstand die nu worden omgezet in een checklist: “wij denken voor u”.

De magistratuur leek nooit het midden te kunnen houden tussen een krabbenmand waarin kleinzielig en soms pestend afgerekend wordt, en de ‘ons-kent-ons’ – mentaliteit die laat maar begaan. Die willekeur is een openbare dienst onwaardig en ondermijnt haar werking. De kritische think-tank ‘Magistratuur & Maatschappij’ – in de Gazet van Antwerpen steevast de ‘Linkse Rechters’ genoemd - hield er op 26 maart 2012 een druk bijgewoonde debatavond over, maar vernam nu de DeoCodex in de pers.

Top-down

Die typische top-down-aanpak van de minister, in tandem met de Hoge Raad voor de Justitie (die deels door magistraten verkozen wordt maar geenszins de magistratuur vertegenwoordigt) illustreert goed de verkleutering binnen Justitie en de de-responsabilisering die daar bij hoort. Dat moedigt geen magistraten aan die enthousiast werken én kunnen dialogeren, maar riskeert een (extra) chilling effect uit te oefenen op een vaak al te kille justitie.

Trage rechters en slaafse rechters

Justitie kan trage rechters missen als kiespijn, maar slaafse rechters evenzeer. De ene twijfelt bij gebrek aan de disciplinaire rechtszekerheid, de andere versteent door gebrek aan het voor die job eveneens vitale zelfvertrouwen.

In een waslijst van ‘welles’ en ‘nietes’ wordt nu de ene oude vaagheid (“ambtsplichten verzuimen”) geduid met behulp van een andere (“onkies gedrag”) en met een paar semi-formele verboden en geboden aangevuld. Het probleem van de gestresseerde human ressources en ethiek in justitie lijkt dus gewoon verplaatst, en in een Catechismus verpakt.

Zoals psychoanalyticus Paul Verhaeghe in zijn Oikos-lezing aangaf komt dat neer op “een verschuiving van interne motivatie naar een externe. Uiteindelijk impliceert dit een verschuiving van zelfcontrole en ethiek naar externe regelgeving en cameracontrole”.

Na de jarenlange “zelfgenoegzaamheid van de magistratuur” (interview F. Evers, Juristenkrant 30 september 2009) is wantrouwen het Leitmotiv van de Gids, en een teken aan de wand. Justitie vereist nochtans vertrouwen in rechters die het door wijlen Koen Raes zo geprezen ‘zorgzaamheidsperspectief‘ bieden. Een DeoCodex spuit slechts kwalijke geurtjes weg.

Mondige of mondgesnoerde rechters ?

De Napoleontisch getinte Gids lijkt een cataloog van geeuwende evidenties en open deuren. Magistraten die in hun loopbaan zo’n rode en groene verkeerslichten nodig hebben, mochten nooit benoemd geworden zijn. Eigenlijk heeft de Gids op zich al iets weg van een blaam.

Zal die waarschuwing ons wat vooruit helpen ? Volgens jurist en socioloog Eugen Ehrlich leidt precies dit codificerend beheersingsdenken tot de verduistering van het enige ware principe dat zekere en onbevooroordeelde rechtsbedeling op basis van grote idealen garandeert: ‘There is no guaranty of justice except the personality of the judge’.

Daarom valt te vrezen dat openhartige togadragers, die binnen én buiten de rechtszaal het maatschappelijk debat voeden in de marge van hun recht-gevende taak, nu nog op gladder ijs terecht komen.

Burger en rechtsstaat hebben nochtans minder baat bij een grijs korps van kadavergedisciplineerde vonnisautomaten ofte bouches de la loi (Montesquieu), dan bij bevlogen magistraten die de eenzame burger beschermen tegen ‘bad law‘. De inspiratie daartoe zit in hun kritische zin en moet blijvend gecultiveerd worden.

Ook het Fortisrechtersdrama was iedereen bespaard gebleven indien in een rechtscollege inspirerende ‘afwijkende opinies’ mogelijk waren, in plaats van zich anoniem te moeten “neerleggen bij de beslissing van de meerderheid”.

Monddode rechters zijn een probleem, mondige rechters een opportuniteit.

De DeoCodex kwam van boven, maar de problemen ook

De hoogste orakels moeten dringend de hand in eigen boezem steken. Twee recente voorbeelden, om het niet opnieuw te hebben over het door de Antwerpse rechtbankvoorzitter himself georganiseerde tempelbezoek (zie J. Nolf op Opinie VRTDeRedactie van 15 januari 2012).

Het laatste in een ontstellende reeks terechte wrakingsincidenten betrof het lidmaatschap van ‘Opus Dei’, toegeschreven aan de kersverse Eerste Voorzitter van het Hof van Cassatie, dat moest oordelen over de holebi-klacht tegen aartsbisschop Léonard. Het op 8 mei jl. wegwuiven door Cassatie van die vermeende partijdigheid werd door Professor Dirk Voorhoof afgekeurd als “een gebrek aan gerechtigheid, immanent of niet” (Juristenkrant 13 juni 2012).

Het onregelmatige verloop van de eigen verkiezing van de leden-magistraten van de weldra te installeren Hoge Raad voor de Justitie gaf aanleiding tot een parlementaire vraag waarna op 27 maart jl. in de Kamer doodleuk bleek dat hier geen enkel toezicht op bestaat. Het “recht op verontwaardiging” dat nu plots in de Gids ingeschreven wordt, bleek toen niet aan de orde. Misschien moet eerder eens nagedacht worden over de plicht tot verontwaardiging, maar zover gaat de pennenvrucht van de dus Zeer Hoge Raad bewust niet. Klokkenluiders onderaan zijn meteen gewaarschuwd.

Bijgevolg is er vooral nood aan een positieve deontologie: een ethiek die magistraten inspireert om hun maatschappelijke dienstverlenende functie met inzet voor rechtsbescherming én rechtvaardigheid in te vullen.

Jan Nolf, Freddy Evers & Bart Nelissen

(Freddy Evers was 25 jaar (vrede-)rechter, oprichter-voorzitter van Magistratuur & Maatschappij en o.m. uitgever van het boek ‘Kiezen tussen recht en rechtvaardigheid’.
Bart Nelissen is doctorandus KU Leuven en o.m. auteur van ‘Deontologische codes of deugden voor (te) openhartige magistraten ?’ Rechtskundig Weekblad 31 12 2011.
Jan Nolf was bijna 25 jaar vrederechter. U vindt zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn Law Blog www.JustWatch.be en op Twitter@NolfJan ).

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Brief aan een ‘Witte Ouder’

15 / 08 / 2012
U bent één der ouders van de historische Witte Mars. Vandaag bent u wit van woede. Het hele land leeft sinds de gruwel van die zomer van 1996 met u mee, maar uw leed blijft ongetroost. Acht lange jaren wachtte u op het proces dat alle wonden opnieuw openreet. Door die vertraging lijkt de veroordeling van 22 juni 2004 pas gisteren. Dat de strafuitvoeringsrechtbank aan Michèle Martin verleden jaar een kans gaf achter Franse kloostermuren 1.000 km van hier, kon u niet aanvaarden. Nu in Namen, achter de witte poort van de belaagde Arme Klaren evenmin.

Iedereen moet u dankbaar zijn

U hebt de werking van politie en justitie eindelijk op de agenda gezet. Hervormingen kregen vleugels. Nieuwe prioriteiten vonden ingang in de organisatie van justitie en – een beetje - in haar methode. Er zijn gedreven rechters die het zonder de ommezwaai die uw verontwaardiging bezielde, niet uitgehouden zouden hebben. Slachtoffers kregen in de rechtbank een tolk dank zij de ‘Wet Marchal’. Hun Schadefonds werd in 1997 verruimd, het strafprocesrecht in 1998 herschreven, en de voorwaardelijke vrijlating van de Wet Lejeune vanaf 2007 eindelijk gedepolitiseerd.

U was de eerste Occupy-beweging

Dramatisch ongewild werd u het project ‘Occupy Justice’. U liet niet af. Maar wat opvalt, en u siert: u haalde het niet via de politiek, want het lukte daar niet. Uw zeer kortstondige ‘Partij voor een Nieuwe Politiek’ verdween in conflicten en een financieel en electoraal debacle. Toch bleef u de scène beheersen, zelfs toen vader Jean-Denis Lejeune in 2011 het rare compromis maakte om op dezelfde kieslijst te staan onder Melchior Wathelet (jr.). Vreemd, want het was vader Wathelet die Dutroux op 6 april 1992 vervroegd vrijliet, tot diens eigen verbazing dan nog wel (D. De Coninck, ‘Marc Dutroux, Het stilste jongetje van de klas’ p. 151). Maar kinderen zijn niet schuldig aan de fouten van hun ouders: daar zijn we het over eens.

U demonstreerde een uniek experiment

Uw VRT-opiniestuk van 11 augustus doet rillen in de lugubere woorden: “kinderen die kreperen”. Niet iedere vader zou die harde vocabulaire keuze maken, maar niemand dan u en alle ‘witte ouders’ kunnen de pijn ook zo vreselijk voelen.

Maar het proces Dutroux bood u ook een uniek experiment en een kans tot zinvolle verwerking. Zoals u in de laatste bladzijden van uw tweede boek verhaalt (‘Mijn kind kwam Dutroux en Lelièvre tegen’, p. 302), reikte minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten u een praktische oplossing aan om het proces bij te wonen zonder onbetaald verlof – een probleem voor veel andere ouders van vermoorde kinderen.

Een tot nu toe nog uniek gebleven formule: “ik heb een bijzondere opdracht gekregen als ervaringsdeskundige. (…) Dit verslag zal een aanzet zijn voor de ontwikkeling van lesmateriaal in verband met de ervaringen van het slachtoffer, de rol van de media en de werking van het gerecht”. Daarna werd die ‘detachering’ verlengd voor voordrachten over het hele Vlaamse land.

Méér dan uw politiek experiment, werd dat uw verantwoordelijkheid: om jongeren te leren wat leed is, en wat justitie is. Zelfs als u hen enkel aantoonde wat onrecht was, leerde u hen ondertussen ook wat vandaag recht is of het morgen kan worden.

U zou “die opdracht waardig afronden” beloofde u in De Standaard van 17 februari 2004, en vooral: “ik zal mij bij het oordeel van de jury neerleggen”.

Nu houdt u toch geen woord

U start uw VRT-opinie onder “feiten” met een herhaalde vermelding van Michèle Martin als ‘psychopaat’. U eindigt uw “aanklacht” door die extreme psychiatrische term ‘psychopaat’ niet minder dan 5 keer te herhalen in één enkele slotparagraaf.

Eigenlijk gebruikt u dat etiket gewoon als scheldwoord. Immers legt u helemaal niet uit wat ‘psychopaat’ in de criminologie betekent. Laten we het dan gewoon even houden bij een notie van ‘complete onverbeterlijkheid’. U gooit Michèle Martin ten onrechte gewoon op een hoopje bij de inderdaad échte psychopaat Dutroux.

Zelfs in uw eigen verslagen van het proces Dutroux op Het Huis van An is die term ‘psychopaat’ voor Martin niet te vinden. Terecht, want die diagnose was er helemaal niet: vandaar dat procureur Bourlet – die u overal in volgde - in zijn eigen rekwisitoor van 21 juni 2004 enkel tegen Dutroux nog 10 jaar terbeschikkingstelling van de regering vorderde bovenop diens gevangenisstraf, en niet tegen Martin.

Het assisenhof bestrafte haar evenmin tot levenslang, zoals Dutroux. Dat was geen vonnis van trage of kille rechters, maar van een voor de slachtoffers heel empathische volksjury. Zonder de minste twijfel werd dus uitdrukkelijk geoordeeld dat Michèle Martin een ander geval was dan haar huidige ex: ook schuldig inderdaad, maar niet even schuldig, en niet zonder mogelijkheid op vrijlating.

Vandaar nu al de tweede beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank van Bergen: dat zij de kleine kans krijgt die de baanbrekende wet van 2006 voor haar voorziet.

We kunnen niet eindeloos processen opnieuw voeren. We moeten allemaal regels respecteren. Meestal zijn dat zelfs geen regels die we zelf mee inspireerden, zoals hier. Zo heeft vader Lejeune het al over Martin als “multi-recidiviste”. Ze zou dat nochtans nog niet eens zijn bij retroactieve toepassing van de toekomstige wettekst inzake recidive die het huidige regeringsakkoord ook onder uw impuls voorziet.

Zo verzandt dit debat van het verdriet in chaos, net als in de tijd van de vele proces-vertragende complottheoriën.

Stel niet teleur

U hebt niet het monopolie van het lijden. Maak het niet nog erger voor iedereen. Andere slachtoffers werden – zoals u dit schrijft - “letterlijk in (hun) kruis gepakt”. We kennen ze nog niet eens allemaal, laat staan hun daders. Er zijn ook ouders van in het verkeer omgekomen kinderen. Of na zelfdoding, waar ook veel ouders levenslang met vraagtekens achter blijven.

Iedere rechtstaat is onvolmaakt, maar justitie is de Kerk niet. Justitie is er helemaal niet om te vergeven, laat staan om te vergeten. Malonne blijft voor Martin een echte straf, maar ook een elementair zorgproject. Het helpt niet om dat uit te stellen, integendeel. Demagogie daarrond is mensen iets “wijs maken” en hen verdelen.

We verwachten méér van u dan van een volkstribuun. U kunt een voorbeeld zijn voor iedereen: een faire leraar. Ik wens u en de ‘witte families’ heel veel goede moed.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U vindt zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn Law Blog en op Twitter@NolfJan. )

@Allen: reageren op deze bijdage impliceert dt u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Iedereen gelijk voor de wet?

25 / 07 / 2012
De mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa, Nils Muiznieks, roept Europese regeringen om afstand te doen tegen wetten die speciaal tegen moslims gericht zijn. Het gevaar is dat wetten die dat nooit als bedoeling hadden, daar wel voor misbruikt worden. Zelfs daar waar de gelijkheid van alle burgers de eerste regel zou moeten zijn: bij Justitie zelf.

De wet, en niets dan de wet ?

Het ‘huisreglement’ van iedere rechtbank, het Gerechtelijk Wetboek, gebiedt toehoorders dat zij “de zittingen bijwonen met ongedekten hoofde, eerbiedig en stilzwijgend”.
Die regels vind je attent vertaald op de website van de Brugse rechtbank onder de ‘tips’. De toelichting luidt: “voor een sollicitatie of een examen heb je trouwens ook aandacht voor gepaste kledij”. Inderdaad. Al mag een prof je niet buizen omwille van een kort rokje of jeans met gaten. Of voor een hoofddoek…

Kledij: het Gentse voorbeeld om niet te volgen

De kersvers benoemde vrederechter van het vijfde kanton Gent eiste in september 2009 dat twee moslima’s hun hoofddoek afzetten. De dames weigerden, en verlieten de zaal. Die beslissing kreeg wijde afkeuring, o.m. van vrederechter Freddy Evers (Prijs Mensenrechten van de Liga in 2009): hij vond het een voorschrift van toen mensen nog een ‘klak’ droegen. Mooi geduid, want in die tijd bestond het woord ‘klassenjustitie’ nog niet eens: het was gewoon zo.
Jozef De Witte (CGK) noemde het incident “discriminatie”: een rechter zelf, moet neutraal zijn in zijn voorkomen maar mag dat niet wederzijds vragen van burgers.

Wie dacht er vroeger ooit aan van een non haar kap te laten afzetten, of van een chique dame, de hoed ? Of de plastic regenkapjes van gehaaste arbeidersvrouwen, met verkleumde handen. Van lang door de regen te rijden op de fiets, meneer.
Ik zal die éne keer niet licht vergeten, toen ik een man vroeg zijn ‘klak’ af te zetten. Hij boog zich voorover, en fluisterde bijna in paniek de verklaring. Tegenover die man die niet tegen justitie, maar tegen kanker streed, en beschaamd was om zijn verloren haardos, schaamde ik me die dag plots zelf.

Buiten, en geboeid

Verleden week werd een man in de Brugse rechtbank in de boeien geslagen. Alledaags, ware het niet om het motief: hij weigerde op te staan toen de rechter de gerechtszaal binnenschreed. Volgens de 75-jarige ‘ouderdomsdeken van de zaalwachters’, een gepensioneerd legeradjudant, was de onverlaat ook in recidive: hij had opnieuw een korte broek aan, en dat past niet.

Maar is een gewoonte ook wet ? Is onbeleefdheid strafbaar ? Nu in justitie, de dresscode van het Vaticaan ? Daar is een korte broek verboden, maar anderzijds, bij een audiëntie met de paus, ook voor onze koninginnen een hoofddoekje aanbevolen, al was het maar in kunstige oude kant.

Ceremonie en beleefdheidsregels

Met twee woorden spreken, hoort wél wederzijds. Sommigen hebben het nooit geleerd, of doen dat enkel bij superieuren. Nutteloos om hen of jezelf dan op stang te jagen.
Een stuk ‘ceremonie’ is dat rechtstaan, dat in Brugge manu militari bestraft werd.

Wanneer in mijn vroeger vredegerecht de bel rinkelde voor een thema zitting over bv. medische kosten, gebeurde het wel dat niemand rechtstond: allemaal kersverse nieuwkomers bij justitie. Crisistijd voor nieuwe Belgen, maar ook voor heel veel ‘oude’ Belgen. Ze kennen de liturgie dus nog niet. Moet je hen dan onthutsen met een opmerking ? Alsof het nog niet stresserend genoeg is je ziekenhuisfactuur niet te kunnen betalen, de gerechtsdeurwaarder aan je deur te krijgen, en je problemen aan de vrederechter te moeten uitleggen. In een versleten broek.

Sabelvreterij is contra-productief

Het Brugse incident illustreert een uitdaging. Ignoreer dat individu dan, want sabelvreterij is contraproductief. Omwille van een detail verliest iedereen nodeloos tijd en aandacht. Dan komt een negatieve dynamiek op gang, waarin een “strenge aanpak” zich zelf rechtvaardigt, maar tot chaos leidt.
Het Gentse incident illustreert het omgekeerde, want voor die dames was hun kledij de normaalste zaak van de wereld, zelfs een teken voor respect aan de rechtbank.
Waarom zouden we dat niet aanvaarden zoals het volgens Europa hoort ?

Het probleem is niet vestimentair respect, want “marcellekes” heb ik wel meer gezien. Zoals bij een stukadoor, recht van op zijn werf naar mijn zitting. Hij liet daarbij komend en kerend witte voetsporen achter maar had tenminste zijn zeg kunnen doen. En zelfs gelijk gekregen.
Een “Jerôme-naturel”, zoals de bekende Brusselse Ecolo-kandidaat (DM 23 juli), dat kan een rechter inderdaad ooit beleven: zelfs Spaanse brandweerlui poseren nu billen bloot tegen wurgende besparingen.

En justitie kleedt mensen ook soms al virtueel uit. Dat is toch van velen het gevoel. Misschien is dàt erger dan één stunt.

Justitie is geen westers sacrament

Een zitting van de rechtbank is geen Vlaamse hoogmis. Al lijkt dat soms zo: door het decor, het verhoog, de bel, de gewaden en boeken van hogepriesters en acolieten.
Voor het ‘Aggiornamento’ kenden onze kerken de “suisse”, een soort bewaker, een Zwitserse Wacht in het klein.
Met de dresscode van toen had die weinig zorgen en knielen was ingeburgerd. Ook decennia later weet ik nog altijd wanneer ik tijdens een eredienst behoor recht te staan. Maar dan heb ik er ook éven voor beslist. Uit respect voor een dierbare.

Wie voor de rechtbank opgeroepen wordt, heeft daar zelden echt voor gekozen. De ‘suisse’ van justitie, die lobby van gepensioneerden “voor de goede werking van justitie” voerde bij de vorige minister succesvol weerwerk tegen afschaffing.
Ondertussen hoort een rechter wel een soort biecht, maar hij doet vooral aan openbare dienstverlening. Ook voor de non-believers in justitie.
Maar rechters behoeven geen geur van westerse wierook. Ze moeten mensen vooral vertrouwen bieden, zodat die zich bij justitie veilig weten. Ook met een hoofddoek.

Wie daar dagelijks werkt, denkt zich nog nauwelijks in welke spanning en zelfs angst dat kille raderwerk veroorzaakt. Een beetje empathie is dan op zijn plaats. Rechters die eens op een ‘stoorzender’ of een andere zender botsen, moeten dan zuinig omgaan met machtsvertoon. Want enkel als je zonder kan, heb je gezag.
Macht is duur, gezag is onbetaalbaar.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U vindt zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn Law Blog en op Twitter@NolfJan. )

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Voorlopig bewind: de grote sprong voorwaarts

16 / 07 / 2012
De coma patiënt die voor het ongeval nog een fitte wielertoerist was. Of de verslaafde mid-lifer, jarenlang door drugs of alcohol verteerd. Of zoveel wegglijdende Alzheimers, van wie ik me de trage glimlach nog goed herinner. Sinds 1991 zorgen vrederechters er voor dat van die ‘kwetsbare personen’ de financiële belangen beschermd worden. In 2011: 11.609 medeburgers. Deze week stemt de Kamer een historische verbetering van dit statuut.

Een wet die 21 jaar geleden nipt op tijd kwam

Twee nieuwe gegevens vielen in het laatste kwart van vorige eeuw samen. Mensen werden steeds ouder, tot ze zichzelf soms overleefden. Terzelfdertijd viel het klassieke familiale netwerk weg door kleinere, en dan nog soms gebroken gezinnen.

Ouderen werden dus voor hun laatste jaren dus steeds minder door hun kinderen opgevangen: die zorg werd aan homes en ziekenhuizen uitbesteed. Met ook de medische spitstechnologie die daar bij hoort.

De ‘vrije wil’ van die patiënten vloeide vaak over in een grijze zone of een zwart gat. Toch moeten beslissingen helder genomen worden: facturen betaald, huizen verhuurd of verkocht. Wanneer de dichtste familieleden op één lijn zitten, zorgde de wet ervoor dat één van hen als ‘bewindvoerder’ die beslissingen nam, onder toezicht van de vrederechter. Was dat geen optie, dan werden advocaten aangesteld als professionele bewindvoerders. In dat laatste geval lijkt het soms een kleine industrie te worden: het gat in de markt.

Een nieuwe wet die nu ook zorgt voor levenskwaliteit

De wet van 1991 beperkte de opdracht van de bewindvoerder tot de goederen. Nu wordt die ook bevoegd voor de zorg voor de ‘persoon’ zelf, dus alles wat diens welzijn aangaat, tot en met de intimiteit van samenwonen en huwelijk.

Er kan zelfs een aparte bewindvoerder aangesteld voor beide luiken: zo kan dan een familielid verantwoordelijk worden voor de persoonlijke beslissingen, en een professioneel bewindvoerder voor de centen.

Daarenboven wordt de brugfunctie van de ‘vertrouwenspersoon’ uitgebreid: één of meerdere vertrouwenspersonen uit familie of sociaal netwerk ondersteunen de ‘beschermde persoon’ of vertolken diens mening. Ze hebben tevens de taak van “verzoener en klokkenluider”: beide termen geven een heel goed signaal.

Een nieuwe wet die vereenvoudigt

Eindelijk wordt komaf gemaakt met de Napoleontische versnippering van rechtsbescherming in diverse statuten: verlengde minderjarigen, onbekwaamverklaarden, verkwisters… Alle meerderjarige kwetsbare personen komen onder één systeem, dat vervolgens door de vrederechter ‘op maat’ verfijnd wordt. De procedure zal al tijdig opgestart kunnen worden vanaf 17 jaar, en voorziet nu ook in een overgangsfase na het overlijden: op die scharniermomenten wordt dus chaos vermeden.

Er is nog huiswerk

Minderjarigen zullen niet meer door de kantonnale vrederechter, dicht bij huis beschermd worden, maar door de verre arrondissementszetel van de rechtbank van eerste aanleg. De ‘familierechtbank’ slaat ook hier toe, en zal voor onbegrip en vervreemding zorgen. Misschien kan dat tij nog gekeerd, want de wet gaat nu naar de Senaat.

Een wakkere wetgever is niet blind gebleven voor de misbruiken. Vrederechters worden nu bij wet verboden hun plaatsvervangers als bewindvoerders te benoemen. De Hoge Raad voor de Justitie hekelde al vroeger die vergiftigende belangenvermenging.

Het zelfde geldt voor de vergoeding van die advocaten – bewindvoerders. Die zal bij Koninklijk Besluit vastgelegd worden om een einde te stellen aan willekeur: voor de verkoop van een woning van €150.000 wordt een advocaat – bewindvoerder in Roeselare nu vergoed a rato van €250, maar in Charleroi € 3.870 (berekening op de JustWatch blog van 10 05 2012).

Dan moet de minister van Justitie ook op dat punt natuurlijk nog haar werk doen voor dat K.B., en we kennen dat probleem.

Al van 1991 wachten we immers op het K.B. dat ook zou bepalen hoeveel mandaten één enkel advocaat maximum kan behartigen – opdat ‘hart’ ook hier nog op z’n plaats zou blijven.

Op dat K.B. blijft het nu al 21 jaar lang, hard wachten: tot vreugde van een happy few.

Empathische vrederechters gevraagd

Kwetsbare medemensen beschermen, is de bevoegdheid die vrederechters het pijnlijkst dicht bij de burger brengt: van ziekenhuisbed tot keukentafel, van intensive care tot pluche salons, bij ontroerde families of vereenzaamde enkelingen.

De ongeschreven opdracht is dan een “bezorgde rechter” te zijn: een zorg - dragende justitie.

Justitie heeft trage rechters, maar ook kille rechters. Het zou goed zijn dat de Hoge Raad voor de Justitie haar selectie verfijnt in functie van die ingrijpende, nieuwe opdrachten van de ‘nabijheidsrechter’.

Jan Nolf

(De auteur was haast 25 jaar vrederechter, en publiceerde pas zijn boek ‘Kwetsbaren in het recht’ (UGA). U vindt zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn Law Blog en Twitter@NolfJan).

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Gullit ex-spion ?

26 / 06 / 2012

 

Ruud en Estelle Gullit vechten een speciale match uit: elk volgens andere regels. Vrouwen ‘voelen’ gewoon dat hun man vreemd gaat. Mannen hebben daar bij gebrek aan empathie vaker spyware voor nodig. Die speeltjes om de ex te bespioneren zitten in de lift, want spotgoedkoop. De echte vraag gaat over ‘privacy en je partner’, wanneer een huwelijk een oranje kaart krijgt. Hoe ver mag je wettelijk gaan: elkaars mail lezen, sms… en wat is dat dan voor de rechtbank waard ?

Twee voetjes op de grond, graag!

We hebben het dagelijks over onze privacy, maar gaan daar iedere dag lichter mee om. Een mail stuur je naar één of meer mensen die je kent, maar dat is soms het begin van een ‘forward’. Een profiel op Facebook gaat zo ver als je eigen slappe definitie van ‘vrienden’, en op mijn eigen Twitter-berichten lees je nu waar ik op vakantie rondtoer. Nog niet met wie. We don’t care, tot een wiel van de wagen loopt. Wat schandaalpers is bij de een, is de roddelende voetbalvriend bij de ander. Dan mopperen we wel.

Stop de hypocrisie

Laten we dus vooreerst allemaal stoppen met de hypocrisie. Je kan niet verwachten dat de halve wereld een pak huiselijk nieuws toegestuurd krijgt, en je eigenste partner daarbuiten gelaten wordt. Het mocht vroeger al een regel zijn dat wie bedrogen wordt, de laatste was om het te weten te komen, vandaag gaat dat wat sneller, net zoals relaties zich sneller opvolgen. In grote Franse steden duren nieuwe relaties nu gemiddeld tussen de 3 en 5 jaar.

Dat maakt wel dat al die ex-en ook nieuwsgierig blijven meespelen, bv. om hun vraag om onderhoudsgeld wat bij te stellen in functie van de stijgende levensstandaard van wie hen ooit de bons gaf. Ik zag al vaker Google Map opduiken in gerechtsdossiers, straks ook Street View natuurlijk.

Het gaat niet om etiquette

In de handtas van je partner snuisteren staat niet netjes. Ook rondneuzen in zijn/haar mail dus evenmin. Wil je iets te weten komen, stel dus gewoon de vraag, zo zit beleefdheid ineen. Openheid in je relatie is geen meerwaarde maar een voorwaarde.

Wie jaloers is, krijgt dan een antwoord dat hem/haar niet zint, en dan begint het. À propos, in bijna 25 jaar vrederechterschap ontmoette ik minstens 10 keer meer jaloerse mannen dan vrouwen. Maar dat is een ander onderwerp.

Van brief naar privé-Twitter

Het briefgeheim beschermt een vorm van ‘transport’. Geen overheid mag die onderscheppen, tenzij een rechter dat toestaat. Die uitzonderingen vind je o.a. in de BOM-wet (Bijzondere Opsporing Methodes), maar ‘overspel’ hoort daar niet bij. Eens de brief op het besteladres aangekomen, gelden de ‘Rules of the House’: je eigen ongeschreven huisregels.

Als advocaat tussen 1976-1987 kende ik de tijd dat vechtscheidingen eerder de regel dan de uitzondering waren. Onderschepte liefdesbrieven waren toen het familiale BOMmetje, maar daar ook het ultieme bewijs: van privé-vernedering naar legale triomf.

Nu geldt dat gewoon ook voor de moderne communicatievormen. In de procedure art. 223 BW (dringende en voorlopige maatregelen tussen echtgenoten, buiten echtscheiding om) kreeg ik als vrederechter steeds vaker prints van chats en mails voorgeschoteld, of zelfs sms-berichten ter zitting geafficheerd op de gsm. Gewoon een aanpassing aan de techniek.

Dus geen echt probleem

Als je dagelijks intimiteit deelt tot tussen de lakens en in de badkamer, schakel je over van de vertrouwensfase ‘vriend’ naar ‘partner’. Misschien raar, maar ik situeer het een beetje vanaf het moment dat een condoom meestal niet meer gebruikt wordt.

Je deelt gaandeweg kosten, en je leest dus zijn facturen. Je gaat samen op vakantie, en je ziet dus haar VISA-rekening. Je doet boodschappen, en je kent dus zijn bankcode. Je computert soms op dezelfde laptop, en typt dus haar login. Je weet van mekaar de favoriete restaurants, maar ook de websites. Je deelt centen, maar ook alle intimiteit.

En dan zou de inkomende mail van je partner iets als de Verboden Vrucht moeten blijven? Nonsens. Vertrouwen in een relatie impliceert al wat voor dat vertrouwen nodig is, en dus respect. Verbodsregels in een relatie zijn maar respectvol als ze vanzelfsprekend zijn, zoals het verbod van geweld. Als de laptop van je partner ‘verboden gebied’ is, weet je gewoon dat er iets niet pluis zit. Openheid is de beste garantie voor een gezonde relatie. Ruzies moeten kunnen, geheimen niet.

Het echte probleem

M’n eerste ervaring met de simpelste vorm van ‘spionage’ is meer dan 10 jaar oud. In de ‘raadkamer’ achter gesloten deuren probeerde ik een echtpaar te ‘verzoenen’, en daarvoor is ook wat elementaire eerlijkheid voor nodig. Zoals de bekentenis van een ‘one night stand’, in dat geval gevolgd door een welgemeende vrouwelijke ‘sorry’.

Vrederechters zijn geen onderzoeksrechters: ze staan dichter bij relatietherapie dan bij de zoektocht naar een ‘schuldige’. Toch miste ik iets. En toen de man in kwestie zich schijnbaar vergevingsgezind omdraaide bij het weggaan, zag ik een rood lichtje knipperen in zijn open geplooide jaszak. Bij mij knipperde direct ook een rood lichtje: net als dat van m’n eigen dictafoon.

Hij was zo beduusd over mijn vraag om af te geven wat hij de hele zitting lang verborgen had gehouden, dat hij het mij gehoorzaam aanreikte: zijn dictafoon, waarop hij de ‘bekentenis’ van zijn echtgenote in de raadkamer opgenomen had. Ik wiste het bandje onmiddellijk op mijn eigen dictafoon. Dàt kan dus inderdaad niet. Dat is vals spelen.


Het groter probleem

Vandaag is spyware spotgoedkoop. Opname van gesprekken, telefoon- en gsm-communicatie, computergegevens, screenprints naar je (bijna-)ex…

Illegaal ja, dus geen rechtstreeks bewijsmateriaal. Maar “interessant” natuurlijk, want dank zij die fraude wordt vervolgens de strategie gepland om dan na die clandestiene omweg tot het legale bewijs te komen. En dan heb ik het nog niet over ‘uitlokking’: al lang geleden een beproefd procédé om een partner in een slecht daglicht te stellen. Soms zelfs een perfide vriendendienst.

Het echt gevaarlijk groot probleem

En tot slot: het maatschappelijk gevaarlijk probleem is niet de jaloerse partner met 007-allures, maar dat van politieke en bedrijfsspionage. Watergate is alive and kicking. Net lijkt het bewijs geleverd dat Frankrijks bekendste onderzoeksrechter (samen met een Zwitserse collega) 3 jaar lang bespioneerd werd door wapenfabrikant DCN die hij onderzocht (Le Monde 22 juni).

Onthou die Roeselaarse naam: le juge Van Ruymbeke. Onthou dat de Franse Staat in DCN (nu DCNS) een meerderheidsparticipatie had en heeft. In Frankrijk ramen ze het aantal “écoutes sauvages” op 200.000 per jaar. Maar als je de misdaad keurig kon meten, ware die al half opgelost, n’est-ce pas ?

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U leest zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn blog www.JustWatch.be en Twitter@NolfJan)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

En nu nog Justice4Belgium.

14 / 06 / 2012

 

Van een regering mag je nooit meer verwachten dan in haar regeerakkoord staat. Meestal doen we het met minder. Op pagina 140 van het programma Di Rupo lees je plots zonder verdere uitleg dat “de toegang tot het gerecht zal worden gewaarborgd”. Begin december 2011 heb ik dit mysterieuze doordenkertje twee keer herlezen. Er viel veel te zeggen voor een meer toegankelijke justitie, maar de methode bleef een mysterie.

Een vrederechter in het diepe West-Vlaanderen kon die aankondiging ook letterlijk lezen: toen de glazen toegangsdeur van zijn vredegerecht maandenlang defect bleef, werd daaraan slechts verholpen na een heuse parlementaire vraag. Zo wordt je volksvertegenwoordiger soms de klusjesman van dienst in justitie.

Vandaag vermoed ik dat in dit zinnetje eigenlijk een typfout was, en moest luiden “de toegang tot de gevangenis zal worden gewaarborgd”.

De echte beloftes

Het regeerakkoord kondigde aan dat de straf “eenmaal opgelegd, effectief en coherent moet worden uitgevoerd. Prioriteit zal worden gegeven aan de tenuitvoerlegging van korte straffen door de thuisdetentie”. Een maand later al, in De Zevende Dag van 8 januari betitelde minister Turtelboom de niet – uitvoering van gevangenisstraffen van minder dan 3 jaar terecht als “onuitlegbaar”.

Haar slaagkansen tegen het einde van de twee en een half-jarige legislatuur erkende ze als onzeker: “ik weet niet of het zal lukken” zei ze. Samengevat: de intenties van regering waren er, en de minister leek het aan te pakken. Er waren veel katten terzelfdertijd te geselen. Zelfs de Afkoopwet kreeg voorrang.

De lange traditie van niet - uitvoering van ‘korte gevangenisstraffen’

De oudste circulaires over de niet-uitvoering van korte gevangenisstraffen dateren van net voor en na de Tweede Wereldoorlog. Ze waren helemaal niet ingegeven uit mildheid jegens collaborateurs, maar (toen al) omwille van de “overbevolking in de strafinrichtingen”.

Daarna volgde andere inspiratie: in 1950 werd in Den Haag een eerste internationaal congres gehouden over de ‘korte gevangenisstraf’. Sindsdien werd de efficiëntie ervan altijd in vraag gesteld: ze werkt anti-resocialiserend, en is integendeel criminogeen. Dus volledig contraproductief.

De vraag is natuurlijk wat ‘kort’ is

Tot omstreeks 1980 vertegenwoordigden de “korte straffen” nog 59% op het totaal aantal opsluitingen per jaar (met een populatie van ongeveer 3.000 veroordeelden). Omzendbrieven van 1993 (Wathelet sr.) en 2003 (Verwilghen) legden de lat van ‘korte straffen’ respectievelijk op 4 en 6 maand, en adviseerden de niet-uitvoering ervan. De recentste Omzendbrief van 2005 (Onkelinx) zet de deur eveneens open tot 6 maand. U ziet: het is al een lang verhaal

Niettemin zaten we in 2011 al aan bijna 11.000 gedetineerden, met een gemiddelde overbevolkingscapaciteit van 20 % (in Dinant, Antwerpen en Vorst meer dan 60 %).Iedere minister van Justitie heeft met de regelmaat van een klok ook onder druk van vakbondsacties en zelfmoorden (12 in 2011) proberen te schipperen met alternatieve straffen zoals elektronisch toezicht.


De verjaring ‘bis’

Wie veroordeeld wordt tot 3 jaar gevangenisstraf of minder, en gedurende 5 jaar door Justitie vergeten wordt, is definitief een vrij man: dus zelfs geen enkelband meer. Een verjaring die wel eens vergeten wordt, want dat is de ‘verjaring bis’: de verjaring van uitgesproken straffen, bovenop de verjaring van zaken die nooit voor de rechtbank geraakten.

Het helpt dus niet om toch nog tijdig straffen uit te spreken, als die straffen zelf verjaren. Je zou magistraten voor minder frustreren.

Ondertussen stelde zelfs minister De Clerck vast dat rechters “alsmaar langere straffen uitspreken” (DS 7 mei 2011, afscheidsinterview van strafrechter Freddy Troch). De machine blijft dus oververhit. Al minstens een kwart eeuw lang.

Plots lijkt alles mogelijk op korte termijn

Blijkbaar als bij toverslag kan het nu voor één man, en naar aanleiding van één vrouw. De echte eerste aanleiding: geen dodelijk banditisme, onderwereldbank, of kinderverkrachting, maar een vestimentaire extravagantie met een kleinere opkomst dan de blote fietsers voor Cyclonudista in het zelfde Brussel.

Niettemin een pijlsnel opbod, tot en met het extraatje van een gelegenheidswet om de nationaliteit te ontnemen. Terecht stelde de minister dat de nationaliteit verkrijgen, een ‘gunst’ is, maar eens je die hebt, wordt het toch ook een recht ?

Bart De Wever citeert daarvoor (DS 12 06 2012) opnieuw precedenten tot in de versteende oudheid. Iets recenter deze voetnoot van de geschiedenis: bij Decreet van 8 december 1940 ontnam Maarschalk Pétain de Franse nationaliteit aan Charles de Gaulle. Inderdaad een politieke daad, maar geen voorbeeld.

Wat nu aangekondigd wordt als een stappenplan voor een nieuwe Omzendbrief, startte met een electorale sprint in Antwerpen, en dan direct een serieuze struikelpartij over de eerste horde van de rechtstaat.

De objectieve criteria voor de preselectie van een verblijf in een cel die gemiddeld 100.000€ nieuw kost, zijn op papier snel geschreven. Ze objectief in de praktijk invullen zal na deze valse start een ander paar mouwen zijn, want de minister heeft het wantrouwen jegens Justice4Belgium nu zelf gezaaid.

Als Annemie Turtelboom meent dat de Antwerpse garagist “gevaarlijk is omdat er zelfs zotten vanuit Parijs naar hier komen om onze agenten neer te steken”, moet ze zich afvragen of die zotten in Parijs zullen blijven zolang onze landgenoot achter de tralies verdwijnt. En wat indien niet, en wat daarna ? Misschien moet ze haar voorganger vriendelijk verzoeken de Franse gendarmes die nu net voor de verkiezingen in Kortrijk patrouilleren, voor de eigen deur te vegen.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U leest zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn blog www.JustWatch.be en Twitter@NolfJan)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees de gewijzigde regels - mod

Voor Justitie, kassa 2

29 / 05 / 2012

 

Diamanten zijn voor altijd, maar justitie niet. In het Brugge van Hans Memling (1465 – 1494) kon een vonnis van vierendeling afgekocht worden voor 3.000 “goude croone”, maar de veroordeelde werd daarna toch onthoofd. Als alternatieve straf nogal relatief. Recht en onrecht lijken nu in onze ‘Age of Rights’ wel afgemeten op weegschaaltjes van apothekers. De volgende fase is de Afkoopwet: j-commerce, want rechters komen er niet meer aan te pas, of worden buiten spel gezet. Tegen een prij$je.

Niet omkopen, maar wel afkopen, of toch afkopen na omkopen?

Rechters mag je niet omkopen, maar hun straffen kan je straks wel afkopen bij een nieuwe supermarkt voor blanco strafregisters: het parket. Als je dus toch een rechter omgekocht zou hebben, en daarvoor een veroordeling dreigt of uitgesproken werd, kunnen zowel omkoper als omgekochte, hun straf afkopen. Een voorbeeld van wat je leest op p. 23 van de – oeps ! - niet gedateerde omzendbrief over de “verruimde” minnelijke schikking. De staatskas rinkelt voor dure gangsters aan het loket van het parket. Berooide boefjes gelieven zich te wenden tot de gewone rechtbanken.

Vraag en aanbod op de afkoopmarkt

De procureurs-generaal die de pen van de minister van Justitie vasthielden gaan er van uit dat het “in de praktijk te verwachten zal zijn dat het (afkoop-)verzoek voornamelijk zal uitgaan van de verdachte” omdat die bereid moet zijn de schade te regelen.

De realiteit lijkt wel net omgekeerd. Immers zit de schrik er bij de top van het parket goed in voor procedureslagen en –fouten: liefst worden ze daar niet nog een paar keer glorieloos op afgerekend. Daar draait ook al de hele tijd de Antwerpse diamantoorlog over. Als de procureur-generaal er al maandenlang zijn medewerkers wantrouwt, en daar zelfs huiszoekingen bij hen voor over heeft, kun je je afvragen in welke onderhandelingspositie hij zich zelf stelt.

Het lijkt er wel op dat de procedure-ruiters hun slag al thuisgehaald hebben, wanneer de schaduw van een witte vlag wappert op het Vlinderpaleis. De ene wil ervan af, en de andere kan ervoor betalen: wie houdt zo’n win-win-team tegen ?

Procureurs die rechters worden

Promoveren van parket (Openbaar Ministerie dat vervolgt) naar ‘zetel’ (rechter die oordeelt) is traditie, maar hoeft nu eigenlijk niet meer, alhoewel de functies fundamenteel verschillend zijn. Onze eigenste minister van Noordzee doceerde in zijn antwoord op een senatoriale vraag van 26 01 2012 de zgn. ‘moderne’ visie dat het parket deel uitmaakt van de uitvoerende macht en dus “noch onafhankelijk, noch onpartijdig” hoeft te zijn. In zijn Antwerpse Mercuriale (de nieuwjaarsspeech van een gerechtelijk jaar) van 2008 noemde procureur-generaal Liégeois zijn ‘Openbaar Ministerie’ een “interface tussen de gerechtelijke macht en de uitvoerende macht”. Letterlijke vertaling: een schakeldoos tussen rechters en politiek.

In de Afkoopwet neemt het parket echter het besturingssysteem van de hele computer over, en herschrijft het dan nog de software erbij. Het parket vraagt immers het strafdossier op bij de rechter waar de zaak behandeld wordt (van onderzoeksrechter tot Hof van Cassatie), en oordeelt eigenmachtig over de 2 voorwaarden voor de witwasoperatie.

Vooreerst mag het niet gaan over “zware aantasting van de lichamelijke integriteit”. Als speelruimte kan dat tellen: iedere dag maakt het parket dus zelf zijn interpretatieve wet. Daarenboven moet het parket van oordeel zijn dat een (echte) rechter niet meer dan 2 jaar gevangenisstraf zou opleggen: een soort mini-oordeel over een mild oordeel, maar het eerste is geen vonnis van een rechter, en het tweede raakt nooit uitgesproken door een rechter. Bent u nog mee ?

Zware psychologische letsels van een slachtoffer zijn geen beletsel, en de mogelijkheid van veel hogere gevangenisstraffen evenmin: het parket beslist eigenmachtig hoe een rechter wellicht zou straffen (bv. met vermindering door verzachtende omstandigheden).

Eigenlijk is dat qua principe de vijfsterrenversie van al op kleine schaal de GAS-boetes, waar de sanctieambtenaar sheriff en judge speelt terzelfdertijd.

Tussenstand match parket – rechters: 2 – 0, en het parket speelde altijd thuis: op het kabinet Justitie.

En het slachtoffer?

Beeld je als slachtoffer vooral niet in dat je meespeelt, laat staan met het vetorecht van een rode kaart. Je wordt enkel opgeroepen voor een soort audiëntie waarin de procureur toelichting geeft over “zijn voornemen” – het understatement van het jaar.

Dan krijgen dader en slachtoffer inzage in heel het strafdossier (vooral een cadeau voor de eerste), en tijd voor onderhandelingen. We kennen dat soort van milde chantage. Als er geen akkoord komt, volstaat het dat de dader zijn aansprakelijkheid principieel erkent, en het door hem niet-betwiste gedeelte betaalt. Trek dan als slachtoffer maar je plan voor de rest in de vergeetput van een burgerlijke procedure.

En de (onderzoeks-)rechters?

In een ‘opsporingsonderzoek’ is nog zelfs geen onderzoeksrechter aangesteld: dan speelt het parket solo. In een gerechtelijk onderzoek is er wel een (onderzoeks-)rechter voorhanden, maar hij kan enkel de formaliteiten nazien. Nergens of ooit kan een rechter de operatie blokkeren door de opportuniteit van de minnelijke schikking of de proportionaliteit van het bedrag in vraag te stellen. Noem dat dus eerbiedig een bloempotfunctie.

Niet minder dan 5 magistratenverenigingen verzetten zich tegen de Afkoopwet die doodleuk in een periode van ‘lopende zaken’ gestemd werd, en nu in de Omzendbrief zijn locomotief krijgt. Ze waarschuwden voor een “parallelle niet-openbare rechtspraak” en verspilling van tijd en moeite tijdens lopende openbare procedures.

Een elementaire bijsturing van de wet zou minstens moeten inhouden dat de proportionaliteitsvereiste door een onafhankelijk rechter beoordeeld wordt.

Onze politici aan de macht, hebben daar tot dusver geen oren naar: bange keizers ?

En justitie in ons aller samenleving?

Het plannetje van de Gentse procureur-generaal Schins om de onderzoeksrechters af te schaffen (net als Sarkozy dat wou) ging niet door. Nu worden ze gewoon opzij gezet. Als ze nog de kans krijgen, kunnen rechters wel straffe vonnissen uitspreken, maar de niet-uitvoering ervan wordt nu in een officieel kleedje gestopt, met €tiket.

Dit kassa-kassa-beleid investeert niet in hogere pakkans of efficiëntere rechtsbedeling. Het mikt kortzichtig en elitair op het rentabiliseren van alternatieve straffen voor wie de misdaad loont, en dus een bedrijf is. Bijgevolg zal de crimi-industrie de afkoopsom niet bekijken als een straf, maar als een prijs: “voor wat, hoort wat”.

Dat is geen justitie met een weegschaal meer, maar eentje van kassiers. Daarvoor heb je geen geweten van rechters nodig, maar een telraam.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U leest zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn blog www.JustWatch.be en Twitter@NolfJan)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees de gewijzigde regels - mod

Vive le Québec libre!

22 / 05 / 2012

Zelfs de bloedmooie maskers van carnaval in Venetië vind ik een beetje luguber. Laat staan gemaskerde relschoppers in betogingen. Of gemaskerde overvallers en moordenaars. Nooit voorheen, dacht ik ooit het dragen van een masker te verdedigen

Vandaag dus wel. Omwille van de studenten in Québec, en dank zij het vers van Martin Niemöller dat lange jaren in mijn bureau van het vredegerecht hing: “Toen ze de communisten kwamen halen, heb ik niets gezegd. Ik was geen communist”. Niemöller herhaalt die zelfde zin over de vakbondsleden, de Joden, de katholieken, want ook daar behoorde hij niet toe. Hij eindigt zijn vers met: “toen kwamen ze mij halen, en was er niemand meer om iets te zeggen”. Een waarschuwing aan mijn geweten: een rechter moet een wakkere waker blijven.

De aanloop naar Wet nummer 78, de “matrakkenwet” (“la Loi Matraque”)

Met zijn uitdagende uitroep “Vive le Québec libre”, had de Gaulle op 24 juli 1967 zijn buitenlandse politiek op het oog, niet de vrijheid van de burger, want daar was ‘Mongénéral’ zelf te autoritair voor. Geen jaar later botste hij op de barricades van mei 1968. “La rue, c’est le désordre”, was zijn enige repliek. Weggestemd in het referendum van 1969, vertrok hij op bezoek bij Franco. Zo bruin als de Canadese regering heeft de Gaulle het nooit gebakken, want anders ware mei ’68 in de kiem gesmoord.

In de provincie Québec is sinds 1999 het stakingsrecht voor verplegend personeel zo goed als afgeschaft, en sinds maart in heel het land dat voor de piloten van Air Canada. Een maand ervoor presenteerde de conservatieve premier Harper een wetsvoorstel om IP adressen (uw “internet-nummerplaat”) te identificeren zonder tussenkomst van de onderzoeksrechter: “iedere burger op internet nu onder staatstoezicht”, protesteerde de onafhankelijke Commissaris voor de bescherming van het privéleven.

Nu is het de beurt aan de studenten van Québec, in hun klassieker aller studentenbetogingen: eentje tegen verhoging van inschrijvingsgeld à 82 % (tot 4.000 $). Ze hielden het al drie maanden vol: koppigheid is geen deugd, maar soms een verdienste. Nu werden ze getrakteerd op een verhoging van overlastboetes met een veel hoger procent.

De eindmeet van Wet 78

De voorziene tarieven werden verminderd, maar oordeel zelf wat nog overbleef. Piketten voor een universiteit kost tot 125.000 $, en verlies van alle subsidies voor de betrokken studentenvereniging. Samenscholingen vanaf 50 personen minimum 8 uur op voorhand melden. De leider ervan riskeert tot 35.000 $. Individuele aansporingen ‘tot geweld’, het dragen van een ‘masker’ tot 5.000 $.

Een huwelijksfeest van 100 invités als bij Facebook boss Mark Zuckermann zit natuurlijk niet in het vizier. Mijn winterse hoge sjerp of mijn favoriete Buff ook niet. Want het straalt nu eenmaal van ons uit dat Wij Brave Burgers zijn. Bankiers waren dat vroeger ook, want de overvallers kwamen altijd van de andere kant van de kassa. Maar George Clooney weet al sinds 18 maart wat handboeien zijn bij wat dan nog mild activisme blijft.

Eigenlijk het gevaarlijkste van al: het werd gestemd als een tijdelijke wet, tot 1 juli 2013. In het Frans van Québec zeggen ze: “il n’y a que le provisoire qui dure”. De gevaarlijkste maskers, vrees ik, zijn die van de hypocrisie.

Nu al in de praktijk

Voorheen al kende Québec zijn versie van Gemeentelijke Administratieve Sancties. Tijdens de voorbije betogingen, vooraleer Wet 78 net inging, werden studenten individueel beboet met 250 $ voor … het dragen van ‘le Carré Rouge’, een rood vierkant embleempje van #Classe, een studentenvereniging van ongeveer 100.000 leden. Die riep, 15.342 volgers op Twitter sterk, meteen op voor een bundeling van juridisch weerwerk.

Een vroegere versie van het ‘masker-verbod’ werd immers al in 2004 door de ‘Cour Municipale’ vernietigd, en vervolgens in hoger beroep door de ‘Cour Supérieure’. Justitie dus aan de kant van de betoger. Het zullen wel weer ‘linkse rechters’ geweest zijn, net als ‘linkse journalisten’ die er over schrijven.

Voor vier studenten die inderdaad keet geschopt hadden in de metro, maar zich vrijwillig kwamen aangeven aan de politie, werd de wet op het terrorisme die gestemd werd in de nasleep van Nine Eleven voor het eerst ingeroepen. Die ‘overkill’ – reactie van het Parket werd onthaald op iets wat hun advocaten beleefd situeerden tussen hilariteit en ontsteltenis.

Het weerwerk

Het studentenprotest kreeg in z’n ‘strijd binnen de strijd’ onverdachte steun, want nu gaat het niet enkel om schoolgeld, maar ook om de prijs van de vrije meningsuiting.

De Balie (24.000 leden in de provincie Québec) maakte bij monde van haar stafhouder in een nota netjes brandhout van Wet 78. De bestaande politiebevoegdheden volstaan ruimschoots om af te rekenen met relschoppers, en intenties worden niet van een masker of gegrimeerd gezicht afgelezen, enkel uit een handelwijze. Je hoort niet bestraft te worden voor wie je bent, of de hoed die je draagt, maar voor een misdrijf. Dat soort van wetten werkt wel voor bange burgers, maar niet voor criminelen. Een overheid hoort niet te intimideren.

Op de rode loper van Cannes, droegen nu Canadese filmsterren als Xavier Dolan in de première van ‘Laurence Anyways’ dan ook… u raadt het, ‘le Carré Rouge’. Een beetje als ‘rode kaart’ voor hun eigen regering.

En bij ons, en bij A ?

In ’t Stad van A werden GAS-boetes op 24 oktober 2011 voor het eerst ingezet om een vreedzame betoging van ‘Geneeskunde voor het Volk’ te beboeten: 150 € om op de Grote Markt te pleiten voor een griepvaccinatie voor 65-plussers. De prijs van Speakers’ Corner. Only in Antwerp.

Het eerste Antwerpse straatverbod van mei 2005 werd op klacht van de Liga voor de Mensenrechten vernietigd bij arrest van de vermaledijde Raad van State op 23 oktober 2009. Rechters met haar op hun tanden. Want van rechters wordt toch altijd verwacht dat ze ‘tot op het bot’ gaan. Dat zint niet altijd iedere patiënt.

In de Metropool, die niet alleen z’n zonen, maar ook z’n problemen in Vlaanderen uitzendt, is nu net de strijd echt ontbrand tussen een SP.A burgemeester die hoofddoeken verbood en een N-VA hoogvlieger die Theodore Dalrymple hoog in het Vlaamse vaandel draagt.

Vlaams ervaringsdeskundige

Bij een ‘Leuven–Vlaams’–betoging van 1968 werd ik vriendelijk, maar beslist weggesleept van onze zitstaking op het Roeselaarse stationsplein: de file die we veroorzaakten werd te lang. De politiemensen van de Rodenbachstad hadden daar toen geen ‘Loi Matraque’ of GAS voor nodig. Ik mocht het 20 jaar later in goede herinnering vertellen aan de milde commissaris die daar dan op de politierechtbank rechts van me zetelde als parketmagistraat voor onder meer nachtlawaai, sluikstorten, vandalisme en kleine vechtpartijen.

In 1995 werden we samen opgedoekt, want de arrondissementele politierechtbank in Kortrijk moest vooral Koning Auto dienen. Daar komt eigenlijk GAS vandaan: de verkeerde keuze voor de verre rechter van het verkeer, in plaats van voor de nabijheidsrechter voor veiligheid.

Veel meer dan de gebakken lucht van GAS, hebben we nood aan respect voor de fundamentele rechten van onze medeburgers door efficiënte rechtsbescherming voor iedereen: met nep-recht ben ik vandaag misschien aan de beurt, maar morgen u.

Denk aan Niemöller, ook als u geen geschiedenis studeerde.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U leest zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn blog www.JustWatch.be en Twitter@NolfJan)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees de gewijzigde regels - mod

Benidorm Kids?

01 / 05 / 2012

Open VLD lanceerde een wetsvoorstel tot afschaffing (of vermindering) van onderhoudsplicht voor “respectloze” kinderen. Zoals in de pers vertolkt, dekt de vlag van het ‘respect’ de lading van het wetsvoorstel niet helemaal. Dat is nog minder zo als je de onder de bovenlaag van de tekst, de onderlaag van de motivering ontdekt. Misschien een wetsvoorstel met een dubbele bodem, en dat heeft zo zijn gevaren.

Welke onderhoudsplicht wordt zwart op wit vermeld?

Even de stadhuiswoorden in hun volgorde vertalen. De vrijstelling die het wetsvoorstel voorziet, bedoelt een ‘onderhoudsplicht’ die ‘wederzijds’ is. Door de wijziging te beperken tot artikel 207 Burgerlijk Wetboek wordt theoretisch enkel de link gelegd met een verplichting die zowel bestaat voor (schoon-)kinderen tegenover hun (schoon-)ouders als in de andere richting.

Met dit ‘onderhoud’ wordt dan ook iets veel beperkter bedoeld dan waartoe ouders tegenover hun kinderen verplicht zijn, en wat art. 203 BW integendeel veel ruimer omschrijft als hun “huisvesting, levensonderhoud, toezicht, opvoeding en opleiding”.

Het ‘onderhoud’ waaraan dit wetsvoorstel nu sleutelt, betreft enkel het budget om ‘behoeftigheid’ te vermijden.

Nu wordt die zuinige notie vandaag natuurlijk wel ruimer ingevuld dan in de tijd dat Napoleon die ‘Code Civil’ liet schrijven: het gaat er niet om ‘in armoede te overleven’, maar een (minimum van) menswaardig leven te verzekeren. Dat betekent nog géén budget voor gsm of internet, maar wel iets méér dan soepbedeling bij het Leger des Heils.

Raar dus dat het voorstel zich legitimeert met de al bestaande mogelijkheid tegen ondankbare vlegels schenkingen te herroepen of hen van erfenis uit te sluiten: erfenissen heb je niet nodig om te overleven, en veel dankbare kinderen dragen ouders zonder fortuin ten grave.

Het eerste probleem dat er net niet meer leek te zijn

Industrialisering en verstedelijking gingen gepaard met de uitbouw van sociale zekerheid op vlakken van gezondheidszorg, minimum pensioenstelsels, nog verder aangevuld door het bestaansminimum voor iedereen, en een hele trits toelagen voor financieel zwakkeren. Ons land heeft een van de veiligste sociale vangnetten ter wereld – bij zover dat daarover steeds luider en grimmiger gemopperd wordt.

Procedures voor ‘behoeftigen’ zijn daardoor dus herleid tot juridische antiquiteiten. Als de kwestie nog eens lang geleden in een rechtbank verdwaalde, betrof het een terugvordering van het OCMW, maar ook dat fenomeen verdween van de radar.

De enige uitzonderingen daarin bleven OCMW-voorschotten voor studenten, maar u las al hierboven dat die ruimere ouderlijke onderhoudsplicht in het voorstel niet bedoeld zou worden.

Wanneer echter de gaten in het sociaal vangnet wijder zouden worden, komen al die procedures voor ‘behoeftigen’ natuurlijk in galop terug. Dàn riskeren de ‘onderhoudsplichtigen’ van zowel gestrande Benidorm-Bastards als van bedelende Brusselse jongeren een tegen hen ‘pro deo’ opgestarte procedure. Misschien kunnen nu beelden uit Griekenland en Spanje beter duiden wat ik bedoel: je laat je kind of je ouder niet verhongeren, omdat de Staat er niet meer voor zorgt.

Het tweede probleem dat er nooit was

De wetgevingsdrift voor de regulering van de rechter (diens marges van beoordeling steeds verder vernauwen) illustreert ofwel een onwetendheid over het veldwerk, ofwel een diep geworteld wantrouwen van de politiek tegenover het beleid van de rechter. Het is al stokoude “vaste rechtspraak” dat dit zéér zuinig ‘recht op levensonderhoud’ niet verleend wordt aan wie te lui is om te werken of verkwist.
‘No worries’ op dat punt: bij de oude geboden van “uw vader, moeder zult gij eren”, komt inderdaad vooraf “werken zoals zij, zult gij leren”.

Correctie weliswaar: in heel wat wijken zijn we aan de zoveelste generatie van werkzoekenden toe. Daar situeren zich de scherpste familiale conflicten, vaak aan geweld gepaard, en zonder perspectief. Maar ook daar kwam het ‘minimumrecht’ dat nu extra getemperd zou worden, eigenlijk zelden of nooit in een rechtbank aan bod, precies omwille van onze sociale minimumwaarborgen.

So, what’s the problem ?

Het probleem dat nu opduikt

Een nieuwe confrontatie kondigt zich aan, als een ‘proces binnen het proces’. Dochter of vader valt door alle mazen van het Nieuwe Net en heeft objectief gezien, een minimum aan financiële hulp nodig om te overleven. Na die eerste vaststelling, moet een van onze 185 vrederechters (straks nog enkel 27 afdelingen van 12 familierechtbanken…) terugspoelen in de tijd om dit nieuwe schuldproces te maken.
Het zal uiterst zelden een simpel verhaal zijn van zoontje Brutus tegenover vader Caesar. Alle familiale beerputten van het diepe Vlaanderen zullen opengetrokken worden.

Het ‘schuldcriterium’ dat zo goed als weggewerkt werd in de echtscheidingswetten, komt nu terug in een procedure tussen ouders en kinderen over ‘overleven’: “het is jouw schuld” versus “nee, schaam je het is jouw schuld”.

Voorzie maar politie – of Securitas - in de gerechtszaal, waar getier met getuigen letterlijk zal overslaan in geweld.

Schuld en boete: afwegen hoe braaf een dochter tijdens de puberteit moet blijven, of hoe rebels een vader in ‘mid-life crisis’ mag worden. Ik ben niet zeker dat de herintrede van die betutteling in ons postmoderne familierecht beantwoordt aan wat Karel De Gucht zou bedenken voor de herbronning van Open VLD: het lijkt wel een conservatieve humeurwet bij Dalrymple ontleend.

Dan vergeet ik nog de prijs: waar het familiale netwerk niet voor moet ophoesten, zal dan vroeg of laat als boemerang terugkeren op ons allen, want een armoedige samenleving is ook onveilig.

Het probleem dat er straks aankomt?

Eigenlijk maakt dit me daarover nog het meest ongerust van al: de kleine lettertjes, zo gevaarlijk in ieder contract. In een wetsvoorstel lees je die onderaan in ‘voetnoten’.

Die verwijzen naar een paar Belgische vonnissen. Ik heb ze allemaal nagetrokken, en oei: allemaal gaan die dan toch over … studerende kinderen.

Geen “eeuwige studenten”, want ook dat werd altijd wel al door de rechtspraak gecorrigeerd, zo naïef zijn de meeste rechters nu ook niet.

Die geciteerde vonnissen gaan steeds over kinderen na de tol van vechtscheidingen, met verstoorde ouderrelaties. Met ouders waarvan ik vroeger wel eens stilletjes dacht: “man, man, dit is een geval van productverantwoordelijkheid!”.

In die frequente discussie kun je als rechter de “schuldvraag” proberen te beantwoorden als een mini Hof van Assisen. Maar inderdaad, zoals het wetsvoorstel hekelt, precies de rechters die zich in die aartsgevaarlijke discussie mengden zijn de “magistraten (die) door het Hof van Cassatie worden teruggefloten” .

Bijgevolg: hier klopt iets niet. Studenten zitten dus wel degelijk in het vizier.

Het wetsvoorstel trekt ten strijde tegen de sobere regel die het Hof van Cassatie op 3 juni 2010 voor studerende kinderen inderdaad duidelijk gehandhaafd heeft: geen discussie over “onwaardigheid”.

Rechters moeten rationeel de slaagkansen van een opleiding inschatten en in functie daarvan, ook dat moeilijke kind die kans gunnen, waarover al te vaak etters van ouders onmogelijk doen. Een kans op opleiding en zelfstandigheid, betekent een duurzame meerwaarde voor iedereen: van zichzelf, tot hun familie en zelfs onze fiscus. Dus eigenlijk een liberaal verhaal.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U leest zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn blog www.JustWatch.be en Twitter@NolfJan)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees de gewijzigde regels - mod

Na de kasteelmoord, de karaktermoord?

23 / 04 / 2012

 

Bart De Wever mort in ‘De zevende dag’ dat de ‘rechten van verdediging’ geschonden zijn: Pol Van Den Driessche geniet het ‘vermoeden van onschuld’ tot het bewijs van het tegendeel geleverd is. “Quod non” verwacht je dan in het Latijn van BDW: dat “bewijs” is niet geleverd. Een politicus is geen journalist, en een journalist is geen jurist. Al een hele week verwarring alom

.

Het vermoeden van onschuld dat niét bestaat

Laten we starten met een vermoeden van onschuld dat niét bestaat: het vermoeden van politieke onschuld. We kennen barometers van consumentenvertrouwen, van vertrouwen in politie en justitie, maar voor politici lijkt het wel omgekeerd te werken: daar geldt eerder een barometer van politiek wantrouwen. Zowel onder elkaar, als van de burger tegenover politici (en eigenlijk ook vice versa ?). Politiek drijft meer op berekening dan de beurs. Nee, politici zijn niét irrationeel.

In strategie of slechts in “de spelletjes”, politici maken allemaal slachtoffers in vaak viscerale afrekeningen. Laten we daar dus – in het stereotype gezegde van BDW – “niet flauw over doen”: Politici kennen de inzet, spelen permanent hoog bevoorrecht spel, en betalen daar soms de prijs voor. Dat laatste eigenlijk zelden, en dan spelen ze de vermoorde onschuld.

Daar is in onze steeds kritischer – en cynischer - burgerdemocratie nauwelijks nog begrip voor. Om het te zeggen in de taal van de Amerikaanse keukenpolitiek: “if you can’t stand the heat, stay out of the kitchen”.

Het vermoeden van schuld, in de pers?

‘Trial by media’, het is vlug meegegeven in een Calimero-sfeertje van zelfbeklag. Hoe onaangenamer het nieuws, hoe sneller die perceptie uiteraard. Er bestaat nochtans zoiets als een ‘nieuwsproces’, dat ook z’n eigen regels heeft. De plichtenleer van de journalist voorziet onder meer eerbiediging van de waarheid, eerlijke methodes van informatiegaring, en rechtzetting van onjuist gebleken informatie. Media worden daar eigenlijk twee keer op afgerekend: één keer via de deontologie van hun journalist, en een tweede keer commercieel, want je blijft geen leugens verkopen.

‘Humo’ publiceerde verbatim de reactie van PVDD, die zich in essentie beperkte tot de invraagstelling van “de bedoeling”, dus: de timing. Mogen de media “beschuldigen”? Het antwoord leek wel de hele week ‘nee’, want onderzoek en beschuldiging – in die logische volgorde – “zouden aan justitie moeten overgelaten worden”. Tiens: dank voor het vertrouwen, deze keer.

Dat nonsensicaal amalgaam tussen de opdracht van de pers aan de ene kant, en parket en rechtbank aan de andere kant, negeert de essentiële rol van (onderzoeks-)journalistiek die een eigen rol heeft in iedere rechtstaat: denk maar aan de Hasseltse klokkenluiders, voor wie de Panorama-reportage wellicht heel nipt op tijd kwam. Ik huiver bij de gedachte dat die uitzending nodig was.

Eigenlijk moet je de vraag omdraaien. Wat is eigenlijk fundamenteel het probleem met journalisten die hun werk doen: nieuws brengen dat ze gecheckt en dubbel gecheckt hebben, door àlle betrokkenen aan het woord te laten. Dan is het aan de lezer te oordelen, net als een geïnformeerde kiezer in een democratie.

Het vermoeden van onschuld, in justitie

Hans Rieder en Fernand Keuleneer (resp. advocaat in de zgn. “Kasteelmoord” en ‘Operatie Kelk’) schieten regelmatig met scherp op “blunderende media”, maar maken in essentie het proces van lekken in justitie zelf, en haar onvermogen op een professionele manier te communiceren. Vanuit justitie communiceren is bijna per definitie crisismanagement, maar ook dàt is een kunst die correct beheerst kan worden.

Misschien zouden parketmagistraten en onderzoeksrechters beter open en transparant in 140 tekens Twitteren (zoals het Britse Hooggerechtshof), dan selectief te lekken.

Ondertussen maakte PVDD geen gebruik van het recht waarop de rechtbanken wel heel streng toezien: het recht van antwoord. Ook dat kan in het ping-pong-spel van de democratische ‘tegenspraak’ leiden tot wederwoord, indien al niet “de poorten van de hel”. Dus een oefening waarvan de ‘opportuniteit’ heel zuinig afgewogen wordt…

Inderdaad kent België geen werkelijke, rechtstreekse bescherming van het vermoeden van onschuld. Misschien toch eens nadenken over het Franse voorbeeld: daarvoor werd Sarkozy’s vorige minister van Binnenlandse zaken, Brice Hortefeux nog op 17 december 2010 veroordeeld, zoals de onderzoeksjournalisten Davet & Lhomme verhalen in hun boek ‘Sarko m’a tuer’ – ook geen zachte titel.

Zou de reportage van Reyers Laat of Humo per hypothese onder die strengere wetgeving vallen ?No way. Wat is dan eigenlijk het probleem, behalve politiek “het vertrouwen in je burgemeester”, zoals Miet Smet stelde ?

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U leest zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn blog www.JustWatch.be en Twitter)

@Allen : reageren op deze opiniebijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

De verdwijning van de strafrechtelijke vervolging

12 / 04 / 2012

Bij parlementaire vragen is het antwoord vaak van ondergeschikt belang: de vraag zélf wijst al op het pijnpunt. Eva Brems vatte het stedelijk veiligheidsprobleem goed samen in haar repliek aan de minister van Justitie op 27 maart jl. :” Het is niet omdat men vaststelt dat het parket niet vervolgt, dat er dan maar een administratieve sanctie moet worden opgelegd. We moeten er voor zorgen dat het parket hier wel werk van maakt.” (vraag nr. 10456).

In welk zwart gat is het vervolgingsbeleid verdwenen ? Wie redt onze veiligheid ? De procureur die ter plekke komt vertellen dat hij het “spuugzat” is?

De stille verdwijning van de strafrechtelijke vervolging

Het eerste gat in het vervolgingsbeleid is dat waarover je het vaakst leest: de “niet-vervolging”. Niet omdat de feiten niet bewezen zijn, of de dader niet gevonden, maar omdat het parket de zaak gewoon niet voor de rechter wil brengen. Schermen met de “werklast” van rechtbanken is schijn. Het parket hoeft zich daar immers fijntjes niets van aan te trekken: eens een zaak aangebracht, moét een rechter uitspraak doen op straffe van “rechtsweigering”. Het Openbaar Ministerie daarentegen, beslist eigenmachtig tot vervolging of papiermand.

De spreidstand tussen wat in theorie voor vervolging in aanmerking komt, en wat effectief via een procedure vervolgd raakt, is nooit wijder geweest dan nu. Dit wordt een pijnlijke “parallelle wetgeving” : de strafwet bestaat nog enkel in theorie. Evident creëert dit straffeloosheid, maar geen zorg: volgens de parketten gaat het niet om “prioritaire zaken”, en het is dus maar je brute pech als je het slachtoffer bent van een niet – prioritair misdrijf. Dus een misdrijf dat de krant (nog) niet haalt.

Mopper bijgevolg als kleine verongelijkte burger maar in je hoekje – of je stemhokje. Lik er je wonden: die brede frustratie creëert dus een protest-stem-gedrag. Draagt de feitelijke politiek van de parketten dan bij tot radicalisering ? En beseffen parketmagistraten dat ? En indien wel…?

De officiële verdwijning van de strafrechtelijke vervolging

Op het eerste gezicht is dit de verantwoordelijkheid van het Parlement, dat een hele trits “kleinere misdrijven” uit het Stafwetboek haalde. Die initiatieven gingen echter uiteraard van de regering uit, en dan kom je bij de samenstelling van de kabinetten. Drie keer raden wie je daar al altijd als “deskundige” terugvond: gedetacheerde parketmagistraten.

Ook na de Fortis – saga blijft die bevoorrechte relatie hardnekkig voortwoekeren. parketmagistraten hebben nog altijd sleutelfuncties op de kabinetten van Economie, Binnenlandse Zaken, en Justitie. “Uiteraard” een uitzondering voor Justitie, zult u zeggen, want daarvoor gaf zelfs de Hoge Raad voor de Justitie groen licht. Nee, helemaal niet evident, want het personeel “kleurt” een beleid: wie wetten schrijft, die blijft.

Als de HRJ die uitzondering voor het kabinet van Justitie toestaat, zegt dat overigens meer over het “soortelijk gewicht” van electorale parketvertegenwoordigers in de HRJ, dan over de waarde van dat “advies” zelf. De comfortabele ‘vrijstelling’ van parketmagistraten voor opdrachten zowel in de HRJ als in ministeriële kabinetten verklaren een beleidslijn die getrokken wordt door deze niet verkozen ‘zwaargewichten’: voor de verkiezing van de HRJ zelf, geldt hoogstens een soort cijnskiesrecht. Eigenlijk kun je dus wel spreken van een kruisbestuiving tussen HRJ en politiek, want precies de hiërarchische organisatie van het parket (“één en ondeelbaar”) en de band tussen parket en de minister van Justitie zorgen samen voor een subtiel samenspel.

Illustratie van de coalitie in de praktijk: je zou veronderstellen dat het College van Procureurs-Generaal zich zou verzetten tegen het wegplukken van prima personeel uit haar overbelaste parketten. Helemaal niet, want het beveelt die detachering zelfs aan (dixit minister Vande Lanotte in de Senaat op 26 01 2012 op vraag 5-393 van Bart Laeremans). Het parket zendt dus heel graag zijn zonen uit, maar wat was het resultaat?

Het lokaal uitbestede strafrecht. Leve de onderaannemers!

Ook inzake overlast en onveiligheid maken vele kleintjes een groot. Feitelijke en officiële niet-vervolging leidt tot onleefbare buurten al was het maar door sporadisch uit de hand gelopen incidenten. De verantwoordelijkheid werd handig afgevoerd naar het gemeentelijk niveau, waar burgemeesters gretig inpikten met een lappendeken aan controversiële Gemeentelijke Administratieve Sancties, die precies als gevolg van hun inefficiëntie steeds meer aanzwollen in aantal en intensiteit. De gemeentelijke overheden riskeren nu zelf in de onwettelijkheid te verzanden. Zo vernietigde de Raad van State op 23 oktober 2009 het Antwerpse straatverbod naar aanleiding van een klacht van de Liga voor de Mensenrechten.

Maar los van wat blijkbaar enkel juristen interesseert: van Brussel via Antwerpen tot Kortrijk verbleekt op het terrein ook het beoogde resultaat. GAS was de illusie van een alternatief voor op blauw op straat. Een fata morgana in de woestijn der besparingen. Veiligheid zou opbrengen, zonder centen te kosten.

Zo dachten ze op het Schoon Verdiep en in het Vlinderpaleis winkeldieven efficiënt aan te pakken door met boetes op te leggen via luid uitgetoeterd “snelrecht”. ‘Lik op stuk – beleid’, het klinkt zo lekker als remedie tegen het onveiligheidsgevoel. Boetes uitschrijven kost inderdaad enkel papier: een beetje zoals de knakworst, waarvan het velletje kost nu méér dan de inhoud. Op de Meir zagen ze ondertussen dat ze enkel het velletje overhouden. Oeps: 7 op 10 boetes raken niet betaald. Iets voor de hilarische rubriek van “wie had dàt nu kunnen denken ?”. GAS komt in aanmerking voor de Trofee van de Naïviteit.

Die gemeentelijke stoerdoenerij zal nog wat aanhouden tot aan de gemeenteraadsverkiezingen: ieder dorp heeft nu immers zijn kleine minister van Justitie. Daarna zal de verwarde publiciteitscampagne wel moeten wijken voor een meer nuchtere en coherente aanpak. Opnieuw nationaal dus, maar met welke inspiratie?

Alternatief voor democratisch deficit?

Ook het officiële verhaal van onze wetgeving blijkt tot dusver in essentie het product van “staande” togadragers, m.a.w. het parket. Eigenlijk zitten zij dus in de echte zetel, waar wetten gesmeed worden. Het parket als best gepositioneerde lobby: lijkt dat geen democratisch deficit?

In hetzelfde antwoord in de Senaat benadrukte minister Van de Lanotte de zogenaamd ‘moderne’ visie dat het parket deel uitmaakt van de uitvoerende macht en dus “noch onafhankelijk, noch onpartijdig” moet zijn. Dan ligt het voor de hand dat de rekrutering bijgesteld wordt via een minder stereotype vertegenwoordiging van dezelfde corporatie die ook aan de eigen agenda en werklast denkt in plaats van aan het algemeen belang.

De passage van professor en advocaat Michel Maus als fiscaal specialist op het kabinet van John Crombez was daarentegen een kort, maar interessant experiment. Stropers kunnen goede boswachters worden, of minstens nieuwe denkpistes aangeven. Maar onbetreden paden liggen moeilijker, en schrikken politici af. Een goede dosis moed en verbeelding, dus ambitie naar vernieuwing, is nochtans dringend nodig, zoals dagelijks steeds pijnlijker blijkt.

Jan Nolf
(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U leest zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn blog www.JustWatch.be en Twitter)

@Allen : reageren op deze opiniebijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Werk-last in Justitie

03 / 04 / 2012
Justitie kent veel moeilijke woorden en stadhuistaal, maar ook effenaf lelijke termen die ze uit de industrie kopieert, in de ijdele hoop wat efficiënter over te komen. ‘Werklast’ is daar eentje van. Haal het eens uit elkaar, en je leest waar het eigenlijk over gaat: werk is een “last”. Nee, helemaal oneens. Work should be fun. Geen ‘goesting’ hebben in je job is dodelijk – soms letterlijk. Bekijk het dus beter positief.

En juristen kunnen toch niet tellen: dan hadden ze iets ànders gestudeerd.

Vooreerst: verzin een beter woord !

Niet moeilijk: ‘werkdruk’. Klinkt positiever. Alle werk geeft druk, en adrenaline heb je tenslotte ook nodig. Zonder ‘positieve’ druk worden we lui (ondergetekende spreekt enkel voor zichzelf). Streefdoelen moeten ook in justitie kunnen. Een beetje ‘druk’ geeft motivering, en dat staat helemaal niet haaks op arbeidsvreugde, integendeel. In iedere job moet je ambitie hebben, een beetje zoals in sporten: “hoger, sneller, sterker – of om het voor juristen begrijpelijk te maken: “Altius, Fortius, Citius’.

M’n onvolprezen medewerkers verklapten me vaak dat er meer conflicten zijn in griffies waar het personeel tijd over heeft, dan waar ze er te kort komen. We genoten dus samen intens van een enthousiaste samenwerking, en het ging vooruit: dat moedigt aan.

Misschien moet in justitie eens de ‘arbeidsvreugde’ gemeten worden: dié studie zal wel rapper afgewerkt zijn, en ook heel wat lessen leren.

Werkdrukmeting moét

Ook Justitie – hopelijk de laatste van “trage overheidsbedrijven” - kan zich geen verspilling meer veroorloven. Niet alleen moeten de juiste mensen op de juiste plaats terecht komen: er moeten er ook voldoende zijn, maar niet te veel. Luxe kan niet meer.

Ondertussen is nergens in Justitie de werkdrukverdeling zo ongelijk, als tussen vrederechters: een verhouding van 1 tot 30.

In 2010 was het record inderdaad voor dezelfde wedde een verschil tussen 300 en 8864 dossiers: beide cijfers uit Wallonië, maar ook in Vlaanderen hadden we kantons met minder dan 700 zaken, en bijna het tienvoud.

De bezigheidstherapie van justitie is géén noord/zuid-verhaal. Het getuigt van simplisme om met de vinger te wijzen naar wie méér personeel heeft, want de bétere vraag ligt verder. Eigenlijk zijn er bijna overal rechters te veel. Toch in kwantiteit.

Het volstaat om de flyers voor de verkiezingen voor de Hoge Raad voor de Justitie er op nagelezen te hebben, om te weten wie nu opnieuw zal waken over de juridische én menselijke kwaliteit. De cijnskiezer van het magistratenkorps heeft blijkbaar ook altijd gelijk: nauwelijks 2500 stemgerechtigden om de helft van het benoemingsbeleid te bepalen. Een magere democratie: zelfs volgens de bevoegde minister in antwoord op de parlementaire vraag nr 10463 verleden week, een verkiezing zonder waarborgen, en zonder verhaal.

Werkdrukmeting: niet het eeuwige excuus om stil te blijven staan!

Het lijkt ondertussen wel het eeuwig excuus: de (DE) Werklastmeting (met grote W) afwachten, om in te grijpen. Nochtans is er op dat punt al een hele weg afgelegd, o.a. door het werk van de Commissie voor de modernisering van de gerechtelijke orde.

Daarenboven zijn de statistische gegevens van FOD Justitie al voldoende verfijnd om tot een aanvaardbare graad van betrouwbaarheid te komen.

De ‘blank spots’ in de statistieken zijn opgevuld, en mits wat correctiewerk kan er nu geëxtrapoleerd worden naar zowel verleden als toekomst.

Werkdrukmeting is zoals een vonnis schrijven: te snel, is verkeerd, maar zoek je te lang documentatie op, dan holt je besluit eeuwig achter de feiten aan. De perfectie is wereldvreemd, want onbereikbaar.

De perversiteit van de factor tijd: langer wachten zal de cijfers onbetrouwbaar maken

Langer wachten riskeert de cijfers daarenboven te vertekenen. Zo doet de invorderingsindustrie driftig aan ongebreideld ‘judge shopping’. Een aantal kantons met fenomenale stijgingen kan die enkel verklaren door “papierwerk” dat de griffie wel belast, maar niet de (vrede-)rechter, die geeuwend zijn pakken verstekvonnissen kan tekenen (“strafwerk” noemde ik dat altijd).

Voorbeelden te over: parkeerretributies, invorderingen van nutsvoorzieningen allerhande, en facturen met “gestuurde” territoriale voorwaarden. Het lijkt soms op lobbywerk van gerechtsdeurwaarders om “te mogen” dagvaarden waar het eigenlijk niet hoort.

Dat gaat daarenboven gepaard met een ontstellende daling van het aantal minnelijke schikkingen (33 % minder in 3 jaar tijd !).

Die ‘verzoeningen’ waren nochtans een traditionele kerntaak van de vrederechter, en de dip er in doet nu opnieuw het aantal procedures opveren. Je vraagt je dus af waarom.

Ondertussen nu in alle pers….

De Hasseltse “studie” die personeelsbestanden van rechtbanken vergelijkt met bevolkingscijfers is natuurlijk àl te makkelijk. Het aantal burgers van een kanton of arrondissement telt geen bedrijven, en zegt ook nog niets over een lokale samenleving.

Het aantal zaken dat dit de laatste 10 jaar effectief opleverde is een veel betere. En nog even nakijken wélk soort zaken en (verstek-)vonnissen, is niet eens moeilijk.

Verpauperde gebieden of villabuurten, grootstedelijke en industriële centra of landelijke rust van “la Flandre profonde”: het geeft allemaal aparte justitiële noden, met hun eigen aanpak tegenover, maar eigenlijk staat dat ook sociologisch ook al lang in kaart. Een kleine dosis aan interdisciplinaire aanpak kan ook een bredere kijk geven.

Justitie: nog altijd de tunnelblik in een omgekeerde verrekijker. U weet toch wat dat geeft?

Iets slimmer dan enkel tellen…

Methodes om justitie terzelfdertijd én humaner te maken, én efficiënter, zijn belangrijker dan tabellen, want eigenlijk heeft het zelfs geen zin om de nutteloze “werklast” te meten die magistraten zichzelf (of hun personeel) aandoen.

In het kanton Roeselare eindigde ik anno 2011 dank zij de aanpak van ‘minnelijke schikkingen’ met evenveel vermeden procedures (1744 geslaagde minnelijke schikkingen) als ik bij m’n aankomst anno 1987 in totaal aan procedures (1737) had.
Of om het ànders uit te leggen: indien het aantal zaken sinds 1987 stabiel was gebleven, had ik in 2011 alles zonder procedure opgelost gekregen: justitie kan zichzelf dus bijna overbodig maken. Dat moet eigenlijk haar ambitie zijn.

Dit ongesponsord proefproject van bijna 25 jaar bewijst dat justitie niet alleen ‘gemeten’ moet worden, maar ook intern ‘goed bestuurd’ door evidente, maar véél te weinig toegepaste ‘good practices’.

Daarenboven: in ieder bedrijf waar aan de top of op de werkvloer driftig ruzie wordt gemaakt, wordt er misschien ook hard gewerkt, maar per saldo minder gepresteerd. Hoe compenseer je dan tijdverlies in hete Antwerpse vetes en langdradige Waalse rechtscultuur ? Dreigt nog méér tijd te kosten dan BHV.

Het zou dus een goeie zaak zijn dat de politiek nu eindelijk het roeien zou starten met de riemen die ze heeft, of de moed heeft te gebruiken. Werkdrukmeting – voor zover we die nu nog niet zouden hebben – is iets voor de lange termijn, en… “in the long run, we are all dead” (Keynes).

Jan Nolf
(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U leest zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn blog www.JustWatch.be en Twitter)

@Allen : reageren op deze opiniebijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Justitie tussen frustratie en motivatie

21 / 03 / 2012

Onderzoeksrechter De Troy wil geen verlenging aan zijn opdracht als onderzoeksrechter. Dergelijk “mandaat” is altijd een tijdelijke opdracht. Sommige magistraten houden het als hernieuwbaar abonnement hun hele carrière vol, anderen zien het maar heel kort zitten. Onderzoeksrechter worden lijkt een roeping in de magistratuur, een beetje als jeugdrechter (ook een “mandaat”), of vrederechter (levenslang): je moet er ‘feeling’ voor hebben, anders hou je niet van de job. En dat laatste is in iedere job belangrijk.

De goesting van de rechter

Aan die ‘goesting’ zal het Wim De Troy niet ontbroken hebben. Misschien is hij ook daarom niet helemaal toevallig in dit superdossier terecht gekomen: ook het Parket doet soms aan berekend “Judge Shopping”. De energie waarmee hij de zaak ter harte nam leek de slachtoffers te begeesteren, maar ook dat heeft zijn tol. Justitie is geen weegbrug, maar een apothekersschaaltje. Er wordt verwacht dat je meubels redt samen met het porselein erin. De eisen neigen nu soms naar het onhaalbare. Wie kan decennia van ‘Omerta’ binnen en buiten justitie recht trekken met één onderzoek ? Je moet al heel ‘cool’ functioneren om je door de druk niet te laten slopen.

Walter Van Steenbrugge probeerde dinsdagmorgen op Radio Eén de balans op te maken van die beslissing voor de slachtoffers in het dossier ‘Kelk’. Die kunnen maar hopen dat dit tweede incident over het verder functioneren van de onderzoeksrechter eigenlijk eerder kadert in een nieuw partijtje armworstelen met de korpschef van de rechtbank en de bevoegde minister – ondertussen niet meer Stefaan De Clerck dus.

Arbeidsklimaat in Justitie

Eigenlijk haperde ik in het interview van meester Van Steenbrugge vooral bij zijn uitdrukking “zuurstof in de longen pompen” – in dat geval bedoeld voor zijn cliënten, die inderdaad ook moeten doorbijten om hun verhaal ‘berecht’ te zien.

Advocaten begeleiden hun cliënten, bedrijfsleiders coachen hun personeel, winkels adviseren hun klanten. Zelfs als dit op de keper beschouwd uit puur eigenbelang gebeurt, geven ze minstens de indruk ‘to care’: we zijn bezorgd om u, we willen het beste voor u, en dat geeft ook ‘return’ voor ons.

In die betekenis zou een beetje “zuurstof voor magistraten” wel heel erg welkom zijn.

In geen enkel bedrijf – zelfs geen overheidsbedrijf – wordt personeel zo kinderachtig bevoogd als in Justitie. Magistraten hebben geen statuut dat die naam waard is, geen spreekrecht (laat staan een spreekplicht), en mogen zelfs geen 3 dagen het land uit zonder schriftelijk akkoord van “de baas”. Die laatste denkt voor hen, en beheerst als rechter én partij ook de “tucht”. Magistraten lijken soms wel als minderjarigen behandeld in een opleiding tot gehoorzaam knipmes. Dat oogt enkel hilarisch, want niet om mee te lachen: ‘pesten’ bestaat immers ook hier, maar zonder meldpunt.

Eigenlijk is dit de hallucinante kloof in justitie: tussen de immense maatschappelijke verantwoordelijkheid van de individuele rechter, en zijn totaal gebrek aan ‘pak’ op de eigen werkvoorwaarden, van potlood tot agenda en personeel. Garantie op frustratie.

Ooit stond ik oog in oog met een “korpschef” die de ogen toekneep en me ijskoud van repliek diende: “Uw werk interesseert Ons niet”. ‘Ons’ met een hoofdletter dus. Dat ik midden de 90-er jaren de toga niet aan de haak hing, dank ik inderdaad aan anderen.

Rechters en parketmagistraten zijn ook maar mensen. Dat ze een beetje gestudeerd hebben, maakt hen niet minder kwetsbaar. Soms vertelt een ‘zucht’ aan de andere kant van de telefoonlijn je meer dan veel woorden.

Er zijn bibliotheken bijeen geschreven over de motivering van vonnissen (art 149 van de Grondwet), maar ik ken er geen over de motivering van rechters.

Het wordt bijzonder hoog tijd daar aandacht aan te schenken, want de ontmoediging slaat toe waar de nood van de rechtzoekenden het hoogst is. De recht-zoekende burger is dus het mede- slachtoffer, en de kwetsbaarste het eerst. De sterken hebben altijd tijd. Die hebben ook liever geen enthousiaste rechters, want cynisme is hun bondgenoot.

Deel van het probleem

Decennia lang waren advocaten de grootste beroepsgroep in het Parlement. Met de sluipende ‘professionalisering’ van de politiek werd dat de facto gereduceerd tot ‘gewezen advocaten’, die rechtbanken slechts nog bezoeken bij grote openingsceremonies, recepties en ander luchtig protocol. Deels dat verklaart de stijgende wereldvreemdheid van wetsvoorstellen, nu pas nog inzake ‘partnergeweld’, waar de Raad van State nodig bleek om de politiek wat terreinkennis bij te brengen.

Een constante in die politieke voorstellen van de laatste jaren is het versterken van de rol van de ‘korpschef’, daar waar de nu al bestaande semi-almacht van die functie deel van het probleem is.

We leven in een ‘postmoderne democratie’, maar het personeelsbeleid in Justitie ademt nog een sfeer uit van voor de Franse Revolutie. Erger nog, het autocratisch systeem werd nog verscherpt, zonder aantoonbare meerwaarde op de werkvloer.

De interne debatcultuur staat nog nergens, met steeds scherpere confrontaties tot gevolg: buigen of barsten.

Net zoals in goed beheerde bedrijven moet er bovenaan afgetopt worden, en veel meer kansen gegeven aan inspraak en teamwerk.

Justitie zal nooit ‘performant’ worden als het intern niet democratiseert, en daardoor het werk van eenieder meer gevaloriseerd wordt, en de job meer zinvol beleefd.

Deel van de oplossing

In Justitie ben je nu ofwel iémand, ofwel niemand. Die opdeling resulteert in autoritaire bevelen met de enige motivering die de absolute koningen nodig hadden: “Tel est mon bon plaisir”.
Nochtans bestaat de kern van een participatieve democratie in de artikelen 340 ev. Gerechtelijk Wetboek over de “algemene vergadering” (voor rechters) en de “korpsvergadering” voor het Parket.

Op uitzonderingen na vergaderen die nu slechts om het jaar in een papieren pro – forma – oefening. Net alsof zelfs maar een appartementsgebouw kan gerund worden met één jaarlijkse vergadering van mede-eigenaars, of een bedrijf functioneert door haar aandeelhouders om de 12 maand bijeen te roepen.

Het creëren van een intermediair niveau van ‘dagelijks bestuur’ per rechtbank en parket kost 2 paragrafen in de wettekst, maar maakt de creatieve inbreng mogelijk van meer “personeelsleden” die nu het lokaal beleid enkel kunnen ondergaan – of er spuugzat de brui aan geven.

Moraal van het verhaal: stop met Justitie verticaal top-down te herorganiseren. Stel geen hoop op steeds almachtiger managers. De semi - militair bestuurde piramide heeft haar houdbaarheid overschreden en verstikt. Zorg voor zuurstof aan de basis.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter. U vindt zijn kritische bedenkingen over justitie op zijn Law Blog www.JustWatch.be en Twitter)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Hans Rieder Witte Ridder?

09 / 03 / 2012

Procedureslag: het klinkt als een scheldwoord. Google het in en je komt vanzelf op een resem berichten over de Kasteelmoord terecht, want daar was de Slag om Wingene (of Ruiselede als u verkiest) aangekondigd. Verontwaardiging alom dus over het ontwijken van justitie, na wat bij twee verdachten al op gedeeltelijke bekentenissen lijkt. En toch…

De prehistorie was pas gisteren: bijna KO in de KI

Er zou minder onbegrip zijn als we even teruggingen in de tijd. Nee, niet tot de heksenverbrandingen, of de naoorlogse repressie. Gewoon tot mijn ontgroeningstijd als advocaat. Geen enkel incident heeft me meer geïmponeerd dan dit in die smalle gehoorzaal met gesloten deuren op de eerste verdieping rechts van het Gentse Justitiepaleis: de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI), in de volksmond “de Bloedkamer”.

Meester Leysen Senior was erbij, meester G.H., en ondergetekende, als enige pro deo, voor z’n eerste grote strafzaak: een klungelige overval door een halfdronken trio gepleegd én bekend.

Maandenlang leek het onderzoek afgerond, alles lag stil, zelfs geen nieuwe ondervraging. We bepleitten in die 70-er jaren voor het eerst de abnormaal lange duur van het onderzoek, om een einde te bekomen aan de voorlopige hechtenis van onze cliënten.

En toen gebeurde het. Meester G.H. citeerde daarvoor art 5 & 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: het recht op vrijheid en een eerlijk proces.

Onvergeeflijk dus. De voorzitter van de KI liep rood aan, snakte bijna naar adem van verontwaardiging, en greep naar het Story-Wetboek van Strafrecht, dat rechts van hem lag. Groene harde kaft met scherpe hoeken, wellicht toen al een kilo zwaar.

Hij zwaaide het eerst achter, en gooide het dan vooruit als bij kogelstoten, tussen G.H. en mij in. We doken beiden opzij, gelukkig de goeie kant op. Het prijzige wetboek belandde nog met een knal achter ons tegen de muur. Een bijna olympische prestatie van een raadsheer-bijna-op-rust, die een minzaam man was als hij zijn toga niet aan had.

De toelichting volgde in één gebrulde zin: “we zijn hier niet in Rusland !”

Stilte. Het pleidooi werd niet verder vervolgd, de aanhouding verlengd. We waren ons lesje geleerd: “geen procedureslag”.

Les voor mijn leven

Ik zal het me dat voorbijvliegend wetboek altijd blijven herinneren als een slag in mijn gezicht. Als jonge snotneus hield ik er één gevoel aan over: dat ik toen dichter bij justitie zat, dan de magistraat voor mij.

Dat ik wél het verschil kende, tussen bevoegdheid en macht, tussen oordeel en vooroordeel, tussen motiveren en bevelen, tussen regels, en het ontwijken ervan.

Ik heb dus géén heimwee naar de tijd van dàt soort Justitie. Zijn soort Justitie. Het soort Justitie dat maar niet uitsterft, want macht betekent machtsmisbruik (Montesquieu).

Ook vandaag klinkt het nog na: wie op zijn rechten staat, pleegt obstructie van Justitie, want een soort Justitie weet – net zoals veel lezers onder een krantencolumn - op voorhand wie schuldig is. Eigenlijk zijn processen dus overbodig.

En dan maar verontwaardigd doen over standrechtelijke executies in het nieuwe Libië: inderdaad ook een manier om te besparen op gerechtspersoneel.

Justitie: een vak met gezag, of machtsvertoon?

Een magistraat die iets ‘tot op het bot’ wil uitzoeken, moet tijd en middelen krijgen. Laat het hem/haar dus zijn job doen binnen de krijtlijnen van het vak, volgens de nooit eenvoudige regels van de kunst. Kent u de Franse versie daarvan nog: “si on me laisse faire…”. Het klonk als een aanklacht. Niet tegen de regels, maar tegen de eigen hiërarchie.

Als het publieke ongeduld de spuigaten uitloopt, heeft dat vooral te maken met de verspilling binnen justitie zelf: de ondraaglijke verleiding (of noem het verblinding en doofheid) zich maatschappelijk irrelevant te maken. Om steeds vaker te belanden in de rubriek van het ridicule ‘Ook dat nog’.

Justitie mag het nooit halen met bangmakerij en machtsvertoon. Justitie heeft geen macht nodig, ze moet dagelijks enkel haar eigen gezag verdienen, door te doen waarvoor ze dient. Het is van haar bevoegdheid (en niet haar macht) dat Justitie te weinig gebruik maakt, en kansen laat liggen: om de relevante prioriteiten te leggen, de échte zaken tijdig uit te spitten, haar beslissingen raak te motiveren, haar beleid begrijpelijk uit te leggen.

Professor Hendrik Vuye vatte het zo samen: “Justitie moet verantwoording afleggen, en afstappen van de nog steeds al te autoritaire wijze van rechtspreken” (‘Beeldvorming, waarheidsvinding, Rechtsbedeling’ Openingsrede Vl. Pleitgenootschap 2010)

De prijs op het terrein

Het falen daarin richt de schijnwerpers op slecht gevoerde strafonderzoeken, zoals de verdachte Antwerpse telefoontaps, waarvoor onderzoeksrechters vervolgd worden. Zo mogelijk nog straffer, de ‘straffe onderzoeken’: deze week werd de VRT daarop getracteerd omwille van de beelden van Antwerpse magistraten met Indische pakjes. Naar de woorden van de parketwoordvoerder was het “vast en zeker een onderzoek tegen onbekenden”. De uitdrukking “vast en zeker” kreeg een nieuwe definitie.

Tegenover dat soort Newspeak deemstert het efficiënte terreinwerk dus altijd weg.

De verantwoordelijkheid voor die frustrerende leemte kunnen de rode togadragers niet op het conto schrijven van advocaten of pers.

In dié zin is ook Hans Rieder eigenlijk een Witte Ridder voor de rechtstaat: hij legt de vinger op de wonde. Altijd pijnlijk, en na zoveel keer dus onvergeeflijk.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter en schrijft bedenkingen over justitie op zijn Law Blog www.JustWatch.be )

“Belazerd”, zei u ?

19 / 02 / 2012

“Belazerd” Straffe term. Strafpleiter Jef Vermassen deed of keek bedenkelijk bij het uitspreken van het sleutelwoord. Het idee door je cliënt “belazerd” te worden, is niet leuk, maar zou het de advocaat een zorg of een bevrijding zijn ? Wat bedoelt hij echt ?

Zen Attitude van de Advocaat

You win some, you lose some” zou een stukje ‘Zen Attitude’ van ieder advocaat moeten zijn. Meer realiteitszin dan filosofie uiteraard. Je kunt nu eenmaal niet alleen “goede” zaken aanpakken, want zelfs statistisch haal je dan nog niet eens de helft. Veel slachtoffers zijn ook niet “onbesproken”, en verdachten hebben soms een goed verhaal. Vaak de ‘underdog’, dus stelen ze nog een stukje sympathie: mooi meegenomen.

De verwachting van Vermassen

Moet een advocaat verwachten dat z’n cliënt hem in vertrouwen “alles” vertelt ? De schijnbare verwachting van Vermassen dat hij de biechtvader van zijn cliënt zou zijn, klinkt ouwerwets. Vergiffenis is niet aan de orde.
Voor iedere verdachte gelden wel goede redenen om bij zijn advocaat grondig op te biechten. Cruciale gegevens achterhouden is immers dwaas. Justitie maalt vaak langzaam, maar soms fijn.
Maar staan advocaten te trappelen om “de waarheid en niets dan de waarheid” te kennen ? Wil een advocaat die zijn cliënt niet gelooft, hem wel doen bekennen op risico hem kwijt te spelen aan de concurrentie ?
Even ‘oog in oog’ testen, kwestie van niet te snel een mal figuur te slaan, dat zal wel. Maar tot op het bot gaan als plaatsvervangend onderzoeksrechter ?
Voorzichtig de kat van het gerechtelijk onderzoek uit de boom kijken is ook een optie.

Het recht van verdediging, of enkel in een “rechtvaardige zaak ?

Volgens de eed van art. 429 Ger.W. verdedigt geen advocaat een zaak die hij “naar eer en geweten niet gelooft rechtvaardig te zijn”. Naar art. 444 Ger.W. oefent hij zijn beroep uit “ter verdediging van het recht en van de waarheid”.
Mooi, maar advocaat Hugo Lamon stelt in zijn boek ‘Een advocaat in de Spiegel’ vast dat “de toenemende marktwerking er inderdaad voor zorgt dat vele advocaten businessmen geworden zijn en de communicatie van grote advocatenkantoren niet erg verschilt van beursgenoteerde bedrijven” .
De eminente raadsman bewandelt de flinterdunne lijn meesterlijk: “een advocaat is dan wel een ondernemer, hij mag nooit een handelaar zijn”.

Indien alle “belazerde” advocaten de verdediging van hun cliënt gestaakt zouden hebben, zouden veel beschuldigden enkel door politie vergezeld worden in de rechtszaal. Ook het idee dat alle veroordeelden, voor wie hardnekkig “tegen klippen en bergen op” de vrijspraak gepleit was, hun advocaat zouden “belazerd” hebben, heeft iets vreemds.
Dan lopen er – hopelijk – meer belazerde advocaten dan belazerde rechters rond in ons land.

Right or wrong, my client…

Het pleidooi van meester Lamon voor “herdefiniëren van de professionele idealen waarbij de kernwaarden van het beroep van advocaat ingebed worden in vernieuwende ethische richtlijnen” klinkt bevlogen, maar zelfs hij eindigt dat betoog met een vraagteken.

De meeste strafpleiters gaan integendeel voor een “de maximalistische opvatting”, die beter “minimumservice” zou heten: hoogstens vertalen ze het verhaal van hun cliënt. Bijgevolg haalt de plicht van loyaliteit tegenover de cliënt het eigenlijk steeds van ‘fair play’ tegenover ‘de goede rechtsbedeling’.
Ook het slachtoffer is daarbij geen zorg.
Anderzijds is het wel waar: niet advocaten, maar slordige wetgevers zijn er verantwoordelijk voor dat velen vrijuit gaan, die beter lang gebromd hadden.

Het risico van pleiten buiten de rechtszaal

Een advocaat die in de media eigen diagnoses geeft over “lichaamstaal” en “rust” van de eigen cliënt zet zich als wandelende leugendetector in. Hij lijkt dan verraderlijk neutraal in vergelijking met de partijdigheid die je van hem in de zittingszaal in toga verwacht. Het veld voor microfoon en camera is vrij, voorlopig zonder tegenpartij, zonder persrechter, en met een Parket dat hier zuinig en sereen communiceert. Net zoals de Cel Vermiste Personen.
Een omgekeerde “Media-wapengelijkheid” tussen een verdachte burger, en de onderzoekende overheid dus.
Voor de pleiter is dit immers geen crisiscommunicatie, maar een onomwonden pleidooi voor de cliënt en zichzelf: niet zonder risico, zelfs niet voor “Vlaanderens bekendste advocaat, die door de media het meest wordt geconsulteerd” (letterlijk uit de eigen website van de meester).
Als de versie van de cliënt wijzigt (in alle strafzaken een voorspelbaar abonnement) blijft die verdachte immers evengoed recht hebben op verdediging, maar de publieke persoonlijke binding, kost de advocaat dan een tol. Of het lijkt toch zo.
Geloofwaardigheid is een langzaam opgebouwd handelsfonds. Vandaar de angst om belazerd te worden ?
Advocaten hebben veel verbale veerkracht, maar afhaken is soms de enige optie die dan intellectuele eerlijkheid benadert, want met de cliënt raakt “het vertrouwen zoek”.

Wie is dan de verliezer ?

Niet de advocaat. Hij bewees zich weer als ‘incontournable’, en kan daarna overgaan op een discours van “ethisch reflex” of respect voor het slachtoffer. Het conflict met de eigen cliënt is ondertussen wel deels het gevolg van een frontale media strategie, waarvan een cynicus kan beweren dat ze ook altijd wel iets zal opleveren.
Mooie demonstratie in Terzake overigens: “wij doen ook in echtscheidingen”. Inderdaad, zelfs ten kastele, met het label van “Gezien op TV”, en het gaf even aanleiding tot een spontane ‘verdediging binnen de verdediging’ overigens.
De advocaat daarentegen, die de lippen buiten de zittingszaal stijf op elkaar houdt, en z’n cliënt niet de hemel in prijst, zal die ook zelden laten vallen.
Weinig procesmomenten zijn voor een verdachte immers zo desastreus, als dat waarop de eigen advocaat nog weigert de verdediging waar te nemen. Dan volgt de crash: “wie gelooft die man nog ?”. Een odium dat blijft plakken als de voorbode van de straf, want “hij heeft me belazerd”.

De “Kasteelmoord” heeft nog geen geheimen prijsgegeven: enkel zijn slachtoffer. De jury zat wel al voor de televisie.

Jan Nolf

(De auteur was bijna 25 jaar vrederechter en schrijft bedenkingen op zijn Law Blog www.JustWatch.be. )

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de reels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod